<Resultaat 3104 van 3122

>

p1

Lijnen[1] hemde-broek

1685-1725

paer carzayen kousen,

keerel,[2] brak, slaeplaeken[3]

bruyn carzaye en wit

Een perpetuwaenen keerel[4]

een camizole[5] van perpetuane[6]

2 fluwijnen[7] handdoeken en een waterteele[8]

heeft gemeten 1712

de noodige slaepinghen[9] in zijne kamer

een fusteynen[10] camizole-broeck

twee nieuwe tyrenteinen[11] hemden

Noten

[1] Linnen.
[2] Slaapkleed.
[3] Woorden i.v.m. slaapkledij en een slaaplaken.
[4] De woorden werden door Guido Gezelle met inkt overschreven omwille van de leesbaarheid.
[5] Een kort of lang onderkledingstuk, met of zonder mouwen, waarbij het onderkledingstuk het dichtst op het lichaam zit. Historisch gezien werd dit kledingstuk ook wel ‘chemisole’ of ‘chamisole’ genoemd. (Wikipedia).
[6] ‘Velours de panne’, of ‘pannefluweel’, een prachtige zachte, glanzende fluweelstof.

Het woord werd door Guido Gezelle met inkt overschreven omwille van de leesbaarheid. Onderstreping van Guido Gezelle met blauw potlood.

[7] Badstof. De ene kant is bedekt met kleine, ongesneden lusjes. De lusjes aan de andere kant zijn geknipt om het oppervlak een gladde, zachte fluwelen uitstraling te geven (Wikipedia).
[8] Wijde kom, waarin men water goot om zich te wassen ’s morgens. De ‘teele’ stond op een kastje in de slaapkamer, vaak met een kan. (L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p. 985).

Het woord werd door Guido Gezelle met inkt overschreven omwille van de leesbaarheid. Onderstreping van Guido Gezelle met blauw potlood.

[9] Alle gerief wat men nodig heeft om te slapen. (L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.893: ‘al wat dient om op te slapen’).
[10] Sterke, traditionele stof met een linnen schering en katoenen inslag, vaak in keperbinding geweven, die voornamelijk tussen de 17e en 19e eeuw populair was voor beddengoed en kleding. Het staat bekend als een vorm van bombazijn en werd historisch gebruikt voor stevige kleding zoals wambuizen en werkmanskleding.
[11] Tartan (vaak uitgesproken als tyrentain in de volksmond) is een traditionele, geweven, geruite stof, bekend als het kenmerkende materiaal voor Schotse kilts. Het patroon bestaat uit gekleurde lijnen die elkaar kruisen, waardoor ruiten ontstaan. (Wikipedia).

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamDevos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder)
Datums° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pater; journalist; volkspredikant
BioJulius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem.
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht
Bronnen https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30

Briefschrijver

NaamDevos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder)
Datums° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pater; journalist; volkspredikant
BioJulius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem.
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht
Bronnen https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - persoon

NaamDevos, Julius; Devos, Jules; Renatus (Broeder)
Datums° Oostrozebeke, 12/12/1854 - ✝ Izegem, 25/07/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pater; journalist; volkspredikant
BioJulius Devos werd geboren te Oostrozebeke op 12 december 1854 als zoon van Petrus Franciscus Devos en Maria Victoria Tack. In 1863 verhuisde het gezin naar Ingelmunster en drie jaar later vestigden ze zich in Izegem. Daar kwam Julius terecht in de school van de gebroeders Pollet. Hij behaalde de eerste plaats in zijn klas en trok in oktober 1870 vervolgens naar het kleinseminarie van Roeselare. Door de vele schoolwissels in zijn jeugd was hij op dat moment twee jaar ouder dan zijn klasgenoten. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare tot 1875. Hij stond er onder invloed van Hugo Verriest en de Blauwvoeterij. Hij werd er weggestuurd naar aanleiding van een conflict met superior Delbar en maakte zijn middelbare school af aan het College van Ieper. Hij had een korte journalistieke carrière en schreef voor het "Burgerwelzijn", "Het Handelsblad" en de "Gazette van Brugge". Vervolgens trad hij in oktober 1880 in bij de orde der kapucijnen onder de naam Renatus. Guido Gezelle schreef het gelegenheidsgedicht 'Renatus, in Francisci namen' voor zijn priesterwijding op 20 juni 1886 in de Kapucijnenkerk te Brugge in de Sint-Clarastraat. Hij werd eerst naar Antwerpen gestuurd. In 1888 werd hij door zijn oversten naar Mons gezonden waar hij tien jaar lang intensief meewerkte aan het ontwikkelen van een christelijke arbeidersbeweging in de Waalse industriegebieden. Hij verbleef er tot 1898. Hij was lid van de Vlaggegilde en de Westvlaamse studentenbond, van de Brugse Gilde van Sinte Luitgaarde en de Brugse Davidsfondsafdeling. Hij was erg sociaal geëngageerd en werd één van de grootste volkspredikanten. Hij stierf op 25 juli 1925 in het klooster te Izegem.
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; studenbeweging; aanvrager gelegenheidsgedicht; onderwerp gelegenheidsgedicht
Bronnen https://tenmandere.be/nieuwsbrieven/2023/nieuwsbrief_71/JuliusDevos.html ; R. Vanlandschoot, Hugo Verriest. Tielt: Lannoo, 2014, p. 30

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Devos, Julius

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Devos, Julius

Naam - persoon

Devos, Julius

Plaats van verzending

Roeselare

Titel[xx/xx/1870 - xx/xx/1875 t.p.q.], Roeselare, [Julius Devos (= Broeder Renatus)] aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau, Devos Julius aan Gezelle Guido, Roeselare (Roeselare), [xx/xx/1870 - xx/xx/1875 t.p.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Devos, Julius]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[xx/xx/1870 - xx/xx/1875 t.p.q.]
VerzendingsplaatsRoeselare (Roeselare)
AnnotatieT.p.q., t.a.q. en adressant gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie: Julius Devos liep school aan het kleinseminarie van Roeselare van 1870 tot 1875 ; adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens ; plaats onzeker; Julius Devos = Broeder Renatus.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papaiermerk: Bath
Toevoegingen op zijde 1 bovenaan en in het midden: taalkundige notities: carsaaie ; slapinge (inkt en blauw potlood, hand G.G.); idem onderaan: Devos, sém. (inkt, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3586, carsaaie
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16003
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/2685b1de550bc45ea283bb8839190603e2f3a6f4/manifest
Inhoud
IncipitLijnen hemde-broek
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.