Gij zult verwonderd genoeg geweest zij, toen gij 't bijzonderste, het aangemelde paksken niet te zien en kreegt. 't Is 'nen vergeethans van ons Seminarie die er de schuld van is. Wij hadden 't hem meêgegeven om 't naar de post te dragen; den brief stak hij in en het paksken droeg hij van hier naar huis. Gisterenavond eerst kwam hij ons zijne nood klagen met het pakske in de hand. Deze keer gaat Arthur met vergeethans het nog eens wegdragen: dat gij 't nu krijgt en wij niet meer, geve God.
Arthur heeft nen brief gekregen van Eerw. heer Van Hee van Wijtscate en hem rondgegeven aan de Limburgsche zanters: wat is mij dat een jonge man, die Heer van Hee! Waren er zoo eens een goê honderd in ons land, wat zouden wij vieren!
Onze Loquela's zijn goed aangekomen. Jammer maar dat er niet wat meer van dien kost te krijgen is.







