Ik hebbe eene kleine zende voor Loquela; en 'k zou daarbij nog geren 't een en ander vragen.
Eerst de zende; 't en zijn grootendeels maar eenige aanmerkingen op de twee leste nummers.[1]
n° 5 Pietmaand.[2] Voor bejaagd zijn[3] zeggen ze, al de kanten van Opwijk, mijn dorp, mijn dorp, gejaagd zijn, 't en is echter geen volledig werkwoord: 't en wordt maar als deelw. gebezigd.gejaagd zijn, 't en is echter geen volledig werkwoord: 't en wordt maar als deelw. gebezigd.
Grooten,[4] enkel gebezigd, bij ons niet gekend; maar 't samengestelde vergrooten heeft den zelfsten zin.
Voor scheister, laai, laaike[5] zeggen de werklie hier veel schofken, schoftijd, poos (noenpoos – vierurepoos, half achternoenpoos enz.).
Zwak[6] en zwakken te Opwijk als in Vlanderen.
zwakken[7] werkwoord 1° bedr. met knaphandigheid doen
2° onzijdig = wiegen (balancer) (ne krowagen zwakt).
zwak bijv. nw. = rap, snel, behendig enz. Al 't gene Kramers zwak = faible heet, zou bij ons slap, teer enz. zijn.
n° 6 Bames.[8] Beste hoofd[9] = doodschuld (Opwijk.) Ze moeten de doodschuld nog betalen.
eerst[10] bij ons als in Vlanderen: 1° primo
2° antea.
ellekeutje.[11] t Gene gij zegt van koter[12] (gros mondain) heet, geloof ik, bij ons: kieëter, e kieeterke: 'k en kenne er echter de eigenschappen niet af.p2kladante,[13] onbekend; maar wij zeggen: een aardig getrek van e vramins.[14]
Speiberd[15] is 't gene ze bij ons, geloof ik, e spreiberd heeten; dienende immers om het aalvat, het beirvat uit te spreiden.
Peilen[16] en zijpeersde[17] en versta ik niet. Als ge geenen De Bo en hebtg' er niet wijs uit worden. niet wijs uit worden.
Lepel, klepel[18] enz is bij ons: leper, kleper enz. 'l op 't leste der ww. altoos = r.
knor[19] = tnor bij ons: kn = tn (tnecht enz.)
berd = bēt rd = t.
berden = bērres rd = rr. (parre = padde)
Gesp = geps sp = ps (heps = hesp.)
terden = terren en terren = treden = treën. Wat het oorspronkelek woord is, en weet ik niet. Is
het treden? Dan hebben we: tr - d = t - rd, en rd = rr
Enz. enz... Van die stafwisselingen zou ik menige voorbeelden kunnen geven. 'k Hebbe onder 't verlof hoogleeraar Willems zijnen schrijfboek voor, de gouwsprake van Opwijck[20] afgewerkd, en 'k heb bemerkt dat al die veranderingen en verspringingen algmeene wetten volgen. 't En zou niet moeilek zijn, om ze uit dien schrijfboek op te maken.
Maar nu, als ge schrijft, hoe moet g' het dan met al die wisselingen aanleggen. 'k Versta goed dat wij er eenige kunnen van volgen: b.v. alderheiligen voor allerheiligen, geps voor gesp; leper voor lepel: maar zoudt ge ook derven berre zetten voor bedde, terren voor terden of terten; tnecht voor knecht enz..
En met de veranderingen van klinkers of de verbastering, als ge wilt, wat daar mee gedaan?
Zoo, b.v., zuiver lange open a kan bij ons, 'k en weet niet hoeveel klanken hebben. oa (voader) ui (luit) enz. En zoo ook met de andere klanken.
En dan de versmelting der lettergrepen (of hoe p3moet ik in zuiver Vlaamsch zeggen?): b.v: buitten kommen. (Laat hem kommen of komen)
't Valt nog al lastig daarin iets te doen, zonder zijn eigen tegen te spreken. Want als ge d'een verandering aanneemt, met welk recht zult ge de andere verwerpen. B.v. om dezelfste reden, waarom ik alderheiligen schrijf, zou ik berres (bedden) enz moeten zetten. Is 't niet? Daar begint gaan leven in de volkstaal te kommen, maar 't valt te zorgen van op vasten grond te terren.
En wel, 'k zou daar eens geren een klaar gedacht over krijgen: als ik iets doen, weet ik ook geren waarom.
Nog eenige woorden:
e zoaelingsken = em bijsken, e vlogsken & stemzate[21] zoa - (en) ling. Galmaerde.
Vlieg. Daar zit en vlieg op = 't steekt en spēlle (spelde) tusschen; 't is belet; 't en zal niet goed afloopen. (St Quintens Lennick)
uitkippen = uitkiezen (Audenaken)
e puntwelfsel = een welfsel wiens verschillige bogen in één stip samenloopen,
bij tegenstelling aan een boogwelfsel
Opwijck
beslimmen = befijnen, loos doen, hebben (hemmen, bb = mm) bedriegen, naar den boek doen, foppen, fuiten enz.
De kat zal u beslimmen = zal u te fijn zijn. Opwijck
den (h)aal hangen = mettre la cremmaillère. Na nen verhuis, b.v., wordt er 's avonds gefeest, en dat drukken ze uit met: den (h)aal (aal) hangen. Herne
strop zitten. De zaag zit strop, als er splinters tusschen zaag en hout geraken (Mechelen)
pas liggen: Die steen en ligt niet pas = niet waterpas. Mechelen.
heeten = gebieden (als in 't Duitsch)
Wie heeft er u dat geheeten = geboden. Audenaken.
'k Ben van zin, als 't Loquela zou kunnen nuttig zijn, de toekomstige afprenten allegaar eens goed na te zien, en er eenige bemerkingen op te maken, b.v. voor woordverschillen van p4mijne en uwe streek.
Nog iets: 't loochenwoordeken en is bij ons nog in vollen gang: in 't hertje van de Kempen maar alleen meer bij de oukens. De jongelie en gebruiken 't niet, en hebben er nen afkeer van: ze zijn al vandeeg verschoolmeesterd.
't Welluidend stom eken van Westvlanderen is volop gekend in Zuid-West Brabant, al de kanten van Herne en omstreken en zelfs tot in de minste woordekens: vijve, zesse enz.. Bij ons bestaat het nog in al de gesloten vrouweleke naamwoorden b.v. en bolle, en berre, en parre enz..; en hier, te Mechelen, zelf en zeggen ze nooit anders als: O. L. Vrouwe kerk. Anders en is 't hier niet gekend. Zou dat mogelek algemeen geweest hebben?
Spijtig dat we hier in 't Seminarie ons zoo weinig met taalstudie kunnen ophouden. Intusschen doen wij ons best om de hollandsche schoolmeesterij bij ons zelven en anderen zoo veel mogelek af te breken. Ha! de volkstaal. 'k Geloof en 'k hoop waarlek dat heur stelsel geroepen is om te zegepralen. Maar daarom moet er gewerkt! En dat kennen de Westvlamingen wat fijn! Ja, als ze zoo voortgaan, en zullen ze niet alleen de volkstaal bovenhelpen, maar zelfs hunne eigene gouwspraak nog grootendeels, bijzonder in wetenschappen, overplanten. Doen en maar laten aanschreeuwen, dat is 't beste!
Als ge met halfoogst verlof ons geren voor de volkstaal zaagt werken, dan hebt ge onze plaats, en de manier van strijden maar te laten kennen. B.v. met schoone boeken uit andere talen, uit het duitsch, fransch, engelsch in zuivere volkstaal over te brengen. Dat immers zou der moeten zijn.
'k Hebbe den Duikalmanak gekregen, en 't is prachtig. 't Is een rechte schat van vlaamsche geest, en daar valt schrikkelek veel in te leeren. 'k Heb hem eene warme en breedvoerige aanbeveling bezorgd in de "Gazet van Merchtem",[22] en, desnoods, kan er op andere plaatsen nog voor gezorgd worden. Zouden, 't naaste jaar, na elke maand de schoone spreekwoorden, op zijn Westvlaamsch, in geene nieuwsbladen mogen kommen?
Ik moet eindigen. Verschoon, eerweerde, mijn gekribbel, en wees zoo goed mij over een en ander inlichting te bezorgen.
Naschrift. - Weet ge, eerweerde, dat de drukker [23] van den Duikalmanak de vragers fransche rekeningen durft stieren; dat hij den Vlaamsche Leeuw onder fransche band opzendt. 't Is zoo! Maar 't is niet fraai! Wij hebben zijn fransche vodden teruggestierd, en der Vlaamsche gevraagd.







