Ik heb hier uwe achtbare namen voor mij liggen[1] en make u bij dezen bekend dat ik naar Gustaf Jansens, Sem. Mechelen, in twee zenden, een deel Vindekoorn[2] gezonden hebbe,[3] eenigszins gezuiverd en gekrinst[4] ter uitgave in ’t Mechelsch studentenbladtje. Krijgt gij van hem eene kladprente (of drukproeve zoo men meest zegt),[5] leest ze dan altemaal eens aandachtig door, en maakt mij, bij geschrifte, uwe aanmerkingen, verbeteringen, bijvoegsels enz. over Gijlieden hebt uwe taal vast, ik en ben maar een rauwe beginder, daarom betam’ et voorzichtig te zijn. Daar zijn woorden en wendingen in ’t limburgsch die goud weerd zijn, en die geleerde beschouwingen, gissingen etc. van zelfs groote meesters teenemaal omverre werpen. Ik verwachte oneindig veel goeds van ons vindekoorn[6] is ’t zake dat het eens den grooten p2hoop onzer Dietschsprekende jongens in de handen geraakt. Ze zullen eindelijk toch wel leeren hun eigen Woord in acht en in eere houden, en met hun eigen woord hunne eigene zaken, zoo hope ik. Den zielentroost heb ik gelezen van staf tot staf; eene Joufvr. Vandewiele is bezig met mijn gepotloodte uitkipsels[7] over te schrijven; eer Paaschen[8] zal ze gedaan hebben.
Johan Winkler, mijn friesche vriend, heeft eene beschrijvinge zijner reize in Vlanderen[9] uitgegeven in den Tijdspiegel.[10] Ik heb er een afdruk[11] van en zal hem onzen braven Arthur meegeven. Ge kunt hem lezen; zoo t u gepast voorenkomt ’t een en ’t ander laten in uwe gazetten overdrukken, en mij of Winkler zelve (61 aen den Kleenen Houtweg te Haerlem) een afdruk zenden.
N. B. Bidt voor hem (in ’t stille), sedert zijne reize alhier begint hij te twijfelen aan zijne ongeloovigheid.p3Bidde u, leest (Loquela, sporkele[12] 1884) mijn schrijven over zeen, zene, zenuwe,[13] en zendt mij ’t limburgsch, Waalsch enz. dat u in valt ter dier gelegentheid.
Ons eerste vindekoorn en dient niet al te verre strekkend te zijn, maar ‘t moet, dunkt mij, binst het Oosterverlof[14]4
in de handen zijn van iedereen. Bevele ’t u, in ‘t geval dat Jansens het zou te vergeten komen.







