<Hit 1305 of 3122

>

p1
Geloofd zij Jesus-Christus

'k Geloof, Eerw. Heer, dat het voor dezen keer al genoeg zal zijn met deze woorden en wendingen en aanmerkingen.[1] Had ik tijd om Loq.nog meer te studeren, en om mijn schrijven beter te overleggen, te bepeizen e na te zien, 'k zou der zeker nog wel wat meer kunnen over zeggen. Indien ge mij soms, aangaande de richting en den aard mijner woorden en wendingen en bemerkingen, nuttige wenken zocht te geven ze zullen mij altoos zeer willekom heeten. 't Spreekt van zelfs dat, zoo dikkes als ik mijne zante stier, gij mij daarom geen antwoord en moet zenden; niet zelle, dat ik van uw geacht schrijven niet en houd, 't is geheel wat anders: 't en is maar om u moeite te sparen, en nuttigen tijd voor noodzakeleker dingen te laten winnen. Moesten mijne bemerkingen sommes wat in vertraging zijn, 't en is ook geen teeken dat ik van gedacht verander: 't is dat er 't een of ander belet in den weg is.

Ten slotte heb ik wel te bedanken voor uw vriendelek antwoord op mijnen tweedenp2brief:[2] k en heb maar spijt dat ge niet duideleker over de feeste van Thielte[3] geweest en zijt. Ge zegt wel dat ze u hieromtrent nog niets ten laste gelegd hebben: bij uwe weet, ja, dat kan zijn, maar hoe komt het dan, dat ik er al in verschillige tijdschriften, gisteren nog in Onze Vl. Wekker,[4] in denzelfsten zin over gelezen heb. 'k Zou maar eens geren weten, en alle studenten met mij, welke eigentlek de gedachten zijn van uwe eerweerde aangaande den studentenstrijd. Wees zoo goed, bid ik u, als ik de eer nog mag hebben een schrijven van uwe hand te ontvangen, mij ronduit, vlakaf en zonder omweg uw gedacht te zeggen. Zijt ge tegen den studentenstrijd, dan is 't zeker, dat ge in d'oogen van 't studentenvolk oneindig veel zult verlozen hebben: 'k word het hier maar al te goed aan mijne makkers gewaar. En, wat mij betreft, zonder daarom kwa vriend met mijn eerweerden te willen worden, zonder ook minder achting voor uw schrijven in Loquela of elders te gevoelen, eerbiedig ik stille uwe.... doling, maar ja, uwe doling, want nen anderen naam voor de gedachte die onzen edelen studentenkamp bestrijdt, en kan ik niet vinden.

'k Vraag u, Eerw., wel verschooning voor mijne openhertige, vlaamsche, doch echt minnende vrijhertigheid. Nichts für ŭngŭt! In alles ten dienste van Loquela en diens geleerden schrijver!

Hoogachtend gegroet in Christo
Alfons Verdoodt,
Onderdiaken tot Mechelen.

Annotations

[1] De bijlage met taalkundige notities die voorafgaat aan de brief ontbreekt in het archief.
[3] Op 30 september 1885 organiseerde het Davidsfonds te Tielt een huldiging voor de op 25 augustus overleden Leonard Lodewijk De Bo. Daar voerde Gezelle het woord waarbij hij, al dan niet onder druk van het bisdom, de militante Vlaamse studenten ‘ruitenbrekers’ noemde en zo afstand nam van de studenten.
[4] Het gaat over een anoniem artikel: Vlaamsche studenten!. In: Onze Vlaamsche Wekker: 4 (september-oktobernummer 1885), p. 66-67.
Op p. 66 staat: ”Men lache ons uit, en spreke van ruitenbrekers, van tuimelperten en vieze sprongen. Wij waren sinds lange gewend aan nog ergere woorden, en verloren daarom den moed niet, noch en hielden den stroom niet in, die van uit ’t hert door gansch ons vlaamsch lijf heen en weder spoelt… Ruitebrekers! Men looft onzen Rodenbach en wij die zijn stappen trachten na te volgen, miskent men, en wij, wij doen kwalijk?”.

Onze Vlaamsche Wekker was een Vlaamsgezind studentenblad dat verscheen in Leuven en West-Vlaanderen. Het ging uit van West-Vlaamse studenten aan de Leuvense universiteit. Het werd geleid Julius Delbeke en Camille Marichal.

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameVerdoodt, Alfons; Isidoor Alfons
Dates° Opwijk, 18/10/1863 - ✝ Mortsel, 23/01/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; aalmoezenier
BioIsidoor Alfons Verdoodt werd geboren te Opwijk op 18 oktober 1863. Hij studeerde aan het kleinseminarie en het grootseminarie te Mechelen. Daar raakte hij betrokken bij de studentenbeweging en de redactie van het tijdschrift De Student. Hij zocht in 1885-1886 contact met Gezelle en werkte mee aan Loquela. Na zijn priesterwijding in 1886 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Vanaf 1888 was hij vervolgens leraar aan het Sint-Bonifaciusinstituut te Elsene (1888), onderpastoor te Antwerpen (1894) en aalmoezenier van het Sint-Elisabeth Hospitaal te Ukkel (1908) en het Psychiatrisch Centrum Sint-Amadeus te Mortsel (1920), waar hij op 23 januari 1934 overleed.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Sender

NameVerdoodt, Alfons; Isidoor Alfons
Dates° Opwijk, 18/10/1863 - ✝ Mortsel, 23/01/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; aalmoezenier
BioIsidoor Alfons Verdoodt werd geboren te Opwijk op 18 oktober 1863. Hij studeerde aan het kleinseminarie en het grootseminarie te Mechelen. Daar raakte hij betrokken bij de studentenbeweging en de redactie van het tijdschrift De Student. Hij zocht in 1885-1886 contact met Gezelle en werkte mee aan Loquela. Na zijn priesterwijding in 1886 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Vanaf 1888 was hij vervolgens leraar aan het Sint-Bonifaciusinstituut te Elsene (1888), onderpastoor te Antwerpen (1894) en aalmoezenier van het Sint-Elisabeth Hospitaal te Ukkel (1908) en het Psychiatrisch Centrum Sint-Amadeus te Mortsel (1920), waar hij op 23 januari 1934 overleed.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameMechelen
SettlementMechelen

Name - person

NameVerdoodt, Alfons; Isidoor Alfons
Dates° Opwijk, 18/10/1863 - ✝ Mortsel, 23/01/1934
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; aalmoezenier
BioIsidoor Alfons Verdoodt werd geboren te Opwijk op 18 oktober 1863. Hij studeerde aan het kleinseminarie en het grootseminarie te Mechelen. Daar raakte hij betrokken bij de studentenbeweging en de redactie van het tijdschrift De Student. Hij zocht in 1885-1886 contact met Gezelle en werkte mee aan Loquela. Na zijn priesterwijding in 1886 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Vanaf 1888 was hij vervolgens leraar aan het Sint-Bonifaciusinstituut te Elsene (1888), onderpastoor te Antwerpen (1894) en aalmoezenier van het Sint-Elisabeth Hospitaal te Ukkel (1908) en het Psychiatrisch Centrum Sint-Amadeus te Mortsel (1920), waar hij op 23 januari 1934 overleed.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Name - institute

NameDavidsfonds Tielt
DescriptionHet Davidsfonds Tielt behoorde tot de tien eerste lokale afdelingen van de in 1875 gestichte culturele vereniging. Op 30 september 1885 richtten ze een herdenkingsplechtigheid in voor L.L. De Bo, waarop Gezelle een eerbetoon bracht aan De Bo en inging tegen de studenbeweging.
Dating29/03/1875-heden
Links[wikipedia]
NameGrootseminarie Mechelen
DescriptionHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Dating1595-2006
Links[odis], [wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleOnze Vlaamsche Wekker
Date1882-1887
PlaceLeuven
PublisherA. Meulemans-De Preter

Index terms

Correspondents - persons

Gezelle, Guido
Verdoodt, Alfons

Name - institute

Davidsfonds Tielt
Grootseminarie Mechelen

Name - person

Verdoodt, Alfons

Place

Mechelen

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Verdoodt, Alfons

Title - other work

Onze Vlaamsche Wekker

Title - work by Guido Gezelle

Loquela

Titlexx/[12/1885], Mechelen, Alfons Verdoodt aan [Guido Gezelle]
EditorGuido Spyns; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingGuido Spyns; Universiteit Antwerpen, Verdoodt Alfons aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), xx/[12/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderVerdoodt, Alfons
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[12/1885]
Place SentMechelen (Mechelen)
AnnotationJaartal, maand en adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 211 mm x 136 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles lichtrood gedrukt: Geloofd zij Jesus Christus
bijlage met taalkundige notities die voorafgaat aan de brief ontbreekt
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [Dec. 1885] (inkt, beide hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive5565
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11876
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/60b2f4b1c530705bdeee511dd0d8d0b8dd82f175/manifest
Content Description
Incipit'k Geloof, Eerw. Heer, dat het voor
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.