<Resultaat 3119 van 3122

>

p1
Mijn Eerw. Heer,

Ik wensche u, met den nieuwejaar, met al den eerbied en al de liefde die er in een eenvoudig Dietsch hert kan liggen jegens zijnen meester en geleider, Gods bijstand en zegen over al uw werken en ondernemingen, Gods gunst en Sinte Lutgaarde’s hulp over al uw streven en zwoegen voor ‘t vlaamsch en voor de bekeering en zaligheid der zielen door ‘t vlaamsch.

Een van deze dagen gaan ik u ook eenen niewejaar afsturen, als hij u willekom kan zijn: 1) 900 termes des houilleurs liégeois par Stanislas Bormans[1] en: 2) Vocabulaire des noms wallons d’animaux de plantes et de minéraux par Ch. Grandgagnage.[2] Hebt ge die boekskens misschien al?[3]

Daarbij de schrikkelijke gedichten[4] van J. Brouwers - Z. die ge ons opgestuurd hebt.

zie achterzijdep2In die gedichtjes staan eenige gewestwoorden, maar de Limburgsche die er in voorkomen zijn zeldzaam; en dannog zijn ‘t woorden die reeds in Schuermans geboekt staan. De tweedrie die in Sch. niet te vinden en zijn: aleevel, heiverstoeten, heiversblazen, heeft hij pront in nota uitgeleid. Aleevel[5] zie bl. 109 Herman en Dorothea.[6] zie ook ‘t Daghet sub voce[7] evel.[8] Heiverstoeten zie bl. 15 Lied van de klok.[9]

Nog eens uit der herten een zalig nieuwjaar,
LWJLenaert
Val St Lambert, vooravond van Nieuwjaar.

Noten

[1] Dit werk is aanwezig in de handbibliotheek van Guido Gezelle in de Openbare Bibliotheek Brugge (GGB 693).
[2] Dit werk is aanwezig in de handbibliotheek van Guido Gezelle in de Openbare Bibliotheek Brugge (GGB 809).
[3] Lenaerts stuurde de twee boeken effectief op. De twee boeken in de handbibliotheek van Guido Gezelle dragen beide de potloodsignatuur van Lenaerts op de voorkant. Beide boeken bevatten ook talrijke onderstrepingen van Guido Gezelle.
[4] Uit onderstaande blijkt dat Guido Gezelle hem zeker twee boeken van J. Brouwers (= Peter Jan Huibrecht Brouwers) stuurde: 1) Nederlandsche vertolking van Goethe's Herman & Dorothea en 2) Schillers lied van de klok, uit het Hoogduitsch vertaald.
[5] Evenwel.
[6] Jan Willem Brouwers maakte een Nederlandse vertaling van Duits auteur Johann Wolfgang Goethes ’Hermann und Dorothea’ over de rijkeluiszoon Herman, die goedkeuring zoekt van zijn strenge vader voor zijn huwelijk met de arme vluchteling Dorothea.
[7] Vertaling (Latijn): onder het lemma.
[8] Uitleg van het woord ’evel met verwijzing naar ’alevel’, in: Ons boek- en boekstafwezen. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 3 , p. 22.
[9] De uitleg van Heiverstoeten staat inderdaad op pag. 15 van Schillers lied van de klok, uit het Hoogduitsch vertaald.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefschrijver

NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamVal-Saint-Lambert

Naam - persoon

NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NaamBrouwers, Peter Joan Huibrecht; Brouwers, Pierre Jean Hubert
Datums° Stokkem, 06/08/1831 - ✝ Achel, 01/03/1897
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; schoolopziener
BioPeter Brouwers werd geboren te Stokkem op 6 aug 1831. Hij studeerde aan de normaalschool van Sint-Truiden. Van 1848 tot 1850 werkte hij als onderwijzer aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Daarna werd hij leraar aan het college te Tienen. In Tienen trouwde hij in 1853 met Anna Deckers, dochter van de hoofdonderwijzer. Hij was een actieve medewerker van het tijdschrift "Hekel en Luim", waaraan ook Guido Gezelle meewerkte. In 1856 werd hij aangesteld als kantonnaal inspecteur met inbegrip van Leuven en Brussel. In 1876 werd hij inspecteur voor de provincie Limburg, drie jaar later hoofdinspecteur voor West-Vlaanderen vanuit Ieper. In 1894 keerde hij terug naar Achel. Hij schreef zelf heel wat dichtbundels en schoolboeken. Bovendien zette hij zich in voor de Vlaamse zaak. Zo was hij medestichter en eerste secretaris van het Davidsfonds. In 1886 stelde Gezelle hem voor als mogelijk lid voor de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde. Hij stierf te Achel op 1 maart 1897.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamLutgardis van Tongeren; Sint-Lutgart; Schutsvrouwe van Vlaanderen
Datums° Tongeren, 1182 - ✝ Aywières/Awirs, 16/06/1246
GeslachtVrouwelijk
BeroepBenedictines; mystica; heilige
BioDe heilige Lutgardis, patroonheilige van vrouwen en blinden, werd in het jaar 1182 geboren in het Limburgse Tongeren. Op twaalfjarig leeftijd trad zij toe tot het benedictijnse Sint-Catharinaklooster te Sint-Truiden. Hoewel ze eerst weinig interesse toonde in het kloosterleven, legde ze zich hier sterk op toe nadat Christus aan haar verscheen tijdens een visioen. Op twintigjarige leeftijd deed ze dan ook haar officiële professie als benedictines. In 1206 zou ze vervolgens vertrekken naar de cisterciënzerinnenabdij van Awirs in Luik, waar ze tot haar overlijden op 16 juni 1246 zou verblijven. Haar latere verering als patrones van het Vlaamse volk en de Vlaamse beweging stamt uit haar verblijfsperiode te Luik, aangezien zij volgens haar biografie tot Maria gebeden zou hebben om een bestuursfunctie binnen de abdij te kunnen ontwijken, waarop de Heilige Maagd het haar onmogelijk maakte om het Frans te leren. Guido Gezelle zou haar na een voorstel van filoloog Jan Hendrik Bormans propageren als patroonheilige van de “dietsche taal en letterkunde”, en Gezelle’s leerling Adolf Duclos zou haar naam opnemen in die van zijn culturele gilde, de Sint-Lutgardisgilde.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.dbnl.org/tekst/_lit003199701_01/_lit003199701_01_0034.php
NaamGrandgagnage, Charles Marie Joseph
Datums° Luik, 09/06/1821 - ✝ Luik, 07/01/1878
GeslachtMannelijk
Beroeplinguïst; politicus
BioCharles Marie Joseph Grandgagnage werd op 9 juni 1821 geboren te Luik, als zoon van Charles, directeur van de douane voor de provincie Luik, en van Catherine Laurence Dubois. Als jongeman reisde hij door Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk en Hongarije. Uit zijn grondige kennis van numismatiek en een onvoltooid manuscript van zijn hand over de oorsprong van adellijke titels bij de Germanen, blijkt zijn historische interesse. Hij trouwde met Anne-Marie de Schiervel en woonde zowel in Luik als op het familiekasteel in Vaux-et-Borset, waar hij later werd begraven. Hij was medeoprichter van het Archeologisch Instituut van Luik (1850) en de Société liégeoise de littérature wallonne (1852). Hij werd voorzitter van beide instellingen tot aan zijn dood. Grandgagnage verwierf internationale erkenning als grondlegger van de studie van de Waalse taal, die hij met een bijna archeologische nauwgezetheid tot haar oorsprong ontleedde. Zo getuigt onder meer “Vocabulaire des anciens noms de lieux de la Belgique orientale” van zijn diepgravend onderzoek. Zijn belangrijkste werk, de “Dictionnaire étymologique de la langue wallonne”, werd pas na zijn dood voltooid. Door zijn uitgesproken perfectionisme stelde hij de publicatie van zijn wetenschappelijke onderzoek vaak uit. Daarnaast bouwde hij een politieke carrière als liberaal volksvertegenwoordiger (1859-1864) en later als senator (1871-1878) voor het arrondissement Luik. Grandgagnage overleed onverwacht op 7 januari 1878 na een korte ziekte.
Links[wikipedia]
NaamBormans, Stanislas
Datums° Hasselt, 02/02/1835 - ✝ Luik, 15/11/1912
GeslachtMannelijk
Beroeparchivist; historicus; taalkundige; hoogleraar
BioStanislas Bormans werd op 2 februari 1835 te Hasselt geboren als zoon van Jan-Hendrik Bormans, filoloog en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Luik. In het voetspoor van zijn vader koos hij voor een academische loopbaan en behaalde hij een doctoraat in de wijsbegeerte. Vervolgens bekleedde hij verschillende functies binnen de rijksarchieven van Luik en Namen en aan de Rijksuniversiteit van Luik, waar hij onder meer docent paleografie en hoogleraar in de middeleeuwse geschiedenis was. Hij publiceerde talrijke historische en taalkundige werken en overleed te Luik op 15 november 1912.
BronnenJoseph Cuvelier, Notice sur la vie et les travaux de Stanislas Bormans. In: de Annuaire de l'Académie royale de Belgique: (1924), p. 1-47

Naam - plaats

NaamVal-Saint-Lambert

Titel - ander werk

TitelVocabulaire des houilleurs liégeois
AuteurBormans, Stanislas
Datum1864
PlaatsLiège
UitgeverCarmanne
Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens
TitelVocabulaire des noms wallons d'animaux, de plantes et de minéraux
AuteurGrandgagnage, Charles
Datum1856
PlaatsLiège
UitgeverCarmanne
TitelAlgemeen Vlaamsch Idioticon
AuteurSchuermans, Lodewijk W.
Datum1865-1883
PlaatsLeuven
UitgeverGebroeders Vanlinthout en Karel Fonteyn
TitelNederlandsche vertolking van Goethe's Herman & Dorothea
Auteurvon Goethe, Johann Wolfgang (auteur); Brouwers, J, [=P.J.H.] (vertaler)
Datum1885
PlaatsIeper
UitgeverKarel Deweerdt
TitelSchillers lied van de klok, uit het Hoogduitsch vertaald
AuteurSchiller, Friedrich (auteur) ; Brouwers, J, [=P.J.H.](vertaler)
Datum1873
PlaatsLeuven
UitgeverWed. C.J. Fonteyn

Titel[01/02/1885 t.p.q. - 30/05/1890 t.a.q.], Val-Saint-Lambert, Leonard Willem Jakob Lenaerts aan [Guido Gezelle]
EditeurMichael Gijbels; Peter De Baets (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMichael Gijbels; Peter De Baets (research), Lenaerts Leonard Willem Jakob aan Gezelle Guido, Val-Saint-Lambert, [01/02/1885 t.p.q. - 30/05/1890 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderLenaerts, Leonard Willem Jakob
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[01/02/1885 t.p.q. - 30/05/1890 t.a.q.]
VerzendingsplaatsVal-Saint-Lambert
AnnotatieBriefversie van datering: Vooravond van nieuwjaar (31/12/18[xx]); t.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van de brieftekst: na de publicatie van het woord 'evel' in 't Daghet in den Oosten en voor zijn benoeming tot hulpaalmoezenier van het legerkamp van Beverlo op 30/05/1890; adressaat gereconstrueerd op basis van de toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 bovenaan: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 656
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26463
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/00bbd3d4e9c9a7ec1f4ba1e66e6bc61db373ca59/manifest
Geschiedenis 27/04/2021, Teruggave Antoon Viaene (Rijksarchief Kortrijk)
Inhoud
IncipitIk wensche u, met den nieuwejaar nu,
Samenvatting nieuwjaarswens; schenking van twee boeken als nieuwjaarsgeschenk aan Guido Gezelle: 1) Vocabulaire des houilleurs liégeois / door Stanislas Bormans. - Liège: Carmanne, 1864 (GGB 693) en 2) Vocabulaire des noms wallons d'animaux, de plantes et de minéraux / door Charles Grandgagnage. - Liège: Carmanne, 1856 (GGB 809); Lenaerts stuurt ook de 'schrikkelijke gedichten' terug van Pieter-Jan Huibrecht Brouwers die Gezelle hem zond om er woorden uit te halen voor 't Daghet in den Oosten: 1) Nederlansche vertolking van Goethe's Herman & Dorothea / door Johann von Goethe, Johann Wolfgang (auteur); Jan Willem Brouwers (vertaler). - Ieper: Karel Deweerdt, 1885 ((niet aanwezig in GGB, wel GGA 248) en 2) Schillers lied van de klok, uit het Hoogduitsch vertaald / door Friedrich Schiller (auteur); Jan Willem Brouwers (vertaler). - Leuven: Wed. C.J. Fonteyn, 1873 (niet aanwezig in GGB)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.