<Resultaat 610 van 3122

>

p1
Eerweerde Heer,

Ik verzoek U Edele mij te laten weten wanneer wij het handschrift uwer conferentie[1] mogen terug verwachten?[2] Ik moet daarover eene woordeke schrijven naar

…

voor het belang onzer afdeeling, verhopen wij dat wij welhaast zullen kunnen aan 't drukken vallen.[3]

Aanveerd, Eerweerde Heer, de verzekering mijner gevoelens van hoogachting
De secretaris[4]
EmVandevyvere
p2

Noten

[1] Guido Gezelle gaf een lezing op donderdag 14 oktober 1875 voor de afdeling van het Davidsfonds in Tielt. De voordracht had als titel Eenige bladzyden uit den Vlaemsche Taelboek. Er waren meer dan 200 aanwezigen die de gietende regen getrotseerd hadden, waaronder Adolf Duclos en dokter Loosveldt. De lezing duurde anderhalf uur.

De aankondiging van Gezelles voordracht voor het Davidsfonds Tielt verscheen in de Gazette van Tielt: 26 (29 september 1875) 76, 1-b: “Wy vernemen met het grootste genoegen dat de heer Guido Gezelle een gunstig onthael heeft gedaen aen het verzoek der Thieltsche Afdeeling van het Davidsfonds, om op donderdag 7 october aenstaende alhier eene voordracht te komen houden in de zael van Maetschappy der Goede Vrienden (...).

Later verscheen in de Gazette van Thielt: 26 (2 oktober 1875) 78, 1-b en (9 oktober 1875) 80, 1-a: “De grote dag is donderdag 14 oktober, om vier uur in de middag.”

De titel en nog een warmmaker verschenen in de Gazette van Thielt: 26 (13 oktober 1875) 81, 1-2:

(...) “’t Is trouwens maer al te waer gelyk het in den brief van uitnoodiging staet: ‘U de verdiensten van den eerw. Heer Gezelle vermelden, Mynheer dat is noodeloos; als schryver en als spreker heeft die heer hem een grooten naem verworven, in Vlaenderen niet alleen, maer geheel Belgiën en Holland door.’ Vele damen ook schikken de voordracht by te wonen. En waerom niet?”

Voor de inhoud van de voordracht en de context zie: R. Vanlandschoot, De Gilde van Sinte Luitgaarde 1874-1875. In: Gezellekroniek: (1981) 15, p.49-50.

[2] Vandevyvere had Gezelle al om het handschrift van de voordracht gevraagd in zijn brief 27/10/1875.
[3] In zijn brief aan Gezelle van 27/10/1875 schreef Vandevyvere dat hij de tekst van de voordracht graag wilde laten publiceren in de Gazette van Thielt en daarnaast als afzonderlijke uitgave voor de leden van het Davidsfonds. De volledige tekst van de voordracht is niet verschenen noch in de Gazette van Thielt, noch als afzonderlijke druk.

Een volledig verslag van de vergadering met de voordracht was wel al verschenen in de Gazette van Thielt: 26 (16 oktober 1875) 82, 1-b-c. (Zie ook de bijlage II in: R. Vanlandschoot, De Gilde van Sinte Luitgaarde 1874-1875. In: Gezellekroniek: (1981) 15, p.62-64).

[4] van het Davidsfonds Tielt.
Bier/scholetrouw/knecht (De Bo)Geh. Gehoord. Ghistelvan eenen ? Gehoord.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVandevyvere, Emiel; Van de Vyvere; Van de Vijvere
Datums° Tielt, 16/08/1853 - ✝ Gent, 16/03/1919
GeslachtMannelijk
Beroepfabrikant; gemeenteraadslid; burgemeester
BioEmiel Vandevyvere begon zijn politieke loopbaan in 1883 als gemeenteraadslid in Tielt, werd schepen in 1904 en diende als burgemeester van 1909 tot zijn dood. Hij was ook lid van diverse culturele en sociale verenigingen en prefect van de derde regel van Sint-Franciscus. Hij was lid van de Gilde van Sint-Luitgaarde, erevoorzitter van de Gilde van Sint-Lucas en Sint-Jozef en sinds 1875 secretaris van het Davidsfonds Tielt. In die hoedanigheid had hij contact met Guido Gezelle, onder meer over een redevoering in 1875. Hij overleed op 29 maart 1919 in Gent na een zware operatie. Hij bleef ongehuwd.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
Bronnenbidprentje

Briefschrijver

NaamVandevyvere, Emiel; Van de Vyvere; Van de Vijvere
Datums° Tielt, 16/08/1853 - ✝ Gent, 16/03/1919
GeslachtMannelijk
Beroepfabrikant; gemeenteraadslid; burgemeester
BioEmiel Vandevyvere begon zijn politieke loopbaan in 1883 als gemeenteraadslid in Tielt, werd schepen in 1904 en diende als burgemeester van 1909 tot zijn dood. Hij was ook lid van diverse culturele en sociale verenigingen en prefect van de derde regel van Sint-Franciscus. Hij was lid van de Gilde van Sint-Luitgaarde, erevoorzitter van de Gilde van Sint-Lucas en Sint-Jozef en sinds 1875 secretaris van het Davidsfonds Tielt. In die hoedanigheid had hij contact met Guido Gezelle, onder meer over een redevoering in 1875. Hij overleed op 29 maart 1919 in Gent na een zware operatie. Hij bleef ongehuwd.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
Bronnenbidprentje

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamTielt
GemeenteTielt

Naam - persoon

NaamVandevyvere, Emiel; Van de Vyvere; Van de Vijvere
Datums° Tielt, 16/08/1853 - ✝ Gent, 16/03/1919
GeslachtMannelijk
Beroepfabrikant; gemeenteraadslid; burgemeester
BioEmiel Vandevyvere begon zijn politieke loopbaan in 1883 als gemeenteraadslid in Tielt, werd schepen in 1904 en diende als burgemeester van 1909 tot zijn dood. Hij was ook lid van diverse culturele en sociale verenigingen en prefect van de derde regel van Sint-Franciscus. Hij was lid van de Gilde van Sint-Luitgaarde, erevoorzitter van de Gilde van Sint-Lucas en Sint-Jozef en sinds 1875 secretaris van het Davidsfonds Tielt. In die hoedanigheid had hij contact met Guido Gezelle, onder meer over een redevoering in 1875. Hij overleed op 29 maart 1919 in Gent na een zware operatie. Hij bleef ongehuwd.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
Bronnenbidprentje

Naam - plaats

NaamGistel
GemeenteGistel
NaamTielt
GemeenteTielt

Naam - instituut/vereniging

NaamDavidsfonds Tielt
BeschrijvingHet Davidsfonds Tielt behoorde tot de tien eerste lokale afdelingen van de in 1875 gestichte culturele vereniging. Op 30 september 1885 richtten ze een herdenkingsplechtigheid in voor L.L. De Bo, waarop Gezelle een eerbetoon bracht aan De Bo en inging tegen de studenbeweging.
Datering29/03/1875-heden
Links[wikipedia]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Vandevyvere, Emiel

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Vandevyvere, Emiel

Naam - instituut/vereniging

Davidsfonds Tielt

Naam - persoon

Vandevyvere, Emiel

Naam - plaats

Gistel
Tielt

Plaats van verzending

Tielt

Titel - ander werk

Westvlaamsch idioticon

Titel09/12/1875, Tielt, Emiel Vandevyvere aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Vandevyvere Emiel aan Gezelle Guido, Tielt (Tielt), 09/12/1875. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVandevyvere, Emiel
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum09/12/1875
VerzendingsplaatsTielt (Tielt)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inMeer over Gezelles voordracht te Tielt: De Gilde van Sinte Luitgaarde 1874-1875 : door R. Vanlandschoot. - In: Gezellekroniek: (1981) nr. 15, p.49-50 en 62-64
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 102 mm x 131 mm; enkel vel 2: 103 mm x 131 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot twee taalkundige fiches en gereconstrueerd met licht tekstverlies
Toevoegingen op blanco zijden 2 en 4 rechts: taalkundige notities: Bier/schole ; trouw/knecht (De Bo) // Geh. Ghistel // van eenen ? (inkt, verticaal, beide hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3322, B fiche 100 + 3322, T fiche 27
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.15073
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/d21166ac756db53b7dacf267455ca3e9fd39fe83/manifest
Inhoud
IncipitIk verzoek UE. mij te laten weten wanneer
Samenvatting over drukken in krant en afzonderlijke uitgave van redevoering die Gezelle had gegeven voor de leden van het Davidsfonds Tielt op 14 oktober 1875; de voordracht had als titel "Eenige bladzyden uit den Vlaemschen Taelboek"
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.