<Resultaat 408 van 2155

>

p1
Meester gezelle

ik laet ul weeten Meester als dat ik nog niet gerust geweest hebt van al den tyd dat gy weg zyt[1] want den eenen en den anderen komt naer my om geld[2] ik en weet niet wat doen gy weet geheel wel Meester dat ik u toch altyd wel gedient hebbe dat ik peyze dat gy toch van my niet en kan klagen want al dat ik enkunnen[3] doen voor ul ik en heb niet gelaeten gy weet wel Meester als gy wat van noode hadde dat ik het voor ul bezorgd hebbe zoo Meester ik peyze dat gy ook op my zal peyzen om my wat te zendenp2en gy weet wel al dat er betaelt geweest is in brugge dat het voor ul geweest heeft dat het voor my niet en was

en nogtans heb ik den naeme dat het al voor my was dat ik in geheel de stad van Brugge schuld gemaekt hebt want ik heb al een plaets of 4 of 5 kunnen krygen en als zy hooren dat ik het Meyse[4] geweest hebbe van minheer gezelle zy en willen my niet uyt dien hoofde van al die schuld dat zy benouwd maer die my dat aengedaen heeft zy zullen het tegenkoomen en Minheer zyt zoo goed van my sito sito een brief te schryven van goed gedraeg gy weet wel dat ik kan spellewerken maer myn oogen zyn zoo slegt geworden van de zwaerte kanten want als dat briefe zoude hebbe ik zoude ton in een plaets kunnen gaenp3en gy weet wel Meester als ik dienen dat ik veel meer gezondheyd hebbe want als ik op myn kussen zytten dat ton altyd meest ziek zyn

en ik vraege hoe dat het gaet met uwe gezondheyd en gy hebt de compliementen van Minen Vader
stephanie hinderyks
woonende in de roodestraet, n. 12

Noten

[1] Guido Gezelle wordt op 20/09/1872 overgeplaatste naar Kortrijk o.m. omwille het schandaal rond Lady Smith en de rol van de meid Stephanie hierin. Haar roddels vinden zelfs de weg naar de krant van de politieke vijand ‘De Westvlaming’, bijvoorbeeld in het artikel ‘Jaloerschheid’ in: De Westvlaming (28 september 1872), p.3. Meer informatie over de zaak Lady Smith: zie: E. Depuydt, Guido Gezelle en Lady Smith: nieuwe vondsten en feiten. In: Biekorf: 119 (2019) 4, p.385-403.
[2] Stephanie zou allerlei kosten gemaakt hebben in de stad op naam van Gezelle en zou hem zelfs bestolen hebben. Caesar Gezelle beschreef de situatie: “Zijne meid liet niet na gebruik te maken van de onbeperkte vrijheid die hij haar toeliet om zich over te geven aan overmatig drinken. Niet slechts dronk ze, maar ze vond een eigenaardige manier uit om hem te bestelen: alles wat ze, zonder veel argwaan te verwekken, kon verwijderen bracht ze dievelings weg naar hare moeder; wanneer er niets meer weg te dragen was zonder dat het al te zeer in het oog viel, begon ze op zijnen naam bij zijne vrienden of leveranciers schulden te maken.” C. Gezelle, Guido Gezelle 1830-1899, Amsterdam, 1918, p.152-153. Uiteindelijk gooit Gezelles zuster Louise de meid Stephanie buiten in afwezigheid van haar broer. Zie brief van Louise Gezelle aan Ferdinand Vande Putte van 09/08/1872.
[3] West-Vlaams voor ‘heb kunnen’.
[4] De dienstmeid.

Register

Correspondenten

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHendryckx, Stéphanie
Datums° Brugge, 15/09/1839 - ✝ Loppem, 03/07/1898
GeslachtVrouwelijk
Beroepkantwerkster; dienstmeid
BioStéphanie Hendryckx werd geboren te Brugge op 15 september 1839 als dochter van Joannes Hendryckx en Eugenia vander Straete. Ze woonde bij haar ouders in de Rodestraat 12 te Brugge. Ze was kantwerkster, maar had veel oogproblemen. Ze ging aan de slag als dienstmeid bij Guido Gezelle en veroorzaakte er veel problemen door geroddel en diefstal. Zelfs Gezelles post was er onveilig. Gezelles zus Louise zal Stéphanie in augustus 1872 buiten smijten. Door haar reputatie kan ze daarna nog moeilijk werk vinden als dienstmeid. Zo staat Stéphanie in het bevolkingsregister opnieuw geregistreerd als kantwerkster. Ze verhuisde verschillende malen binnen Brugge om op 5 maart 1898 naar Loppem te verhuizen. Ze bleef ongehuwd.
Relatie tot Gezelledienstmeid Gezelle; correspondent
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/ ; bevolkingsregister Rodestraat 12; Rijksarchief

Briefschrijver

NaamHendryckx, Stéphanie
Datums° Brugge, 15/09/1839 - ✝ Loppem, 03/07/1898
GeslachtVrouwelijk
Beroepkantwerkster; dienstmeid
BioStéphanie Hendryckx werd geboren te Brugge op 15 september 1839 als dochter van Joannes Hendryckx en Eugenia vander Straete. Ze woonde bij haar ouders in de Rodestraat 12 te Brugge. Ze was kantwerkster, maar had veel oogproblemen. Ze ging aan de slag als dienstmeid bij Guido Gezelle en veroorzaakte er veel problemen door geroddel en diefstal. Zelfs Gezelles post was er onveilig. Gezelles zus Louise zal Stéphanie in augustus 1872 buiten smijten. Door haar reputatie kan ze daarna nog moeilijk werk vinden als dienstmeid. Zo staat Stéphanie in het bevolkingsregister opnieuw geregistreerd als kantwerkster. Ze verhuisde verschillende malen binnen Brugge om op 5 maart 1898 naar Loppem te verhuizen. Ze bleef ongehuwd.
Relatie tot Gezelledienstmeid Gezelle; correspondent
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/ ; bevolkingsregister Rodestraat 12; Rijksarchief

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHendryckx, Stéphanie
Datums° Brugge, 15/09/1839 - ✝ Loppem, 03/07/1898
GeslachtVrouwelijk
Beroepkantwerkster; dienstmeid
BioStéphanie Hendryckx werd geboren te Brugge op 15 september 1839 als dochter van Joannes Hendryckx en Eugenia vander Straete. Ze woonde bij haar ouders in de Rodestraat 12 te Brugge. Ze was kantwerkster, maar had veel oogproblemen. Ze ging aan de slag als dienstmeid bij Guido Gezelle en veroorzaakte er veel problemen door geroddel en diefstal. Zelfs Gezelles post was er onveilig. Gezelles zus Louise zal Stéphanie in augustus 1872 buiten smijten. Door haar reputatie kan ze daarna nog moeilijk werk vinden als dienstmeid. Zo staat Stéphanie in het bevolkingsregister opnieuw geregistreerd als kantwerkster. Ze verhuisde verschillende malen binnen Brugge om op 5 maart 1898 naar Loppem te verhuizen. Ze bleef ongehuwd.
Relatie tot Gezelledienstmeid Gezelle; correspondent
Bronnen https://www.archiefbankbrugge.be/ ; bevolkingsregister Rodestraat 12; Rijksarchief
NaamHendryckx, Joannes Baptist
Datums° Brugge, 17/03/1811
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; klerk; deurwaarder; bediende
BioJoannes Baptist Hendryckx werd in Brugge geboren op 17 maart 1811 als zoon van wever Joannes Nepomucenus Hendryckx en strijkster Blasia Joanna Vandekerckhove. Hij was 28 jaar en werkloos toen hij op 31 juli 1839 in Brugge trouwde met de 17-jarige hovenierster Eugenia Adelaida Josepha Vanderstraete, geboren in Brugge op 26 juni 1822, dochter van hovenier Antonius Vanderstraete en hovenierster Anna Maria Clevers. Ze was hoogzwanger want op 15 september 1839 beviel ze van haar eerste kind, Stephania Marie Eugenia Hendryckx. Joannes was op dat moment nog altijd werkloos. Het gezin was kroostrijk en woonde ononderbroken in de Rodestraat. Joannes Baptist Hendryckx was in 1841 terug onderwijzer, in 1850 'schrijver' en in 1851 'deurwaarder bij de directe belastingen'. In 1854 werd hij bediende bij het provinciebestuur van West-Vlaanderen. Dat zou hij blijven tot aan zijn pensioen. Joannes overleed op 29 juli 1880 als gepensioneerde van de Staat.
BronnenRijksarchief; Gazette van Brugge: (16 oktober 1875); Burgerwelzijn: (4 december 1875) http://www.archiefbankbrugge.be

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Hendryckx, Stéphanie

Correspondenten

Gezelle, Guido
Hendryckx, Stéphanie

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Hendryckx, Stéphanie
Hendryckx, Joannes Baptist

Naam - plaats

Brugge

Plaats van verzending

Brugge

Titel10/01/1873, Brugge, Stéphanie Hendryckx aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2023
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenEen brief kan worden geciteerd als:
[Naam van editeur(s)], [briefschrijver aan briefontvanger, plaats, datum]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. [publicatiedatum] Available from World Wide Web: [link].
VerzenderHendryckx, Stéphanie
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum10/01/1873
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; schrijfwijze familienaam Hendryckx volgens registers in stadsarchief Brugge (wonende bij haar ouders op het adres Rodestraat 12)
Gepubliceerd inDe verwijdering van Gezelle uit Brugge 1872 / door A. Viaene. - in: Biekorf. - Jrg. 61 (1960), p.6
Fysieke bijzonderheden
Drager dubbel vel, ?
wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 linksboven: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 550
Bibliotheekrecordhttps://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|25719
Geschiedenis 27/04/2021, Rijksarchief Kortrijk: Teruggave Antoon Viaene
Inhoud
Incipitik laet ul weeten Meester als dat
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.