<Hit 1109 of 3122

>

p1
Eerweerde Heer en meester,

Wij zullen op eenen anderen keer beter de algemeene schrijfwijze volgen in ons schrijven, en spaarzamer de Limburgsche woorden gebruiken, bezonder de kleine versleten woordekens die alle vijf voet terugkomen. De uitdrukkingen, de draai van den volstel zullen u aardiger voorkomen als de Limburgers. Ik heb diks opgemerkt, dat er velen zijn, die nooit over 't stelsel van de gouwspraken[1] niet en hebben gehoord, die er misschien tegen zijn als ze 't kennen, en die in 't gebruik er nogtans, dapper op, vóór schijnen. Ze zijn niet verwonderd van eenvoudige uitdrukkingen te hooren, (diks omdat zij ze niet van de Hollandschen en kunnen onderscheiden) maar zullen bij 't minste woordeken, dat niet Hollandsch en is, recht springen en de veêren struivelen. 't Woordeken wie, wi, whij (hoe) dat wij vroeger wie schreven, wordt in Limburg met ij en niet met ie uitgesproken. Wij hadden ons verdoold met onze ie-uitspraak van den klank ij. Bormans schrijft het ook met ij; ik meen ergerhands gezien te hebben dat hij het whij schreef, en deze wijze verdedigde.

Wij hebben al bij de 150 inschrijvingen voor 't Daghet. 60 uit West-Vlaanderen; 15 uit Oostvlaanderen; 1 uit Holland; 40 uit 't Bisdom Mechelen; 40 uit Limburg Van de 40 uit Limburg zijn er 2 van den Maaskant; 1 of 2 uit het Haspengouw; de anderen (36 of 37) uit den Kempen of uit Klein Vrankrijk.[2] Uit het Klein Seminarie p2van St Truiden en St Roch (meteen 250 vlamingen) zijn er nog maar 3.

Gij ziet dat alles geen goud is dat blinkt. Maar met den eersten nummer kunnen wij zeker nog op 50 misschien wel op 100 man meer tellen: zoo dat wij toch niet in nood en geraken.

Als Mijnheer Daniëls u schrijft, wakker hem aan om mede te helpen in 't schrijven. Ik denk dat hij het wel van aleen doen zal. Ik heb hem geschreven, al twee keeren, maar nog geen antwoord gehad.

Nu moeten Cuppens en ik ons examen voorbereiden voor het onderdiaconaat;[3] de twee anderen, die hier zullen medeschrijven, voor den “pro cura”.[4] Maar met eene 14 dagen zullen wij op een nieuw kunnen beginnen.

Wij hadden gedacht, al van 't begin af, van op de twee leste bladzijden van 't Daghet, het een of 't ander oud Limburgsch werk uit te geven; bv. Sinte Kerstine[5] dat mellius et omnium est.[6] Ik geloof niet dat vier van onze inschrijvers dat dicht hebben; De eerste uitgaaf is al lang uitgeput; en de inschrijvers zullen liever zoo iets, als niets hebben, gelijk het zijn zou, als wij ’t Daghet grooter lieten drukken. Wat denkt gij erover: uw gedacht zal het onze worden.

Wij zullen trachten met den Heer Tuerlinckx in kennis te geraken.[7]

Ik schik u hierbij een sterteken aan de Alvermennekens;[8] en iets over p3Bormans dat in Juni 78 bijkans zoo in de “Gazette de Liège” stond.[9]

Onze kleine oude medecijneboekskens gaat gij ook ontvangen.[10]

Zou Cuppens eens wat schrijven over onzen Eerw. Heer Daris zijne werken? [11]

In onze Boekerij[12] en vinden wij geene ingeschreven zegsels, bezonder geene vlaamsche. Gewoonlik is er een papier over geplekt,[13] en anders zijn ze uitgekretst.

Geen boek en zal ons onder de handen doorgaan of wij zullen er op letten. Een dat nog al eens gevonden wordt, is: Sum Jacobi et amicorum.[14]

In het “Sermoen van de devotie tot den lijdenden Jesus, - Ghendt, bij Jan Danckaert 1703 - vind ik: “desen boock hoort toe aen Ludovicus geijbels en die desen boock vint en niet wieren en bercht dat en mijnen E vindt niet aen. Ludovicus geijbels tot Soelder 1754.”

Koob Len.
Luik, den 17sten Nov. 84.
[15]p1

Bormans.

Onze geleerde taalkundige, J. H. Bormans, was van St Truiden van dan. Hij word in ‘t jaar O. H. 1801 geboren en storf te Luik in 't jaar 78.

Van jongs af aan was 't een slimmen en brave mensch. Doorbraaf, ja dat was er; en doorgeleerd ook, en dat: bewijzen zijne werken en de ambten die hij vervuld heeft. Hij kost achttien jaar zijn, doen er al leeraar was van de Poësie en de Rhetorica in Seminarie van Luik: vervolgens kwam er in 't collegie van Luik, doen in dat van St Truiden, waar hij in 34 de Bestierder van word, doen in dat van Hasselt, doen in de Hoogschool van Gent (in 1835) en eindelik in 't jaar 37, in die van Luik. Daar heeft er, ene dertig jaar lang, zijne schoone lessen van grieksche en latijnsche woordafleidkunst gegeven.

Nu zijne bezonderste werken, en dan zult ge zien dat er zijn moedertaal niet vergat al zat er ook midden in 't Walenland. Wat heeft er zooal uitgegeven:

1° een werk over de vlaamsche spraakregels.

2° 't bezonderste werk van eenen Limburgschen dichter, van Van Veldeke.

3° Het leven van Sint Servaas in verzen, uit de 12de eeuw.

4° ‘t leven van Sinte Kerstine en dat

5° van Sinte Luitgaarde, gedichten uit de 14ste of de 15 ste eeuw.

6° Brokken van 't vlaamsche Roelandslied. Een van die stukken, dat in Loon gevonden word, was nog onbekend.

7° Brieven aan Karel Grandgagnage, om hem te laten zien, dat in zijnen woordenboek, de woorden "origine inconnue,” “origine celtique", niets anders en beteekenen als: “uit het vlaamsch overgenomen.

Bormans was lid van de Koninglijke akademie van Brussel, van de Koningl. Comm. van Geschiedenis van de Maatschappij van de Nederlandsche letterkunde te Leyden, enz. enz.p2Bormans had zooveel geschreven en zooveel uitgegeven. En zoudt ge 't konnen gelooven? Zijne boeken zijn na zijn dood verkocht geworden als... oud papier voor zooveel centiemen het pond. O barbaarschen tijd; o barbaarsch Walenland.

Annotations

[1] Streektaal.
[2] De naam is afkomstig van het woord ‘Vranckenbosch’. Dit bos, gelegen nabij Loksbergen, werd al in de 14de eeuw ontgonnen. De Ferrariskaart (1770) vermeldt ’Kleyn Vranckryck‘. Klein-Frankrijk of Kleen-Frankrijk is dus een gehucht in de gemeente Loksbergen (Halen, Limburg).
[3] Jakob Lenaerts en August Cuppens studeerden gedurende deze periode aan het grootseminarie van Luik. De examens gingen eind november 1884 door.
[4] Term gebruikt wanneer iemand een document ondertekent namens iemand anders.
[5] Sente Kristina is een Middelnederlandse heiligenlegende toegeschreven aan Broeder Gheraert. De tekst werd later uitgegeven door J. Bormans. Het gaat over het leven van Christina de Wonderbare van Sint-Truiden.
[6] Vertaling (Latijn): het beste of meest waardevolle (van alle oude werken).
[7] In zijn brief aan A. Cuppens van xx/11/1884 schrijft Guido Gezelle: “Hoe meer meêwerkers hoe beter. Kunt gij Tuerlinckx daar niet bij krijgen?”

In een latere brief van 25?/12/1884 van A. Cuppens aan G. Gezelle: “Rijkaart heeft aan Tuerlinckx geschreven voor hulp en bijstand: nog geen veds van hem terugvernomen! Als gij hem zelf eens schreeft?”

[8] Een Limburgs sagenwezen, vergelijkbaar met kabouters. Boeren die de Alvermannen met respect behandelen en hen iets te eten geven, vaak boterhammen en koffie, zullen ‘s nachts geholpen worden door de wezens, maar volgens verschillende sagen, alsook een dichtwerk geschreven door Lenaerts, zouden de Alvermannen uit Limburg weggetrokken zijn nadat het christendom zijn intrede maakte.

L.W.J. Lenaerts, Limburgsch Oud Wangeloof. De Kabouters. In: ’t Daghet in den Oosten: I (1885) 2, p. 11-13.

De bijlage met het ‘sterteken’ ontbreekt. Voor het volledige handschrift zie bijlage 2 bij de brief van A. Cuppens aan G. Gezelle van 21?/10/1884.

[9] Bijlage 2 is toegevoegd aan deze brief.
[10] In zijn brief aan A. Cuppens van xx/11/1884 schrijft Guido Gezelle: “Die twee boeken Apothekers enz. zouden mij hoogst welkom zijn.
[11] In de eerste jaargang van ’t Daghet in den Oosten is er geen artikel over Daris verschenen. Er zijn twee verwijzingen naar hem:

Ons Boek- en Boekstafwezen. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 3, p. 23: verwijzing naar zijn studie Histoire du diocèse et de la principauté de Liège, 1884

P. Daniëls, Plaatsnamen in Limburg. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 14-15, p.112 verwijzing naar studies van Daris met betrekking tot Borgloon en Groot Loon.

[12] Bibliotheek van het grootseminarie te Luik.
[13] / tussen de twee woorden om witruimte aan te duiden.
[14] Vetaling (Latijn): Dit boek behoort toe aan Jacobus en zijn vrienden.
[15] Bijlage bij brief van L. Lenaerts aan G. Gezelle van 17/11/1884: artikel over Bormans gepubliceerd in: Gazette de Liège: (juni 1878). Zie record 6.26863

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Sender

NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameLuik

Name - person

NameBormans, Jan Hendrik; Broeder Geraert
Dates° Sint-Truiden, 17/11/1801 - ✝ Luik, 04/06/1878
SexMannelijk
Occupationhoogleraar; filoloog
BioJan-Hendrik Bormans studeerde klassieke talen aan de Universiteit van Luik en begon zijn loopbaan als docent poësis en retorica aan het Seminarie van Luik (1818-1820). Daarna was hij studiemeester aan het koninklijk college in Luik (1820-1825), docent en rector in Sint-Truiden (1825-1834) en rector in Hasselt (1834-1835). Van 1835 tot 1837 doceerde hij Nederlandse en Griekse letteren aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij via Jan Frans Willems en andere flaminganten interesse kreeg in de Middelnederlandse literatuur. In 1837 keerde hij terug naar de Universiteit van Luik, waar hij klassieke talen en vanaf 1851 ook Nederlands doceerde. Hij ging in 1865 met emeritaat. Als pionier in de studie van de Middelnederlandse literatuur gaf Bormans werken uit zoals Leven van Sinte Christina, Der Naturen Bloeme van Jacob van Maerlant en de Brabantse Yeesten. Hij was lid van de Leidse Maatschappij van Nederlandse Letterkunde en speelde een belangrijke rol als lid en rapporteur van de eerste Spellingscommissie. In 1857 publiceerde hij in "Dietsche Warande" een Middelnederlandse vertaling van het Leven van Sint-Lutgart en stelde voor haar uit te roepen tot patroonheilige van de Nederlandse taal- en letterkunde, een idee dat bij Guido Gezelle bijval vond. Vanaf 1858 correspondeerde Guido Gezelle met Bormans over een handschrift van Jan Praet, dat Gezelle via Kanunnik Van Verdeghem van de Brugse zwartzusters in bruikleen had gekregen. Bormans werkte jarenlang aan de editie van dit handschrift en publiceerde het in 1872. Hij droeg ook bij aan Gezelles taalstudie. Zijn waardering voor het werk van Gezelle was een argument in de polemiek rond het taalparticularisme.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
SourcesHessmann, Pierre. De briefwisseling Bormans-Gezelle. In: Gezelliana: 1 (1970) 1-2, 28-48; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/bormans-jan-hendrik
NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NameTuerlinckx, Jan Ferdinand; Tuerlinckx, Joannes Ferdinandus
Dates° Glabbeek-Zuurbeemden, 23/11/1833 - ✝ Aarschot, 25/04/1900
SexMannelijk
Occupationleraar; directeur; inspecteur; dialectoloog
BioJan Ferdinand Tuerlinckx werd geboren op 23 november 1833 in Glabbeek-Zuurbeemden, nabij Tienen, als zoon van landbouwers Petrus Ludovicus Tuerlinckx (1808-1879) en Maria Romain (1799-1874). Hij huwde op 8 januari 1863 in Kersbeek Miskom met Florentina Benigna Bullens (1832-1891). Er waren verschillende kinderen. Tuerlinckx was actief als onderwijzer in verschillende gemeenten, waaronder Kersbeek-Miskom, Glabbeek-Zuurbeemden en Neerlinter. Vanaf 1879 stond hij aan het hoofd van de vrije jongensschool in Tienen. In 1890 werd hij kantonaal schoolopziener voor het lager onderwijs in Aarschot. Hij publiceerde onder meer een bijdrage over het Hagelands taaleigen (1882) en een bekroond werk over het Hagelands dialect (1883), waarmee hij erkenning kreeg van de Zuid-Nederlandsche Maatschappij voor Taalkunde.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
SourcesAgatha; Geneanet
NameDaris, Arnold Josephus Matheus; Daris, Joseph
Dates° Borgloon, 18/09/1821 - ✝ Borgloon, 11/09/1905
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; professor; bibliothecaris; archivaris; historicus; auteur
BioArnold Josephus Matheus Daris werd op 18 september 1821 geboren te Borgloon, als zoon van Martin Daris (1777-1835), gemeentesecretaris en vrederechter, en Maria Christina Kalcker (1785-1849). Jozef volgde klassieke humaniora in Tongeren en Rolduc, en studeerde filosofie en theologie aan het Grootseminarie van Luik. Daris werd er op 21 december 1844 tot priester gewijd. Hij doceerde van 1851-1854 Grieks en apologetiek aan het pas opgerichte Kleinseminarie te Sint-Truiden, en van 1854 tot 1897 canoniek recht en kerkgeschiedenis aan het Grootseminarie te Luik. Daarna bleef hij er als bibliothecaris en archivaris wonen. Als studax en autodidact bekwaamde hij zich in de historiografie en bronnenstudie. Zij grote passie vertaalde zich in ontelbare historische werken over zijn geboortestad Borgloon, het prinsbisdom Luik, en de kerken van het diocees. Daarnaast zagen de “Praelectiones canonicae quas in seminario leodiensi habuit Josephus Daris” het licht in Luik tussen 1861 en 1865. Dat zijn drie gepubliceerde delen van colleges over canoniek recht. Daris werd titulair kanunnik in 1880. Op 83-jarige leeftijd nam Josephus Daris zijn intrek bij zijn nicht in Borgloon en overleed er kort nadien op 11 september 1905.
Links[odis]
Sources https://gw.geneanet.org; https://www.daris.be/daris.htm
NameVan Veldeke, Hendrik; Van Veldeke, Heinric
Dates° Heerlijkheid van Veldeke (bij Hasselt), ca. 1150 - ✝ na 1186
SexMannelijk
Occupationdichter
ResidenceDuitsland
BioHendrik van Veldeke werd rond 1150 geboren op de heerlijkheid Veldeke, gelegen tussen Spalbeek en Kermt nabij Hasselt. Hij was een zoon uit een lager geslacht van dienstadel. Vermoedelijke verblijfplaatsen in zijn leven waren onder meer Tongeren, Sint-Truiden, Maastricht, Kleve en Thüringen. Zijn kennis van Frans, Duits en Latijn wijst op een degelijke intellectuele vorming. Hij schreef 33 minneliederen. In deze liederen gaf hij de hoofse ridderliefde vaak een licht ironische en kritische nuance. Tijdens de verfraaiing van de Sint-Servaasbasiliek van Tricht vertaalde en bewerkte hij de “Vita Sancti Servatii”. Daarin prees hij de Servaasdevotie van de Duitse keizers en steunde zo indirect de belangen van de graven van het Graafschap Loon, die invloed wilden krijgen over het Duitse kapittel van Sint-Servaasbasiliek in Maastricht. Met zijn Eneasroman, een bewerking van een Anglo-Normandisch voorbeeld, beschreef hij onder meer de liefdesgeschiedenis tussen Dido en Aeneas in Carthago. Van Veldeke stelde de Duitse keizers voor als erfgenamen van de Romeinse keizers en gaf hen zo een belangrijke plaats in de christelijke heilsgeschiedenis. Over zijn leven is weinig met zekerheid bekend, veel wordt afgeleid uit zijn werk. Van Veldeke wordt beschouwd als de eerste Dietse dichter die in het Limburgs schreef. Hij droeg bij aan de ontwikkeling van een geschreven volkstaal en staat bekend om zijn verfijnde rijmschema’s. Met zijn door Ovidius geïnspireerde liefdespsychologie opende hij een nieuw literair register in de Dietse literatuur. Zijn werk toont hoe hij zijn literaire talent in dienst stelde van zowel de graven van Loon als de Duitse keizers. Hoewel hij in het Middelnederlands schreef, zijn zijn ridderroman en minneliederen uitsluitend in Duitse handschriften overgeleverd. Ook in het Duitse taalgebied was hij een gevierd dichter.
Links[wikipedia], [dbnl]
NameChristina de Wonderbare; Christina Mirabilis; Kerstiene
Dates° Brustem (Sint-Truiden), ca. 1150 - ✝ Sint-Truiden, 1224
SexVrouwelijk
Occupationkluizenaar; kloosterzuster; mystica
BioChristina Mirabilis (ca. 1150–1224), Christina de Wonderbare, werd geboren in Brustem. Na het overlijden van haar ouders zette zij samen met haar zussen de ouderlijke hoeve voort. Als koewachter verbleef zij vaak in de natuur, waar zij zich toelegde op gebed en contemplatie. Op jonge leeftijd stierf Kristina, maar stond tijdens haar begrafenis op van de lijkbaar en verhief zich tot het gewelf van de kerk. Daar kreeg zij een visioen van vagevuur, hel en hemel, en van de menselijke lotsbestemming. Na haar terugkeer naar het leven zag zij het als haar goddelijke roeping om zondaars, stervenden en overledenen bij te staan op hun weg naar verlossing. Daarom onderwierp ze zich aan zware boetedoeningen, trotseerde vrijwillig vuur, koude en honger en verbleef op daken en in bomen. Haar omgeving beschouwde haar als bezeten of als heks, en zij werd meermaals opgesloten. Zij voedde en genas zich met wonderbaarlijke melk en olie die uit haar borsten vloeiden. Na een onderdompeling in een doopvont werd haar leven meer ingetogen en beschouwende wending nam. In de daaropvolgende jaren leefde zij als kluizenares en mystica. Zij trad daarbij op als spirituele raadgever voor onder anderen Sint-Lutgardis van Tongeren en Lodewijk II van Loon. In haar laatste levensjaren verbleef Christina in de abdij van Nonnenmielen (Sint-Truiden). Volgens de legende werd zij daar nog eenmaal uit de dood teruggeroepen om een stervende medezuster bij te staan. Uiteindelijk overleed zij voor een derde maal in 1224.
Links[wikipedia]
Sources https://www.erfgoud.be/nl/lees/113; https://www.heiligen.net/heiligen/07/24/07-24-1224-christina-wonderbare.php; https://www.christinamirabilis.com/ ;https://www.otheo.be/artikel/focus-heilige-christina-wonderbaarlijke
NameGeijbels, Ludovicus; Geybels, Ludovicus
SexMannelijk
BioVoor een Ludovicus Geybels werden enkel geboortegegevens teruggevonden. Hij werd op 3 november 1726 te Zolder gedoopt als zoon van Petrus Geybels en Elisabeth Cornelis. Over zijn verdere levensloop zijn geen gegevens bekend. Het is ook onzeker of het over de correcte persoon gaat.

Name - place

NameBrussel
SettlementBrussel
NameLoksbergen
SettlementHalen
NameLoon (Loon-Plage)
NameSint-Truiden
SettlementSint-Truiden
NameZolder
SettlementHeusden-Zolder
NameLuik
NameLeiden
NameSaint-Roche

Name - institute

NameMaatschappij voor Nederlandse Letterkunde Leiden
DescriptionDe Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (MNL) is een in 1766 in Leiden opgericht letterkundig-historisch genootschap (gesticht door Frans van Lelyveld e.a.), en daar nog steeds gevestigd. Haar belangrijkste activiteiten zijn het organiseren van letterkundige en wetenschappelijke bijeenkomsten, het uitgeven van boeken en tijdschriften (o.m. het ‘Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde’, sinds 1881) en het toekennen van wetenschappelijke prijzen. Ze bestaat uit diverse commissies en werkgroepen. De maatschappij stond in 1999 aan de basis van de Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren (DBNL), een website over de Nederlandse taal en literatuur.
Dating1766-heden
NameKoninklijke Academie Brussel
DescriptionDe Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique werd officieel ingericht door Willem I op 17 mei 1816, en gereorganiseerd in 1845, maar kende een voorgeschiedenis tot in de Oostenrijkse tijd. In de Gezellestudie is ze vooral bekend omdat Nolet de Brauwere er op 2 februari Gezelle, De Bo en hun kring aangevallen had in zijn ‘Notice sur le particularisme linquistique de la Flandre Occidentale’.
Dating1816
NameUniversiteit Gent
DescriptionOnder het Verenigd Koninkrijk richtte in 1817 Willem I te Gent een Latijnse universiteit op. Bij de scheiding van 1830 werd het Frans de onderwijstaal. Na het korte intermezzo van de ‘Vlaamsche Hoogeschool’ onder de Duitse bezetting (1916-1918), volgde een aarzelend begin van vernederlandsing in 1923. In april 1930 keurde het parlement de volledige vernederlandsing goed. De eerste rector van de ‘vervlaamste’ universiteit was August Vermeylen. Sinds 1991 is de naam van de instelling Universiteit Gent of ‘UGent’.
Dating1817-heden
Links[wikipedia]
NameGrootseminarie Luik
DescriptionHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Dating1592-heden
NameUniversiteit Luik
DescriptionDe Université de Liège werd door koning Willem opgericht in 1817 in een oud jezuïetenklooster aan de Maas in het centrum van Luik. De huidige inrichtende macht is de Franse Gemeenschap.
Dating1817-heden
Links[wikipedia]
NameKleinseminarie, Sint-Truiden
DescriptionIn 1836 richtte de Luikse bisschop Cornelius R. van Bommel een kleinseminarie op in Rolduc, met afdelingen Grieks-Latijn, wijsbegeerte en een normaalschool met internaat. Na de definitieve grensbepaling tussen België en Nederland in 1839 verhuisde het instituut naar de voormalige benedictijnenabdij in Sint-Truiden, waar de bisschop het gebouw herbouwde in neoclassicistische stijl, met samen met een nieuwe kerk, boerderij, molen en bakkerij. De salle de rhétorique, de Academiezaal, in de vorm van een amfitheater, wordt tot op vandaag geprezen voor zijn akoestiek. Ondanks het feit dat Limburg tot 1967 onder het bisdom Luik viel, werd het seminarium een Vlaams bolwerk. Het letterkundig genootschap Utile Dulci, geleid door leraren Nederlands, organiseerde culturele evenementen en strijdde voor Nederlandstalig onderwijs. Dit leidde tot conflicten met de schoolleiding, die de Franse voertaal handhaafde. Vanaf 1900 werd het aantal uren Nederlands langzaam uitgebreid, maar pas in 1930 werden de Nederlandse en Franse afdelingen gescheiden. De Vlaamsgezinde beweging in Sint-Truiden voor vervlaamsing van het onderwijs verliep traag, en de Franse afdeling werd pas in 1961 opgeheven door een gebrek aan inschrijvingen. Het genootschap Utile Dulci stierf na de Tweede Wereldoorlog een stille dood. De normaalschool verhuisde in 1920 naar Maasmechelen. Een verwoestende brand legde in 1975 vijf slaapzalen, het klooster van de zusters, de molen, de kerk en de oude toren in de as.
Dating1836-heden
NameKoninklijk College, Luik
DescriptionIn de Franse tijd werd in Luik een Lycée Impériale opgericht. Dat werd tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) omgedoopt tot Collège Royal of Koninklijk College (met internaat). De onderwezen vakken waren: klassieke talen (Latijn en Grieks), aardrijkskunde, literatuur, filosofie, geschiedenis, wiskunde, fysica, chemie, natuurwetenschappen, Duits, Nederlands, tekenen en godsdienst. Na de Belgische Omwenteling (1830) werd het Koninklijk College omgevormd tot een stadscollege. In 1850 werd deze school dan omgevormd tot een koninklijk atheneum. Charles Rogier was een (briljante) oud-leerling van het Koninklijk College.
Dating1816-1817 (?)-heden

Title - other work

Titleonbekend
TitleLa chanson de Roncevaux, fragments d'anciennes rédactions thioises, avec une introduction et des remarques
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1864
PlaceBruxelles
PublisherHayez
TitleLettre de J.-H. Bormans ... à Mr. Charles Grandgagnage, sur les elements thiois (flamands) de la langue wallonne
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1856
PlaceLiège
PublisherCarmanne
Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens
TitleVocabulaire des noms wallons d'animaux, de plantes et de minéraux
AuthorGrandgagnage, Charles
Date1856
PlaceLiège
PublisherCarmanne
TitleLeven van sinte Christina de wonderbare
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1850
PlaceGent
PublisherC. Annoot - Braeckman
TitleGazette de Liège
Date1840-2021
PlaceLiège
PublisherJoseph Demarteau
Links[wikipedia]
TitleSermoon van de devotie tot den lijdenden Jesus
Authordu Jardin, Thomas
Date1703
PlaceGhendt
PublisherDanckaert
TitleVerslag over de verhandelingen, ingekomen bij het staetsbestuur van België, ten gevolge der taalkundige prijsvraeg voorgesteld by koninglyk besluit van den 6 September 1836
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1841
PlaceGent
PublisherC. Annoot-Braeckman
TitleSinte Servatius legende
Authorvan Veldeke, Hendrik ; Bormans, Jan Hendrik
Date1858
PlaceMaestricht
PublisherLeyter-Nypels
TitleHet leven van Sinte Lutgardis: een dietsch gedicht, ten laetste van de tweede helft der XIVe eeuw, naar het oorspronkelijk handschrift van broeder Geraert
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1858
PlaceAmsterdam
PublisherC. L. Van Langenhuysen

Title17/11/1884, Luik, Leonard Willem Jakob Lenaerts aan [Guido Gezelle]
EditorMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Peter De Baets (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Peter De Baets (research); Universiteit Antwerpen, Lenaerts Leonard Willem Jakob aan Gezelle Guido, Luik, 17/11/1884. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderLenaerts, Leonard Willem Jakob
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent17/11/1884
Place SentLuik
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 211 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out Bevat een handgeschreven bijlage: artikel van Lenaerts over Jan Hendrik Bormans (Gepubliceerd in: Gazette de Liège. - (juni 1878))
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5447
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11757
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/da77f3f3bda76d3d6c742028a3ae442642b83799/manifest
Content Description
IncipitWij zullen op eenen anderen keer beter
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.