<Hit 1127 of 3122

>

p1
Achtbare heere & vriend

Wensche u weêr al dat zalig is.[1]

Wilt gij goe zaken met den drukker doen, dan behoort gij hem, effen aan, al dat gereed is op te zenden[2] Hij zet het dan, en ’t wordt naderhand geschikt en drukveerdig gemaakt. Ik wacht op de eerste kladprente, om daarop mijn aanmerkingen te doen, eens voor altijd.

Als Koob Winklers raad in acht neemt,[3] dan zal zijn werk heel goed zijn. Zulk een woord van Winkler is er 1000 weerd van anderen die oordeelen goed of kwaad keuren zonder ooit te lezen zelfs.

Begint met in ‘t boek en boekstafwezen[4] bekend te maken; te weten volk- en studenten bekend dat er een leven van S. Kerstine[5] bestaat.[6] Ik zoek overal om te weten in welk deel, jaar, bladzijden, enz. Bormans ‘t leven van S. Luitgaarde uitgaf.[7] Kunt gij dat achterhalen schrijf het mij dadelijk. Dat boeken bekend maken zet eerbaarheid bij aan p2de zake; ’t maakt onze zake ook de zake van anderen die elders en voor ons leefden. Voor alsnu geen heruitgaven geen vertalingen. Van Mr Verriest en is niets zelfs geen antwoorde te krijgen als ik hem schrijve. Zijne rede komt in ’t verslag van ’t Taalcongres, dat zal verschijnen in 18.. of 19..?[8] Arthurs boeksken Lettre à Grandgagnage moet in ’t Boekwezen.[9] 200 inschrijvers is prachtig Loquela drukt 550! Servilius moet ook bekend. Ik hadde hem geerne! Habets chronijk ook.

Ja zeker eenen wisselbank,[10] maar heet hem wisselberd, wisselbord, wisseltafel, of iets op zijn Limburgsch.[11] Zegt men werkelijk briefmääken dan is ’t goed; ’t is eigentlijk eene briefsloove, een briefsloef, een briefduik, enveloppe zelve is vlaamsch van oorsprong. Schrijft maar op, alsmede de naamverkortingen Sommigen onder dezen zijn ouddietsche namen, heidensche, waarop men christelijke namen toegepast heeft; b.v. lijs, lijze, (dulcis,[12] lenis[13]) heeft men E-)lisa-(beth gemaakt enz. p3Driest, dries (= audax)[14] is Andraeas gedoopt geworden en Dries gebleven. Adelwolf, adolf, edele wolf is αδελφος[15] omzet alsof het grieksch ware; Moene (= mater in ‘t dietsch) gaf pap in den mond om ‘t kind Monica te herdoopen enz. daar bestonden eertijds woordenboeken van ten dienste van de Kerstendoende Priesters.

Mij dunkt dat ik op alles geantwoord hebbe.

Tot later dan
van uwen
Guido Gezelle

Annotations

[1] Reactie op de nieuwjaarsbrief van 25?/12/1884 van A. Cuppens aan G. Gezelle: “Wij wenschen u allemaal een’ zaligen Hoogtijd en groeten u eerbiedig en dankbaar!”
[2] Reactie op de brief van 25?/12/1884 van A. Cuppens aan G. Gezelle: “Wij hadden al lang die artikels over Boek- en Boekstafwezen opgeschikt naar den drukker hadden wij niet gemeend dat wij moesten wachten tot wij nen heelen n° in ééns kosten verzenden.”
[3] Dit gaat over het artikel: J. Lenaerts, Over 't Limburgsch. Aanwezig in het Guido Gezellearchief, Openbare bibliotheek Brugge, nr. Aanw.533, map 14, 17. Cuppens stuurde dit op naar Gezelle als bijlage bij zijn brief van 21?/10/1884.

Het artikel verscheen niet in ’t Daghet in den Oosten, vermoedelijk omwille van de kwaliteit. Gezelle had het opgestuurd naar Johan Winkler voor advies. In zijn brief van 24/11/1884 stuurde Winkler het artikel terug naar Gezelle met volgende kritiek: “Hier bij het opstel van uwen jongen limburgschen vriend terug Ik heb het wel geheel en naukeurig doorgelezen, maar heb geene vrijheid gevonden om er iet in te veranderen. Het geheel toch is zóó eigenaardig, zóó bijzonder, dat het mij jammerde om het te verknoeien. (…) Het geschiedkundig gedeelte overtreft in weerde verre weg het taalkundige deel (…) . Het taalkundig gedeelte is zeer zwak, eigenlik te zwak.”

[4] Rubriek in ’t Daghet in den Oosten waarin boeken besproken worden.
[5] Sente Kristina is een Middelnederlandse heiligenlegende toegeschreven aan Broeder Gheraert. De tekst werd later uitgegeven door J. Bormans. Dat leven van Sente Kristina (het leven van Christina Mirabilis) en dat van Sinte Lutgart (het leven van Lutgaarde van Tongeren) zijn in een zelfde verzamelhandschrift overgeleverd. Bormans publiceerde ze in verschillende uitgaven.
[6] Antwoord op de vraag van Cuppens in zijn brief aan Gezelle van 25?/12/1884: “Wij hadden Rijkaart u doen schrijven en vragen of gij 't ook niet goed zoudt vinden dat wij oude Limburgsche gedichten wi de Ste Kerstine die hier toch bekans niemand en kent, in ons 't Daghet uitgaven.”
[7] J.H. Bormans, Het Leven van Sinte Lutgardis, een Dietsch gedicht, ten laetste van de tweede helft der XIVe Eeuw, naar het oorspronklijk handschrift van Broeder Geraert. In: Dietsche Warande: 3 (1875), p. 37-67.
[8] in zijn brief van 25?/12/1884 aan Gezelle vroeg A. Cuppens: “Kosten wij de redevoering van Mr Verriest op 't Brugsch Taalcongres drukken dat ware prachtig! Zou Mr Verriest daar niet in toestemmen?” Adolf Verriest sprak in de bovenzaal van de Concorde aan de Steenstraat over de maatschappelijke rol van het Davidsfonds, naar aanleiding van de tweedaagse feesten van deze vereniging in Brugge op 27 en 28 augustus 1883. Een verslag van deze feesten is te vinden in: Rond den Heerd: 18 (2 september 1883) 40–4, p. 313-323. Op pagina 320 bespreekt Adolf Duclos de redevoering van Verriest. De redevoering verscheen niet in ’t Daghet in den Oosten.

De Handelingen verschenen pas in 1887. De redevoering van Verriest staat op p. 281-292.

[9] Bormans gaat in zijn studie na welke Vlaamse linguïstische elementen een invloed hadden op de evolutie van de Waalse taal.
[10] Rubriek in Gezelles tijdschrift Loquela waarin bastaardwoorden en uitdrukkingen werden 'omgewisseld' voor Vlaamse tegenhangers.
[11] Antwoord op de vraag van Cuppens aan Gezelle in zijn brief van 25?/12/1884: “Zouden wij ook geen slach van wisselbank kunnen zetten in ons blätteken?”
[12] Vertaling (Latijn): zoet, lieflijk.
[13] Vertaling (Latijn): zacht.
[14] Vertaling (Latijn): dapper.
[15] Vertaling (Grieks): broer.

Register

Correspondents - persons

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Recipient

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging

Place

NameKortrijk
SettlementKortrijk

Name - person

NameBormans, Jan Hendrik; Broeder Geraert
Dates° Sint-Truiden, 17/11/1801 - ✝ Luik, 04/06/1878
SexMannelijk
Occupationhoogleraar; filoloog
BioJan-Hendrik Bormans studeerde klassieke talen aan de Universiteit van Luik en begon zijn loopbaan als docent poësis en retorica aan het Seminarie van Luik (1818-1820). Daarna was hij studiemeester aan het koninklijk college in Luik (1820-1825), docent en rector in Sint-Truiden (1825-1834) en rector in Hasselt (1834-1835). Van 1835 tot 1837 doceerde hij Nederlandse en Griekse letteren aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij via Jan Frans Willems en andere flaminganten interesse kreeg in de Middelnederlandse literatuur. In 1837 keerde hij terug naar de Universiteit van Luik, waar hij klassieke talen en vanaf 1851 ook Nederlands doceerde. Hij ging in 1865 met emeritaat. Als pionier in de studie van de Middelnederlandse literatuur gaf Bormans werken uit zoals Leven van Sinte Christina, Der Naturen Bloeme van Jacob van Maerlant en de Brabantse Yeesten. Hij was lid van de Leidse Maatschappij van Nederlandse Letterkunde en speelde een belangrijke rol als lid en rapporteur van de eerste Spellingscommissie. In 1857 publiceerde hij in "Dietsche Warande" een Middelnederlandse vertaling van het Leven van Sint-Lutgart en stelde voor haar uit te roepen tot patroonheilige van de Nederlandse taal- en letterkunde, een idee dat bij Guido Gezelle bijval vond. Vanaf 1858 correspondeerde Guido Gezelle met Bormans over een handschrift van Jan Praet, dat Gezelle via Kanunnik Van Verdeghem van de Brugse zwartzusters in bruikleen had gekregen. Bormans werkte jarenlang aan de editie van dit handschrift en publiceerde het in 1872. Hij droeg ook bij aan Gezelles taalstudie. Zijn waardering voor het werk van Gezelle was een argument in de polemiek rond het taalparticularisme.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
SourcesHessmann, Pierre. De briefwisseling Bormans-Gezelle. In: Gezelliana: 1 (1970) 1-2, 28-48; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/bormans-jan-hendrik
NameCeyssens, Michiel
Dates° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relation to Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Sources https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NameLewylle, Arthur
Dates° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NameVan De Putte, Rykhart; Van De Putte, Richardus; Van De Putte, Rijkhaard, Van De Putte, Richard; Aerdryck (uit den Oosten)
Dates° As, 21/10/1861 - ✝ Sint-Truiden, 18/11/1932
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioRykhart Van De Putte werd geboren te As op 21 oktober 1861 als oudste zoon van Désiré Van De Putte (°1831) en Maria Catharina Nys (1823-1894). Na de benoeming van zijn vader tot maréchal de logis (wachtmeester) te Ieper volgde Rykhart er zijn humaniorastudies aan het Sint‑Vincentiuscollege. In 1882-1883 studeerde hij filosofie aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij begon zijn theologieopleiding in het grootseminarie van Brugge en zette vanaf de lente 1884 zijn studies verder aan het grootseminarie te Luik, waar hij lid werd van 'het Limburgsch Zantersgildeke'. In de zomervakantie van 1884 verbleef hij twee dagen bij Guido Gezelle te Kortrijk waarbij ze samen de regels van het op te richten tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" bespraken. Van De Putte was dan ook actief betrokken bij de oprichting van dit studenblad en stond lange tijd in voor de praktische organisatie van het drukwerk en de inschrijvingenvan het blad. Na zijn priesterwijding in het bisdom Luik droeg Van de Putte op 21 december 1886 zijn eremis op te As. Op 3 juni 1887 werd hij benoemd tot onderpastoor van de Sint-Servaaskerk in Luik. Hij woont er in de Volièrestraat vlak bij de kerk. Later werd hij benoemd tot pastoor van de Sint-Jan-de-Doperkerk in Binderveld, een dorp in Noord-Haspengouw. Van De Putte overleed te Sint-Truiden op 18 november 1932.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, II, p. 320; Geneanet
NameVerriest, Adolf
Dates° Deerlijk, 15/08/1830 - ✝ Kortrijk, 21/06/1891
SexMannelijk
Occupationadvocaat; politicus; dichter; componist
BioAdolf Verriest werd geboren te Deerlijk op 15 augustus 1830 als zoon van Petrus-Johannes Verriest (1796-1871), koopman en armenmeester in Deerlijk. Hij was de oudere broer van Hugo Verriest en Gustaaf Verriest. Na de lagere school in Deerlijk liep hij college aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij een studiegenoot was van Guido Gezelle. Hij werd er de eerste voorzitter van de door Gezelle gestichte Lettergilde en zou voor het leven bevriend blijven met hem. Na zijn collegetijd volgde hij studies in de Letteren en de Rechten aan de Leuvense universiteit. In 1858 werd hij advocaat in Kortrijk en manifesteerde er zich als voorvechter van de volkstaal. Hij had er ook politieke ambities en werd er gemeenteraadslid van 1870 tot 1886 en schepen van 1886 tot aan zijn dood op 21 juni 1891. Hij was zeer actief in het Kortrijkse culturele leven in de jaren 1870 en 1880 (o.a. als voorzitter van het Davidsfonds en bestuurslid van de muziekschool). Hij was dichter en publicist (Gedichten en aanspraken. Kortrijk, 1893). Hij componeerde zelf liederen en vroeg Gezelle vaak om vertalingen van liederen. Gezelle schreef voor hem heel wat gelegenheidsgedichten waaronder: Adolf, mijn vriend, mijn advocaat. Gezelle was vriend aan huis en steunde Adolf met zijn politieke activiteiten.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NameLutgardis van Tongeren; Sint-Lutgart; Schutsvrouwe van Vlaanderen
Dates° Tongeren, 1182 - ✝ Aywières/Awirs, 16/06/1246
SexVrouwelijk
OccupationBenedictines; mystica; heilige
BioDe heilige Lutgardis, patroonheilige van vrouwen en blinden, werd in het jaar 1182 geboren in het Limburgse Tongeren. Op twaalfjarig leeftijd trad zij toe tot het benedictijnse Sint-Catharinaklooster te Sint-Truiden. Hoewel ze eerst weinig interesse toonde in het kloosterleven, legde ze zich hier sterk op toe nadat Christus aan haar verscheen tijdens een visioen. Op twintigjarige leeftijd deed ze dan ook haar officiële professie als benedictines. In 1206 zou ze vervolgens vertrekken naar de cisterciënzerinnenabdij van Awirs in Luik, waar ze tot haar overlijden op 16 juni 1246 zou verblijven. Haar latere verering als patrones van het Vlaamse volk en de Vlaamse beweging stamt uit haar verblijfsperiode te Luik, aangezien zij volgens haar biografie tot Maria gebeden zou hebben om een bestuursfunctie binnen de abdij te kunnen ontwijken, waarop de Heilige Maagd het haar onmogelijk maakte om het Frans te leren. Guido Gezelle zou haar na een voorstel van filoloog Jan Hendrik Bormans propageren als patroonheilige van de “dietsche taal en letterkunde”, en Gezelle’s leerling Adolf Duclos zou haar naam opnemen in die van zijn culturele gilde, de Sint-Lutgardisgilde.
Links[wikipedia]
Sources https://www.dbnl.org/tekst/_lit003199701_01/_lit003199701_01_0034.php
NameChristina de Wonderbare; Christina Mirabilis; Kerstiene
Dates° Brustem (Sint-Truiden), ca. 1150 - ✝ Sint-Truiden, 1224
SexVrouwelijk
Occupationkluizenaar; kloosterzuster; mystica
BioChristina Mirabilis (ca. 1150–1224), Christina de Wonderbare, werd geboren in Brustem. Na het overlijden van haar ouders zette zij samen met haar zussen de ouderlijke hoeve voort. Als koewachter verbleef zij vaak in de natuur, waar zij zich toelegde op gebed en contemplatie. Op jonge leeftijd stierf Kristina, maar stond tijdens haar begrafenis op van de lijkbaar en verhief zich tot het gewelf van de kerk. Daar kreeg zij een visioen van vagevuur, hel en hemel, en van de menselijke lotsbestemming. Na haar terugkeer naar het leven zag zij het als haar goddelijke roeping om zondaars, stervenden en overledenen bij te staan op hun weg naar verlossing. Daarom onderwierp ze zich aan zware boetedoeningen, trotseerde vrijwillig vuur, koude en honger en verbleef op daken en in bomen. Haar omgeving beschouwde haar als bezeten of als heks, en zij werd meermaals opgesloten. Zij voedde en genas zich met wonderbaarlijke melk en olie die uit haar borsten vloeiden. Na een onderdompeling in een doopvont werd haar leven meer ingetogen en beschouwende wending nam. In de daaropvolgende jaren leefde zij als kluizenares en mystica. Zij trad daarbij op als spirituele raadgever voor onder anderen Sint-Lutgardis van Tongeren en Lodewijk II van Loon. In haar laatste levensjaren verbleef Christina in de abdij van Nonnenmielen (Sint-Truiden). Volgens de legende werd zij daar nog eenmaal uit de dood teruggeroepen om een stervende medezuster bij te staan. Uiteindelijk overleed zij voor een derde maal in 1224.
Links[wikipedia]
Sources https://www.erfgoud.be/nl/lees/113; https://www.heiligen.net/heiligen/07/24/07-24-1224-christina-wonderbare.php; https://www.christinamirabilis.com/ ;https://www.otheo.be/artikel/focus-heilige-christina-wonderbaarlijke

Title - work by Guido Gezelle

TitleRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitleLoquela
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleLettre de J.-H. Bormans ... à Mr. Charles Grandgagnage, sur les elements thiois (flamands) de la langue wallonne
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1856
PlaceLiège
PublisherCarmanne
Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens
TitleLeven van sinte Christina de wonderbare
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1850
PlaceGent
PublisherC. Annoot - Braeckman
TitleDictionarium Triglotton, Hoc Est Tribus Linguis, Latina, Graeca, Et Ea Qua Tota Haec Inferior Germania Utitur, Constans, ...
AuthorServillius, Johannes (Knaap, Jan)
Date1546
PlaceAntverpiae
PublisherMichaelem Hillenium
TitleChronijk der landen van overmaas en aangrensende gewesten
AuthorTreckpoel, Petrus (aut); Habets, Joannes Josephus (ed)
Date1870
PlaceRoermond
PublisherJ.J. Romen
TitleLeven van Sente Kristina (Sinte-Christina) [handschrift]
AuthorBroeder Gheraert
Date14e-15e eeuw
TitleHandelingen van het XIXe Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres gehouden te Brugge den 24, 25, 26 en 27 oogst 1884
Date1887
PlaceBrugge
PublisherJan Cuypers

Titlexx/[12/1884], Kortrijk, Guido Gezelle aan [August Cuppens]
EditorMiet Hubrechts
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts, Gezelle Guido aan Cuppens August, Kortrijk (Kortrijk), xx/[12/1884]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderGezelle, Guido
Recipient[Cuppens, August]
Date Sentxx/[12/1884]
Place SentKortrijk (Kortrijk)
AnnotationMaand en jaartal van de toegevoegde notitie zijn niet correct, datum gereconstrueerd op basis van de brieftekst + brief is een antwoord op brief nr.7467 [25?/12/1884]: de brief is eind 1884 geschreven; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Published inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.197-198 (161b)
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 136 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand; Aan Aug. Cuppens ; idem rechts: [April 1885] (inkt, beide hand P.A.) ; idem onder de aanhef: ed. Baur (potlood, onbekende hand)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive8590
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16884
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/0e09f813d61c268161fc591317bedd5160dbcab7/manifest
Content Description
IncipitWensche u weêr al dat zalig is.
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.