Hendrik Persyn
Doctor in rechten & Notaris[1]
Zend U, met zyne wenschen van zalig nieuwjaar, eenige woorden en zegwyzen uit de streke.[2]
Wynghene
| < | Resultaat 3111 van 3122 | > |
|---|
| Naam | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Datums | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Naam | Persyn, Hendrik; Heirman of H. |
|---|---|
| Datums | ° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | auteur; notaris |
| Bio | Hendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert. |
| Links | [wikipedia], [dbnl] |
| Relatie tot Gezelle | correspondent; gelegenheidsgedicht |
| Bronnen | https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik |
| Naam | Persyn, Hendrik; Heirman of H. |
|---|---|
| Datums | ° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | auteur; notaris |
| Bio | Hendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert. |
| Links | [wikipedia], [dbnl] |
| Relatie tot Gezelle | correspondent; gelegenheidsgedicht |
| Bronnen | https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik |
| Naam | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Datums | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Naam | Persyn, Hendrik; Heirman of H. |
|---|---|
| Datums | ° Wingene, 15/04/1857 - ✝ Wingene, 22/04/1933 |
| Geslacht | Mannelijk |
| Beroep | auteur; notaris |
| Bio | Hendrik Persyn werd geboren te Wingene op 15 april 1857 als zoon van Ivo Persyn (1808-1891) en Anna Fraeyman (1822-1908). Hij liep school aan het college in Tielt en raakte er onder de invloed van de Blauwvoeterij. In 1878 studeerde hij rechten aan de Leuvense universiteit. Vanaf 1880 publiceerde hij onder het pseudoniem Heirman of H. studentenliederen en artikels in het tijdschrift "Kwaepenninck". Hij was één van de oprichters van de volksalmanak "'t Manneke uit de Mane" (1881), was lid van het geheime genootschap de 'Swighenden Eede' en was betrokken bij de oprichting van het Oud-Hoogstudentenverbond West-Vlaanderen (1886 ). Hij werd de hoofdredacteur van het tijdschrift "De Vlaamsche Vlagge". Professioneel was hij notaris te Wingene vanaf 20 februari 1887. Gezelle schreef het gedicht 'Proficiat Persyn' voor de geboorte van zijn zoon Govaert. |
| Links | [wikipedia], [dbnl] |
| Relatie tot Gezelle | correspondent; gelegenheidsgedicht |
| Bronnen | https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/persyn-hendrik |