<Resultaat 2073 van 3122

>

p1
Eerweerde Heer Guido Gezelle

Hous - bous – worden uitgesproken hows- bows-—[1]

Van myne moeder verneme ‘k dat men alhier ook pleegt te zeggen:

Hy ’n weet noch van houw noch van bouw:[2] hy en weet van niet.

Die woorden moeten voorzeker verwant zyn.

Overlommertheid:[3] de spreuke waarin het woord te passe kwam heb ik vergeten en ‘k en kan waarachtig geene andere geven.

Gy moet nogtans wel weten van ’t woord overlommerd zyn,[4] dat men alhierp2

p3vele gebruikt voor in (onder) iemands bedwang te zyn.[5]

Hy is overlommerd van Jan N. = hy laat er hem deure geleêne[6] zoodanig dat hy eigen werk en wilskracht verliest, dat hy half “gemagnetiseerd“ is deur Jan.

Klaarder ‘n kan ik my niet uitdrukken, al is ’t dat ik vreze dat er nog iets hapert,

…

eerbiedig toegenegen,
h. Persyn
p4

Noten

[1] Antwoord op vraag van Gezelle in zijn brief aan Persyn, geschreven op de vorige brief van Persyn van 01/01/1891.
[2] Opgenomen door Gezelle in Loquela.

G. Gezelle, Noch houws noch bouws. In: Zantekoorn. In: Loquela: 11 (Wiedmaand 1891) 1 p.13: “NOCH HOUWS NOCH BOUWS. = Niets, geen woord. -”Hij kwam in, en hij en zei noch houws noch

Bouws." Geh. Wynghene.”

Later ook nog: G. Gezelle, Noch houw noch bouw. In: Zantekoorn. In: Loquela: 13 (Bloeimaand 1893) 1, p.4: “NOCH HOUW NOCH BOUW. = Niets;.- “Ik en wist daar noch houw noch bouw van.” Geh. Kortrijk. Die dat middeleeuwsch w. gebruiken, denken dat ze zeggen noch houw noch g’bouw, noch houw noch gebouw. Vrglkt De Bo, i. v. Bo.”

[3] Voorbeeld bij het woord ’overlommertheid’ Dat was de vraag van Gezelle in zijn brief aan Persyn, geschreven op de vorige brief van Persyn van 01/01/1891.

Gezelle nam het woord op in Loquela.

G. Gezelle, Overlommerheid. In: Zantekoon. In: Loquela: 11 (Wiedmaand 1891) 1, p.13: “OVERLOMMERDHEID, de. = Zedelijke gesteltenisse van iemand die overlommerd is. “ 't En is eigentlijk uit geen ware kwawilligheid dat hij dat doet: dat is louter uit overlommerdheid, en omdat hij dat gezelschap niet en durft laten. “ Geh. Wynghene.”

[4] Opgenomen door Gezelle in Loquela.

G. Gezelle, Overlommeren. In: Zantekoorn. In: Loquela: 11 (Wiedmaand 1891) 1, p.13 “OVERLOMMEREN, overlommerde, overlommerd. = Onder zedelijk bedwang hebben, houden. -”Die

jonkheid loopt vele met dien overgewaaiden fransch, en hij is er geheel van overlommerd.” Geh. Wynghene.”

dollie, den kleen persoonS. M. LaethemDraaierigge = drille (Asper) q. v.quod vide Vertaling (Latijn): Zie daar, zie dat lemma. Geh. Gehoord. Nukerke Vertaling (Latijn): Zie daar, zie dat lemma. Gehoord.
[5] Op deze pagina schreef Guido Gezelle zijn antwoordbrief met de vraag aan Persyn om een voorbeeld te sturen bij ‘hous noch bous’.
[6] Geleiden.
poorte (portée ?)hy is buiten de poorte van myn woordenWyngheneDrille, devrouwmensch die vele uitgaat, Asper

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamPersyn, Hendrik; Heirman of H.
Datums° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; notaris
BioHendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik

Briefschrijver

NaamPersyn, Hendrik; Heirman of H.
Datums° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; notaris
BioHendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamWingene
GemeenteWingene

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamPersyn, Hendrik; Heirman of H.
Datums° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; notaris
BioHendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik
NaamFraeyman, Anna; Fraeijman, Anna
Datums° Wingene, 16/04/1822 - ✝ Wingene, 14/03/1908
GeslachtVrouwelijk
Beroepnaaister; landbouwster; rentenier
BioAnna Fraeyman werd geboren in Wingene op 16 april 1822 als dochter van Franciscus Fraeijman (1782-1861) en Maria De Deyne (°1777). Zij was achtereenvolgens werkzaam als naaister en landbouwster en werd later rentenierster. Op 19 oktober 1854 trad zij in Wingene in het huwelijk met Ivo Persyn. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: Edmondus (1855-1907), Henricus (Hendrik) (1857-1933), Camilius (1858-1858) en Clemencia (1861-1911). Anna Fraeyman was de moeder van Hendrik Persyn. Anna Fraeyman overleed in Wingene op 14 maart 1908.
BronnenGeneanet

Naam - plaats

NaamAsper
GemeenteGavere
NaamDeurle
GemeenteSint-Martens-Latem
NaamNukerke
GemeenteMaarkedal
NaamWingene
GemeenteWingene

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Persyn, Hendrik

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Persyn, Hendrik

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Persyn, Hendrik
Fraeyman, Anna

Naam - plaats

Asper
Deurle
Nukerke
Wingene

Plaats van verzending

Wingene

Titelxx/[01/1891], Wingene, Hendrik Persyn aan [Guido Gezelle]
EditeurStefaan Maes; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes; Marc Carlier (research), Persyn Hendrik aan Gezelle Guido, Wingene (Wingene), xx/[01/1891]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderPersyn, Hendrik
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[01/1891]
VerzendingsplaatsWingene (Wingene)
AnnotatieJaartal en maand gereconstrueerd op basis van de brieftekst: antwoord op briefje van G.G. geschreven op de vorige brief van H. Persyn aan G.G. van 01/01/1891 (nr.3322 D, fiche 46 + 8854) en woorden gepubliceerd in Loquela (Wiedmaand 1891); adressaat gereconstrueerd op basis van de aanhef.
Gepubliceerd inWoorden opgenomen in: Loquela. -Jrg. 11 (Wiedmaand 1891) nr.1, p.13
Fysieke bijzonderheden
Drager 4 enkele vellen, enkel vel 1: 103 mm x 132 mm; enkel vel 2: 103 mm x 133 mm; enkel vel 3: 105 mm x 136 mm; enkel vel 4: 102 mm x 133 mm
papier, wit
papiersoort: 6 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot zes taalkundige fiches en gereconstrueerd met licht tekstverlies
Toevoegingen op zijde 1 rechts in de bovenrand: Hugo Verriest (blauwe inkt, hand F. Baur[?]); op blanco zijden 2 en 8 links en op blanco zijden 4 en 6 rechts: taalkundige notities: dollie, den kleen persoon // S. M. Laethem; Draaierigge = drille (Asper) q. v. [qoud vide] // Geh. Nukerke; poorte (portée ?) // hy is buiten de poorte van myn woorden // Wynghene; op blanco zijde 6 links: taalkundige notities: Drille, de // vrouwmensch die vele // uitgaat, Asper (inkt, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3322, D fiche 52 + 3322, D fiche 79 + 3322, P fiche 52 + 8214
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.15169
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/b4cb91d898021233d4080191565b0affc8b85198/manifest
Inhoud
IncipitHous - bous - worden
Samenvatting taalkunde (opgenomen in Loquela)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.