Noten
[1] Cuppens liet Gezelle weten in zijn
brief van februari 1885 dat de 36 intekenaars van ‘
t Daghet in den Oosten in het
seminarie van Sint-Truiden hun abonnement opgezegd hadden op aandringen van hun Hollandse professor omdat ze het niet eens zijn met het gebruik van de Limburgse volkstaal in plaats van het algemeen Nederlands.
[2] Cuppens opent zijn
vorige brief met: ”Leeft gij nog? Leeft gij nog? vraagt ons E.H. Daniëls, vraagt ons de drukker die maar geene kladprint ziet terugkomen en vragen wij u ook.”
[3] Dit is een antwoord op de vraag van Cuppens in zijn
vorige brief aan Gezelle: ”In zijne brief vraagt E.H. Mervillie ook of Mr Daniëls de rede niet zou doen drukken in 't Daghet, die hij te Brugge gevoerd heeft "over de zending van den vl. dichter” gij weet wel toen ze Mr Karel de Gheldere daar zoo schoon verrast hadden en zoo welverdiende eer aangedaan. Als gij 't toestemt: zal Mr Daniëls zijne rede heropschrijven voor 't Daghet?”
Op pagina 3 van deze vorige brief van A. Cuppens aan G. Gezelle kopieerde Rykhart Van De Putte een brief van A. Mervillie aan P. Daniëls.
In ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 15 verschijnt niet de brief waarvan sprake maar een gedicht van Mervillie:
AAN DE LIMBURGSCHE VRIENDEN
Stichters en Medewerkers van 'T DAGHET
O Vrienden uw werk is nen
Trillenden draad
Die van uit Limburg naar
Vlaanderen gaat
En die wij hier vaste aan ons
Broederhert binden
Om rechte den weg naar uw
Herte te vinden!
Oh! laat Langs dien draad
Ons hier, 't machtige woelen
Van 't Limburgsche bloed in uw
Hert, doen gevoelen!
A. Mervillie
Thorhout, 23 St. Josephs maand 1885.
[4] Polydoor Daniëls sprak over ‘De zending van de vlaamschen dichter’ in de Parijsche Halle te
Brugge op het feest van het
Davidsfonds ter ere van dr. Karel Degheldere op 25 januari 1885. Het artikel verscheen in: Rond den Heerd: 20 (1 februari 1885) 10 p.69-71.
[5] Leonard Willem Jakob Lenaerts schreef in zijn
brief van januari 1885 aan Guido Gezelle: “Ik schik u
het dialecticon van
Joh. Winkler terug. Het heeft veel rondgereisd, en heeft, hoop ik, aan menigeen het Nederduitsch en de volkstaal meer doen kennen en feller doen beminnen. Dank u zeer!”
[6] J. Winkler, Jammerklachten. In: De Tijdspiegel: 2 (1885) 1, p. 77-94.
[7] Fragment uit het artikel ’Jammerklachten’ van Johan Winkler gepubliceerd in: Uit boeken en bladeren. In: ‘t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 2, p. 15-16.
Bibliografische referentie. De Cam(m)erpoortbrugghe was in de 16de eeuw een locatie waar verschillende Antwerpse drukkers hun bedrijf hadden. "den Schilt van Artoys” is een huisnaam. A. Cuppens verwijst in zijn brief van xx/08/1885 aan G. Gezelle naar deze bijbel. Mogelijk gebruikte Gezelle de keerzijde van deze vroegere brief als kladpapier om de bibliografische referentie uit de latere brief te noteren. Taalkundige notities, deels omgekeerd geschreven, en doorheen de bibliografische referentie geschreven.