<Resultaat 1140 van 3122

>

p1
Achtbare Heeren & Vrienden

Mij dunkt dat het geraden, ja noodzakelijk zal zijn ieverands op het voorblad van ‘t Daghet te drukken dat wij 12 nos geven, die 12 nos makende het jaar. Kunnen wij die 12 nos een per maand leveren, zoo veel te beter, kunnen wij niet, dan ’n heeft men niet te klagen. Ik ben zelf al eene maand achter met Loquela, en hebbe groote moeite, (causâ der drukker) om weer effen te geraken: Kon ik herdoen ik en zou niet meer maand teekenen, maar enkelijk 1885, 1886 enz. en n°1 tot n°12, en dan, gelijk de engelsche gazetten, 1886 (of ’t zij wanneer) n°1-13, n°2-14 enz. of omgekeerd en beter n°XIIJ-1, XIV-2, n° XXV-1. Laat het ons alzoo doen uit voorzichtigheid.[1] Uw drukker en is geen held, en eilaas wij lieden altemaal ook niet.

Vossevrann’[2] moet wel zeker -warande[3] zijn. Vreiken is wel zeker (w=j) vrauwken, (fräulein)[4] de j is oorzake van de ä. Ik zou drukken vræiken met Æ.

Zingt men wel dadelijk “heil!”[5] als men heilt? Ik zou twijfelen en sterk twijfelen ’t schijnt mij wangeleerde uitleg.p2Ingezien t Daghet zoo veel badzijden[6] telt en moet men de plaatse niet sparen, daarbij de duidelijkheid en de leesbaarheid zal der bij winnen. Daarom heb ik de samengestelde woorden in tween gedaan en bij voorbeeld pakkenoten in de p.[7] en voor –noten in de n.[8] gesteld. Mij dunkt dat de hoofdinge van die woorden zou moeten zijn:

Limburgsch Nederlandsch

1e woordenzange[9] en zo voorts 2e woordenzange in n° II, altijd met Limburgsch Nederlandsch daarboven en het keene[10] bericht zeggende welke woorden men zangt.[11]

Uit boeken en bladeren

geeft gemak. Al dat ter onzer zake strekt kunt gij gereed doen zetten bij den drukker. Als hij zoo wat gereed staan heeft daarmee kan hij vullen. Ik zou beginnen, als article de fond premier paris, leading article:[12] Limburgsch Nederlands, en eindigen met Ludeker Walendietsch[13]

Als uit Boeken en bladeren zoudt gij kunnen overdrukken t gene in den Student of in den Wekker p3staat.

Darren[14] moet dienen voor hoofding van een stuk op zijn eigen. Naderhand, nu en dan, nog zulk een woord, met langen uitleg.

Nog eene hoofdinge zou kunnen zijn:

Tijdsbenamingen.[15]

b.v.: Gerstemaand. In Limburg etc. etc. met al den uitleg die september aangaat enz.

Gulden woensdag, uittrek rond den Heerd[16] met bijbehoorenden uitleg van den Limburgschen Gulden Woensdag.

Goensdag. in Limburg voor woensdag (g = w) wafel = gaufre. wip = gib - etc.

Boek- en boekstafwezen

Tot nu is ’t al boekwezen. Hebt gij nieverands een grafschrift?[17] een oud pergament, een Klokopschrift.[18] Maar dat nauw, nauw, nauwkeurig, als of ’t gezonnedrukt ware, geen stip te kort of te veel, en dat is moeielijker als dat gij wel peist. Ik heb nu den titel van de Corona[19] p4 twee driemaal rechtgezet, zoo als in den boek staat, zonder (.) punt aan ’t ende. Die drukkers! Zij verbeterslechteren ’t altijd van her om.

Die verskes[20] die regelmatig schijnen te willen uitloopen op ... gat! steken mij geweldig tegen. In de eerste nos en mag er geen een van die; noch “lief” noch iets van al dat. ’t Zou er luien en beieren op onzen torre! Zelfs zulke dingen waarbij eene ver gezochte toespeling mogelijk bij is moeten nog binnen blijven. Bewaart ze zorgvuldiglijk.[21]

Is er iets in mijn I. II. III. IV Loquela’s dat u goed dunkt, zet het in Uit boeken en bladeren. Zie ook Student, zie Schuermans, De Bos voorrede, zie bezonderlijk Winklers Dialecticon.[22]

Geen te lange stukken. Geen vervolgers, voor als nu.

Ben ulieden zeer toegenegen in Christo
Guido Gezelle.

Van den eersten n° hangt vele af![23]

Noten

[1] Op de eerste pagina van ’t Daghet in den Oosten staat de datum vermeld als “nr. 1, kort maandeken, 1885”. G. Gezelle verduidelijkt dat het tijdschrift in twaalf afleveringen van telkens acht pagina’s zal verschijnen. De nummering luidt als volgt: I (1885) 1.
[2] Gedeeltelijke latere onderstreping in potlood.
[3] ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 5, p. 36: ”Vosseneerd, den = Vossenwarande. 't Woord is vossenweerd, vossenwaard = vossenwar(ande) met de ontvallen w.”
[4] Gedeeltelijke latere onderstreping in potlood.
[5] Latere onderstreping in potlood.
[6] Sic.
[7] ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 10: ”Pakkenoten, altijd meervoud. Klein nietig gereedschap, prul, toebehoor. Te Weert. 't Enkelvoud zou de pakkenoot, der pakkenoot zijn. - ’Pak dijn pakke-noten eens medeen!’."
[8] ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 10: “- note, z. Pakkenoten.”
[9] Verzameling Limburgse dialectwoorden in ’t Daghet in de Oosten.
[10] Sic. Kleene.
[11] ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p.1: ”Woorden die alreeds geboekt zijn, b. v. in Kramers, De Bo, Schuermans, Tuerlinckx, Loquela, enz. en worden hier niet gezangd. Al te lange bemerkingen, wijdluftige uitleg, enz. blijven gespaard. De boekstaf û, of herhaald ûû, verbeeldt, kort of lang, de duitsche u, uh, de fransche ou in bout, tout, louve, poudre; œi de duitsche eu van heute, neu.”
[12] In de Franse 19de-eeuwse pers was de ‘Premier-Paris’, ook wel article de fond of feature article genoemd, een diepgravend hoofdartikel waarin de politieke actualiteit dagelijks werd geanalyseerd. De plechtige stijl en de aanhef met ‘Parijs’ en de datum benadrukten het belang en het gezag van het artikel.
[13] Ludeker Walendietsch. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 7-8.
[14] Het woord ‘darren’ werd in de omzendbrief gebruikt om inschrijvers aan te trekken voor ’t Daghet in den Oosten. In een eerdere brief van december 1884 liet A. Cuppens aan G. Gezelle weten dat het woord niet goed ontvangen werd: “Dat woordeken is zoodanig beklapt en beknibbeld en vies ontvangen geweest dat er in den eersten n° bekans moest van gesproken worden: 't is voor velen de reden geweest dat zij niet wouden inschrijven, voor anderen de reden dat zij ingeschreven hebben. ” De prospectus staat gepubliceerd in: Uit Boeken, Brieven en Bladeren. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 6-7.
Gezelle wijdde uiteindelijk een artikel aan G. Gezelle, Darren. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 13-14.
[15] Deze rubriek is niet opgenomen in ’t Daghet in den Oosten.
[16] De Gulden woensdag of het goddelijk blijspel. Gezelle publiceerde dit dichtwerk als bijvoegsel bij Loquela: 4 (kerstmaand 1884) 8. Dit religieus toneelstuk handelt over de annunciatie. Op gulden woensdag voor kerstmis, werd tot in de 18de eeuw in de Sint-Jacobskerk te Brugge tijdens de mis dit paraliturgisch spel opgevoerd. Gezelle had dit toneeltje reeds toegelicht in Rond den Heerd: 2 (15 december 1866) 3, p. 19-21.
[17] P.olydor D.aniëls, Een oud grafschrift. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 5, p. 39.
[18] P.olydor D.aniëls, Klokinschriften te Zonhoven. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 5, p. 38.
[19] Ons Boek- en boekstafwezen I. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 3, p. 21: ”Corona catholica ad Petri successoris pedes oblata de summi pontificis Leonis XIII assumptione epigramma Carolo Kent Auctore in quinquaginta linguis Londini C. Kegan Paul et soc., 1, Paternoster square MDCCCLXXX”

Vertaling (Latijn): ‘Katholieke kroon aan de voeten van de opvolger van Petrus neergelegd, bij de aanvaarding van het pontificaat door Leo XIII, een epigram door Charles Kent in vijftig talen. Londen: C. Kegan Paul, 1, Paternoster Square, 1880.’

Dat is een polyglotte uitgave ter ere van de aanstelling van paus Leo XIII met de vertaling van een epigram van Charles Kent in 50 talen. Guido Gezelle leverde de Vlaamse versie ‘Door ‘t kruis van ‘t kruis'. In ‘t Daghet in den Oosten staat de Maaseikse groet van Fr. Gilissen.

Het boek is nog aanwezig in de handbibliotheek van Guido Gezelle in het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge (GGB 1022).

[20] In potlood naast geschreven door Gezelle (?): Voorzichtig zie.
[21] In: Limburgsche dichtveerdigheid. Nog eend’ge raadsels. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1886) 20-21, p. 159-160 verschijnen dan toch raadsels in versvorm waar er op ’gat’ gerijmd wordt:

”Daar zat er ne wever al op zijn getouw,

en hij wist niet wat hij weven wou:

hij wilde van dit, en hij wilde van dat,

en hij weefde de hemdslup al uit zijn gat.”

(= spin)

[22] In Limburgsch Nederlands. 1e Woordenzange. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 1 staat wel: ”Woorden die alreeds geboekt zijn b.v. in Kramers, De Bo, Schuermans, Tuerlinckx, Loquela, enz en worden hier niet gezangd.”
[23] Het eerste nummer van 't Daghet in den Oosten verscheen in februari 1885.

Register

Correspondenten - personen

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamCeyssens, Michiel
Datums° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Bronnen https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamDe Meester, Jules
Datums° Roeselare, 04/01/1857 - ✝ Wetteren, 06/02/1933
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker; uitgever
BioJules De Meester was de zoon van een schoenmaker. Hij vestigde zich in 1877 als boekhandelaar en later ook als uitgever in de Zuidstraat te Roeselare, vlakbij het kleinseminarie. Katholiek en Vlaams was zijn handelsmerk. Hij werd een belangrijke drukker van Guido Gezelle. Samen met de Leuvense boekhandelaar en drukker Karel Fonteyn gaf hij in 1878-1880 vier delen uit van het Verzameld Dichtwerk van Gezelle, en een tweede uitgave van het verzameld werk in 1892-1893. Hij was ook de uitgever van het taalkundige tijdschrift Loquela.
Relatie tot Gezellecorrespondent; drukker werk Gezelle
Bronnen http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm ;
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLeo XIII (Paus); Pecci, Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi
Datums° Carpineto Romano, 02/03/1810 - ✝ Rome, 20/07/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; nuntius in België; kardinaal; aartsbisschop; paus
VerblijfplaatsItalië
BioPaus Leo XIII werd geboren als Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi Pecci, telg van een Italiaanse, grafelijke familie. Pecci werd in 1837 tot priester gewijd. Hij trad in dienst van de pausen, waar zijn ster snel rees. In 1843 werd hij nuntius in België. Omdat hij de bisschoppen steunde in de schoolstrijd, werd hij op verzoek van Leopold I in 1846 teruggeroepen. Hij werd kardinaal, aartsbisschop en later paus (20/02/1878). Hij genoot hoog aanzien als paus door zijn moderne ideeën o.a. over sociale kwesties (Rerum novarum). Hij zorgde er ook voor dat het kerkelijke archief toegankelijk werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
NaamGilissen, Franciscus
Datums° Maaseik, 10/09/1841 - ✝ Spa, 09/03/1915
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioFranciscus Gilissen werd geboren in Maaseik op 10 september 1841 en werd op 15 juni 1867 tot priester gewijd in het bisdom Luik. Hij was onder meer actief als aalmoezenier in de gevangenis van Luik. Hij bleef als priester verbonden aan het bisdom tot aan zijn overlijden op 9 maart 1915 in Spa.
Links[odis]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelDoor ' t kruis van ' t kruis, den naam dien Pius heeft gedregen
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 261

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens
TitelCorona catholica Ad Petri Successoris Pedes Oblata: De Summi Pontificis Leonis XIII Assumptione Epigramma Carolo Kent auctore in quinquaginta linguis
AuteurKent, Charles
Datum1880
PlaatsLondini
UitgeverKegan
TitelAlgemeen Vlaamsch Idioticon
AuteurSchuermans, Lodewijk W.
Datum1865-1883
PlaatsLeuven
UitgeverGebroeders Vanlinthout en Karel Fonteyn
TitelDe Student: tijdschrift voor het Vlaamsch Studentenvolk (periodiek)
AuteurJanssen, Gustaaf; Laporta, August (red.) e.a
Datum1881-1930
PlaatsLeuven; Lier; Brussel; Laken
Uitgever[s.n.]
Links[odis]
TitelAlgemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon
AuteurWinkler, Johan
Datum1874
Plaatss-Gravenhage
UitgeverMartinus Nijhoff
TitelOnze Vlaamsche Wekker
Datum1882-1887
PlaatsLeuven
UitgeverA. Meulemans-De Preter
TitelWestvlaamsch idioticon [Heruitgave]
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk; Samyn, Joseph
Datum1892
PlaatsGent
UitgeverA. Siffer

Titelxx/[01/1885], Kortrijk, Guido Gezelle aan [August Cuppens, Leonard Willem Jakob Lenaerts e.a.]
EditeurMiet Hubrechts
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts, Gezelle Guido aan Cuppens August en Lenaerts Leonard Willem Jakob, Kortrijk (Kortrijk), xx/[01/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Cuppens, August]
Ontvanger[Lenaerts, Leonard Willem Jakob]
Verzendingsdatumxx/[01/1885]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieMaand, jaartal en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.192-194 (157b)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 209 mm x 136 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op z. 1 links in de bovenrand: Aan de Limburgsche Gilde ; idem rechts: [Januari 1885] (inkt, beide hand P.A.) ; op z. 1, 2 en 4 in de linkermarge: cijfer- en letteraanduidingen in de tekst i.v.m. de verwerking van Gezelles correcties van de drukproef van ‘t Daghet in den Oosten, ze lopen alfabetisch over 2 brieven (nr. 8597 en nr. 8587) (potlood, hand A. Cuppens)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8597
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.17005
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/d2865d392347a5af8378f62d02dd305d93e40b14/manifest
Inhoud
IncipitMy dunkt dat het geraden, je noodzakelyk
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.