…
niet te sterk Limburgsch kleuren, in ’t eerste. Wie = gelijk en mag maar allengskens te passe komen; en waar ’t elk noodzakelijk verstaan moet.
Voor schrijventeren enz. heb ik het aldernaast liggende algemeen nederlandsch schrijvender/wijze gezet, om te beginnen. De t in schijventeren is de limburgeigene uitsprake van d in zekere omstandigheden. Het ware woord is schrijvenderen; die schrijvender = scribentes,[1] schrijvenderen = scribentium (more).[2] Gij zegt immers ook ter is voor der is = daar is?
Wie whij &c. schreef Maerlant wi, en om misverstaan tusschen wie quis[3] en wi quomodo[4] te ontgaan zou ik wi schrijven.
Lange uitleg over evel[5] en komt hier niet te passe. In de woordenzangen[6] wel.
't Daghet en moet voorenop geen systemata van spellen of woordenkeus geven of verdedigen. Wat het wilt moet alleen blijken uit p2wat het doet. Doen en laten zeggen.
Hoe meer meêwerkers hoe beter. Kunt gij Tuerlinckx daar niet bij krijgen?[7]
Ge zult ondervinden dat maandelijks zoo veel bladzijden heel veel is. Dat de drukker maar heel loskens drukke en geen al te kleene boekstaven.
Gedrukte stukken moeten heel naukeurig afgeschreven en afgedrukt zijn. In Corona Catholica[8] hebt gij vier scheiteekens gezet die in ’t gedrukte niet en staan.
Ik ga Koobs werk[9] naar Winkler zenden om zijn gedacht erover te hebben.
Die twee boeken Apothekers enz. zouden mij hoogst welkom zijn.p3Nog iets om in ’t Daghet: onder de wederkeerende hoofdinge van
Ex Libris:[10]
Met der hand geschreven verzen, aanteekeningen, aardigheden drukken, die men altemets op oude boeken tegenkomt. B.v. in uw bibliotheke seminarie moeten der zijn. Ik heb er een goeden voorraad, en dat zou iets nieuws zijn. Tot een voorbeeld: In een schoonen boek Den lof der suyverheyd[11] etc. (geheel den titel) Antwerpen 1626 vinde ik geschreven:
Dijt boeck Hooert toe immeken corneles dochter van medenblick den 12 September heb ick indich ians gelanck 10 ducke tonne. (1)[12]
(1) geleend of gegeven 10 ducatons? [13]







