Ik schik u het dialecticon van Joh. Winkler terug.[1] Het heeft veel rondgereisd, en heeft, hoop ik, aan menigeen het Nederduitsch en de volkstaal meer doen kennen en feller doen beminnen. Dank u zeer!
Wij hebben een opstel gekregen van ik en weet niet wien: de drukker heeft het ons zoo eenvoudig opgestuurd wi gij het nu thuis krijgt.
Wij bedanken u voor de woordenuitleggingen die gij ons afgezonden hebt. Toch hebben wij er, voor 't Daghet, alleen een stuk of vijf woorden kunnen gebruiken, - in de Limburgsche woordenzange.[2] Er waren maar vijf Limburgsche woorden bij: De andere zijn Brabantsche, en zijn u opgeschikt door de mannen van den Student: Wij zullen ze aan dat blad sturen, op dat het zóó ook wat meer den weg der volkspraak insla.
Alle de Limburgsche woorden, die wij hier hebben, zullen dus in den 2den nummer te voorschijn komen; 't zal twee goede bladzijden uitmaken.[3]







