<Resultaat 1155 van 3122

>

p1
Achtbare en geliefde

Hope dat gij bestand zijt tegen 25 afgevallen engels[1] tegen mijn lang schijnbaar slapen[2] en tegen verdere rampen van dien aard.

Ik en weet niet waar mijn n° ’t Daghet gevaren is. Ge zoudt mij best een nieuwen zenden, anders en gerake ik er niet uit.

Ik ligge versmoord in Loq.

Drukt dan maar Mervillies brief.[3] De voordracht van Heer Polyd. zou beter in R.d.H. staan dunkt me.[4]

Winklers Dialecticon dat 14 dagen zou wegblijven schijnt alsof ‘t in Limburg blijven zou![5]

Zende u een antwoord aan de afgevallen engelkes en hunnen hollandschen Meester, om te drukken in Uit bladeren en boeken.

’t Is Johan Winkler die ze schrijft in den Tijdspiegel.[6] Ik zal teekenen waar ’t begint en eindigt.[7]

Geen strijd, noch met de pen noch anderszins. Doen en laten zeggen. De zoete kruukens rieken best als er op getorden wordt

Ben bijkans klaar met Loq. Dan zende ik ’t een en ’t ander.

G. G.
p2

Noten

[1] Cuppens liet Gezelle weten in zijn brief van februari 1885 dat de 36 intekenaars van ‘t Daghet in den Oosten in het seminarie van Sint-Truiden hun abonnement opgezegd hadden op aandringen van hun Hollandse professor omdat ze het niet eens zijn met het gebruik van de Limburgse volkstaal in plaats van het algemeen Nederlands.
[2] Cuppens opent zijn vorige brief met: ”Leeft gij nog? Leeft gij nog? vraagt ons E.H. Daniëls, vraagt ons de drukker die maar geene kladprint ziet terugkomen en vragen wij u ook.”
[3] Dit is een antwoord op de vraag van Cuppens in zijn vorige brief aan Gezelle: ”In zijne brief vraagt E.H. Mervillie ook of Mr Daniëls de rede niet zou doen drukken in 't Daghet, die hij te Brugge gevoerd heeft "over de zending van den vl. dichter” gij weet wel toen ze Mr Karel de Gheldere daar zoo schoon verrast hadden en zoo welverdiende eer aangedaan. Als gij 't toestemt: zal Mr Daniëls zijne rede heropschrijven voor 't Daghet?”

Op pagina 3 van deze vorige brief van A. Cuppens aan G. Gezelle kopieerde Rykhart Van De Putte een brief van A. Mervillie aan P. Daniëls.

In ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 15 verschijnt niet de brief waarvan sprake maar een gedicht van Mervillie:

AAN DE LIMBURGSCHE VRIENDEN

Stichters en Medewerkers van 'T DAGHET

O Vrienden uw werk is nen

Trillenden draad

Die van uit Limburg naar

Vlaanderen gaat

En die wij hier vaste aan ons

Broederhert binden

Om rechte den weg naar uw

Herte te vinden!

Oh! laat Langs dien draad

Ons hier, 't machtige woelen

Van 't Limburgsche bloed in uw

Hert, doen gevoelen!

A. Mervillie

Thorhout, 23 St. Josephs maand 1885.

[4] Polydoor Daniëls sprak over ‘De zending van de vlaamschen dichter’ in de Parijsche Halle te Brugge op het feest van het Davidsfonds ter ere van dr. Karel Degheldere op 25 januari 1885. Het artikel verscheen in: Rond den Heerd: 20 (1 februari 1885) 10 p.69-71.
[5] Leonard Willem Jakob Lenaerts schreef in zijn brief van januari 1885 aan Guido Gezelle: “Ik schik u het dialecticon van Joh. Winkler terug. Het heeft veel rondgereisd, en heeft, hoop ik, aan menigeen het Nederduitsch en de volkstaal meer doen kennen en feller doen beminnen. Dank u zeer!”
[6] J. Winkler, Jammerklachten. In: De Tijdspiegel: 2 (1885) 1, p. 77-94.
[7] Fragment uit het artikel ’Jammerklachten’ van Johan Winkler gepubliceerd in: Uit boeken en bladeren. In: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 15-16.
Bibliografische referentie. De Cam(m)erpoortbrugghe was in de 16de eeuw een locatie waar verschillende Antwerpse drukkers hun bedrijf hadden. "den Schilt van Artoys” is een huisnaam. A. Cuppens verwijst in zijn brief van xx/08/1885 aan G. Gezelle naar deze bijbel. Mogelijk gebruikte Gezelle de keerzijde van deze vroegere brief als kladpapier om de bibliografische referentie uit de latere brief te noteren. Taalkundige notities, deels omgekeerd geschreven, en doorheen de bibliografische referentie geschreven.

Register

Correspondenten - personen

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Datums° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
GeslachtMannelijk
Beroeppriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Bronnen https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamMervillie, Alfons; Bach-Mervillie
Datums° Wontergem, 17/05/1856 - ✝ Kortrijk, 04/04/1942
GeslachtMannelijk
Beroepcomponist; vertaler; auteur; dichter; priester; leraar; pastoor
BioAlfons Mervillie , zoon van Pieter Mervillie, landsman, en Regina Quintyn, was een componist, vertaler, prozaschrijver (in didactisch-volkse trant) en gelegenheidsdichter. Hij was een taalparticularist en "buitensporig taalpurist" (De Vleeschouwer). Aan het kleinseminarie te Roeselare was hij leerling van H. Verriest. Hij was een geestdriftig muziekliefhebber en bewonderaar van Bach. Hij werd priester op 27/08/1882 en op 03/10/1880 leraar orgelspel en kerkzang aan de nomaalschool en kosterschool te Torhout. Vanaf 1891 was hij onderpastoor te Dudzele (27/11/1891), Nieuwpoort (15/05/1896), en Aartrijke (23/11/1898), en pastoor te Nieuwkapelle (22/08/1913). Hij schreef verschillende bijdragen in Biekorf, en was de auteur van 12 liederen uit de gedichten van Guido Gezelle, op muziek gezet en hem opgedragen. Leipzig, 1884 (1886, uitgebreid, met een inleiding op schoonheidsleer), Gusten, verhaal uit den ouden tijd. Brugge,1891 en Evangeline, Roeselare, 1901 (metrische vertaling uit Longfellow).
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; componist Gezelleliederen
BronnenF. De Vleeschouwer, Mervillie, Alfons. In: NBW 4, kol. 560- 564
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NaamKlinkenbergh, Michaël Theophilus Maria
Datums° Schinnen, 02/02/1850 - ✝ Geleen, 19/01/19276
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderwijzer; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioMichael Theophilus Maria Klinkenbergh werd geboren in Schinnen op 2 februari 1850. Hij was de zoon van Johannes Dominicus Klinkenbergh en Maria Barbara Warbelings. Op 7 juni 1873 werd hij in Luik tot priester gewijd. Vervolgens gaf hij les aan het kleinseminarie in Sint-Truiden. Hij was er gekant tegen de Limburgse studentenbeweging en het taalparticularisme en verzette zich tegen het tijdschrift "'t Daghet in den Oosten". Onder zijn invloed zegden leerlingen hun abonnement op het tijdschrift op. Daarna was hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw van de Licour te Herstal. Michael Theophilus Maria Klinkenbergh overleed in Geleen op 19 januari 1926.
Links[odis]
BronnenGeneanet; Delpher

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamDavidsfonds Brugge
BeschrijvingDe Brugse afdeling van het Davidsfonds werd begin 1875 gesticht door Adolf Duclos en is daarmee de oudste in West-Vlaanderen. Ondanks het feit dat hij verschillende keren uitgenodigd werd, zou Gezelle er geen grote rol in spelen. Ze zette zich in het bijzonder in voor de hulde na Gezelles dood en de realisatie zijn praalgraf.
Datering1875
NaamKleinseminarie, Sint-Truiden
BeschrijvingIn 1836 richtte de Luikse bisschop Cornelius R. van Bommel een kleinseminarie op in Rolduc, met afdelingen Grieks-Latijn, wijsbegeerte en een normaalschool met internaat. Na de definitieve grensbepaling tussen België en Nederland in 1839 verhuisde het instituut naar de voormalige benedictijnenabdij in Sint-Truiden, waar de bisschop het gebouw herbouwde in neoclassicistische stijl, met samen met een nieuwe kerk, boerderij, molen en bakkerij. De salle de rhétorique, de Academiezaal, in de vorm van een amfitheater, wordt tot op vandaag geprezen voor zijn akoestiek. Ondanks het feit dat Limburg tot 1967 onder het bisdom Luik viel, werd het seminarium een Vlaams bolwerk. Het letterkundig genootschap Utile Dulci, geleid door leraren Nederlands, organiseerde culturele evenementen en strijdde voor Nederlandstalig onderwijs. Dit leidde tot conflicten met de schoolleiding, die de Franse voertaal handhaafde. Vanaf 1900 werd het aantal uren Nederlands langzaam uitgebreid, maar pas in 1930 werden de Nederlandse en Franse afdelingen gescheiden. De Vlaamsgezinde beweging in Sint-Truiden voor vervlaamsing van het onderwijs verliep traag, en de Franse afdeling werd pas in 1961 opgeheven door een gebrek aan inschrijvingen. Het genootschap Utile Dulci stierf na de Tweede Wereldoorlog een stille dood. De normaalschool verhuisde in 1920 naar Maasmechelen. Een verwoestende brand legde in 1975 vijf slaapzalen, het klooster van de zusters, de molen, de kerk en de oude toren in de as.
Datering1836-heden

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

Titelt Daghet in den Oosten
AuteurCeysens, L..
Datum1885-
PlaatsHasselt
UitgeverCeyssens
TitelTijdspiegel (periodiek)
Datum1844-1921
PlaatsArnhem
UitgeverD.A. Thieme
TitelAlgemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon
AuteurWinkler, Johan
Datum1874
Plaatss-Gravenhage
UitgeverMartinus Nijhoff
TitelDen Bibel met grooter neersticheyt gecorrigeert ende op die canten gheset den ouderdom der werelt, ende hoe lange die gheschiedenissen ende historien der Bibelen elck int zijn voor Christus gheboorte gheweest zijn, ende daer bi vergadert uut Fasciculus temporum, ende uut dye chronike van alder werelt, die principael historien der machtiger heydenscher conincrijcken, daer die heylige scrift oock dickwils af vermaent, tot een claerder verstant der Bibelscher historien, ende oock een onderscheyt der tijden te hebben
Datum1535
PlaatsAntwerpen
UitgeverJacob van Liesvelt

Titelxx/[02/1885], Kortrijk, [Guido Gezelle] aan [August Cuppens]
EditeurMiet Hubrechts; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts; Marc Carlier (research), Gezelle Guido aan Cuppens August, Kortrijk (Kortrijk), xx/[02/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Verzender[Gezelle, Guido]
Ontvanger[Cuppens, August]
Verzendingsdatumxx/[02/1885]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieJaartal en maand gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie en en brieftekst: de brief is een antwoord op de brief van A. Cuppens aan G. Gezelle van februari 1885 (nr. 5463) ; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift.
Gepubliceerd inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.195 (159b)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 209 mm x 136 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden zijde 2: onvolledige beschrijving van de titelpagina van een 16de-eeuws boek (potlood, onbekede hand)
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan Aug. Cuppens ; idem rechts [Februari 1885 ?] (inkt, beide hand P.A.); idem linksboven: [xxxxx] (potlood, schuin, onbekende hand); op zijde 2 in de rechtermarge: Meert 85 (inkt, schuin, onbekende hand); idem: bibliografische referentie: [Den Bibel met grooter neersticheyt gecorrigeert] Gheprent Thantwerpen op die Camerpoortbrugghe in den Schilt van Artoys By my Jacob vā Liesvelt. In 't Jaer ons HEEREN MCCCCC ende XXXV. Den XVIIJ. dach van April. (potlood, hand G.G. ?); idem: taalkundige notities: staat [noch zijnen ?] // Hij is algelijk groot // spaak hout // = sp[x]l he[x] (potlood, deels omgekeerd geschreven, hand G.G.?)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8588
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16882
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/bcc2cf1fd8c124a1b07354cb77fcaf20d449546b/manifest
Inhoud
IncipitHope dat gy bestand zyt tegen 25 afgevallen en-
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.