Kortrijk den 5n nov. 1897.
Weledele Heer Minister,
Aangemoedigd door het goed onthaal dat ik genoten heb, bij het aanbieden van een afdruksel van mijn voorlaatste dichtwerk, geheeten Tijdkrans, neem ik de eerbiedige vrijheid Uedele ook een afdruksel te sturen van mijnen onlangs gedrukten nieuwen bundel, geheeten Rijmsnoer.
Mochte het Uedele behagen dit mijn werk te aanveerden en, zoo mogelijk, den werker met hulpe en aanmoediging te ondersteunen, het zou mij groote eere, groote troost en vernieuwde reden van oprechte dankbaarheid zijn.
Ik ben, Weledele Heer Minister,
Uwer Hoogheid
zeer ootmoedige
GuidoGezelle.







