<Hit 1193 of 3122

>

p1+ Geloofd zij Jezus Christus
Wel Eerweerde Heer en goede Meester,

Johan Winkler begint ons, goddank ook al bij te staan, wi gij 't zult zien op 't hier bijgedaan bladeken van hem.[1] Mr Daniëls zal 't gevraagd werk doen voor Limburg, wie zal 't doen voor de andere gouen?[2]

Ware 't niet goed zoo wij hulp vroegen van Brabanders en Vlamingen? Dat ze hun werk dan in 't Daghet schreven ofwel in hunne bladeren?

Stuur Joh. Winklers werk terug en schrijf er 't een en 't ander achter om hem te bedanken enz.: wi gij 't goed vindt.

Hierbij ook een brief van E. H. Daniëls,[3] die ons de klachten van sommigen overbrieft, dat 't Daghet te Didaktisch drooge is.

Maar ik begrijp niet wat ze dan moeten hebben!

Koob had op zijne poot gespeeld bij E. H. Daniëls voor die felle Korenzange[4] van twee spieren[5] en omdat de Drukker dien beminden Kramers aanbevolen had zonder iets te gebaren. De man meent zeker dat hij heel goed gedaan heeft maar vreesden wij niet dat er onraad zou van komen, wij zeiden in 't Daghet dat die aanbeveling niet van 't Daghet maar van een drukker komt.p2Hierbij ook een briefken van nen schoolmeester. Doet er meê dat gij goedvindt, alsook met den brief van dien student van St Truyden.[6] t Ware goed, van de jonge bazen aan te wakkeren dat gij eenige woorden der uit piekt (Beeringsch) voor de eerst-volgende korenzange.[7] Dan geraken zij voor goed aan 't werk.

Da's alles wat ik vandaag weet.

Wij groeten u allemaal zeer dankbaar en genegen in Christo Jesu!
A. Cuppens en An

't Verjaart haast dat gij hier geweest zijt, bij ons.[8] Die twee dagen zijn van de blijdste geweest van mijn jong leven! Waneer zullen wij u eens kunnen ontvangen wi het moet; in volle vrijheid en lijk ons dankbaar hert het ons ingeven zal? Later, als 't God belieft, niet waar, komt gij nog eens over? Dan staat heel Limburg in rep en in roer!

Annotations

[1] J. Winkler, Dietsche en Waalsche plaatsnamen. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 5, p.39-40: “ Johan Winkler, de wakkere en dappere friesch, heeft ons de eer gedaan dat hij ons tijdschrifteken ook gelezen heeft. Ja, meer! Hij heeft ons, van zijne hand, een schrijven toegeschikt over dietsche en waelsche plaatsnamen.”

Zie ook de Brief van P. Daniëls aan de redactieleden van ’t Daghet in den Oosten van juni 1885 (Aanwezig in het Guido Gezellearchief, nr. 7477): “Gisteren heb ik van M. Ceysens het bladje (dat hierbij is) gekregen dat onderteekend is Johan Winkler.’

[2] P. Daniëls, Plaatsnamen in Limburg. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 5, p. 37: ”Johan Winkler spreekt van eene lijst op te maken van de plaatsen die eenen dietschen en eenen waalschen naam hebben. Ik gaan vandaag met zulk eene lijst beginnen voor Limburg.”
[4] WNT 1500-heden: “Korenzang of korenzante: een handvol gelezen en samengebonden korenaren”. Het woord verwijst naar ’Vindekoorn’, een rubriek in het blad De Student waarin ingezonden gewestwoorden opgelijst en verklaard werden, en ’Zantekoorn’, een soortgelijke rubriek in Guido Gezelles taalkundige tijdschrift Loquela. In ’t Daghet in de Oosten heet deze rubriek met Limburgse woorden ’Woordenzange’. Guido Gezelle bezorgde hun woorden om daar te publiceren.
[5] F. Debrabandere, Limburgs Etymologisch woordenboek. Leuven: Davidsfonds, 2011, p. 382: ”spier, sjpier, zn.: sprietje, stengel; mager kind”.
[6] Brief van A. Hendrix aan de redacteurs van ‘t Daghet in den Oosten mei 1885.

Zie ook: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 6, p. 46: “Uit Sint-Truien wordt ons eene goede zange woorden toegezonden, en daarbij geschreven als volgt: “Mijne heeren, hiermede eindig ik, en mocht ik u maar een woord hebben doen kennen, dan reeds achtte ik mijne moeite beloond; verondersteld zelfs dat ik niets onbekends opgegeven heb, dan nog geef ik den moed niet op, dat staat geenen Vlaming, en om 't u te verzekeren beloof ik van nu af nieuwe opzoekingen te doen.”

[7] Zie: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 5 p. 33-36.
[8] Guido Gezelle bracht een tweedaags bezoek aan het Grootseminarie van Luik in juni 1884. Op dat ogenblik vierde men er het vijftigjarig leraarschap en het priesterjubileum van Petrus Mommen. De jubileumviering zelf vond plaats op de tweede dag van zijn verblijf, vermoedelijk op 28 of 29 juni 1884. Zie: Verslag van Leonard Willem Jakob Lenaerts, Guido Gezelle als Stichter van 't Daghet in den Oosten. Aanwezig in het Guido Gezellearchief, Openbare Bibliotheek Brugge, nr. Aanw. 533, map 14,15: “Gezelle is Mommen bij zijn doorkomen gaan gelukwenschen (…).”

Register

Correspondents - persons

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameLuik

Name - person

Nameonbekend
NameCeyssens, Michiel
Dates° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relation to Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Sources https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NameHendrix, Arnold Jozef; Zwarte Krouwer
Dates° Peer, 12/05/1866 - ✝ Antwerpen, 26/02/1946
SexMannelijk
Occupationapotheker
BioArnold Jozef Hendrix werd op 12 mei 1866 geboren te Peer, als derde kind van Frans Hendrix (1836-1898), landbouwer en pannenbakker, en Maria Catharina Van Helden (1842-1872). Hij voltooide zijn humaniora in het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar de lettergilde Utile dulci, de Vlaamse taal in onderwijs en cultuur stimuleerde. Als jonge student correspondeerde hij met de redactie van het letterkundig tijdschrift “’t Daghet in den Oosten”, dat toen nog onder de leiding van Guido Gezelle stond. In 1888 promoveerde hij als apotheker in Leuven. Hij was er lid van de Vlaamse studentenbeweging Tijd en Vlijt en van de Limburgse Gouwgilde (1885). In 1890 vestigde hij zich als apotheker in Antwerpen, en in 1893 huwde hij met Bertha van Bergen met wie hij vijf kinderen kreeg. Zijn apotheek groeide uit tot een bloeiende onderneming. Hendrix zette zich ook in voor de waardering van het apothekersambt: hij zat in de pharmakopee-commissie (1897), was voorzitter van La Société de Pharmacie d’Anvers (1901) en stichtte in 1922 de Algemeene Apotheekers Vereniging. In 1938 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde en was voorzitter tot 1941. Hendrix redigeerde en schreef wetenschappelijke en vulgariserende artikels onder meer voor het “Journal de Pharmacie d’Anvers” (1895) en “Het Vlaamsch Geneeskundig Tijdschrift” (1920). In 1924 droeg hij de zaak over en deed verder zelf onderzoek in zijn laboratorium. Hij sloot zich aan bij de Vlaamse beweging, die volgens hem sturing miste. Voor hem leidde niet alleen armoede, maar ook taal tot uitsluiting; erkenning van het Vlaams moest de gewone burger emanciperen en inspraak geven. Vanaf 1906 was hij betrokken bij het bestuur van het Katholiek Vlaamsche Oud-Hoogstudentenverbond, in 1908 omgedoopt tot een Katholiek Vlaams Verbond, waarbij de studentenbonden van alle provincies zich hadden aangesloten. Hij streefde naar vervlaamsing van het hoger onderwijs zoals de Gentse Rijksuniversiteit en wilde via initiatieven als de Ouderbond (1910) en de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding Vlaamse ouders en studenten vormen en emanciperen. Samen met ondernemer Lieven Gevaert richtte hij het Vlaamsch Economische Verbond (1926) op ter ondersteuning van de Vlaamsgezinde patroons, daarna de Sint-Lutgardisschool (1912) en het Sint-Lievenscollege (1929) met Vlaams als voertaal. Toen Albert I in 1909 zijn eed in het Nederlands aflegde, groeide de hoop op vernederlandsing van het staatsapparaat. Hendrix ondertekende De Raets brochure ‘De Vlaming onder de nieuwe regering’, gericht aan de koning. Hij speelde een belangrijke rol bij de oprichting en het beheer van het tijdschrift “Ons Volk Ontwaakt” (1911), het dagblad “De Standaard” (1914), en “Standaard Boekhandel” (1924). Op 26 februari 1946 overleed Arnold Jozef Hendrix te Antwerpen.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellezanter; studentenbeweging
Sources https://gw.geneanet.org/louischr?n=hendrix&oc=&p=arnold+jozefhttps://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/hendrix-arnold; https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nbwv/#page=0&accessor=accessor_index&view=imagePane Nationaal Biografisch Woordenboek (zoekterm Hendrix) https://doorbraak.be/26-februari-net-binnen-victor-hugo-geboren-schrijver-les-miserables-pleitbezorger-zelfbeschikkingsrecht-volkeren Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (zoekterm: Arnold Hendrix ) https://eeuwfeestapotheek.be/apotheek-minerva/ https://www.egmp-vzw.be/Pdf/jaarboeken/2010%20-%202019/JEGMP_2010_6.pdf https://kringgeschiedenis.kava.be/SCANS/1990-078.pdf https://www.kringbenelux.eu/sites/default/files/index/2009-116-6.pdf (zoekterm: Hendrix ) https://openjournals.ugent.be/wt/article/79263/galley/200881/view/ file:///C:/Users/User/Downloads/wt-80271-luyckx.pdf of https://wt.be/#gsc.tab=0&gsc.q=Hendrix&gsc.sort= https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/utile-dulci
NameKramers, Jacob; Kramers Janszoon, Jacob; Kramers Jzn, Jacob
Dates° Dordrecht, 28/09/1802 - ✝ Gouda, 04/1869
SexMannelijk
Occupationlexicograaf; onderwijzer; auteur
ResidenceNederland
BioJakob Kramers werd geboren te Dordrecht op 28 september 1802 als zoon van Jan Kramers en Geertrui Schouten. Hij begon zijn loopbaan als onderwijzer in Vreeswijk en als kostschoolhouder in Schoonhoven. In deze periode publiceerde hij gelegenheidsgedichten. In 1847 begon hij te werken bij de nog jonge uitgeverij van G.B. van Goor in Gouda. Hij bleef er twintig jaar in dienst en stelde er woordenboeken samen. Zelf legde hij zich ook toe op de taalkunde. In datzelfde jaar verscheen zijn eerste taalkundige werk, Algemeene Kunstwoordentolk. Hij zou in totaal twaalf woordenboeken publiceren over het Nederlands, Duits, Engels en verschillende ‘vreemde woorden’, evenals uitdrukkingen uit het Nederlands die uit andere talen waren overgenomen. In 1869 werkte hij aan een technologisch woordenboek dat in vier talen zou verschijnen. In april van dat jaar raakte hij echter vermist. Ondanks zijn grote succes en de talrijke herdrukken zou Kramers vrijwel berooid en volgens historicus Ewoud Sanders wellicht ‘straalbezopen’ omkomen in de Kattensingel. Zijn lichaam werd in april 1869 uit de rivier gehaald, waardoor zijn Technologische Woordentolk in Vier Talen postuum verscheen in 1874.
Links[wikipedia]

Name - place

NameSint-Truiden
SettlementSint-Truiden

Name - institute

NameLimburgsch Zantersgildeken
DescriptionIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Dating1883-?
Links[wikipedia]
NameGrootseminarie Luik
DescriptionHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Dating1592-heden

Title - other work

Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens

Titlexx/[06/1885], Luik, August Cuppens e.a. aan [Guido Gezelle]
EditorMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen, Cuppens August aan Gezelle Guido, Luik, xx/[06/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderCuppens, August
Sender[Limburgsch Zantersgildeken]
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[06/1885]
Place SentLuik
AnnotationJaartal en maand gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; maand onzeker ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 enkel vel, 210 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out bijlage 1: brief van P. Daniëls aan de redacteurs van 't Daghet in den Oosten
bijlage 2 (brief van nen schoolmeester) ontbreekt
bijlage 3: brief van Arn. Jozef Hendrix aan de redacteurs van 't Daghet in den Oosten van xx/05/1885
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7477
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13864
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/6e20f327603d3664e85c4b486f640fbad101a188/manifest
Content Description
IncipitJohan Winkler begint ons, goddank, ook
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.