Gij schrijft ons van hier of daar wat uit Loquela, Joh. Winkler enz. over te nemen.[2] Dat zou ook heel goed zijn, al was 't maar om die werken in Limburg doen te kennen. Ten andere, daar staat veel in dat Limburg aangaat en hier toch onbekend is. Vindt gij iets dat u goed dunkt, schrijf het maar; wij zullen u aanduiden wat ons behaagd heeft: gij hoeft er maar eene schreem door te trekken om ons te doen verstaan dat ge niet van ons gevoelen en zijt.
In Loq. N° 4 Oestmaand[3] 1884 halfbladzijde 29 zangelen, sangelen, singelen, enz. dat is in Limb. ook juist zoo.[4]
In bijvoeg. N° 1. 1883. zou dit deelken[5] uit den Moniteur over de vlaamsche of dietsche dagbladen enz. genoeg gekend zijn?
Winkler - Waar en hoe 't Limb. gesproken wordt 't is dat, dat ik in 't kort in eene bijdrage gezet heb, waar misschien? anders niet veel goeds in en zit. Wat ons bezonder (gegaaid) aangestaan heeft is Joh. Winkler: over 't Limburgsch Roodwaalsch[6] (peddewelsch).
zou dat kunnen dienen? Er zijn der van die woorden meer als een in de volkspraak, men heeft er ons ook al meer als eens als een eigenaardig Limburgsch woord opgegeven. p2't Gene ons bezonder aangaat zou in drieën kunnen verdeeld worden (iedermaal één bladz.), ofwel 't allik opstel, in vijven, iederen keer een bladz. Ik zou daar ook nog wel wat nieuws over kunnen bijzoeken: ik kom onder 't verlof (olf = oorlof? te Beringen) nog al eens in het Teutenland.
Uwe leste Loquela is ons bezonder goed bevallen: waarlik prachtig! - Ik heb ook nog eenen inschrijver bijgewonnen: zoo gaan wij langzaam vooruit.
Wij hebben naar den Drukker geschreven, dat, als gij er hem niets over geschreven en hebt, de eerste nummer van 't Daghet[7] zoo zou zijn:
1° opschrift - volgens uw leste schrijven
2° De woorden. Nederlandsch Limburgsch[8]
3° over Zonhoven — Zoonuwe[9]
4° Uit Boeken en Bladeren (van Daniels)[10]
5° over 't Ludiker waalsch.[11]
Volgens ons uittellen kan er dat allegaar niet in. Moet hij er dan maar eentige van de eerste woorden(lijst) uitlaten, en er in N° 2 zooveel te meer zetten? Of hoe anders?
Dat het een geklommel en gehaspel is, dat is nog al natuurlik: wij zijn allegaar beginnelingen - en dan, wij ontvangen de brieven en zenden slechts (en nog ten hoogste) twee maal op de week. p3Dan zal met den tijd al beteren.
't Geschiedkundig deel "over de Limburgers" komt veel uit "Jos. Guesquierers,[12] de episcopatu Tongrensi et Traiecetensi”[13] t is verkort, veranderd, van fabels en uitvindsels bevrijd volgens Daris.
Onze Cuppens heeft gisteren in 't Limburgsch gepredigd, hier in 't Seminarie 't is eerst den tweeden keer dat zulks gebeurd: 't gong goed, niemand dorst beginnen te vitten, al was er ook al d'een of d'ander die op een papierken alle limburgsche eigenaardigheden op geteekend had, om ze als fouten te doen verdoemen.
Wij schikken u Bormans zijn klein boeksken over 't Ludiken Waalsch ook eentige Limburgsche geschiedeniskens: is er een bij dat goed is, wij kosten het zoo wat op zijn pooten zetten.







