<Resultaat 1675 van 3122

>

p1
Val-St Lambert

Beste Heer,

- dit opstelleken over classieke taal en dialect,[1] komt van nen caplaen uit Luik, (Timmermans,) van Ste Croix,[2] die in 't geheel geen overvlieger en is.

Een domme Pedant en anders niets, die gaar geen boeken en heeft, als Kramers en Devries, die over taal spreken.

Een vent, dien men met eenige kleine vraagskens over taal en dialect enz. zeker heel en al vastzit.

Een geboren Maaseyckeneer, maar zoo verhollandscht dat hij, bij 't overnemen in den Salesius-Bode, de opstellen van nen Hollandsche Limburger,[3] die nog al wat volks-uitdrukkingen gebruikt, verhol-p2landscht. - Nu dat heeft men hem voor 't vervolg verboden. -

Goed als alleman dat wist.

Maar

't Staat in den Salesius-Bode gedrukt, en 't krijgt daardoor een zeker gewicht bij priesters en leeken.

Mij dunkt

1° Wordt er niet op geantwoord,[4] iedereen zal veronderstellen dat ons stelsel onverdedigbaar is - en 't zou jammer zijn bijzonder voor de Studenten, moesten ze zoo iets peinzen.

2° Wordt er al te eenvoudig op geantwoord, al te kinderlik, wij zullen tegenover zijne spotternij staan als een schoolkind, met het klaksken in de hand, voor zijnen schoolmeester. p3Wat zijt gij van gevoelen dat het beste ware:

of

hem alleenelik wat voor den gek houden, en hem daarna een ernstig antwoord beloven voor nen anderen keer als hij eens ernstig zal aangevallen hebben.

of

hem eenige uit leggingen vragen over zijnen opstel b.v. wat is classieke taal? wat dialect? Hoe bewijst ge dat de aangehaalde ww. enz. geslacht, taal- en spelregels onmeedoogend schenden? - enz.

En hem daarop een ernstig antwoord beloven. - Dat wij hem N.B. nooit zullen hoeven te geven, omdat hij zeker niets bewijzen kan van allen zijnen blaai. p4Komt er geen antwoord, de H. Timmermans zal zeker voortgaan met ons aan te vallen, en dan zullen we toch eens moeten spreken.

Uw ootmoedige dienaar en Vrind
LWJ Lenaerts
caplaen te Val-St Lambert[5]
(Loiiker[6] gouw)

Naschrift Over eenigen tijd had hij ook 6 regels over ons: “dat wij taal uit de 12ste en 13ste eeuw schreven, dat we den toren van Babel heropbouwden, en ons dannog uitgaven als 't licht, de zonne van 't vlaamsche land.”[7] Maar dat weet ge!

Noten

[1] Marie Hubert Timmermans, Dialect en volkstaal, In: De Salesius-Bode: 8 (10 december 1887) 50, p. 795-796. Het is een spottend en polemisch artikel gericht tegen ’t Daghet in den Oosten. Timmermans bespot er de taalparticularistische opvattingen van ’t Daghet in den Oosten. Hij hekelt het willekeurig opnemen van dialectwoorden en archaïsmen als zogenaamd “echte” Vlaamse taal, evenals het negeren van vaste spelling- en grammaticaregels. De opgesomde voorbeelden, waaronder ’darren‘ voor durven, dat ook in de prospectus van ’t Daghet in den Oosten werd opgenomen - dienen om deze taalpraktijk als kunstmatig, verouderd en nodeloos versplinterend voor te stellen. Daartegenover pleit Timmermans voor een meer uniforme algemene schrijftaal.
[2] Van 1877 tot 1887 was Marie Hubert Timmermans onderpastoor van de Heilig Kruiskerk in Luik. Zijn benoeming tot aalmoezenier van het bejaardentehuis van Vertbois in Luik was op 28 januari 1887. Blijkbaar was Lenaerts hiervan niet op de hoogte.
[3] De identiteit van de ’Hollandsche Limburger‘ kon niet worden vastgesteld. De aanduiding ‘F.C., pr.’, die onder verschillende artikelen in de Salesiusbode voorkomt, verwijst vermoedelijk naar deze persoon. Daarnaast nam Timmermans enkele bijdragen over uit het Sint-Josephsblad, weekblad voor h. familiën, katholieke vereenigingen en huisgezinnen, dat verscheen onder de hoge bescherming van de bisschoppen van Roermond en ’s-Hertogenbosch en waarvan de redactie in handen was van H. Barthels. Ook werd een bijdrage overgenomen uit de Pius-Almanak, het jaarboek van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.
[4] Dit gaat over een mogelijke tegenreactie in 't Daghet in den Oosten op het ’opstelleken over classieke taal en dialect‘ van Timmermans.
Een late reactie op de aanvallen van Timmermans volgt in: Vrijheid-Blijheid. In: ’t Daghet in den Oosten: 8 (1892) 3-4, p. 24-30.
[5] Jakob Lenaerts werd in 1886 aangesteld als kapelaan van Val-Saint-Lambert.
[6] Luiker.
[7] Marie Hubert Louis Innocent Timmermans, Onze Taal. In: De Salesius-Bode: 8 (15 oktober 1887) 42, p. 669-670. Polydor Daniëls vat de inhoud van dit artikel samen in zijn brief van 01/11/1887 aan G. Gezelle o.m.: “Wij kunnen - men vergeve ons onze eenvoudigheid! - wij kunnen maar volstrekt niet begrijpen wat voordeel de Vlaamsche beweging kan trekken uit het gewoel en gewar der voorstanders van de zoogezegde volkstaal, die graag onze taal tot de taal van de 13e of 14e eeuw zouden willen terug brengen, of in elk kanton, misschien wel in elke gemeente, een dialect invoeren? Dit moge eene heropbouwing van Babel's toren zijn; iets anders ontwaren wij niet in dat taalbederf, al geeft men voor een gloriezon aan de oosterkim te doen verrijzen. (Dees leste is onderstreept in den Bode) “. De redactie van ’t Daghet in den Oosten wilde een tegenaanval publiceren. In zijn antwoordbrief aan Polydor Daniëls adviseert Guido Gezelle om niet op de aanval te antwoorden en gewoon voort te doen, want met de volkstaal gaat het goed.

Een late reactie op de aanvallen van Timmermans volgt dan toch in: Vrijheid-Blijheid. In: ’t Daghet in den Oosten: 8 (1892) 3-4, p. 24-30.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefschrijver

NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamVal-Saint-Lambert

Naam - persoon

Naamonbekend
NaamDe Vries, Matthias
Datums° Haarlem, 09/11/1820 - ✝ Leiden, 09/08/1892
GeslachtMannelijk
Beroeptaalkundige; hoogleraar; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioMatthias De Vries studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde er op 13 december 1843 in de Letteren. Hij begon als docent Nederlands en geschiedenis aan het Stedelijk Gymnasium in Groningen. Hij werd benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde op 20 juni 1844. Op 28 november 1849 werd hij hoogleraar in Groningen en in 1853 hoogleraar in Leiden. Hij gaf er taal-en letterkunde en tot 1860 ook vaderlandse geschiedenis. Hij was werkzaam tot 15 september 1891. Samen met Lambert Allard te Winkel stelde hij het Woordenboek der Nederlandsche Taal samen, in de later naar hen genoemde spelling De Vries-te Winkel. Hij was buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NaamTimmermans, Marie Hubert Louis Innocent; Timmermans, Louis; Ludovicus
Datums° Sint-Truiden, 01/04/1852 - ✝ Luik, 15/01/1897
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; aalmoezenier
BioMarie Hubert Louis Innocent Timmermans werd geboren op 1 april 1852 in Sint-Truiden als zoon van Adelaide Clooten en Louis Timmermans (Maaseik °1810), onderwijzer en directeur van de Rijksmiddenschool te Sint-Truiden. Hij werd op 8 april 1877 in Luik tot priester gewijd en was verbonden aan het bisdom Luik. Van 1877 tot 1887 was hij onderpastoor van de Heilig Kruiskerk in Luik. Op 28 januari 1887 werd hij benoemd tot hij aalmoezenier van het bejaardentehuis van Vertbois in Luik. Hij was er actief tot 1897. Hij overleed te Luik op 15 januari 1897 op 45-jarige leeftijd.
Links[odis]
BronnenCongrès de oeuvres eucharistiques: (1884); Almanach Royal officiel: (1897)
NaamKramers, Jacob; Kramers Janszoon, Jacob; Kramers Jzn, Jacob
Datums° Dordrecht, 28/09/1802 - ✝ Gouda, 04/1869
GeslachtMannelijk
Beroeplexicograaf; onderwijzer; auteur
VerblijfplaatsNederland
BioJakob Kramers werd geboren te Dordrecht op 28 september 1802 als zoon van Jan Kramers en Geertrui Schouten. Hij begon zijn loopbaan als onderwijzer in Vreeswijk en als kostschoolhouder in Schoonhoven. In deze periode publiceerde hij gelegenheidsgedichten. In 1847 begon hij te werken bij de nog jonge uitgeverij van G.B. van Goor in Gouda. Hij bleef er twintig jaar in dienst en stelde er woordenboeken samen. Zelf legde hij zich ook toe op de taalkunde. In datzelfde jaar verscheen zijn eerste taalkundige werk, Algemeene Kunstwoordentolk. Hij zou in totaal twaalf woordenboeken publiceren over het Nederlands, Duits, Engels en verschillende ‘vreemde woorden’, evenals uitdrukkingen uit het Nederlands die uit andere talen waren overgenomen. In 1869 werkte hij aan een technologisch woordenboek dat in vier talen zou verschijnen. In april van dat jaar raakte hij echter vermist. Ondanks zijn grote succes en de talrijke herdrukken zou Kramers vrijwel berooid en volgens historicus Ewoud Sanders wellicht ‘straalbezopen’ omkomen in de Kattensingel. Zijn lichaam werd in april 1869 uit de rivier gehaald, waardoor zijn Technologische Woordentolk in Vier Talen postuum verscheen in 1874.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamMaaseik
GemeenteMaaseik
NaamLuik
NaamVal-Saint-Lambert

Titel - ander werk

Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens
TitelDe Salesiusbode (periodiek)
Datum1879
PlaatsLuik
UitgeverH. Dessain

Titel[10-31/12/1887], Val-Saint-Lambert, Leonard Willem Jakob Lenaerts aan [Guido Gezelle]
EditeurMichael Gijbels; Peter Debaets; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMichael Gijbels; Peter Debaets; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Lenaerts Leonard Willem Jakob aan Gezelle Guido, Val-Saint-Lambert, [10-31/12/1887]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderLenaerts, Leonard Willem Jakob
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[10-31/12/1887]
VerzendingsplaatsVal-Saint-Lambert
AnnotatieJaartal 1889 van de notitie is fout; datering gereconstrueerd op basis van de brieftekst: gaat over aanval op 't Daghet in den Oosten van 10/12/1887 door Timmermans in de Salesius-Bode (brief nr. 6091 volgt op deze brief) ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 135 mm x 105 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.), idem rechts: 1889 (potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6089
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12369
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/f0ba5c4b1fcec72c04e9b1e65849f09e1de9b2fa/manifest
Inhoud
Incipitdit opstelleken over clas-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.