<Hit 1271 of 3122

>

p1
Geloofd zij Jesus-Christus
Eerweerde Heer,

Ik hebbe eene kleine zende voor Loquela; en 'k zou daarbij nog geren 't een en ander vragen.

Eerst de zende; 't en zijn grootendeels maar eenige aanmerkingen op de twee leste nummers.[1]

n° 5 Pietmaand.[2] Voor bejaagd zijn[3] zeggen ze, al de kanten van Opwijk, mijn dorp, mijn dorp, gejaagd zijn, 't en is echter geen volledig werkwoord: 't en wordt maar als deelw. gebezigd.gejaagd zijn, 't en is echter geen volledig werkwoord: 't en wordt maar als deelw. gebezigd.

Grooten,[4] enkel gebezigd, bij ons niet gekend; maar 't samengestelde vergrooten heeft den zelfsten zin.

Voor scheister, laai, laaike[5] zeggen de werklie hier veel schofken, schoftijd, poos (noenpoos – vierurepoos, half achternoenpoos enz.).

Zwak[6] en zwakken te Opwijk als in Vlanderen.

zwakken[7] werkwoord 1° bedr. met knaphandigheid doen

2° onzijdig = wiegen (balancer) (ne krowagen zwakt).

zwak bijv. nw. = rap, snel, behendig enz. Al 't gene Kramers zwak = faible heet, zou bij ons slap, teer enz. zijn.

n° 6 Bames.[8] Beste hoofd[9] = doodschuld (Opwijk.) Ze moeten de doodschuld nog betalen.

eerst[10] bij ons als in Vlanderen: 1° primo

2° antea.

ellekeutje.[11] t Gene gij zegt van koter[12] (gros mondain) heet, geloof ik, bij ons: kieëter, e kieeterke: 'k en kenne er echter de eigenschappen niet af.p2kladante,[13] onbekend; maar wij zeggen: een aardig getrek van e vramins.[14]

Speiberd[15] is 't gene ze bij ons, geloof ik, e spreiberd heeten; dienende immers om het aalvat, het beirvat uit te spreiden.

Peilen[16] en zijpeersde[17] en versta ik niet. Als ge geenen De Bo en hebtg' er niet wijs uit worden. niet wijs uit worden.

Lepel, klepel[18] enz is bij ons: leper, kleper enz. 'l op 't leste der ww. altoos = r.

knor[19] = tnor bij ons: kn = tn (tnecht enz.)

berd = bēt rd = t.

berden = bērres rd = rr. (parre = padde)

Gesp = geps sp = ps (heps = hesp.)

terden = terren en terren = treden = treën. Wat het oorspronkelek woord is, en weet ik niet. Is

het treden? Dan hebben we: tr - d = t - rd, en rd = rr

Enz. enz... Van die stafwisselingen zou ik menige voorbeelden kunnen geven. 'k Hebbe onder 't verlof hoogleeraar Willems zijnen schrijfboek voor, de gouwsprake van Opwijck[20] afgewerkd, en 'k heb bemerkt dat al die veranderingen en verspringingen algmeene wetten volgen. 't En zou niet moeilek zijn, om ze uit dien schrijfboek op te maken.

Maar nu, als ge schrijft, hoe moet g' het dan met al die wisselingen aanleggen. 'k Versta goed dat wij er eenige kunnen van volgen: b.v. alderheiligen voor allerheiligen, geps voor gesp; leper voor lepel: maar zoudt ge ook derven berre zetten voor bedde, terren voor terden of terten; tnecht voor knecht enz.. 

En met de veranderingen van klinkers of de verbastering, als ge wilt, wat daar mee gedaan?

Zoo, b.v., zuiver lange open a kan bij ons, 'k en weet niet hoeveel klanken hebben. oa (voader) ui (luit) enz. En zoo ook met de andere klanken.

En dan de versmelting der lettergrepen (of hoe p3moet ik in zuiver Vlaamsch zeggen?): b.v: buitten kommen. (Laat hem kommen of komen)

't Valt nog al lastig daarin iets te doen, zonder zijn eigen tegen te spreken. Want als ge d'een verandering aanneemt, met welk recht zult ge de andere verwerpen. B.v. om dezelfste reden, waarom ik alderheiligen schrijf, zou ik berres (bedden) enz moeten zetten. Is 't niet? Daar begint gaan leven in de volkstaal te kommen, maar 't valt te zorgen van op vasten grond te terren.

En wel, 'k zou daar eens geren een klaar gedacht over krijgen: als ik iets doen, weet ik ook geren waarom.

Nog eenige woorden:

e zoaelingsken = em bijsken, e vlogsken & stemzate[21] zoa - (en) ling. Galmaerde.

Vlieg. Daar zit en vlieg op = 't steekt en spēlle (spelde) tusschen; 't is belet; 't en zal niet goed afloopen. (St Quintens Lennick)

uitkippen = uitkiezen (Audenaken)

e puntwelfsel = een welfsel wiens verschillige bogen in één stip samenloopen,

bij tegenstelling aan een boogwelfsel

schets van een boogwelfsel

Opwijck

beslimmen = befijnen, loos doen, hebben (hemmen, bb = mm) bedriegen, naar den boek doen, foppen, fuiten enz.

De kat zal u beslimmen = zal u te fijn zijn. Opwijck

den (h)aal hangen = mettre la cremmaillère. Na nen verhuis, b.v., wordt er 's avonds gefeest, en dat drukken ze uit met: den (h)aal (aal) hangen. Herne

strop zitten. De zaag zit strop, als er splinters tusschen zaag en hout geraken (Mechelen)

pas liggen: Die steen en ligt niet pas = niet waterpas. Mechelen.

heeten = gebieden (als in 't Duitsch)

Wie heeft er u dat geheeten = geboden. Audenaken.

'k Ben van zin, als 't Loquela zou kunnen nuttig zijn, de toekomstige afprenten allegaar eens goed na te zien, en er eenige bemerkingen op te maken, b.v. voor woordverschillen van p4mijne en uwe streek.

Nog iets: 't loochenwoordeken en is bij ons nog in vollen gang: in 't hertje van de Kempen maar alleen meer bij de oukens. De jongelie en gebruiken 't niet, en hebben er nen afkeer van: ze zijn al vandeeg verschoolmeesterd.

't Welluidend stom eken van Westvlanderen is volop gekend in Zuid-West Brabant, al de kanten van Herne en omstreken en zelfs tot in de minste woordekens: vijve, zesse enz.. Bij ons bestaat het nog in al de gesloten vrouweleke naamwoorden b.v. en bolle, en berre, en parre enz..; en hier, te Mechelen, zelf en zeggen ze nooit anders als: O. L. Vrouwe kerk. Anders en is 't hier niet gekend. Zou dat mogelek algemeen geweest hebben?

Spijtig dat we hier in 't Seminarie ons zoo weinig met taalstudie kunnen ophouden. Intusschen doen wij ons best om de hollandsche schoolmeesterij bij ons zelven en anderen zoo veel mogelek af te breken. Ha! de volkstaal. 'k Geloof en 'k hoop waarlek dat heur stelsel geroepen is om te zegepralen. Maar daarom moet er gewerkt! En dat kennen de Westvlamingen wat fijn! Ja, als ze zoo voortgaan, en zullen ze niet alleen de volkstaal bovenhelpen, maar zelfs hunne eigene gouwspraak nog grootendeels, bijzonder in wetenschappen, overplanten. Doen en maar laten aanschreeuwen, dat is 't beste!

Als ge met halfoogst verlof ons geren voor de volkstaal zaagt werken, dan hebt ge onze plaats, en de manier van strijden maar te laten kennen. B.v. met schoone boeken uit andere talen, uit het duitsch, fransch, engelsch in zuivere volkstaal over te brengen. Dat immers zou der moeten zijn.

'k Hebbe den Duikalmanak gekregen, en 't is prachtig. 't Is een rechte schat van vlaamsche geest, en daar valt schrikkelek veel in te leeren. 'k Heb hem eene warme en breedvoerige aanbeveling bezorgd in de "Gazet van Merchtem",[22] en, desnoods, kan er op andere plaatsen nog voor gezorgd worden. Zouden, 't naaste jaar, na elke maand de schoone spreekwoorden, op zijn Westvlaamsch, in geene nieuwsbladen mogen kommen?

Ik moet eindigen. Verschoon, eerweerde, mijn gekribbel, en wees zoo goed mij over een en ander inlichting te bezorgen.

In alles ten dienste van Loquela, diens geleerden schrijver
Alfons Verdoodt - onderdiaken
in 't Seminarie.

Naschrift. - Weet ge, eerweerde, dat de drukker [23] van den Duikalmanak de vragers fransche rekeningen durft stieren; dat hij den Vlaamsche Leeuw onder fransche band opzendt. 't Is zoo! Maar 't is niet fraai! Wij hebben zijn fransche vodden teruggestierd, en der Vlaamsche gevraagd.

Annotations

[1] Loquela: 5 (Pietmaand 1885) 5 en 5 (Bamesse 1885) 6.
[2] September.
[3] G. Gezelle, Zantekoorn. Bejagen. In: Loquela: 5 (Pietmaand 1885) 5, p. 33: “bejagen, bejaagde, bejaagd. = Aandoen, angstig maken, onruste aandoen. - 'k Ben zoo bejaagd! Geh. Kortrijk.”
[4] G. Gezelle, Zantekoorn. Grooten. In: Loquela: 5 (Pietmaand 1885) 5, p. 33: “Grooten, grootte, gegroot. = Grooter worden. - 't Zal grooten met groeien! Geh. Marcke. Die stafrijmde spreuke moet al oud zijn, en is de gewone antwoorde als men b. v. van een kind zegt dat 't te kleene is voor zijne elde. Kiliaen kent het w. en vertaalt het door “grandire, grandem facere, augere. Et grandescere, crescere.” Waarom en staat het w. grooten in Kramers niet?”
[5] G. Gezelle, Zantekoorn. Scheister. In: Loquela: 5 (Pietmaand 1885) 5, p. 34: “Scheister, den. Z. De Bo. 't W. scheister wordt gebezigd in den zelfsten zin als 't w. laai, laaike. Z. Loquela 1885, hlfz. 28. - “Alla, nog ne scheistere, en ton zeere na bedde!” Geh. Gulleghem.”
[6] G. Gezelle, Zantekoorn. Zwak. In: Loquela: 5 (Pietmaand 1885) 5, p. 38: “Zwak, den. = Stap. Dat is 't gene Kramers en an, met een fr. w., den “pas” heet. - De soldaten gaan op den zwak, op den stap, op zwak, op stap. Geh. Vlanderen.

Zwak , den. = Het hurten, hotsen, schokken van iets dat op en neer, weg en weer beweegt, in 't eng. the jolt, in 't fr. Ie cahot, Ie cahotement. - De zwak van de wagen zou dat kranke kind, die' deerlijke vrouwe kunnen schadelijk zijn. Geh. Vlanderen.”

[7] G. Gezelle, Zantekoorn. Zwakken. In: Loquela: 5 (Pietmaand 1885) 5, p. 38-39: “Zwakken, zwakte, gekwakt. = Met zwakte, met zwakkigheid, d. i. met behendigheid, knaphandigheid, bedreventheid, met 'n welgeoefende snelheid' iets ambachten, doen, klaar, gaar maken, zetten, leggen, enz. De letterzetters gebruiken 't w., sprekende van hun handwerk. - “Hoeveel duist (letters, boekstaven) heeft hij der alzoo al gezwakt vandage? (...)”
[8] Oktober.
[9] G. Gezelle, Zantekoorn. Beste hoofd. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 41: “Beste hoofd, het. = Erfnisbelastinge, fr. Droits de succession. - “'k He’ ‘t best' hoofd weest betalen.” Geh. Sint-Denijs, van eene ongeschoolde, niet anders als vl. sprekende vrouwe, die heure erfenisse was gaan kwijten van de lasten die er de wet op legt.”
[10] G. Gezelle, Zantekoorn. Eerst. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 42: ”Eerst = 'Te vooren, latijn ante, antea, fr. auparavant. - Die kamer is schoonder als eerst. Geh. Iseghem.”
[11] G. Gezelle, Zantekoorn. Ellekeutje. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 42-43: ”Ellekeutje, het. = Dat deel van den elleboge dat, gestuikt of anderszins geweld aangedaan zijnde, eene vreemde en zeer onaangename zinderinge ondergaat, die tot tenden de vingers loopt. Men zegt ook het keuttje, en bij klankverkortinge het kuttje, z. De Bo, i. v. - “Oeie, mijn ellekeuttje!“ Geh. Kortrijk. (...)”
[12] G. Gezelle, Zantekoorn. Ellekeutje. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 43: ”Ellekeutje, het. (...) -Kote, het ander deel van 't w., behoort tot het werkw. koten, dat steken, hoekwijs, tuitwijs, takwijs vooren- en uitkomen beteekent. Vandaar de koten of de keuten van een koe, z. De Bo; ook de koten, de getakte en gehoekte beentjes, de pekkels van het kotenspel; vandaar nog het werkw. koten, d. i. punt-, peuter-, brodwerk, kleen werk, geen werk doen = spelen, in de ww. radekoten, misverstaan rattekoten, rennekoien, rijdekoten, rotekoten, rottekoten, vijzekoten, zeugekoten, muizekoten, enz. (...).
[13] G. Gezelle, Zantekoorn. Kladante. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 44: ”Kladante, de, stemzate op dan. - Spotname van een onhebbelijk vrouwmensch. - “Dat is 'n vijze kladante van e vrommensch! Geh. Passchendaele. 't Woord dante bestaat ook zonder kla-, en 't schijnt verwant met dan(t)sen, dat eigentlijk trekken te zeggen is, zoo, men doet bij den kranendans, het kroenekranen, Ie cramignon. Dus ware 't woord dante een tuig, een trek, een getrek te zeggen; en eene vijze dante of kladante is zoo vele als een aardig getrek van een vrouwmensch. Mijne moeder, zaliger gedachten, zong een liedtje waarvan ik drie reken onthouden hebbe, en 't w. dante komt erin, aldus:

Perels, diamant

maakten deze dant

als eene godinne.”

[14] Vrouwmens.
[15] G. Gezelle, Zantekoorn. Speiberd. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 45: ”Speiberd, het. = Een berd dat men te lande onder het losgat van een aalstik pleegt vast te maken, in zulker voegen dat, als wanneer me' den tap uittrekt, het water uit het stik schiet, openspeit en de zandstrate bluscht. Geh. Iseghem..”
[16] G. Gezelle, Zantekoorn. Peilen. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 45: ”Peilen, peilde, gepeild. ’t Woord staat bij De Bo. - Ja, ge peilt u zelven! Wacht, 'k zal ikik (sic) u gaan peilen! Geh. Iseghem.”
[17] G. Gezelle, Zantekoorn. Zijpeersde. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 46: ”Zijpeersde. 't Woord staat bij De Bo als van koeien gezeid; men zegt ook oneigentlijk, bij voorbeeld van een stuk land, van een dak, van eenen schelf, dat zij zijpeersde afzakken. Geh. Wynghene.”
[18] G. Gezelle, Zantekoorn. Loesse. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 44: ”Loesse , de. = Pollepel, scheplepel, dienlepel. - ”'t Is pot me' loesse!” Geh. Sint-Denijs. De spreuke “'t Is pot met loesse“ beteekent zoo vele als:

“Vuile pot vuile pollepel,“ “zulk zak zulk zaad,” of

“Kwa klok,

kwa klepel;

kwa pot,

kwa. Lepel." (...)”

[19] G. Gezelle, Zantekoorn. Loesse. In: Loquela: 5 (Bamesse 1885) 6, p. 44: ”Loesse , de. (...) Ik aanzie het w. loesse als uitbouw met -se van loete, dat ook (ts = z) loeze uitgesproken wordt, z. De Bo, i. vv. Het w is verminkt uit gloei, kloet, dat bij Kiliaen staat, en knorrestok, roerstok beteekent; gloet en kloet zelve zijn ontleedbaar en leveren, mits verwisselden uitgang, klu-w, klou-w, klu-w-en, klou-w-en, voetklouw, enkklouw, klouwstok; enz. De zin van de verwantte latijnsche ww. glom-us, glob-us (knobbel, knorre, knozze), zit in al die woorden; bij pollepel zelve is pol- globus te zeggen. (...)”
[20] In 1884 begon Pieter Willems gedrukte stroken met ruim 4.200 AN-woorden in schoolschriftjes te plakken. Vierhonderd van dergelijke schriftjes zou hij tussen 1885 en 1886 naar dialectsprekers sturen met het verzoek om naast de AN-woorden hun dialectvariant te noteren en hem het ingevulde schrijfboek terug te sturen. Driehonderd en eenenvijftig schriftjes kwamen terug.
[21] Klemtoon.
[22] De aankondiging van de Duikalmanak verscheen in: Gazet van Merchtem: 22 (15 november 1885) 3. Volledig overgenomen in: Adolf Duclos, Over eenen Almanak. In: Rond den Heerd: 21 (11 december 1885) 3, p. 23-24.
[23] Karel Beyaert Storie was de oorspronkelijke uitgever van de Duikalmanak, maar er werd gedrukt door de ’Société de St. Augustin, Desclée De Brouwer et Cie. Imprimerie polyglotte et classique’ De briefwisseling van die firma werd gevoerd in het Frans. Vanaf 1888 werd de uitgave verzorgd door Leliaert en Siffer te Gent, maar de drukker bleef dezelfde.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVerdoodt, Alfons; Isidoor Alfons
Dates° Opwijk, 18/10/1863 - ✝ Mortsel, 23/01/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; aalmoezenier
BioIsidoor Alfons Verdoodt werd geboren te Opwijk op 18 oktober 1863. Hij studeerde aan het kleinseminarie en het grootseminarie te Mechelen. Daar raakte hij betrokken bij de studentenbeweging en de redactie van het tijdschrift De Student. Hij zocht in 1885-1886 contact met Gezelle en werkte mee aan Loquela. Na zijn priesterwijding in 1886 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Vanaf 1888 was hij vervolgens leraar aan het Sint-Bonifaciusinstituut te Elsene (1888), onderpastoor te Antwerpen (1894) en aalmoezenier van het Sint-Elisabeth Hospitaal te Ukkel (1908) en het Psychiatrisch Centrum Sint-Amadeus te Mortsel (1920), waar hij op 23 januari 1934 overleed.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Sender

NameVerdoodt, Alfons; Isidoor Alfons
Dates° Opwijk, 18/10/1863 - ✝ Mortsel, 23/01/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; aalmoezenier
BioIsidoor Alfons Verdoodt werd geboren te Opwijk op 18 oktober 1863. Hij studeerde aan het kleinseminarie en het grootseminarie te Mechelen. Daar raakte hij betrokken bij de studentenbeweging en de redactie van het tijdschrift De Student. Hij zocht in 1885-1886 contact met Gezelle en werkte mee aan Loquela. Na zijn priesterwijding in 1886 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Vanaf 1888 was hij vervolgens leraar aan het Sint-Bonifaciusinstituut te Elsene (1888), onderpastoor te Antwerpen (1894) en aalmoezenier van het Sint-Elisabeth Hospitaal te Ukkel (1908) en het Psychiatrisch Centrum Sint-Amadeus te Mortsel (1920), waar hij op 23 januari 1934 overleed.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameMechelen
SettlementMechelen

Name - person

NameBeyaert-Storie, Karel
Dates° Brugge, 19/08/1848 - ✝ Brugge, 22/02/1922
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; uitgever
BioKarel Beyaert was de zoon van Louis Beyaert-Defoort, een Brugse boekhandelaar en boekbinder. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge waar hij les kreeg van L.L. De Bo. Karel volgde zijn vader op en woonde in de Mariastraat in Brugge. Hij gaf veel werk uit van West-Vlaamse prominenten als De Bo, Huys, Duclos, enz. Hij was gehuwd met Marie Virginie Storie. Hij was een van de stichters van de Brugse Eigenaars- en Landbouwersbond en lid van de Confrérie de Saint-Michel die tot doel had de secularisatie terug te dringen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent
NameSiffer, Alfons
Dates° Zomergem, 21/03/1850 - ✝ Gent, 03/03/1941
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; drukker; uitgever; politicus; volksvertegenwoordiger; auteur
BioAlfons Siffer deed zijn humaniorastudies aan het Bisschoppelijk College te Sint-Niklaas, en studeerde vervolgens rechten in Leuven. Deze studie moest hij om gezondheidsredenen stopzetten. In 1874 behaalde hij het diploma van kandidaat-notaris aan de universiteit van Gent. In 1875 was hij medestichter en eerste secretaris-penningmeester van het Gentse Davidsfonds en later bestuurslid van het nationale Davidsfonds (1878). In 1877 richtte hij samen met zijn vermogende schoonzus Sophie, de halfzus van zijn latere echtgenote, de NV Siffer-Leliaert op en werd hij boekhandelaar, drukker en uitgever in Gent op de hoek van het Sint-Baafsplein en de Lange Kruisstraat. Hij huwde met Marie Fierlefijn in 1879. Hij werd de vaste drukker van de Koninklijke Vlaamse Academie. Hij drukte ook heel wat tijdschriften waaronder ook Franstalige zoals Le magasin littéraire en Le Drapeau. In 1886 stichtte hij het tijdschrift Het Belfort, waarin hij zelf ook bijdragen publiceerde. Siffer was ook uitgever van heel wat katholieke auteurs zoals Karel de Gheldere, August Cuppens, Hugo Verriest, Alfons Moortgat, René De Clercq en Amaat Joos. Ook Gezelle liet werk bij hem drukken of uitgeven zoals de Duikalmanak (1888-1899). De eerste aflevering verscheen aanvankelijk bij Karel Beyaert-Storie, maar na een ruzie kwam Gezelle bij Siffer in Gent terecht. De druk gebeurde in de Sint-Augustinusdrukkerij. Vanaf 1895 was Siffer ook werkzaam in de politiek o.m. als volksvertegenwoordiger.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; drukker/uitgever van werk van gezelle
Sources http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm
NameVerdoodt, Alfons; Isidoor Alfons
Dates° Opwijk, 18/10/1863 - ✝ Mortsel, 23/01/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; aalmoezenier
BioIsidoor Alfons Verdoodt werd geboren te Opwijk op 18 oktober 1863. Hij studeerde aan het kleinseminarie en het grootseminarie te Mechelen. Daar raakte hij betrokken bij de studentenbeweging en de redactie van het tijdschrift De Student. Hij zocht in 1885-1886 contact met Gezelle en werkte mee aan Loquela. Na zijn priesterwijding in 1886 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Vanaf 1888 was hij vervolgens leraar aan het Sint-Bonifaciusinstituut te Elsene (1888), onderpastoor te Antwerpen (1894) en aalmoezenier van het Sint-Elisabeth Hospitaal te Ukkel (1908) en het Psychiatrisch Centrum Sint-Amadeus te Mortsel (1920), waar hij op 23 januari 1934 overleed.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
NameWillems, Pieter
Dates° Maastricht, 06/01/1840 - ✝ Sint-Joris-Weert, 23/02/1898
SexMannelijk
Occupationhoogleraar; classicus; dialectoloog
ResidenceNederland
BioWillems werd geboren in Maastricht waar hij humaniorastudies deed. Daarna ging hij naar de universiteit in Leuven waar hij in 1861 de graad van doctor in de letteren behaalde. Hij werd er in 1964 hoogleraar in de klassieke filologie en in 1872 secretaris van de universiteit. Willems was sinds 1871 briefwisselend en sinds 1877 werkend lid van de Koninklijke Academie van België in Brussel. In 1885 was hij lid van de Klasse der Letteren van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in Amsterdam en in 1886 werd hij lid en eerste voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent. Als pas benoemd hoogleraar was hij in 1866, in opvolging van J.B. David, voorzitter geworden van "Met Tijd en Vlijt". Daarna was hij ook, van 1878 tot aan zijn dood in 1898, voorzitter van het Davidsfonds. Door zijn vele academische en culturele functies was hij een zeer gevraagd gastspreker en gewaardeerd jurylid van staatsprijzen, o.m. die van Conscience in 1870 en V. Loveling in 1894. Als classicus legde hij zich toe op de dialectologie. Hij schreef er verschillende artikelen over en verzamelde een massa dialectmateriaal uit 337 Vlaamse dorpen en steden, dat gedigitaliseerd werd in de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://pieterwillems.eu/leven

Name - place

NameGalmaarden
SettlementGalmaarden
NameHerne
SettlementHerne
NameMechelen
SettlementMechelen
NameOpwijk
SettlementOpwijk
NameOudenaken
SettlementSint-Pieters-Leeuw
NameSint-Kwintens-Lennik
SettlementLennik

Name - institute

NameDesclée-De Brouwer
DescriptionDe Brugse Augustinusdrukkerij werd in 1877 gesticht door de Doornikse uitgevers Henri (1830-1917) en Jules Desclée (1833-1911) samen met hun schoonbroer Alphonse De Brouwer (1850-1937), die in Brugge woonde. Met de steun van baron J.B. de Béthune ontwikkelde ze een reeks van neogothische lithografische en gedrukte producten. Vanaf 1889 stond de lithografische afdeling onder leiding van Gezelles kennis P. Raoux. Gezelles oudleerling I. Fraeys was er aalmoezenier. Ze drukten o.m. de Duikalmanak en verschillende gelegenheidsgedichten. In de loop van de twingste eeuw zouden ze onder de naam Desclée De Brouwer uitgroeien tot een internationale uitgeverij.
Dating1877-heden
Links[wikipedia]
NameGrootseminarie Mechelen
DescriptionHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Dating1595-2006
Links[odis], [wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleDuikalmanak
Links[gezelle.be]
TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleWestvlaamsch idioticon
AuthorDe Bo, Leonard Lodewijk
Date1873
PlaceBrugge
PublisherGailliard
TitleGazet van Merchtem : nieuws- en annoncenblad der kantons Assche en Wolverthem (periodical)
Date1865 - 1893 (?)
PlaceWolvertem
PublisherAugust Dieudonné-Vercauteren
TitleNieuw nederlandsch-fransch woordenboek
AuthorKramers, Jacob
Date1862
PlaceGouda
PublisherG.B. Van Goor

Title04/11/1885, Mechelen, Alfons Verdoodt aan [Guido Gezelle]
EditorGuido Spyns; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingGuido Spyns; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Verdoodt Alfons aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), 04/11/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderVerdoodt, Alfons
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent04/11/1885
Place SentMechelen (Mechelen)
AnnotationBriefversie van datering: 4 Alderheiligen 85 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 211 mm x 136 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven; zijde 4 in twee richtingen beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles lichtrood gedrukt: Geloofd zij Jesus Christus
op zijde 3: twee kleine architecturale schetsjes in de brieftekst van de hand van Alfons Verdoodt
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5548
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11859
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/ecc8ccb3dd041e02c7a1561a8ce700413356ec52/manifest
Content Description
IncipitIk hebbe eene kleine zende voor Loquela;
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.