<Resultaat 1139 van 3122

>

p1

Achtbare en eerweerde[1]

t Daghet is mij teruggekomen, met zijne groote[2] voorbladzijde, ja met eene tweede[3] daar nog bij. Ik had vooren gesteld iets min plaats beslaande. Maar nu.

De maandteekeninge[4] zou ik geern weg zien.[5] Voor leus, boven alles: Sinte Luutgarde van Tongeren![6] zonder meer.[7]

Letterkunde[8] en dient daar niet bij: ik had het liever wilde Mr Daniels ’t woord priester weglaten.[9]

Uit Boeken en bladeren en heeft geen recht aan de eerste plaats!![10] Laat dat voor de geteekende schriften van Daniels.

De eerste n° is de kwaadste.[11] De drukker zal moeten geduld hebben.

Woordenzange[12] zou ’t moeten zijn, het oud vlaamsch woord, anders zullen ze peizen dat ’t van zingen[13] komt.

Wil Daniels verbeteringen van mij onderstaan?

Gij zoudt nog moeten achter ieder woord van de zange melding maken van p2 de meervouds-[14] en de verkleengedaante[15] in ’t geval dat ze op zijn limburgsch afwijkt

B. v. achter zwongbred[16] etc etc. alsnu Meervoud twee zwongbredder,[17] verkleend een zwongbreddeken.[18]

Of hoe is 't?

Dit zou meer weerde aan de zange geven en vollediger getuigenisse van ’t limburgsch.

Ik houde er sterk aan dat het woord blauwvoeterije[19] enz. niet in en kome.

In ‘t Luikerwaalsch[20] en is de bladteekeninge niet zoo ze zijn moest te weten volgens a. b. c.p3

Noten

[1] Deze brief van Gezelle volgt op een eerdere brief van Gezelle aan A. Cuppens. Ook de potloodnotities van A. Cuppens voor de verwerking van Gezelles correcties van de drukproef van ‘t Daghet in den Oosten lopen alfabetisch verder.
[2] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[3] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[4] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[5] Op de eerste pagina van ’t Daghet in den Oosten staat de datum vermeld als “nr. 1, kort maandeken, 1885”. Gezelle wil dat het tijdschrift voortaan in twaalf afleveringen van acht pagina’s zal verschijnen en nummert als volgt: I (1885) 1.
[6] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[7] Op de allereerste bladzijde van ’t Daghet in den Oosten stond er nog: ”Onder de bescherming gesteld van Sinte Luutgarde van Tongeren!”
[8] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[9] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[10] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[11] Het eerst nummer van ’t Daghet in den Oosten verscheen in februari 1885.
[12] Naast de inkt, ook onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[13] Onderstreping van Gezelle met blauw potlood. Zangen, zanten = woorden verzamelen.
[14] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[15] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[16] Limburgsch Nederlands. 1e Woordenzange. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1 p. 3 :” Zwongbred, het, uitspraak breed. Zwingelberd. Kempenland. Vrglk het hoogduitsch Brett, d. i. berd, bard, bord in 't nederlandsch.”
[17] Naast de inkt ook onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[18] Naast de inkt ook onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
[19] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.

De ‘blauwvoeterije’ is de benaming voor de katholieke Vlaamse studentenbeweging die in 1875 ontstond in het kleinseminarie van Roeselare, rond Albrecht Rodenbach en onder invloed van onder anderen Hugo Verriest en de ideeën van Guido Gezelle.

[20] Ludeker Walendietsch. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 7-8.
Deze onderstaande notities zijn een overzicht van de aanbevolen correcties van G. Gezelle aan A. Cuppens in de vorige brief aan A. Cuppens en de bovenstaande brief. Limburgsch Nederlandsch. Ons Boek- en boekstafwezen I. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 3, p. 21: ”Corona catholica ad Petri successoris pedes oblata de summi pontificis Leonis XIII assumptione epigramma Carolo Kent Auctore in quinquaginta linguis Londini C. Kegan Paul et soc., 1, Paternoster square MDCCCLXXX”Vertaling (Latijn): ‘Katholieke kroon aan de voeten van de opvolger van Petrus neergelegd, bij de aanvaarding van het pontificaat door Leo XIII, een epigram door Charles Kent in vijftig talen. Londen: C. Kegan Paul, 1, Paternoster Square, 1880.’Dat is een polyglotte uitgave ter ere van de aanstelling van paus Leo XIII met de vertaling van een epigram van Charles Kent in 50 talen. Guido Gezelle leverde de Vlaamse versie ‘Door ‘t kruis van ‘t kruis'. In ‘t Daghet in den Oosten staat de Maaseikse groet van Fr. Gilissen. Het boek is nog aanwezig in de handbibliotheek van Guido Gezelle in het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge (GGB 1022). Meervoud. verkleinwoorden. Luikerwaalsch. Woorden en wendingen. Bijgeschreven in potlood.Limburgsch Nederlandsch. 3e Woordenzange. In: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 3, p. 17: “Evelook, stemzaat op ook. Echter, hoogduitsch aber auch. In ‘t Limburgsche.Vergelijk Ons Boek- en Boekstafwezen, bl. 22. ‘t w. bestaat uit evel, ever en ook, niet uit eve en look.”

Register

Correspondenten - personen

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamCeyssens, Michiel
Datums° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Bronnen https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamLeo XIII (Paus); Pecci, Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi
Datums° Carpineto Romano, 02/03/1810 - ✝ Rome, 20/07/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; nuntius in België; kardinaal; aartsbisschop; paus
VerblijfplaatsItalië
BioPaus Leo XIII werd geboren als Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi Pecci, telg van een Italiaanse, grafelijke familie. Pecci werd in 1837 tot priester gewijd. Hij trad in dienst van de pausen, waar zijn ster snel rees. In 1843 werd hij nuntius in België. Omdat hij de bisschoppen steunde in de schoolstrijd, werd hij op verzoek van Leopold I in 1846 teruggeroepen. Hij werd kardinaal, aartsbisschop en later paus (20/02/1878). Hij genoot hoog aanzien als paus door zijn moderne ideeën o.a. over sociale kwesties (Rerum novarum). Hij zorgde er ook voor dat het kerkelijke archief toegankelijk werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
NaamGilissen, Franciscus
Datums° Maaseik, 10/09/1841 - ✝ Spa, 09/03/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioFranciscus Gilissen werd geboren in Maaseik op 10 september 1841 en werd op 15 juni 1867 tot priester gewijd in het bisdom Luik. Hij was onder meer actief als aalmoezenier in de gevangenis van Luik. Hij bleef als priester verbonden aan het bisdom tot aan zijn overlijden op 9 maart 1915 in Spa.
Links[odis]
NaamLutgardis van Tongeren; Sint-Lutgart; Schutsvrouwe van Vlaanderen
Datums° Tongeren, 1182 - ✝ Aywières/Awirs, 16/06/1246
GeslachtVrouwelijk
BeroepBenedictines; mystica; heilige
BioDe heilige Lutgardis, patroonheilige van vrouwen en blinden, werd in het jaar 1182 geboren in het Limburgse Tongeren. Op twaalfjarig leeftijd trad zij toe tot het benedictijnse Sint-Catharinaklooster te Sint-Truiden. Hoewel ze eerst weinig interesse toonde in het kloosterleven, legde ze zich hier sterk op toe nadat Christus aan haar verscheen tijdens een visioen. Op twintigjarige leeftijd deed ze dan ook haar officiële professie als benedictines. In 1206 zou ze vervolgens vertrekken naar de cisterciënzerinnenabdij van Awirs in Luik, waar ze tot haar overlijden op 16 juni 1246 zou verblijven. Haar latere verering als patrones van het Vlaamse volk en de Vlaamse beweging stamt uit haar verblijfsperiode te Luik, aangezien zij volgens haar biografie tot Maria gebeden zou hebben om een bestuursfunctie binnen de abdij te kunnen ontwijken, waarop de Heilige Maagd het haar onmogelijk maakte om het Frans te leren. Guido Gezelle zou haar na een voorstel van filoloog Jan Hendrik Bormans propageren als patroonheilige van de “dietsche taal en letterkunde”, en Gezelle’s leerling Adolf Duclos zou haar naam opnemen in die van zijn culturele gilde, de Sint-Lutgardisgilde.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.dbnl.org/tekst/_lit003199701_01/_lit003199701_01_0034.php

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelDoor ' t kruis van ' t kruis, den naam dien Pius heeft gedregen
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 261

Titel - ander werk

Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens
TitelCorona catholica Ad Petri Successoris Pedes Oblata: De Summi Pontificis Leonis XIII Assumptione Epigramma Carolo Kent auctore in quinquaginta linguis
AuteurKent, Charles
Datum1880
PlaatsLondini
UitgeverKegan

Titelxx/[01/1885], Kortrijk, [Guido Gezelle] aan [August Cuppens]
EditeurMiet Hubrechts
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts, Gezelle Guido aan Cuppens August, Kortrijk (Kortrijk), xx/[01/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Gezelle, Guido]
Ontvanger[Cuppens, August]
Verzendingsdatumxx/[01/1885]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieMaand en jaartal gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; deze brief komt na brief nr. 8597.
Gepubliceerd inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.194-195 (158a)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 210 mm x 136 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt; potlood
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan Aug. Cuppens ; idem rechts: [Januari 1885] (inkt, beide hand P.A.) ; een aantal woorden onderstreept (blauw potlood, hand G.G.); cijfer- en letteraanduidingen in de tekst i.v.m. de verwerking van Gezelles correcties van de drukproef van ‘t Daghet in den Oosten, ze lopen alfabetisch over 2 brieven (nr. 8597 en nr. 8587) (potlood, hand A. Cuppens); op zijde 4: samenvattende notities van 2 brieven (nr. 8597 en nr. 8587) i.v.m. correcties van Gezelle op de drukproef van ‘t Daghet in den Oosten: 2 nos per jaar. (niets meer anders) --- // vrande = warrande // vreike = vraeiken (Æ // heil uitdoen // opschrift Limb. Nederl. wor z- e // corona geen punt // maandteekening weg // Letterkunde uitdoen // meerv. en verkleinw. // Luikerw. volgens A.B.C. // Eerste ding te groot // 1° WW. // 2° Uit Boek. Dan.[iëls] // 3° Ludiker. // evelook (inkt en potlood, hand A. Cuppens)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8587
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16881
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/e2aec8a19f4fcf160e900a194c4a1b26400eac7c/manifest
Inhoud
Incipit't Daghet is my terug gekomen, met zyne groote
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.