<Resultaat 1034 van 3122

>

p 1
Mijne brave Heeren van het Gulleken (Id = ll) guldeken, (u = i) gildeken,

Ik heb hier uwe achtbare namen voor mij liggen[1] en make u bij dezen bekend dat ik naar Gustaf Jansens, Sem. Mechelen, in twee zenden, een deel Vindekoorn[2] gezonden hebbe,[3] eenigszins gezuiverd en gekrinst[4] ter uitgave in ’t Mechelsch studentenbladtje. Krijgt gij van hem eene kladprente (of drukproeve zoo men meest zegt),[5] leest ze dan altemaal eens aandachtig door, en maakt mij, bij geschrifte, uwe aanmerkingen, verbeteringen, bijvoegsels enz. over Gijlieden hebt uwe taal vast, ik en ben maar een rauwe beginder, daarom betam’ et voorzichtig te zijn. Daar zijn woorden en wendingen in ’t limburgsch die goud weerd zijn, en die geleerde beschouwingen, gissingen etc. van zelfs groote meesters teenemaal omverre werpen. Ik verwachte oneindig veel goeds van ons vindekoorn[6] is ’t zake dat het eens den grooten p2hoop onzer Dietschsprekende jongens in de handen geraakt. Ze zullen eindelijk toch wel leeren hun eigen Woord in acht en in eere houden, en met hun eigen woord hunne eigene zaken, zoo hope ik. Den zielentroost heb ik gelezen van staf tot staf; eene Joufvr. Vandewiele is bezig met mijn gepotloodte uitkipsels[7] over te schrijven; eer Paaschen[8] zal ze gedaan hebben.

Johan Winkler, mijn friesche vriend, heeft eene beschrijvinge zijner reize in Vlanderen[9] uitgegeven in den Tijdspiegel.[10] Ik heb er een afdruk[11] van en zal hem onzen braven Arthur meegeven. Ge kunt hem lezen; zoo t u gepast voorenkomt ’t een en ’t ander laten in uwe gazetten overdrukken, en mij of Winkler zelve (61 aen den Kleenen Houtweg te Haerlem) een afdruk zenden.

N. B. Bidt voor hem (in ’t stille), sedert zijne reize alhier begint hij te twijfelen aan zijne ongeloovigheid.p3Bidde u, leest (Loquela, sporkele[12] 1884) mijn schrijven over zeen, zene, zenuwe,[13] en zendt mij ’t limburgsch, Waalsch enz. dat u in valt ter dier gelegentheid.

Ons eerste vindekoorn en dient niet al te verre strekkend te zijn, maar ‘t moet, dunkt mij, binst het Oosterverlof[14]4

in de handen zijn van iedereen. Bevele ’t u, in ‘t geval dat Jansens het zou te vergeten komen.

Blijft mij altemaal Godevolen,[15] tot den gelukkigen dag dat wij eens “os ad os[16] ter sprake komen, gij en uw toegenegen
Guido Gezelle.

Noten

[1] Gezelle verwijst naar de brief van 01/01/1884 die door alle gildebroêrs van het Limburgsch Zantersgildeken werd ondetekend.
[2] ‘Vindekoorn’ was de naam van een rubriek in het tijdschrift De Student waarin ingezonden gewestwoorden werden opgelijst en verklaard. Deze rubriek verscheen enkel in 1884. De titel zinspeelt op ‘Zantekoorn’, een gelijkaardige rubriek die Guido Gezelle vanaf 1881 publiceerde in zijn taalkundig tijdschrift Loquela. Beide benamingen verwijzen naar het zanten (verzamelen en oprapen) van ‘graankorrels’ uit de levende volkstaal.
[3] Gustaaf Jansens vraagt in zijn brief van 16/02/1884 aan Gezelle: “Mag ik heel in 't kort het zoo vurig verlangde vindekoorn verwachten?”
[4] P. Weiland, Nederduitsch taalkundig woordenboek. Amsterdam: Johannes Allart, I-L,1803, p. 614: “Krinsen, Ik krinste, heb gekrinst. Zuiveren, schoon maken.”
[5] Gustaaf Janssens bedankte Gezelle in zijn brief van 14/03/1884 voor de gecorrigeerde drukproef en schreef: “Hertelijken dank over de terug gekregene kladprente.”
[6] Het voorwoord van ’Vindekoorn‘ luidt’: “Dit is taal- en woordenvoorraad van de vroegere bouwliederen achtergelaten, verroekeloosd of verloren op den vlaamschen akker, nu opgeraapt, gekeurd, gezant en gezameld, door een deel limburgsche, brabantsche, waalsche, zeeuwsche, belgische en uitlandsche Vlamingen.” In: De Student: 4 (1884) 2, p. 40-42.
[7] WNT 1500-heden: “Uitkippen: (als de beste) kiezen uit een aantal, als (de beste) keus nemen uit een aantal: uitkiezen, selecteren.”
[8] Pasen viel in 1884 op zondag 13 april.
[9] Adolf Duclos, Van hier en elders. In: Rond den Heerd: 19 (02/03/1884) 14, p. 112: “Johan Winkler heeft twee voordrachten gegeven te Haarlem over zijn reize in Vlaanderen (n.v.d.r. eind juni 1883). Ik zal in 't korte over die voordrachten een artikel drukken, en, zoo 't de geleerde vriend toestaat, eenige stukken uit zijne voordrachten overnemen in R. D. H. Daar staan vele groote waarheden in die reisbeschrijving; en 'k en wist niet dat men op zoo menig opzicht zoo juist een land en een volk kon beoordeelen, na een reize van slechts eenige dagen.”
[10] Johan Winkler, Staatkunde en geschiedenis. Land, volk en taal in West-Vlaanderen. In: Tijdspiegel: 41 (1884) 1, p. 1-25; 2, p. 157-190. Nader onderzoek leert dat het artikel in december 1883 werd gepubliceerd.
[11] Er zit nog een overdruk in Guido Gezelles bibliotheek (GGB 1071) in de Openbare Bibliotheek Brugge.
[12] Februari.
[13] G. Gezelle, Zeen zene zenuwe. In: Loquela: 3 (Sporkele 1884) 10, p. 77-78: “Men zou moeielijk een w. kunnen vinden dat zoo menigerlei wisselingen te onderstaan gehad heeft als ons oud en hedendaagsch w. zeen, zene, zenuwe.”
[14] Paasvakantie (Oostermaand = april).
[15] MNW 1250-1550: “Godevolen (bijvoeglijk naamwoord): aan God en zijne bescherming aanbevolen.”
[16] Vertaling (Latijn): van aangezicht tot aangezicht, face to face, vis-à-vis, persoonlijk.

Register

Correspondenten - personen

NaamBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Datums° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
GeslachtMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl.I, p. 30
NaamBroers, Balthasar; Broers, Balthazar; B.B.
Datums° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 38; Geneanet
NaamCarmans, Josephus
Datums° Lummen, 07/06/1858 - ✝ Hollogne-aux-Pierres, 29/09/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij op 30 mei 1884 benoemd tot kapelaan te Tongeren van de Sint-Jansparochie. In 1894 en 1895 was hij onderpastoor in Herk-de-Stad. In 1898 en 1899 vinden we hem in de Almanach Royal Officiel terug als pastoor-deken van de Sint-Pieterskerk in Boekhout (Limburg). Daarna was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913 in Hollogne-aux-Pierres.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NaamCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Datums° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Datums° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Datums° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Bronnen https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 159
NaamLahaye, Renerus
Datums° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamMoons, Ludovicus; Moens, Ludovicus
Datums° Eksel, 30/03/1857 - ✝ Hasselt, 06/10/1932
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioLudovicus Moons werd geboren in Eksel op 30 maart 1857. Mogelijk volgde hij zijn priesteropleiding aan het grootseminarie van Luik en was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 mei 1884 werd hij in Luik tot priester gewijd. In de loop van zijn kerkelijke loopbaan was hij werkzaam als pastoor te Leut. Ludovicus Moons overleed in Hasselt op 6 oktober 1932.
Links[odis]
NaamPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Datums° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsPorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 258 ; Geneanet
NaamRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NaamTheunissen, Henricus
Datums° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 29 mei 1885 werd hij in Luik tot priester gewijd. Datzelfde jaar werd hij leraar en onderpastoor in Peer. Hij gaf er in het Sint-Lambertuscollege Vlaamse les aan de jongens met bijzondere aandacht voor de poëzie van Guido Gezelle. Hij steunde de oprichting van de eerste gilde van de Boerenbond, die op 1 augustus 1890 in Peer tot stand kwam. Met artikels in het Limburgs weekblad "De Kempen" droeg hij bij aan de verspreiding van de ideeën van de organisatie. In 1895 nam Theunissen als directeur de leiding op zich van het Sint-Lambertuscollege. Hij verliet het onderwijs in 1899 en kreeg een aanstelling tot pastoor van de Sint-Martinusparochie in Genk, waar hij tot 1905 werkzaam bleef. In 1905 werd hij pastoor-deken te Tongeren, verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouw-Geboorteparochie. In die periode engageerde hij zich als medeorganisator en geestelijk begeleider voor de Belgische Lourdesbedevaarten. Voor zijn langdurige inzet voor de boerenstand en het culturele leven in de regio ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Kroonorde. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 305; Bidprentje

Correspondenten - instituten/verenigingen

NaamLimburgsch Zantersgildeken
BeschrijvingIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Datering1883-?
Links[wikipedia]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Datums° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
GeslachtMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl.I, p. 30
NaamBroers, Balthasar; Broers, Balthazar; B.B.
Datums° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 38; Geneanet
NaamCarmans, Josephus
Datums° Lummen, 07/06/1858 - ✝ Hollogne-aux-Pierres, 29/09/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij op 30 mei 1884 benoemd tot kapelaan te Tongeren van de Sint-Jansparochie. In 1894 en 1895 was hij onderpastoor in Herk-de-Stad. In 1898 en 1899 vinden we hem in de Almanach Royal Officiel terug als pastoor-deken van de Sint-Pieterskerk in Boekhout (Limburg). Daarna was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913 in Hollogne-aux-Pierres.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NaamCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Datums° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Datums° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NaamHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Datums° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
VerblijfplaatsNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Bronnen https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 159
NaamLahaye, Renerus
Datums° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NaamLenaerts, Leonard Willem Jakob
Datums° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamMoons, Ludovicus; Moens, Ludovicus
Datums° Eksel, 30/03/1857 - ✝ Hasselt, 06/10/1932
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor
BioLudovicus Moons werd geboren in Eksel op 30 maart 1857. Mogelijk volgde hij zijn priesteropleiding aan het grootseminarie van Luik en was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 mei 1884 werd hij in Luik tot priester gewijd. In de loop van zijn kerkelijke loopbaan was hij werkzaam als pastoor te Leut. Ludovicus Moons overleed in Hasselt op 6 oktober 1932.
Links[odis]
NaamPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Datums° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor
VerblijfplaatsPorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 258 ; Geneanet
NaamRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NaamTheunissen, Henricus
Datums° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 29 mei 1885 werd hij in Luik tot priester gewijd. Datzelfde jaar werd hij leraar en onderpastoor in Peer. Hij gaf er in het Sint-Lambertuscollege Vlaamse les aan de jongens met bijzondere aandacht voor de poëzie van Guido Gezelle. Hij steunde de oprichting van de eerste gilde van de Boerenbond, die op 1 augustus 1890 in Peer tot stand kwam. Met artikels in het Limburgs weekblad "De Kempen" droeg hij bij aan de verspreiding van de ideeën van de organisatie. In 1895 nam Theunissen als directeur de leiding op zich van het Sint-Lambertuscollege. Hij verliet het onderwijs in 1899 en kreeg een aanstelling tot pastoor van de Sint-Martinusparochie in Genk, waar hij tot 1905 werkzaam bleef. In 1905 werd hij pastoor-deken te Tongeren, verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouw-Geboorteparochie. In die periode engageerde hij zich als medeorganisator en geestelijk begeleider voor de Belgische Lourdesbedevaarten. Voor zijn langdurige inzet voor de boerenstand en het culturele leven in de regio ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Kroonorde. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
BronnenE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 305; Bidprentje

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Datums° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
NaamLewylle, Arthur
Datums° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relatie tot GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NaamVan De Wiele, Cordelia
Datums° Kortrijk, 18/06/1840 - ✝ Kortrijk, 16/02/1929
GeslachtVrouwelijk
Beroepsecretaresse; verzekeringsagente
BioCordelia was de dochter van de muziekleraar Jean Louis Van De Wiele (1795-1866) en Virginie Eykens (1797?-1861) uit de Kapittelstraat te Kortrijk. Haar vader was muziekleraar geweest in de H. Geestschool, en op haar beurt leverde ze zelf de 'cahiers de solvège' of notenleerschriftjes aan de harmonie van deze school. Ze werkte als verzekeringsagente bij de maatschappij 'Securitas' uit Antwerpen. Ze woonde jarenlang in de Begijnhofstraat te Kortrijk en was gedurende een kwarteeuw Gezelles secretaresse (1874-1899). Ze verrichtte ontzettend veel werk voor Gezelles Woordentas. Ze was hem behulpzaam bij zijn correspondentie en ze was ook persoonlijk betrokken bij de uitgave van de Duikalmanak (1886-1897).
Relatie tot Gezellezanter (WDT); secretaresse van Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; Julien Vermeulen, Een vakman in de Kortrijkse binnenstad, 2015, p.56
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Naam - plaats

NaamHaarlem

Naam - instituut/vereniging

NaamLimburgsch Zantersgildeken
BeschrijvingIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Datering1883-?
Links[wikipedia]
NaamGrootseminarie Mechelen
BeschrijvingHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Datering1595-2006
Links[odis], [wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelDe Student: tijdschrift voor het Vlaamsch Studentenvolk (periodiek)
AuteurJanssen, Gustaaf; Laporta, August (red.) e.a
Datum1881-1930
PlaatsLeuven; Lier; Brussel; Laken
Uitgever[s.n.]
Links[odis]
TitelTijdspiegel (periodiek)
Datum1844-1921
PlaatsArnhem
UitgeverD.A. Thieme
TitelDer Sielen Troost
Datum1484
PlaatsHaarlem
UitgeverStads drukker Enschedé
TitelDe onafhankelijke van de provincie Limburg : nieuws- en aankondigingsblad : godsdienst, moedertaal, vaderland (periodiek)
Datum1850-1914
PlaatsHasselt
UitgeverP.F. Milis; H.J. Ceysens

Titelxx/[02/1884], Kortrijk, Guido Gezelle aan [August Cuppens en de gildebroêrs van het Limburgsch Zantersgildeken]
EditeurMiet Hubrechts
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenMiet Hubrechts, Gezelle Guido aan Cuppens August, Lenaerts Leonard Willem Jakob, Lewylle Arthur, Coenegracht Felix, Carmans Josephus, Erkens Gulielmus Josephus, Lahaye Renerus, Theunissen Henricus, Broers Balthasar, Porta Franciscus Josephus Cornelus, Raedschelders Emiel, Hover Franciscus, Borgerhoff Petrus Joannes Hubertus en Moons Ludovicus, Kortrijk (Kortrijk), xx/[02/1884]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Cuppens, August]
Ontvanger[Lenaerts, Leonard Willem Jakob]
Ontvanger[Lewylle, Arthur]
Ontvanger[Coenegracht, Felix]
Ontvanger[Carmans, Josephus]
Ontvanger[Erkens, Gulielmus Josephus]
Ontvanger[Lahaye, Renerus]
Ontvanger[Theunissen, Henricus]
Ontvanger[Broers, Balthasar]
Ontvanger[Porta, Franciscus Josephus Cornelus]
Ontvanger[Raedschelders, Emiel]
Ontvanger[Hover, Franciscus]
Ontvanger[Borgerhoff, Petrus Joannes Hubertus]
Ontvanger[Moons, Ludovicus]
OntvangerLimburgsch Zantersgildeken
Verzendingsdatumxx/[02/1884]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieJaartal en maand gereconstrueerd op basis van de brieftekst: reactie op de brief van August Cuppens en de gildebroêrs van het Limburgsch Zantersgildeken van 01/01/1884 (nr.7462) + verwijzing in brief naar Loquela Sporkele 1884; antwoord van de gildebroêrs op deze brief = nr.5382; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inBrieven van, aan en over Gezelle II, p.185 (152b)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 210 mm x 138 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven; zijde 2 verticaal beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan de Limburgsche Gilde ; idem rechts: [December 1883 ?] (inkt, beide hand P.A.) ; op zijde 1 linksboven: (5) ? (potlood, onbekende hand)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief8595
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.17003
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/513e720c1696b6ca51f2cb5dcd4ef7b0f2ec4a93/manifest
Inhoud
IncipitIk heb hier uwe achtbare namen voor my
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.