<Resultaat 3116 van 3122

>

p1
Eerweerde Heer,[1]

Gij schrijft ons van hier of daar wat uit Loquela, Joh. Winkler enz. over te nemen.[2] Dat zou ook heel goed zijn, al was 't maar om die werken in Limburg doen te kennen. Ten andere, daar staat veel in dat Limburg aangaat en hier toch onbekend is. Vindt gij iets dat u goed dunkt, schrijf het maar; wij zullen u aanduiden wat ons behaagd heeft: gij hoeft er maar eene schreem door te trekken om ons te doen verstaan dat ge niet van ons gevoelen en zijt.

In Loq. N° 4 Oestmaand[3] 1884 halfbladzijde 29 zangelen, sangelen, singelen, enz. dat is in Limb. ook juist zoo.[4]

In bijvoeg. N° 1. 1883. zou dit deelken[5] uit den Moniteur over de vlaamsche of dietsche dagbladen enz. genoeg gekend zijn?

Winkler - Waar en hoe 't Limb. gesproken wordt 't is dat, dat ik in 't kort in eene bijdrage gezet heb, waar misschien? anders niet veel goeds in en zit. Wat ons bezonder (gegaaid) aangestaan heeft is Joh. Winkler: over 't Limburgsch Roodwaalsch[6] (peddewelsch).

zou dat kunnen dienen? Er zijn der van die woorden meer als een in de volkspraak, men heeft er ons ook al meer als eens als een eigenaardig Limburgsch woord opgegeven. p2't Gene ons bezonder aangaat zou in drieën kunnen verdeeld worden (iedermaal één bladz.), ofwel 't allik opstel, in vijven, iederen keer een bladz. Ik zou daar ook nog wel wat nieuws over kunnen bijzoeken: ik kom onder 't verlof (olf = oorlof? te Beringen) nog al eens in het Teutenland.

Uwe leste Loquela is ons bezonder goed bevallen: waarlik prachtig! - Ik heb ook nog eenen inschrijver bijgewonnen: zoo gaan wij langzaam vooruit.

Wij hebben naar den Drukker geschreven, dat, als gij er hem niets over geschreven en hebt, de eerste nummer van 't Daghet[7] zoo zou zijn:

1° opschrift - volgens uw leste schrijven

2° De woorden. Nederlandsch Limburgsch[8]

3° over Zonhoven — Zoonuwe[9]

4° Uit Boeken en Bladeren (van Daniels)[10]

5° over 't Ludiker waalsch.[11]

Volgens ons uittellen kan er dat allegaar niet in. Moet hij er dan maar eentige van de eerste woorden(lijst) uitlaten, en er in N° 2 zooveel te meer zetten? Of hoe anders?

Dat het een geklommel en gehaspel is, dat is nog al natuurlik: wij zijn allegaar beginnelingen - en dan, wij ontvangen de brieven en zenden slechts (en nog ten hoogste) twee maal op de week. p3Dan zal met den tijd al beteren.

't Geschiedkundig deel "over de Limburgers" komt veel uit "Jos. Guesquierers,[12] de episcopatu Tongrensi et Traiecetensi”[13] t is verkort, veranderd, van fabels en uitvindsels bevrijd volgens Daris.

Onze Cuppens heeft gisteren in 't Limburgsch gepredigd, hier in 't Seminarie 't is eerst den tweeden keer dat zulks gebeurd: 't gong goed, niemand dorst beginnen te vitten, al was er ook al d'een of d'ander die op een papierken alle limburgsche eigenaardigheden op geteekend had, om ze als fouten te doen verdoemen.

Wij schikken u Bormans zijn klein boeksken over 't Ludiken Waalsch ook eentige Limburgsche geschiedeniskens: is er een bij dat goed is, wij kosten het zoo wat op zijn pooten zetten.

Noten

[1] De brief is geschreven in het handschrift van Leonard Willem Jakob Lenaerts.
[2] in ’t Daghet in den Oosten.
[3] Augustus.
[4] G. Gezelle, Zantekoorn. Zangelen. In: Loquela: 4 (Oestmaand 1884) 4, p. 25-30: ”ZANGELEN, zangelde, gezangeld. - In den laai houden, ten afbrande van 't gene men, door de vlamme, wilt geweerd hebben, flamber, in 't fr. Men hoort ook sangelen en singelen, z. De Bo (...)”
[5] Fragment uit: Moniteur Belge. Sénat. Session ordinaire de 1882-1883: (30 Mai 1883), p.145.
[6] Bargoens, brabbeltaal. Zie o.m. het : Algemeen Nederduitsch en Friesch dialecticon van Johan Winkler.
[7] Het eerste nummer van ’t Daghet in den Oosten verscheen op 1 februari 1885.
[8] Limburgsch Nederlandsch. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 1-3.
[9] Polydor Daniëls, Plaatsnamen in Limburg. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 3-6.
[10] Polydoor Daniëls, Uit Boeken en Bladeren. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 6-7.
[11] Ludeker Walendietsch. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 1, p. 7-8.
[12] Sic.
[13] Sic. ( Trajectensi).

Verwijst naar: Joseph Ghesquière, Exegesis historica de Episcopatu Tungrensi et Trajectensi in de Acta. In: Acta sanctorum Belgii selecta dl. I, p.224- 312.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefschrijver

NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLuik

Naam - persoon

NaamCeyssens, Michiel
Datums° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relatie tot Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Bronnen https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamDaris, Arnold Josephus Matheus; Daris, Joseph
Datums° Borgloon, 18/09/1821 - ✝ Borgloon, 11/09/1905
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; professor; bibliothecaris; archivaris; historicus; auteur
BioArnold Josephus Matheus Daris werd op 18 september 1821 geboren te Borgloon, als zoon van Martin Daris (1777-1835), gemeentesecretaris en vrederechter, en Maria Christina Kalcker (1785-1849). Jozef volgde klassieke humaniora in Tongeren en Rolduc, en studeerde filosofie en theologie aan het Grootseminarie van Luik. Daris werd er op 21 december 1844 tot priester gewijd. Hij doceerde van 1851-1854 Grieks en apologetiek aan het pas opgerichte Kleinseminarie te Sint-Truiden, en van 1854 tot 1897 canoniek recht en kerkgeschiedenis aan het Grootseminarie te Luik. Daarna bleef hij er als bibliothecaris en archivaris wonen. Als studax en autodidact bekwaamde hij zich in de historiografie en bronnenstudie. Zij grote passie vertaalde zich in ontelbare historische werken over zijn geboortestad Borgloon, het prinsbisdom Luik, en de kerken van het diocees. Daarnaast zagen de “Praelectiones canonicae quas in seminario leodiensi habuit Josephus Daris” het licht in Luik tussen 1861 en 1865. Dat zijn drie gepubliceerde delen van colleges over canoniek recht. Daris werd titulair kanunnik in 1880. Op 83-jarige leeftijd nam Josephus Daris zijn intrek bij zijn nicht in Borgloon en overleed er kort nadien op 11 september 1905.
Links[odis]
Bronnen https://gw.geneanet.org; https://www.daris.be/daris.htm
NaamGhesquière, Joseph Hippolyte
Datums° Kortrijk, 27/02/1731 - ✝ Essen, 23/01/1802
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; historicus, numismaat; hageograaf; jezuïet
BioJoseph Hippolyte Ghesquière werd geboren te Kortrijk op 27 februari 1731. Hij was sinds zijn humaniora reeds verbonden met de jezuïeten. Bij hen voltooide hij zijn eerste opleiding, en na een opleiding filosofie aan de Universiteit van Douai trad hij in 1750 officieel tot de orde toe. In 1762 voegde hij zich bij de bollandisten, een instituut binnen de jezuïetenorde dat zich toelegt op het bestuderen van heiligenlevens. Bij de grootste verdiensten van Ghesquière worden dan ook “Acta Sanctorum Belgii Selecta” gerekend, vijf werken over de levens van Belgische (Zuid-Nederlandse) heiligen. Na de ontbinding van de jezuïetenorde in België zou een verzwakte, zieke Ghesquière verzeild geraken in verschillende onderzoeken betreffende verdwenen goederen uit het voormalige professiehuis van de orde en de bibliotheek van het Bellarmini-museum. Hij assisteerde de overheid door informatie te leveren over mogelijke schuldigen. Uiteindelijk zou Ghesquière bij de Franse verovering van de Zuidelijke Nederlanden uitwijken naar het Heilige Roomse Rijk, specifiek naar het dorp Essen, waar hij op 23 januari 1802 zou overlijden.
Links[wikipedia]
Bronnen https://academieroyale.be/Academie/documents/FichierPDFBiographieNationaleTome2048.pdf

Naam - plaats

NaamBeringen
GemeenteBeringen
NaamKempen

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Luik
BeschrijvingHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Datering1592-heden

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelVocabulaire des houilleurs liégeois
AuteurBormans, Stanislas
Datum1864
PlaatsLiège
UitgeverCarmanne
Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens
TitelAlgemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon
AuteurWinkler, Johan
Datum1874
Plaatss-Gravenhage
UitgeverMartinus Nijhoff
TitelBelgisch staatsblad (Moniteur Belge)
Datum1831-
PlaatsBrussel
UitgeverPierre-Philippe Bourson ; Belgisch Staatsblad
TitelActa sanctorum Belgii selecta
AuteurGhesquière, Joseph Hippolyte
Datum1782
Plaats[s.l.]
UitgeverMatthaei Lemaire

Titel[xx/10/1884 t.p.q. - 01/02/1885 t.a.q.], Luik, [Leonard Willem Jakob Lenaerts] aan [Guido Gezelle]
EditeurMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMichael Gijbels; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Lenaerts Leonard Willem Jakob aan Gezelle Guido, Luik, [xx/10/1884 t.p.q. - 01/02/1885 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Lenaerts, Leonard Willem Jakob]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[xx/10/1884 t.p.q. - 01/02/1885 t.a.q.]
VerzendingsplaatsLuik
AnnotatieT.p.q. en t.a.q. gereconstrueerd op basis van de brieftekst: geschreven na de zomervakantie en voor het publiceren van het eerste nummer van 't Daghet op 01/02/1885 vermoedelijk is de brief van december 1884 ; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; plaats gereconstrueerd op basis van de brieftekst (geschreven in Groot Seminarie Luik)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 211 mm x 134 mm
papier, wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7633
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13995
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/b64966e4cd9ad0240dac15cb33da73a6210afadd/manifest
Inhoud
IncipitGij schrijft ons van hier of daar wat uit
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.