Mij dunkt dat het geraden, ja noodzakelijk zal zijn ieverands op het voorblad van ‘t Daghet te drukken dat wij 12 nos geven, die 12 nos makende het jaar. Kunnen wij die 12 nos een per maand leveren, zoo veel te beter, kunnen wij niet, dan ’n heeft men niet te klagen. Ik ben zelf al eene maand achter met Loquela, en hebbe groote moeite, (causâ der drukker) om weer effen te geraken: Kon ik herdoen ik en zou niet meer maand teekenen, maar enkelijk 1885, 1886 enz. en n°1 tot n°12, en dan, gelijk de engelsche gazetten, 1886 (of ’t zij wanneer) n°1-13, n°2-14 enz. of omgekeerd en beter n°XIIJ-1, XIV-2, n° XXV-1. Laat het ons alzoo doen uit voorzichtigheid.[1] Uw drukker en is geen held, en eilaas wij lieden altemaal ook niet.
Vossevrann’[2] moet wel zeker -warande[3] zijn. Vreiken is wel zeker (w=j) vrauwken, (fräulein)[4] de j is oorzake van de ä. Ik zou drukken vræiken met Æ.
Zingt men wel dadelijk “heil!”[5] als men heilt? Ik zou twijfelen en sterk twijfelen ’t schijnt mij wangeleerde uitleg.p2Ingezien t Daghet zoo veel badzijden[6] telt en moet men de plaatse niet sparen, daarbij de duidelijkheid en de leesbaarheid zal der bij winnen. Daarom heb ik de samengestelde woorden in tween gedaan en bij voorbeeld pakkenoten in de p.[7] en voor –noten in de n.[8] gesteld. Mij dunkt dat de hoofdinge van die woorden zou moeten zijn:
Limburgsch Nederlandsch
1e woordenzange[9] en zo voorts 2e woordenzange in n° II, altijd met Limburgsch Nederlandsch daarboven en het keene[10] bericht zeggende welke woorden men zangt.[11]
Uit boeken en bladeren
geeft gemak. Al dat ter onzer zake strekt kunt gij gereed doen zetten bij den drukker. Als hij zoo wat gereed staan heeft daarmee kan hij vullen. Ik zou beginnen, als article de fond premier paris, leading article:[12] Limburgsch Nederlands, en eindigen met Ludeker Walendietsch[13]
Als uit Boeken en bladeren zoudt gij kunnen overdrukken t gene in den Student of in den Wekker p3staat.
Darren[14] moet dienen voor hoofding van een stuk op zijn eigen. Naderhand, nu en dan, nog zulk een woord, met langen uitleg.
Nog eene hoofdinge zou kunnen zijn:
Tijdsbenamingen.[15]
b.v.: Gerstemaand. In Limburg etc. etc. met al den uitleg die september aangaat enz.
Gulden woensdag, uittrek rond den Heerd[16] met bijbehoorenden uitleg van den Limburgschen Gulden Woensdag.
Goensdag. in Limburg voor woensdag (g = w) wafel = gaufre. wip = gib - etc.
Boek- en boekstafwezen
Tot nu is ’t al boekwezen. Hebt gij nieverands een grafschrift?[17] een oud pergament, een Klokopschrift.[18] Maar dat nauw, nauw, nauwkeurig, als of ’t gezonnedrukt ware, geen stip te kort of te veel, en dat is moeielijker als dat gij wel peist. Ik heb nu den titel van de Corona[19] p4 twee driemaal rechtgezet, zoo als in den boek staat, zonder (.) punt aan ’t ende. Die drukkers! Zij verbeterslechteren ’t altijd van her om.
Die verskes[20] die regelmatig schijnen te willen uitloopen op ... gat! steken mij geweldig tegen. In de eerste nos en mag er geen een van die; noch “lief” noch iets van al dat. ’t Zou er luien en beieren op onzen torre! Zelfs zulke dingen waarbij eene ver gezochte toespeling mogelijk bij is moeten nog binnen blijven. Bewaart ze zorgvuldiglijk.[21]
Is er iets in mijn I. II. III. IV Loquela’s dat u goed dunkt, zet het in Uit boeken en bladeren. Zie ook Student, zie Schuermans, De Bos voorrede, zie bezonderlijk Winklers Dialecticon.[22]
Geen te lange stukken. Geen vervolgers, voor als nu.
Van den eersten n° hangt vele af![23]







