<Resultaat 1117 van 2074

>

p1
Hotel Montyon
15 Rue Montyon
Paris

Dear Father

You will be surprised to hear from me but I know of no one I can write to in my great trouble you have not forgotten Edith have you I have never forgotten you Can you help me now I will just tell you the true state of affairsp2First I must tell you that I have returned to my husband we have been married in the Church so that we are now really man & wife but my husband has to leave me to returne[1] to Ste Cloud where he is doing his year of service & I am alone in Paris You remember dear Father I am good looking & just now are we expecting my baby I have no money not one penny even to send this letter so it must go withoutp3a stamp. The people here at the Hotel are begining[2] to be very nasty there is a horrid man here. & as I am quite alone I donot know what to do My husband has been expecting some money & has been dispointed[3] but he will have it the end of April till then I donot know what to do in my state. My uncle will not help me as I married not well enough to suit him so I have nobody to help me but you & as I know yo have a kind heart[4] will try & help me if you canp4I implore you to help me Dear Father I will really pay you back next month but just now in my state with no money I donot know what to do. As It is I donot suppose I shall live through it Can you lend me a few pounds just to pay for a few things till my husbands money comes the end of april

Oh Father bye[5] all you hold dear[6] help me now remember I have no father & no one to turne[7] to my mother far away & she with no money either & in trouble. For God’s sake help me now.

Yours very truly
Edith Frierdich
*p1

Will you send a telegrame[8] yes or no

but I pray you to do this for me.

I am Lucy Smith daughter.

Noten

[1] Foutief voor ‘return’.
[2] Foutief voor ’beginning’.
[3] Foutief voor ’disappointed’.
[4] Guido Gezelle stond haar ouders financieel en psychologisch bij in de periode 1872-1873.
[5] Foutief voor ’by’.
[6] to hold dear = koesteren, dierbaar zijn.
[7] Foutief voor ’turn’.
[8] Foutief voor ’telegram’.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamSmith, Edith
Datums° Londen, 1869 - ✝ Marylebone, 01/1895
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland; Parijs
BioEdith Smith werd geboren in 1869 Ealins, Londen als dochter van Ernest Albin Smith en Lucy Weguelin. Ze kwam begin 1872 samen met haar moeder en vader naar Brugge waar ze in contact kwamen met Guido Gezelle. Na zijn overplaatsing in september 1872 volgde het gezin Gezelle naar Kortrijk. Edith keerde samen met haar moeder en de andere kinderen eind 1873 terug naar Bath. Op 10 december 1880 kwam ze opnieuw in Brugge wonen vanuit Liverpool met haar moeder, die intussen een nieuwe vriend Charles Bertram had, en alle kinderen. Begin juli 1881 werden ze door de Brugse rechtbank uit hun woning gezet. In 1888 bevond ze zich in Parijs waar ze een relatie had met de Franse soldaat Ernest Nicolas Frierdich. In 1888 verbleef het koppel in een hotel, 15 Rue Montyon te Parijs waar ze in geldnood verkeerden. Het is onduidelijk of ze officieel in het huwelijk traden of enkel voor de kerk trouwden. Ze kregen samen een dochter, Lucy Frierdich. Ernest verliet dit gezin en trok naar Zuid-Amerika waar hij een nieuw leven opbouwde. Edith keerde samen met haar dochter Lucy terug naar Engeland, waar ze in 1891 introkken bij haar moeder Lucy Weguelin en partner Charles Bertram in Carlton Terrace 2, Scarborough. Op dat moment gebruikten ze de schuilnaam Brooke, zoals blijkt uit de volkstelling van 1891 in Scarborough, waarin ze als inwonenden vermeld staan bij Charles Brooke, een 45-jarige man uit Norfolk. Edith leefde er van haar eigen middelen en gaf zich uit als weduwe. Ze overleed op 26-jarige leeftijd in januari 1895 in Marylebone en werd begraven te Brookwood op 24 januari 1895.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.archiefbankbrugge.be; Familysearch; Geneanet

Briefschrijver

NaamSmith, Edith
Datums° Londen, 1869 - ✝ Marylebone, 01/1895
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland; Parijs
BioEdith Smith werd geboren in 1869 Ealins, Londen als dochter van Ernest Albin Smith en Lucy Weguelin. Ze kwam begin 1872 samen met haar moeder en vader naar Brugge waar ze in contact kwamen met Guido Gezelle. Na zijn overplaatsing in september 1872 volgde het gezin Gezelle naar Kortrijk. Edith keerde samen met haar moeder en de andere kinderen eind 1873 terug naar Bath. Op 10 december 1880 kwam ze opnieuw in Brugge wonen vanuit Liverpool met haar moeder, die intussen een nieuwe vriend Charles Bertram had, en alle kinderen. Begin juli 1881 werden ze door de Brugse rechtbank uit hun woning gezet. In 1888 bevond ze zich in Parijs waar ze een relatie had met de Franse soldaat Ernest Nicolas Frierdich. In 1888 verbleef het koppel in een hotel, 15 Rue Montyon te Parijs waar ze in geldnood verkeerden. Het is onduidelijk of ze officieel in het huwelijk traden of enkel voor de kerk trouwden. Ze kregen samen een dochter, Lucy Frierdich. Ernest verliet dit gezin en trok naar Zuid-Amerika waar hij een nieuw leven opbouwde. Edith keerde samen met haar dochter Lucy terug naar Engeland, waar ze in 1891 introkken bij haar moeder Lucy Weguelin en partner Charles Bertram in Carlton Terrace 2, Scarborough. Op dat moment gebruikten ze de schuilnaam Brooke, zoals blijkt uit de volkstelling van 1891 in Scarborough, waarin ze als inwonenden vermeld staan bij Charles Brooke, een 45-jarige man uit Norfolk. Edith leefde er van haar eigen middelen en gaf zich uit als weduwe. Ze overleed op 26-jarige leeftijd in januari 1895 in Marylebone en werd begraven te Brookwood op 24 januari 1895.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.archiefbankbrugge.be; Familysearch; Geneanet

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamParijs

Naam - persoon

NaamSmith, Ernest Albin
Datums° Londen, 02/02/1844 - ✝ Brisbane, 21/12/1930
GeslachtMannelijk
Beroepambtenaar; journalist
VerblijfplaatsEngeland; Australië
BioErnest Albin Smith werd op 2 februari 1844 geboren in Bloomsbury, Londen als zoon van Thomas George Smith (1813-1880) en Mary Harriet Robinson. Hij werd gedoopt op 29 maart 1844 in St. George, Bloomsbury. Hij trouwde met Lucy Weguelin op 7 juli 1862 in Kensington, St Mary Abbots. Het paar kreeg vijf kinderen: Spencer Francis (geboren in Londen, 1863), Cecile-Ernest (Londen, 1866), Edith (Londen, 1869), Liliane (Brugge, 1872) en Mathilde (Bath, 1873). Financieel worstelde het echtpaar, met de beperkte maar regelmatige inkomsten van de familiale toelage van Lucy en de opbrengst van het eigendom van Ernest in Londen in 1863. Op 10 juni 1864 slaagde Ernest voor het klerkexamen bij de posterijen, maar zijn zwakke gezondheid dwong hem tot ontslag na zes jaar. Het echtpaar slaagde er niet in een inkomen te verwerven dat hun hoge levensstandaard dekte. Daardoor kenden ze een zwervend bestaan, telkens schulden achterlatend. De Smiths verhuisden op 6 februari 1872 van Londen naar de Hoornstraat 9 te Brugge, waar ze in contact kwamen met Guido Gezelle. Ernest werd in Brugge ingeschreven als rentenier zonder beroep. Het gezin leefde op krediet, wat tot problemen leidde en de reputatie van Gezelle aantastte. Ondanks Gezelles vertrek uit Brugge in september 1872 bleef hij betrokken bij de familie Smith, waarbij hij hen financieel ondersteunde en bemiddelde om Ernest aan werk te helpen. Door hem kon het gezin begin januari 1873 een gemeubeld pand in de Stasegemstraat 51 te Kortrijk betrekken. Ernest verbleef toen nog in Brugge waar hij tevergeefs probeerde de zaken te regelen voor de Brugse rechtbank. Hij volgde zijn gezin naar Kortrijk, waar hij een inkomen probeerde te voorzien door Engelse les te geven en bier te importeren. In 1873 verhuisde het gezin tijdelijk naar de Gentsesteenweg 35 te Kortrijk. Ze vertrokken vermoedelijk eind september 1873 naar Bath en kort daarna naar Frankrijk. In 1874 bevonden Lucy en de kinderen zich in Duinkerke, terwijl Ernest doortrok naar Pau, waar hij hoopte te herstellen van een longziekte. Op 6 september 1874 schreef Ernest zijn laatste brief naar Gezelle waarin hij zijn vertrek naar Queensland in Australië aankondigde. In Australië werkte Ernest in de schapenteelt en richtte hij later een eigen veefokkerij op die failliet ging. In 1881 trok hij naar Brisbane waar hij secretaris van de landbouwersvereniging werd. Hij verwierf er ook bekendheid als reporter van de paardenrennen onder het pseudoniem Pegasus. Uiteindelijk werd hij vee-inspecteur. Hij bouwde ook een nieuw familiaal leven uit met Mary Eaves. Zijn eerste zoon met haar, Charles Smith, werd op 20 juli 1877 geboren in Oakey Creek in Queensland. In totaal kreeg het echtpaar vijf zonen en zes dochters. Na zijn pensioen keerde hij nog een laatste keer terug naar Engeland, vermoedelijk toen zijn oudste zoon Spencer Francis op 4 januari 1918 afstand nam van de familienaam Smith en voortaan enkel onder de familienaam Weguelin door het leven ging. Ernest overleed in Brisbane op 21 december 1930.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenDepuydt, Els. Guido Gezelle en Lady Smith: nieuwe vondsten en feiten. In: Biekorf: 119 (2019) 4, p. 385-403; B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamSmith, Edith
Datums° Londen, 1869 - ✝ Marylebone, 01/1895
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland; Parijs
BioEdith Smith werd geboren in 1869 Ealins, Londen als dochter van Ernest Albin Smith en Lucy Weguelin. Ze kwam begin 1872 samen met haar moeder en vader naar Brugge waar ze in contact kwamen met Guido Gezelle. Na zijn overplaatsing in september 1872 volgde het gezin Gezelle naar Kortrijk. Edith keerde samen met haar moeder en de andere kinderen eind 1873 terug naar Bath. Op 10 december 1880 kwam ze opnieuw in Brugge wonen vanuit Liverpool met haar moeder, die intussen een nieuwe vriend Charles Bertram had, en alle kinderen. Begin juli 1881 werden ze door de Brugse rechtbank uit hun woning gezet. In 1888 bevond ze zich in Parijs waar ze een relatie had met de Franse soldaat Ernest Nicolas Frierdich. In 1888 verbleef het koppel in een hotel, 15 Rue Montyon te Parijs waar ze in geldnood verkeerden. Het is onduidelijk of ze officieel in het huwelijk traden of enkel voor de kerk trouwden. Ze kregen samen een dochter, Lucy Frierdich. Ernest verliet dit gezin en trok naar Zuid-Amerika waar hij een nieuw leven opbouwde. Edith keerde samen met haar dochter Lucy terug naar Engeland, waar ze in 1891 introkken bij haar moeder Lucy Weguelin en partner Charles Bertram in Carlton Terrace 2, Scarborough. Op dat moment gebruikten ze de schuilnaam Brooke, zoals blijkt uit de volkstelling van 1891 in Scarborough, waarin ze als inwonenden vermeld staan bij Charles Brooke, een 45-jarige man uit Norfolk. Edith leefde er van haar eigen middelen en gaf zich uit als weduwe. Ze overleed op 26-jarige leeftijd in januari 1895 in Marylebone en werd begraven te Brookwood op 24 januari 1895.
Relatie tot Gezellecorrespondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; https://www.archiefbankbrugge.be; Familysearch; Geneanet
NaamWeguelin, Lucy; Smith, Lucy; Lady Smith; Bertram, Lucy
Datums° Brighton, 27/10/1839 - ✝ Bath, 1932
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioLucy Weguelin werd op 27 oktober 1839 geboren als buitenechtelijke dochter van dominee en rector of South Stoke, William Andrew Weguelin (1807-1892) en Emma Hankey (Hackney, 25/10/1812 - Londen, 10/11/1864). Ze werd op 15 januari 1840 gedoopt in Saint Mark, Kennington, London. William Weguelin vroeg om een echtscheiding op grond van overspel en hertrouwde kort daarna. In 1849 kreeg hij nog een zoon John Reinhard Weguelin (1849-1927), die bekend werd als schilder. In 1850 vervoegde hij de Oxford Movement en bekeerde hij zich tot het katholicisme. Lucy werd opgevoed door de gegoede familie Hankey aan moederszijde. Ze huwde met Ernest Albin Smith uit noodzaak op 7 juli 1862, Kensington, St Mary Abbots. Ze kreeg met hem vijf kinderen: Spencer Francis (Londen, 1863), Cecile-Ernest (Londen, 1866), Edith (Londen, 1869), Liliane (Brugge, 1872) en Mathilde (Bath, 1873). Nadat haar echtgenoot zijn ambt bij de posterijen om gezondheidsredenen moest opgeven, startte het gezin een zwerftocht die hen van stad tot stad bracht, telkens een schuldenberg achterlatend. Begin 1872 kwamen ze naar Brugge (ingeschreven op 06/02/1872). Ze werden buren van Gezelle die hun vertrouwenspersoon werd en hen financieel steunde. Nadat Gezelles reputatie in het gedrang kwam door hun gedrag en het geroddel van de dienstmeid, werd hij in september 1872 overgeplaatst naar Kortrijk. Enkele maanden later volgden ze hem om eind 1873 terug te keren naar Bath. Ernest Smith trok eind 1874 naar Australië. Lucy Weguelin zette haar zwervend leven voort met Charles Bertram (Norwide, 1849). Met hem kreeg ze twee kinderen: Charles (Ramsgate, 1877) en Hilda (Brighton, 1878). Op 10/12/1880 kwamen ze opnieuw in Brugge wonen vanuit Liverpool. Begin juli 1881 werden ze door de Brugse rechtbank uit hun woning gezet, omdat ze hun huur niet betaald hadden. In 1891 vestigde Lucy Smith zich in Scarborough onder de valse naam Mrs. Brooke. Nadat ze haar huis had ingericht en enkele maanden op krediet had geleefd, verdween ze plotseling zonder haar uitstaande schulden af te lossen. In 1891 woonde Lucy in bij haar zoon Cecil en zijn gezin in Manchester. Uit de gegevens van de volkstelling blijkt dat Charles en Lucy Bertram zich in 1901 in Cornwall bevonden. Samen met hen woonden hun zoon Charles Reginald en een dienstmeisje. In 1911 hadden ze zich verplaatst naar Bournemouth. In het voorjaar van 1932 overleed Lucy Bertram, Lady Smith, in Bath.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; biechteling; Engelse kolonie
BronnenDepuydt, Els. Guido Gezelle en Lady Smith: nieuwe vondsten en feiten. In: Biekorf: 119 (2019) 4, p. 385-403; Sint-Jan, R. van. Guido Gezelle's avonturen in de journalistiek. Tielt; Den Haag: Lannoo, [1954]; B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamFrierdich, Ernest Nicolas
Datums° Parijs, 12/12/1864 - ✝ Caracas, 06/02/1914
GeslachtMannelijk
Beroepsoldaat; korporaal; sergeant; handelaar; commissionair
VerblijfplaatsFrankrijk; Chili; Bolivië; VS
BioErnest Nicolas Frierdich werd geboren te Parijs op 12 december 1864 als onwettige zoon van Julie Amelie Frierdich. Zijn moeder trouwde in 1873 met de architect Theodore Louis Huchon in Le Havre. Ernest liep school in het collège de Honfleur, enseignement secondaire spéciale omstreeks 1880-1881. Vervolgens werd hij soldaat. Vanaf 5 november 1883 diende hij in het 129e regiment infanterie (n°2887) en later bij het 36ste regiment van de linietroepen. Zijn militair dossier vermeldt nog een “engagement special” op 6 maart 1887. In mei 1887 werd hij korporaal en in september 1888 sergeant. Vanaf november 1888 was hij niet langer dienstdoend soldaat, maar hij was wel nog verbonden aan de militaire reserve. Na deze periode had hij verschillende contactadressen, waaronder Valparaiso (Chili) in december 1888, Talcahuana (Chili) in december 1889, La Paz (Bolivië) in mei 1893, Cochabamba (Bolivië) in april 1896, Brussel in juni 1896 en Oostende in juli 1896. Edith Smith, dochter van Lucy Weguelin, had een relatie met deze Franse soldaat. Zij volgde hem naar Parijs, waar Ernest aan de kazerne van Saint-Cloud verbonden was. In 1888 verbleef het koppel in een hotel, 15 Rue Montyon te Parijs waar ze in geldnood verkeerden. Het is onduidelijk of ze officieel in het huwelijk traden of enkel voor de kerk trouwden. Ze kregen samen een dochter Lucy Frierdich. Ernest verliet dit gezin en trouwde met Cleofe Crespo. Ze kregen op 7 juli 1893 een kind, Amelia dat werd gedoopt te La Paz, Bolivië. Een tweede dochter Maria Cleofe Enriquetta Frierdich volgde. Haar doopsel was op 30 augustus 1895 in Cochabamba, Bolivië. Ernest verwierf in 1898 asfaltmijnen in Venezuela, maar hij leek eerder een stroman in deze zaak te zijn geweest. Als weduwnaar hertrouwde hij in Caracas op 20 juni 1900 met Adina Manrique. Het echtpaar kreeg een zoon, Charles Ernest, in Martinique op 9 november 1901. Als handelaar kwam hij in New York terecht: op 12 september 1904 arriveerde hij vanuit Caracas in de stad, en op 6 februari 1908 vanuit Venezuela, via Barbados. Volgens een volkstelling in Puerto Rico, San Juan, in 1910 was Ernesto Frierdich “agente commissionista”. Hij hield zich dus bezig met het verhandelen of verkopen van goederen namens anderen, in ruil voor een commissie of provisie. Ernest en Adina woonden samen met een dochter uit een mogelijk eerste huwelijk, Mercedes (16 jaar), en een zoon uit het tweede huwelijk, Carlos (7 jaar). Ernest Nicolas Frierdich overleed te Caracas op 6 februari 1914.
Bronnenmilitair dossier (matricules 1 R 2794, n° 834) ; Familysearch; Geneanet; https://archives.lehavre.fr;
NaamFrierdich, Lucy Maud Mary
Datums° Parijs, 1888-1889 - ✝ 1963
GeslachtVrouwelijk
VerblijfplaatsEngeland
BioLucy Maud Mary Frierdich werd geboren eind 1888 in Parijs als de dochter van Ernest Nicolas Frierdich en Edith Smith. Ze was de kleindochter van Lucy Weguelin (Lady Smith). Haar vader verliet het gezin in Parijs. Lucy en haar moeder verhuisden naar Engeland, waar ze in 1891 introkken bij haar grootmoeder Lucy Weguelin en haar partner Charles Bertram in Carlton Terrace 2, Scarborough. Op dat moment gebruikten Lucy en Charles de schuilnaam Brooke, zoals blijkt uit de volkstelling van 1891 in Scarborough, waarin ze als inwonenden vermeld staan bij Charles Brooke, een 45-jarige man uit Norfolk. Lucy's moeder, Edith, overleed in 1895. Ze werd vervolgens opgevoed door haar tante Hilda Bertram-Weguelin en oom John Cary (volkstelling 1901). Tante Hilda was de halfzus van Edith Smith en was getrouwd met de zestien jaar oudere kaas- en boterhandelaar John Cary. Het echtpaar woonde in Shepton Mallet, Somerset. Lucy trouwde in Yeovil op 7 januari 1909 met Louis Billiet (Valenciennes, 13/01/1885- Cherbourg, 09/12/1918) die luitenant in het 156e regiment artillerie was tijdens de eerste wereldoorlog. Samen kregen ze vier kinderen waaronder een dochter Madeleine Hilda die werd geboren in Saint-Quentin. Lucy overleed in 1963.
BronnenFamilysearch; Geneanet
NaamWeguelin, Henry William
Datums° Genève, 11/1838 - ✝ Battle, 23/01/1922
GeslachtMannelijk
Beroepverzekeringsagent
VerblijfplaatsZwitserland; Engeland
BioHenry William Weguelin was de broer van Lucy Weguelin. Hij werd geboren in Genève en er gedoopt op 24 november 1838. Zijn ouders waren William Andrew Weguelin en Emma Hankey. Hij trouwde op 18 april 1866 in Bourne, Lincolnshire met Elizabeth Hervey Cole. Het echtpaar kreeg vier kinderen: Ethel (°ca 1867), Harold, Isabelle (ca. 1872 – ca. 1951) en John Conrad (ca. 1870 – ca. 1940). Met de census van 1881 was hij actief als verzekeringsagent en woonde toen met zijn gezin in Marylebone, Londen. In 1901 woonde hij in East Dawlish, Devon en in 1911 in Bexhill, Sussex. Hij was vrijmetselaar vanaf 1874. Hij overleed op 23 januari 1922 in Battle, Sussex.
Bronnen https://nl.geneanet.org/; Ancestry

Naam - plaats

NaamParijs

Naam - instituut/vereniging

NaamKazerne van Saint-Cloud
BeschrijvingDe Kazerne bevond zich in het het kasteel van Saint-Cloud, 10 kilometer ten westen van Parijs. Op 13 oktober 1870 brandde het kasteel af en kwam er een nieuw hoofdgebouw dat verschillende bestemmingen kreeg van het Ministerie van de Strijdkrachten (Defensie). In 1873 deed het dienst als kazerne en verschafte het onderdak aan het 101° regiment van de Infanterie.
Links[wikipedia]

Titelxx/[03/1888], Parijs, Edith Smith aan Guido Gezelle
EditeurKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderSmith, Edith
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatumxx/[03/1888]
VerzendingsplaatsParijs
AnnotatieDatum gereconstrueerd op basis van de brief van Edith Frierdich-Smith aan Guido Gezelle van 29/03/1888.
Gepubliceerd inDe briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1899 / door B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, (o.l.v.) A. Deprez. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.II, p.215-216
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, 155x98
wit
papiersoort: 4 zijden beschreven; zijde 1 horizontaal en schuin beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6004
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|17157
Inhoud
IncipitYou will be surprised to
Tekstsoortbrief
TalenEngels
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.