<Resultaat 109 van 3122

>

p1+
Mynheer en lieve vriend.

Ik hadde van over lang geschreven maer ik hoopte u beters nieuws te kunnen geven met wat te wachten; nu wil ik u zonder verderen uitstel komen uitleggen hoe myne zaken gelegen zyn. Vooreerst van wege myn ouders[2] is het daeromtrent gelyk binst de vacance, zy en willen nog niet toestemmen. Wat my betreft ik heb altyd de zelve goeste, en van langs om meer. Sedert dat ik hier weere in het kollegie ben, heb ik veel slechte dagen gehad somwylen dat de goeste van naer Engeland te gaen geheel voorby scheen maer daerna kwam ze veel sterker en geweldiger weere. Nu blyft die goeste my gestadig by, maer dikwyls nog komen er moeijelyke dagen dat ik zonder moed of iets ben want wy hebben hier een ongelukkig leven, al myn beste vrienden weg, de nieuwe uitvindingen van d'euverste p2van hier, die al tot hun gemak en ten nadeele van ons strekken, en dan nog de tegenheden vanwege myn ouders alles helpt om het my onverdragelyk en onheerdelyk te maken. Daervoren is het dat ik al ligte geern myn zaken zou klaer hebben en, ware het mogelyk, nog voor het ende van het jaer achter Tjeppen naer Brugge te komen. Ik heb misschien myn ouders wat te vele toegezeid met hun te zeggen dat ik hier zou blyven maer het was op die voorwaerde dat ik hier mogte weerkeeren; nu peize ik van hun al ligte te laten weten dat ik hier niet en kan blyven, dat het my niet en gaet en waerlyk 'k en vinde hier nievers noch troost noch niet en my dunkt dat ik geen ruste en ga vinden tot dat al die moeijelykheden voorby zyn. Tot hier toe ik en heb er aen niemand van gesproken en ik zou geern weten of ik niet beter en zou doen van er aen den eenen of andere professor van te spreken. Ik verwachte dat gy my eenigen raed zult weten voor de manier op welke ik dit nieuws naer huis zou p3schryven of doen zeggen. De principaelste reden dat vader aen brengt om my hier te doen blyven 't is dat ik later voor mijn broeder en zuster[3] zal moeten zorgen aengezien ik aleene onderwezen zal zyn. Gy weet nu daeromtrent hoe myn zaken staen, ik verhope dan dat gy my een middel zult kunnen aenwyzen om welhaest uit deze verlegenheid te geraken.

Gisteren heb ik Mr Algar van verre hier gezien, ik had zoo geerne by hem willen geraken om alles mondelings uit te leggen, maer als wy aen Mr Deleu[4] vroegen of er geen middel en had geweest om hem te spreken hy antwoordde ons slechts dat hy zelve hem nog niet gezien en had. Voor hetgene het kollegie aengaet gy weet van Tjeppen waerschynelyk hoe aengenaem dat leven hier is, de maniere op welke wy gehandeld worden is onverdragelyk Voor hetgene ik hierboven geschreven hebbe zou ik liever hebben dat het nog in 't stille blyft tot dat alles wat klaerder en zekerder is –p4Mynheere, ik heb gister avond hier in de studie vernomen van ne filosoof[5] die nevens my stond dat hy vast besloten is naer 't engelsch seminarien te gaen. Hy komt van nen brief te schryven naer zynen oude principael[6] die omtrent Nieuwdag naer Brugge zal gaen en alles aen Mr de kanonink Dessein uitleggen. T is ne goeije student en een van myn streke[7] voor t overige hy heeft liever dat zyne name nog niet gekend en zy. Zoo dat er nu hier zes filosofen[8] zyn waerop gy daeromtrent meugt rekenen.

Wy en hooren hier maer slecht nieuws van Gustave V.[9] t schynt dat hy naer L- zal gaen k en wete geen zekerheid.

Veel komplimenten aen Mr Algar Mr Dessein en andere kennissen Zegt aen Seppen dat ik hem binnen omtrent acht dagen zal schryven -

Sedert eenige dagen heb ik begin engelsch te spreken met Cyrille Delrue

Vergeef my, mynheere dat ik zoo styf haek uit, haek in geschreven heb

Uw toegenegene vriend
Jan Callewaert

Noten

[1] Zondag 24 juni.
[2] De ouders van Jan Callewaert zijn Antonius Callewaert en Amelia Decoene.
[3] Naast Leo en Ocatvie was er nog een vroeg gestorven zusje Ursula Callewaert (1844-1845).
[4] Surveilliant Deleu behoorde tot het anti-Gezelle kamp.
[5] Poësis, retorica en filosofie waren de hogere studiejaren in het humaniora. Mogelijk gaat het over Alfons Devos.
[6] Als Alfons Devos de streekgenoot van Callewaert is, dan is diens oude principaal van het College van Menen Vitalis Masureel.
[7] Zwevegem.
[8] Met zekerheid behoorden vier personen tot de klas Filosofie 1859-1860: Hendrik Berghman uit Ieper, op 2 oktober 1860 ingeschreven in het Engels Seminarie en oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare; Frederik Bonte uit Hooglede, op 2 oktober 1860 ingeschreven in het Engels Seminarie en eveneens oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare; Alfons Devos uit Mesen, op 2 oktober 1860 ingeschreven in het Engels Seminarie en oud-leerling van het College te Menen; en Edmund Hicks, op 30 september 1860 ingeschreven in het Engels Seminarie en oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare.

Minder zeker zijn de identificaties van Napoleon Nono uit Roeselare, op 28 september 1860 ingeschreven in het Engels Seminarie en oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare, en Gustave Saffenreuter uit Koblenz, eveneens op 28 september 1860 ingeschreven in het Engels Seminarie en oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare.

De identificaties zijn gebaseerd op: B. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke en A. Deprez (red.), De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen, 1854–1899, dl. III, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991 en het artikel: J. de Mûelenaere, De humaniorabevolking van 1854 tot 1860 volgens de Palmares. In: Gezelliana: 5 (1974), p. 71-76.

[9] Gustaaf Verriest ging te Leuven geneeskunde studeren, voor Gezelles missionarisideaal was dat slecht nieuws.

Register

Correspondenten - personen

NaamCallewaert, Jan; Callewaert, Jean; Callewaert; Joannes Baptista
Datums° Zwevegem, 15/02/1841 - ✝ Zwevegem, 30/04/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioJan Callewaert werd geboren op 15 februari 1841 in Zwevegem, als zoon van Antonius Callewaert (1803–1882) en Amelia Decoene (1811–1881). Van 1857 tot 1861 was hij leerling aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij jaargenoot was van Gustave Saffenreuter. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Aan het kleinseminarie wilde hij mede door de invloed van Guido Gezelle missionarais worden in Engeland, maar dit werd door zijn ouders verboden. Hij studeerde dan maar verder tot priester. Zijn priesterwijding vond plaats te Brugge op 17 december 1864. Vervolgens was hij achtereenvolgens hulppriester in Westnieuwkerke en St. Pieters-op-de-Dijk, en onderpastoor in Zwevezele, Beveren en Hoogstade. Op 16 mei 1886 werd hij pastoor van het Sint-Amandsgesticht in Zwevegem. Jan Callewaert overleed op 30 april 1910 in zijn geboortedorp Zwevegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles confraternity. In: Gezelliana: 5 (1974) 1-2-3-4, p. 8
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamCallewaert, Jan; Callewaert, Jean; Callewaert; Joannes Baptista
Datums° Zwevegem, 15/02/1841 - ✝ Zwevegem, 30/04/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioJan Callewaert werd geboren op 15 februari 1841 in Zwevegem, als zoon van Antonius Callewaert (1803–1882) en Amelia Decoene (1811–1881). Van 1857 tot 1861 was hij leerling aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij jaargenoot was van Gustave Saffenreuter. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Aan het kleinseminarie wilde hij mede door de invloed van Guido Gezelle missionarais worden in Engeland, maar dit werd door zijn ouders verboden. Hij studeerde dan maar verder tot priester. Zijn priesterwijding vond plaats te Brugge op 17 december 1864. Vervolgens was hij achtereenvolgens hulppriester in Westnieuwkerke en St. Pieters-op-de-Dijk, en onderpastoor in Zwevezele, Beveren en Hoogstade. Op 16 mei 1886 werd hij pastoor van het Sint-Amandsgesticht in Zwevegem. Jan Callewaert overleed op 30 april 1910 in zijn geboortedorp Zwevegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles confraternity. In: Gezelliana: 5 (1974) 1-2-3-4, p. 8

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - persoon

NaamAlgar, Joseph Cox
Datums° Hume-Bristol, 12/12/1819 - ✝ Roeselare, 21/12/1881
GeslachtMannelijk
Beroepleraar
VerblijfplaatsEngeland
BioJoseph Algar was de zoon van een vooraanstaande dominee. Hij studeerde theologie aan het Magdalen College te Oxford en behaalde er de graad van Master of Arts. Om gezondheidsredenen moest hij zijn studies staken en werd hij een rondtrekkende privé-leraar. Hij gaf les aan de zonen van de anglicaanse aartsbisschop van Dublin en aan de kinderen van de Engelse ambassadeur in Stockholm. Onder invloed van diens vrouw dacht hij aan bekering tot het katholicisme. Terug in Engeland zocht hij John Henry Newman (1801-1890) op, zelf een bekeerling en toekomstig kardinaal. Die stuurde hem naar Faict, anglofiel en professor aan het grootseminarie te Brugge (1847-'48). Nadat Faict superior was geworden te Roeselare (1849), kwam Algar ook naar het kleinseminarie (april 1850) om er leraar Engels te worden (1851). In 1854 werd hij professor voor de afdeling van de Engelsen. Algar werd er de goede vriend van Gezelle, wie hij raad gaf voor alles wat de Engelse letterkunde betrof. Samen gingen ze te Brugge het Engels College leiden (oktober 1860 - maart 1861). Na de mislukking van dat experiment keerde Algar naar Roeselare terug waar hij tot aan zijn dood verantwoordelijk was voor de Engelse afdeling. Gezelle droeg hem postuum zijn vertaling van Longfellows Song of Hiawatha (1886) op.
Relatie tot Gezellecorrespondent; collega
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamBerghman, Hendrik
Datums° Ieper, 29/04/1841 - ✝ Dundalk, 22/04/1920
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris; redemptorist
VerblijfplaatsEngeland; Schotland; Ierland; Australië: o.a. Singleton, Warabah, Ballarat
BioHendrik Louis Albert Alphonsus Berghman werd geboren te Ieper op 29 april 1841 als zoon van advocaat Louis Augustin Berghman (Ieper, 1796-1863) en Marie Joséphine Malou (Ieper, 1808-1873), nicht van de Brugse bisschop Malou. Hij groeide op in een gezin van dertien kinderen, waaronder zijn broer Alexander Berghman, onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge, waar ook Ernest Rembry actief was, en zijn zus Adelaide. Hendrik was oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare (1858-1860). Op 2 oktober 1860 startte hij zijn studies aan het Engels Seminarie te Brugge maar verliet het Seminarie op 13 augustus 181 om binnen te treden bij de redemptoristen te Bishop Eton (Liverpool, Engeland) op 25 oktober 1861. Hij ontving het habijt op 8 december 1861 en zijn professie volgde op 8 december 1862. Vervolgens studeerde hij theologie in Wittem (Nederland) en werd er tot priester gewijd op 22 oktober 1865. In 1866 keerde hij terug naar Engeland en was er werkzaam in Bishop Eton van 1866 tot 1869 als prefect van de studenten en vanaf 8 november 1867 als docent in dogmatische theologie en kerkgeschiedenis. Van 1869 tot 1872 was hij werkzaam in St. Mary’s Church in Clapham, Londen, waar hij zich bezighield met parochiewerk en missionering. Daarna keerde hij terug naar Liverpool, waar hij van 1872 tot 1874 opnieuw doceerde aan Bishop Eton en vanaf 23 september 1872 lesgaf in de moraaltheologie. Perth (Schotland) en Limmerick (Ierland). Berghman was van 1874 tot 1875 werkzaam in Kinnoull, Perthshire, en vervolgens van 8 september 1875 tot 1880 in Mount Alphonsus, Limerick, waar hij de Mannenconfraterniteit van de Heilige Familie leidde en openbare processies organiseerde. Daarna keerde hij op 31 augustus 1880 terug naar Kinnoull, waar hij tot 1884 verbleef, en vervolgens opnieuw in Limerick van 1884 tot 1885. Op 30 oktober 1885 vertrok hij vanuit Plymouth naar Australië aan boord van de S.S. Potosi. Hij verbleef o.a. te Singleton (Maitland) en hij diende van 1887 tot 1890 in Newcastle, New South Wales, en van 1890 tot 1895 in Ballarat (Victoria). In 1895 keerde hij terug naar Limerick. Toen de Anglo-Ierse provincie in 1898 werd opgesplitst in twee afzonderlijke jurisdicties, koos hij ervoor om in de Ierse provincie te blijven. Hij was vervolgens actief in Limerick en Esker (Athenry, County Galway), waar hij de zijaltaren en altaarleuningen ontwierp. Later werkte hij in Clonard, Belfast, waar hij verantwoordelijk was voor het ontwerp van het hoogaltaar en de zijkapellen van het Heilig Hart en Onze Lieve Vrouw, en in Dundalk. Zijn handschrift is bewaard gebleven in manuscripten en wordt gekenmerkt door een artistieke stijl. Daarnaast bestudeerde hij de geschiedenis van de Mariaverering in Ierland. In zijn latere jaren ging zijn gezondheid achteruit. Hij overleed op 22 april 1920 in St. Joseph’s in Dundalk en werd bijgezet in de crypte van de kloosterkerk.
Relatie tot Gezellecorrespondent; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Engels Seminarie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.8; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.5-6; Eric Derluyn, Betrekkingen tussen het Brugse Bisdom en de Engelse in de 19de eeuw, Leuven, 1966, Deel I, p.320.
NaamBonte, Frederik; Bonté, Frederik
Datums° Hooglede, 19/05/1839 - ✝ Wirral (Cheshire), 27/11/1909
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris; kapelaan
VerblijfplaatsEngeland
BioFrederik Bonte werd geboren in Hooglede op 19 mei 1838 als zoon van Louis Bonte en Sophie Delporte. Hij was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare in Gezelles eerste poësisjaar (1857-1858). Hij trad op 2 oktober 1860 tot het Engels Seminarie te Brugge. Hij bekwam reeds op 31/10/1862 een exeat voor Liverpool. Hij werd op 18 december 1862 tot subdiaken gewijd, op 4 juni 1863 tot diaken, en ontving zijn priesterwijding op 29 maart 1864 door bisschop Goss in het St. Edward's College in Liverpool. Hij diende van 1864 tot 1867 in de pro-Cathedraal van Liverpool. Van 1867 tot 1871 was hij kapelaan bij de Kikdale Industrial Schools, waar hij woonde op 220 Westminster Road (1867-1868) en 173 Westminster Road (1868-1871). Vervolgens diende hij als kapelaan van zowel de Kirkdale Goal als de Kikdale Industrial Schools van 1871 tot 1883, met woonadressen op 11 Sandringham Terrace (1871-1877), 11 Rumney Road (1877-1881) en 34 Rumney Road (1881-1883). Van 1883 tot 1892 was hij kapelaan van Kirkdale Prison, waar hij verbleef op 34 Rumney Road. In 1892 ging hij met pensioen en woonde hij van 1892 tot 1895 op 34 Rumney Road, waarna hij in 1895 naar 11 Acacia Road, West Kirby verhuisde. In 1896 vervolgde hij zijn pensioen in België. Na zijn terugkeer naar Roeselare bekeerde hij zich tot het protestantisme. Later keerde hij terug naar Engeland, waar hij op 27 november 1909 overleed in Cheshire.
Relatie tot Gezelleoud-leerling; Engels Seminarie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.7; Ancestry
NaamCallewaert, Jan; Callewaert, Jean; Callewaert; Joannes Baptista
Datums° Zwevegem, 15/02/1841 - ✝ Zwevegem, 30/04/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioJan Callewaert werd geboren op 15 februari 1841 in Zwevegem, als zoon van Antonius Callewaert (1803–1882) en Amelia Decoene (1811–1881). Van 1857 tot 1861 was hij leerling aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij jaargenoot was van Gustave Saffenreuter. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Aan het kleinseminarie wilde hij mede door de invloed van Guido Gezelle missionarais worden in Engeland, maar dit werd door zijn ouders verboden. Hij studeerde dan maar verder tot priester. Zijn priesterwijding vond plaats te Brugge op 17 december 1864. Vervolgens was hij achtereenvolgens hulppriester in Westnieuwkerke en St. Pieters-op-de-Dijk, en onderpastoor in Zwevezele, Beveren en Hoogstade. Op 16 mei 1886 werd hij pastoor van het Sint-Amandsgesticht in Zwevegem. Jan Callewaert overleed op 30 april 1910 in zijn geboortedorp Zwevegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles confraternity. In: Gezelliana: 5 (1974) 1-2-3-4, p. 8
NaamDe Leu, Petrus Joannes Baptista
Datums° Rollegem-Kapelle, 27/08/1815 - ✝ Ingelmunster, 04/06/1891
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; surveillant; pastoor
BioPetrus De Leu werd geboren op 27 augustus 1815 in Rollegem-Kapelle als zoon van olislager David De Leu en Marie Vanneste. In 1845 was Petrus subregent aan het college te Veurne. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 20 december 1845. Hij werd leraar in het bisschoppelijk college te Veurne in 1845 en leraar aan het kleinseminarie te Roeselare in 1847. Van 1848 tot 1862 was hij surveillant aldaar. Hij had een weinig positieve houding ten aanzien van Guido Gezelle. Vervolgens was hij pastoor te Ooigem (11 juni 1862), Staden (28 augustus 1869) en Ingelmunster (10 september 1874). De Leu stierf in Ingelmunster op 4 juni 1891.
Links[odis]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDelrue, Cyriel Théodule
Datums° Heestert, 05/07/1841 - ✝ Tourcoing, 25/10/1886
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; proost
BioCyrille Delrue werd geboren te Heestert op 5 juli 1841 als zoon van Antoine Delrue, landbouwer, en Rosalia Buysschaert. Gedurende het schooljaar 1858-1859 was hij leerling van het derde jaar aan het Kleinseminarie te Roeselare, waar Guido Gezelle toen les gaf. Op 26 mei 1866 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Hij werd de eerste proost van Doomkerke. Op 22 januari 1868 werd hij onderpastoor te Ruiselede in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Op 22 oktober 1883 vroeg hij de incardinatie in het aartsbisdom Kamerijk aan. Op 12 november 1885 werd hij onderpastoor te Tourcoing in het aartsbisdom Kamerijk. Cyrille Delrue overleed te Tourcoing op 25 oktober 1886.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleleerling kleinseminarie Roeselare
NaamDessein, Petrus Ludovicus
Datums° Wervik, 13/11/1811 - ✝ Brugge, 11/03/1891
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; professor; rector; president; kanunnik; aartsdiaken
BioPierre Dessein, zoon van Leonard Dessein, landbouwer, en Marie Colpaert, was leraar wijsbegeerte aan het grootseminarie van Brugge op 01/10/1833. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 20/12/1834 en erekanunnik op 20/08/1841. Hij was achtereenvolgens leraar ethica aan het grootseminarie te Brugge (01/10/1849), lid van de bisschoppelijke raad (18/10/1856), de overste van Gezelle als rector van het Engels Seminarie te Brugge van 27/01/1859 tot 17/06/1869, doctor in de godgeleerdheid (1862), titulair kanunnik en president van het grootseminarie van Brugge (17/06/1869-16/11/1884) en huisprelaat van de Paus (januari 1870). Op 21/02/1885 werd hij aartsdiaken van het kapittel van de kathedraal. Gezelle schreef het studentikoze gezelschapslied De Paus, de Paus ach zwijgt ervan voor het doctoraat van Dessein en het gedicht De Paus Triomf gevierd, den boom geprezen, op vraag van de Brugse seminaristen voor de viering van Dessein op woensdag 15/10/1884 t.g.v. zijn 50-jarige professoraat aan het grootseminarie. Hij overleed in zijn woning in de Zilverstraat D 33 te Brugge.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamDevos, Alfons Desiderius; De Vos, Alfons
Datums° Mesen, 21/04/1840 - ✝ Sanshenggongin, 21/07/1888
GeslachtMannelijk
Beroepmissionaris; bisschop, apostolisch-vicaris
VerblijfplaatsEngeland; China; Mongolië
BioAlfons Desiderius Devos werd geboren op 21 april 1840 in Mesen als zoon van Fidelis Devos en Marie-Theresa Vanhoye. Hij voltooide zijn humaniora aan het college van Menen (1853-1859) en volgde een jaar filosofie aan het kleinseminarie (1859-1860). Op 2 oktober 1860 schreef hij zich in aan het Engels Seminarie, waar hij de tonsuur ontving op 21 december 1861 en de lagere orden op 9 juli 1862. Hij werd onderdiaken op 18 december 1862, diaken op 4 juni 1863 en priester op 19 december 1863. In januari 1864 verliet hij het Engels Seminarie en vertrok naar St. John's in Melton-Mowbray, Nottingham. Van 1865 tot 1868 was hij werkzaam in All Saints, Glossop bij Manchester. In februari 1868 nam hij ontslag en keerde in oktober 1868 terug naar België, waar hij toetrad tot het seminarie van het Onbevlekte Hart van Maria voor de Chinese Missies te Scheut bij Brussel. Zijn jongere broer, Heliodoor, was daar eveneens student. Zijn professie volgde op 5 juni 1870. Daarna reisde hij naar China, waar hij in mei 1872 zwaar werd aangevallen in het district Fengzhen en voor dood werd achtergelaten. In 1874 begon hij te werken in Mongolië. Op 11 december 1883 werd hij benoemd tot titulair bisschop van Abdera en eerste apostolisch-vicaris van het nieuw opgerichte vicariaat Zuid-West Mongolië. Zijn bisschopswijding vond plaats op 18 mei 1884 te Siioan-dze. Hij overleed op 21 juli 1888 in Sanshenggong, in de Sandaohe-regio van Alasan Banner, Mongolië.
Links[odis]
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Engels Seminarie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.11; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.20
NaamGezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus; Seppen; Tjeppen
Datums° Brugge, 12/02/1840 - ✝ Stene, 18/06/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kloosterdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioJozef, de jongste broer van Guido Gezelle, begon zijn humaniorastudies in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge nadat hij daar ook in het schooljaar 1856-1857 het zesde leerjaar van de lagere afdeling had gevolgd. Gedurende de schooljaren 1857-1858 en 1858-1859 was hij er leerling van de zesde (= eerste middelbaar) en vijfde (= tweede middelbaar) latijnse. Met de aanvang van het schooljaar 1859-1860 komt Jozef Gezelle voor als student van de derde (= vierde middelbaar) latijnse aan het kleinseminarie van Roeselare. Bij de overgang van Brugge naar Roeselare zou hij de vierde latijnse overgeslagen hebben, waarschijnlijk omwille van zijn leeftijd. Hij was al negentien jaar toen hij de derde latijnse in Roeselare begon. Joze berichtte zijn broer Guido over de sterk verminderde kwaliteit van het onderwijs en het verval van het kleinseminarie. Hij moet rond Pasen 1861 het kleinseminarie verlaten hebben en naar Brugge teruggekeerd zijn. Op 10 mei 1861 arriveert hij in het Sint-Jozefscollege in Turnhout waar hij zijn poësis verder zet. Uit zijn brieven aan Guido blijkt dat hij zich moeilijk kan aanpassen en hij klaagt veel. Het schooljaar eindigt op 31 juli 1861. Met het schooljaar 1861-1862 volgde Jozef Gezelle de rethorica in het Sint-Jozefscollege in Turnhout. Daarna ging hij naar het Amerikaans College in Leuven in afwachting dat Guido voor hem in Engeland een seminarie zou vinden. Net als zijn broer wilde Jozef immers naar Engeland trekken om er het katholieke geloof te verkondigen. In 1863 reisden de broers tevergeefs naar Engeland om daar een geschikt seminarie te vinden. Op 4 oktober 1863 trad Jozef binnen in het Engels Seminarie te Brugge. Hij kreeg zijn tonsuur op 17 december 1864. Hij werd subdiaken op 8 december 1865 en diaken op 22 mei 1866. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd in het grootseminarie van Brugge door bisschop Faict. Hij verliet het Engels seminarie op 17 april 1867. Na een kort intermezzo als onderpastoor in Passendale werd hij in augustus 1867 directeur van Saint-George’s Retreat, een klooster en een instelling voor geesteszieken in Burgess Hill te Southwark. Faict riep hem echter eind december terug. Hij werd vervolgens onderpastoor in Lendelede (1868-1878), Klerken (1878-1887) en Zillebeke (1887-1898). Mede dankzij zijn broer kon hij ten slotte pastoor worden in Stene bij Oostende (hij werd er op 21 september 1898 benoemd), waar hij uiteindelijk overleed op 18 juni 1903.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); familie: broer van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p. 28; J. Geldof, Jozef Gezelle en Engeland. In: Biekorf: (1965), p. 416-418
NaamHicks, Edmund Benedict Edward; Teddy
Datums° Emsworth, 27/12/1841 - ✝ Nantes, 05/02/1869
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kapelaan
VerblijfplaatsEngeland
BioEdmund Hicks werd gedoopt op 11/01/1842 in de St. Joseph's Church te Havant. Hij was de zoon van dokter John Hicks (° Langton, 21/02/1790) die in 1840 tot de katholieke Kerk terugkeerde toen hij op 29/04/1840 huwde met Francesca Ursula Christophers, alias Fanny George (1816-1889). Kort na het huwelijk overleed John Hicks. Edmund was de beschermeling van de Pagliano's uit Rouen. Hij kwam in het schooljaar 1854-1855 aan in het Sint-Michielsinstituut. Gedurende het schooljaar 1855-1856 (vierde klas) kreeg hij van Guido Gezelle bijzonder onderricht zodat hij op één jaar de leerstof van het lager middelbaar voldoende onder de knie had om in oktober 1856 de derde Latijnse aan te kunnen. In mei 1857 moet hij lid en leider geworden zijn van de Engelse Confraternity, waarvan hij de statuten schreef. Hij volgde de derde klas (1856-1857), de poësis (1857-1858) en de retorica (1858-1859) en begon zijn eerste jaar filosofie te Roeselare (1859-1860) waar hij samen met Deneve in 'La Petite Association du Très Saint Sacrément' de regeling van de aanbidding op zich nam. In 1860 werd hij leerling aan het Engels Seminarie te Brugge en ontving er de tonsuur op 21/12/1861 en de lagere orden op 09/07/1862. In november 1862 ging hij aan het Engels college te Rome studeren, waar hij stilaan vervreemdde van Gezelle. Op 05/03/1865 werd hij tot priester gewijd en werd hij kapelaan van St. Patrick's in Londen. Toen hij ziek werd, werd hij vervangen door de latere kanunnik Vere.
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamMasureel, Vitalis Zeno
Datums° Hulste, 18/10/1817 - ✝ Menen, 27/03/1867
GeslachtMannelijk
Beroepsubregent; priester; leraar; principaal; geestelijk directeur
BioVitalis Zeno Masureel werd geboren te Hulste op 18 oktober 1817 als zoon van Petrus-Franciscus Masureel, landsman, en Amelia Loncke. In 1840 was hij subregent aan het college van Menen. Op 5 juni 1841 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 1846 tot 1847 was hij leraar aan het college van Menen en van 1847 tot 1867 principaal van hetzelfde college. Daarnaast was hij vanaf 1847 geestelijk directeur van de zusters benedictinessen te Menen. Op 6 maart 1867 werd hij benoemd tot pastoor van de Sint-Corneliuskerk te Aalbeke. Na een lange en pijnlijke ziekte overleed hij te Menen op 27 maart 1867, vóór zijn installatie als pastoor.
Links[odis]
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamNono, Napoleon
Datums° Roeselare, 16/01/1840 - ✝ Birkenhead, Cheshire, 05/05/1866
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris
VerblijfplaatsEngeland
BioNapoleon Frederik Charles Nono werd geboren op 16 januari 1840 in Roeselare als zoon van Anthony Nono en Therese Dehuller. Hij was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare van 1853 tot 1856. Op 28 september 1860 ging hij naar het Engels Seminarie. Hij ontving de subdiakonaat op 2 juli 1864 en het diakonaat op 17 december 1864. Hij verliet het Engels Seminarie op 18 april 1864 en werd op 30 april 1865 priester gewijd te Staleybridge door bisschop Brown. Na zijn wijding diende hij in Staleybridge in 1865 en van 1865 tot 1866 in St. Werburgh, Birkenhead. Hij overleed op 5 mei 1866 aan tyfus in Birkenhead en werd begraven op Flaybrick Hill, Birkenhead.
Relatie tot Gezellecorrespondent; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; Engels Seminarie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.47
NaamSaffenreuter, Gustave Willibrord
Datums° Koblenz, 25/12/1840 - ✝ Aken, 30/10/1911
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; deken
VerblijfplaatsDuitsland; Engeland
BioGustavus Willibrordus Theophanes Saffenreuter werd op 25 december 1840 te Koblenz geboren als zoon van de hypotheekhoudershulp Albert Joseph Saffenreuter (°1813, Andernach) en Gertrudis Selig (°1818, Koblenz). Hij werd op 27 december 1840 gedoopt in de katholieke Liebfrauenkerk. Hij was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare (1856-1860). Op 28 september 1860 trad hij binnen in het Engels Seminarie te Brugge bestemd voor het bisdom Salford. Op 18 december 1862 ontving hij de tonsuur. Hij werd tot subdiaken gewijd op 19 december 1863 en tot diaken op 2 juli 1864. Hij ontving zijn priesterwijding op 17 december 1864 in het Brugse grootseminarie. Daarop werd hij priester te St. Wilfred's Hulme-Manchester (1865-1870) en was hij werkzaam als deken en rector van St. James, Pendleton (1870-1899), waar hij de eerste steen legde van de nieuwe kerk in Weaste. Volgens de census van 1881 woonde zijn zus Agnes (°ca. 1846) bij hem in. In de census van 1891 komt ze niet meer voor, maar wel zijn 19 jaar oude nichtje Mary. Van 1899 tot 1900 was hij met ziekteverlof, waarna hij van 1900 tot 1904 deken was van St. Anne's in Fairfield. Daarnaast was hij kanunnik van Salford. Hij overleed op 30 oktober 1911 in Aken.
Relatie tot Gezelleoud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.14; https://www.ancestry.co.uk/; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.51-52
NaamVerriest, Gustaaf
Datums° Deerlijk, 19/05/1843 - ✝ St. Cloud, Parijs, 25/06/1918
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioGustaaf Verriest was pas 10 jaar oud toen hij ingeschreven werd in het pensionaat van het kleinseminarie te Roeselare. Hij was dan ook de jongste van Gezelles poësisklas in het schooljaar 1858-1859. De levenslang aangehouden briefwisseling en de talrijke gedichten van Gezelle voor Gustaaf getuigen van een bijzonder nauwe band tussen de jonge, nog wat kinderlijke leerling en zijn leraar. Ook de familie Verriest had een grote genegenheid voor Gezelle, die nog met de oudste zoon Adolf gestudeerd had. Hoe licht is toch die sparke vier (07/08/1858) is geschreven naar aanleiding van een nachtmerrie van Gustaaf, maar tevens opgedragen aan zijn oudere broer Hugo Verriest en Eugeen Van Oye. Waarom en kunnen wij niet (04/01/1859) Brief (12/01/1859), O vriend wat schaadt of baat het ons, (02/02/1859) en Nu of nooit! (02/02/1859) zijn persoonlijk gericht aan Gustaaf Verriest. Gezelle wou hiermee de jongen steunen die een mogelijke priesterroeping ernstig nam en naar aanleiding daarvan worstelde met een sterk besef van zwakte en zondigheid. Uiteindelijk besloot Verriest geneeskunde te studeren, eerst in Leuven en later in Wenen. Hij was dokter in Wervik van 1869 tot 1873 en trok daarna naar Duitsland om er verder te studeren. Op 21 september 1876 huwde hij te Münster met Louise Niermann, waarmee hij zes kinderen kreeg. Vanaf 1876 werd hij professor aan de K.U. Leuven tot 1911. Na Gezelles dood ging hij op zoek naar een wetenschappelijke verklaring voor het dichterlijke genie van zijn oud-leraar.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamCallewaert, Antonius
Datums° Harelbeke, 28/10/1803 - ✝ Zwevegem, 11/03/1882
GeslachtMannelijk
BioAntonius Callewaert werd geboren te Harelbeke op 28 oktober 1803 als zoon van de ouders die in de aangeleverde gegevens niet vermeld zijn. Hij huwde met Amelia Decoene (°Zwevegem 12 januari 1811 – †Zwevegem 20 maart 1881). Uit hun huwelijk werden onder meer Leo Callewaert en Octavie Callewaert geboren. Antonius was een broer van Jan Baptist Callewaert. Antonius overleed te Zwevegem op 11 maart 1882.
NaamCallewaert, Leo
Datums° Zwevegem, 02/05/1842 - ✝ Zwevegem, 04/11/1916
GeslachtMannelijk
Beroeplandman; koopman
BioLeo Callewaert werd geboren te Zwevegem op 2 mei 1842 als zoon van Antonius Callewaert (Harelbeke, 28/10/1803 - Zwevegem, 11/03/1882) en Amelia Decoene (Zwevegem, 12/01/1811 - Zwevegem, 20/03/1881). Leo was een broer van Jan Callewaert, correspondent en leerling van Guido Gezelle. Hij huwde met Mathilde Blancke (Zwevegem, 16/05/1834 - Zwevegem, 05/05/1916). Leo staat geregistreerd als landman en koopman en zijn vrouw als winkelierster. Uit hun huwelijk werd Camille Callewaert geboren te Zwevegem op 1 januari 1866. Camille werd broeder Callewaert en correspondeerde ook met Guido Gezelle. Leo overleed te Zwevegem op 4 november 1916.
BronnenGeneanet
NaamCallewaert, Octavie; Callewaert, Octavia
Datums° Zwevegem, 11/01/1846 - ✝ Zwevegem, 23/06/1870
GeslachtVrouwelijk
BioOctavie Callewaert werd geboren te Zwevegem op 11 januari 1846 als dochter van Antonius Callewaert (Harelbeke, 28 oktober 1803 - Zwevegem, 11 maart 1882) en Amelia Decoene (Zwevegem, 12 januari 1811 - Zwevegem, 20 maart 1881). Haar ouders huwden te Zwevegem op 20 april 1836. Octavie Callewaert was een zus van Jan Callewaert, oud-leerling en correspondent van Guido Gezelle. Op 30 juni 1869 huwde Octavie Callewaert te Zwevegem met Petrus Franciscus Spincemaille. Octavie Callewaert overleed te Zwevegem op 23 juni 1870.

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamRoeselare
GemeenteRoeselare
NaamZwevegem
GemeenteZwevegem

Naam - instituut/vereniging

NaamUniversiteit Leuven
BeschrijvingDe Universiteit van Leuven werd gesticht in 1425 en opgeheven in 1797. Na een onderbreking werd ze heringericht vanaf 1834. Gezelle had er talrijke contacten zowel onder de professoren als bij de studenten. In 1887 werd hij Doctor honoris causa van de Leuvense universiteit.
Datering1425
Links[wikipedia]
NaamEngels Seminarie
BeschrijvingHet Engels Seminarie te Brugge werd opgericht door John Sutton in 1858 met de steun van de Engelse katholieke kerkleiding. Sutton was een tot het katholieke geloof bekeerde Engelse baron die in 1855 een groot fortuin geërfd had. Hiermee liet hij scholen en kerkelijke gebouwen herstellen of bouwen en richtte hij katholieke instellingen op. In het Engels Seminarie werden Engelse, Schotse en Vlaamse jongens opgeleid tot missionarissen voor Engeland. Ook Gezelles broer Jozef was er een tijdje ingeschreven als leerling. Het seminarie was gevestigd langs de Lange Rei in Brugge, schuin tegenover het grootseminarie en verhuisde later naar de Potterierei, nu het Sint-Leocollege . Op 26 augustus 1860 werd Gezelle er aangesteld als professor in de filosofie. Hij zou er vijf jaar blijven, vanaf februari 1861 als vice-rector. De benoeming was voor Gezelle een hoogtepunt in zijn professioneel en sociaal leven. Door zijn functie kwam hij nu in contact met prominente Engelse clerici als Wiseman en Faber.
Datering1859-1873
Links[odis]
Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook een lagere basisschool verbonden was. Dit Sint-Michielsinstituut fungeerde als een voorbereiding op de humaniora. Het klein seminarie trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Gezelle volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundels waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]

Titel24/06/1860, Roeselare, Jan Callewaert aan [Guido Gezelle]
EditeurGuido Spyns; Peter De Baets (research); Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenGuido Spyns; Peter De Baets (research); Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Callewaert Jan aan Gezelle Guido, Roeselare (Roeselare), 24/06/1860. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderCallewaert, Jan
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum24/06/1860
VerzendingsplaatsRoeselare (Roeselare)
AnnotatieBriefversie van datering: Ste Jansdag 1860 ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 211 mm x 132 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: papier postal breveté 4 grammes
Toevoegingen op zijde 1 linksboven: Callewaert (balpen, schuin); idem rechtsboven bijgeschreven boven de datum: 24/6 (potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4016
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.10331
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/12210a25d26ede6bf8732518c4fa9a49eef14221/manifest
Inhoud
IncipitIk hadde van over lang geschreven
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.