mijteren (uitspr. miiteren) is te Pey, ruw behandelen, afslaan.[1] Iemand leelik mijteren, is iemand goed aframmelen. Kan dat soms met mijzen, mijzelen, mijsteren in betrekking staan?[2]
Waarom schrijft gij achter de fransche woorden ook de bij ons meer gebruikte hollandsche? woorden ook niet? b.v. affaire, zaken; avocaat, voorspreker; demissioneeren, afdanken; exces, overdaad; geassereerd, verzekerd; immeuble, onroerende; responsable, verantwoordelik; stong, pot; cube, (teerling) dobbelsteen; ; distingueeren, onderscheiden; pretente, voorwendsel; improviseeren, voor de vuist... Spoorhuisken is te Weert een wachthuisken langs den ijzerenweg; schroefboot gebruikt men daar ook. Zijn de voorgaande woorden nieuw vlaamsche - gallicismen of fransche wendingen?? Voor improviseeren zegt men hier ook snēlspreken improvisatie = snēlspraak.-
voor soppiten van (de) soppiet. Te Beeringen sepiet te Alken sebiet. Een langwerpig stuk wit, week en kortdradig vleesch dat bij de veerzen kort aan de nieren ligt, bij de verkens kort aan de veer (vetvlies) 't Is samengesteld van een zeker getal vleeschbollekens zoo dik als een knikker, overtrokken met een fijn vlies en zeer lekker om te eten. Men maakt er een fijn gerecht van als men de supiet versnijdt en de stukskens stooft met kleine vleeschbollekens en boter.
Luik







