Guido Gezelle.[1]
p1
Myn achtbare Heer
Hil. Allaeys
te
Woesten
Hil. Allaeys
te
Woesten
p2
Annotations
[1] Onbeschreven naamkaartje, vermoedelijk bedoeld als nieuwjaarswens.
| < | Hit 2293 of 3122 | > |
|---|
| Name | Allaeys, Hilaire; Eecken, Herwin |
|---|---|
| Dates | ° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | tandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris |
| Bio | Hilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934. |
| Links | [odis] |
| Relation to Gezelle | correspondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter |
| Name | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Dates | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Name | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Dates | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |
| Name | Allaeys, Hilaire; Eecken, Herwin |
|---|---|
| Dates | ° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | tandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris |
| Bio | Hilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934. |
| Links | [odis] |
| Relation to Gezelle | correspondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter |
| Name | Allaeys, Hilaire; Eecken, Herwin |
|---|---|
| Dates | ° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | tandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris |
| Bio | Hilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934. |
| Links | [odis] |
| Relation to Gezelle | correspondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter |
| Name | Gezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori |
|---|---|
| Dates | ° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899 |
| Sex | Mannelijk |
| Occupation | priester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist |
| Bio | Guido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd. |
| Links | [odis], [wikipedia], [dbnl] |