<Hit 1168 of 3122

>

p1+ Geloofd zij Jezus Christus
Wel Eerweerde Heer en goede Meester,

Alleluia! Een zaligen, zaligen Hoogtijd en al wat u wenschelik is naar ziel en lichaam, dat wenschen wij u allemaal met een blij en dankbaar hert![1] Toekomende Dijsdag trekken wij voor een dikke 14 dagen naar moeder[2] en als gij dus na dien dag[3] nog iets naar ons te schikken hebt, stuur het dan a.u.b. na mij die, alleen van ons gedrijen, 't heel verlof[4] door, t'huis ben, te Beeringen.

Den tweeden n° hebben wij doen nazien van E.H. Daniëls, denkende dat gij in de goê week geenen tijd en hebt: hij heeft toch niets hoeven te doen als de leste kladprent na te zien, daarbij volgende letterlik die gij verbeterd hebt. Ik hoop dat gij der over zult tevreden zijn.

Den derden mieken wij best gereed onder 't Paaschverlof. Een paksken voor de korenzang[5] a.u.b. en wij hebben hem veerdig. Immers Boek- en boekstafwezen I, II en III[6]p2Limburgsche Dichtveerdigheid[7] I en de Korenzange. Daar zal 't blatteken[8] wel meê vol zijn.

Wij hebben een tiental lijsten ontvangen van Beyaert-Story om meê te nemen en inschrijvers te werven op uwen Duik-Almanach. Wij krijgen er ten minste een 25 en alle baten helpen, niet waar? Ik hoop dat hij zoo schoon zal zijn dat hij de franschen verdringe waar zij hangen tot onze schande in vlaamsche huisgezinnen. Gij dart toch alles ondernemen, beminde Meester! Waren der zoo maar een 20 wi gij in ons landeken, wat zouden wij den franschen duivel eenen post doen pakken!

Ik ben nog altijd wachtende op een antwoord van u aan de vraag of gij Runen kunt lezen en uitleggen? Ik zou maar eens geeren weten wat er op dien ouden pot[9] uit den Kathedrale-Museum staat.

Nu schei ik uit omdat het belt voor de noen. Tot later als 't God belieft en moge Jesus u veel blijdschap geven van zijne eerlike verrijzenis!

Uw dankbare jongens van 't Gulleke
Aug. Cuppens en Anderen

Annotations

[1] Pasen viel op 5 april 1885.
[2] De moeder van August Cuppens was Maria Rosalia Bosmans. Met ‘naar moeder gaan’ wordt hier ‘naar huis gaan’ bedoeld.
[3] Dinsdag 7 april 1885.
[4] Paasverlof in 1885 loopt van dinsdag 7 april tot vrijdag 24 april.
[5] WNT 1500-heden: “Korenzang of korenzante: een handvol gelezen en samengebonden korenaren”. Het woord verwijst naar ’Vindekoorn’, een rubriek in het blad De Student waarin ingezonden gewestwoorden opgelijst en verklaard werden, en ’Zantekoorn’, een soortgelijke rubriek in Guido Gezelles taalkundige tijdschrift Loquela. In ’t Daghet in de Oosten heet deze rubriek met Limburgse woorden ’Woordenzange’. Guido Gezelle bezorgde hun woorden om daar te publiceren.
[6] Rubriek in ’t Daghet in den Oosten waarin boeken en publicaties werden besproken. ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 3, p.21: ”Wat ik van zin ben te doen, is onder bovenstaande hoofding of hoofdaangaaf, te handelen over 't Limburgsch of 't Luikerdietsch dat, geboekt of geboekstaafd, tot ons gekomen is. Iets boeken, dat is iets te boek zetten, schrijvender- of printenderwijze; iets boekstaven, dat is, bij middel van boekstafteekens, ’t zij met de pen, ’t zij met den beitel, 't zij met den borstel, 't zij anderszins, iets leesbaar en verstaanbaar maken. Al ’t geen in Limburgsche of Luikerdietsche taal, geboekt en geboekstaafd, bestaat, tezamen gedacht, dat heet ik een wezen, en nader bepaald is dat wezen ons Boek- en Boekstafwezen.”
[7] Rubriek in ’t Daghet in den Oosten. ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 3, p. 18: “Limburgsche Dichtveerdigheid - Onder deze hoofding verzamel ik, met de goedwillige hulp der Limburgsche lezers en lezeressen, die zeker niet zal achterblijven, 't geen ik vinden kan van Limburgsche, mondelings overgeleverde en bewaarde volksdichten en deunkens, raadsels.”
[8] ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885)3.
[9] Cuppens en zijn vrienden zagen een pot met runen in de Schatkamer van de kathedraal van Luik. Ze wilden de runen door Gezelle laten ontcijferen met het oog op publicatie in ’t Daghet in den Oosten.

Brieven waarvan sprake is van de pot met runen:

1) Brief van A. Cuppens e.a. aan G. Gezelle van 28?/01/1885

2) Brief van A. Cuppens e.a. aan G. Gezelle van 02/03/1885

3) In zijn brief van xx/05/1885 aan A. Cuppens vraagt Gezelle uiteindelijk om hem de runen op te sturen ter ontcijfering.

4) In de brief van 14/05/1885 van A. Cuppens aan G. Gezelle zegt Cuppens dat hij de afschriften van de runen bij Prof. Daris zal opvragen.

5) In de brief van 04/06/1885 van A. Cuppens aan G. Gezelle zegt hij: “'t Oud geschrift van dien pot, punt afgeschreven wi het op den ouden pot stant (Daar is, jammer genoeg, een heel deel uitgevaagd van den sleet)”.

Hoewel A. Cuppens de pot met runen daadwerkelijk heeft gezien en via professor Daris over een afschrift hiervan kon beschikken, valt in ’t Daghet in den Oosten geen spoor van dit materiaal terug te vinden.

Register

Correspondents - persons

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameLuik

Name - person

NameBeyaert-Storie, Karel
Dates° Brugge, 19/08/1848 - ✝ Brugge, 22/02/1922
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; uitgever
BioKarel Beyaert was de zoon van Louis Beyaert-Defoort, een Brugse boekhandelaar en boekbinder. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge waar hij les kreeg van L.L. De Bo. Karel volgde zijn vader op en woonde in de Mariastraat in Brugge. Hij gaf veel werk uit van West-Vlaamse prominenten als De Bo, Huys, Duclos, enz. Hij was gehuwd met Marie Virginie Storie. Hij was een van de stichters van de Brugse Eigenaars- en Landbouwersbond en lid van de Confrérie de Saint-Michel die tot doel had de secularisatie terug te dringen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent
NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameBosmans, Maria Rosalia
Dates° Beringen, 18/03/1832 - ✝ Beringen, 05/12/1898
SexVrouwelijk
BioMaria Rosalia Bosmans werd op 18 maart 1832 geboren in Beringen. Op 2 oktober 1861 huwde zij in Beringen met postbode Antoon Cuppens (1830-1914). Het echtpaar kreeg onder meer zoon August Cuppens, die als correspondent in contact stond met de Vlaamse dichter Guido Gezelle. Maria Rosalia Bosmans overleed op 5 december 1898 in Beringen.

Name - place

NameBeringen
SettlementBeringen

Name - institute

NameLimburgsch Zantersgildeken
DescriptionIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Dating1883-?
Links[wikipedia]
NameSchatkamer van de kathedraal van Luik
DescriptionDe Schatkamer van de kathedraal van Luik (Trésor de Liège) bevindt zich tegenwoordig in de gerenoveerde kloostergangen van de Sint-Pauluskathedraal. De kerkschatten van de voormalige Sint-Lambertuskathedraal, gered uit de handen van de Franse revolutionairen, werden op 1 januari 1804 plechtig overgebracht naar de sacristie van de Sint-Pauluskathedraal en vormden het begin van de collectie. Later werden er ook artefacten uit de kerken en het prins-bisschoppelijk paleis van Luik tentoongesteld. Tot de topstukken behoren de reliekbuste van Sint-Lambertus en het reliekschrijn van Karel de Stoute.
Dating1804-heden
Links[wikipedia]

Title - work by Guido Gezelle

TitleDuikalmanak
Links[gezelle.be]

Title - other work

Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens

Titlexx/[04/1885], Luik, August Cuppens e.a. aan [Guido Gezelle]
EditorMiet Hubrechts; Peter De Baets (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Peter De Baets (research); Universiteit Antwerpen, Cuppens August aan Gezelle Guido, Luik, xx/[04/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderCuppens, August
Sender[Limburgsch Zantersgildeken]
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[04/1885]
Place SentLuik
AnnotationJaartal, maand en plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst: geschreven de week voor 07/04/1885 ; geschreven in het seminarie van Luik (bel gaat voor de 'noen'); adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7474
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13853
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/215e44fee755108a77ca18e520d8df3c08cc72cd/manifest
Content Description
IncipitAlleluia! Een zaligen, zaligen Hoogtijd
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.