…
kome Gustaf Debb. kind Maurits te dopen. Hij zegt mij, Gustaf, (Maurits niet), dat gij nog van de andere wereld niet en zijt.[1] Dus zende u artikel 's taqebailit[2] om verbeteringe en bijvoeg.[3] Kunt gij mij niet doen bestellen tegen betalinge 1° Evangelie boek of Akatcim in araabsche boekteekens[4] 2° spraakleer en woordenboek van taqebailit.[5] Ik zou daar nu en dan ne keer van roeren in Loquela en alzoo zijlings wijzen naar ulieden en O.L.V. van Afrika ⟶
Dankbaar ontvangen van Hr A. V., te R.,[8] en, in Loquela, ten dienste gebruikt van de goedjonstige lezers: Akatcim ne diousis Ledzèr s taqebailit, en Aktab en tibratin d endjilen i idomniken tifestin ousoggas, s taqebailit.[9] Dat is: Katechismus des Bisdoms Algiers in 't qabijlsch, en Boek van epistels en evangelien op de zondagen en feesten 's jaars, in ' t qabijlsch. Gedrukt t'Algiers, bij Bastide 1869.
Die een gedacht begeert over het uitzien van het qabijlsch, vergelijke Sint Jans Evangelie 's taqebailit met het latijn of het vlaamsch daarvan, Joh. I. 1-14:
1. Di beddou illa Wawal; Awal illa r'our Rebbi ; Rebbi netsa d Awal.
2. Illa wagi di beddou r'our Rebbi.
3. Koulci s ies itsouh'edem; bela netsa itsouh'edem wacemma b waiin illan.
4. Deg s tella toudert; toudert netsat tafat g imdanen.
5. Tafat tecâl di talam, talam our tsetettef ara.
6. Illa ourgaz itsoucegga d s r'our Rebbi, ism is Iah'ia.
7. Wagi iousa d i tcehada, iouak adicehed r'ef tafat , iouak adamenen elkoul s oulemas ines.
8. Maci netsa tafat, lamani iouak adicehed r'ef tafat.
9. Tella tafat ish'an enni inouren koul bounadem iousan d r'er dounit agi.
10. Di dounit illa ; dounit itsouh'edem s ies; dounit our t isinara.
11. Iousa d doug aila s, wid ines our teqebilen ara.
12. Lamani widenni elkoul it iqebelen, ifka iasen tezmert adour'alen d arraw ne Rebbi, i widenni ioumenen s ism is.
13. Enni our iloulen ara seg idammen, wala si lebr'i b ouksoum, wala si lebr'i em bounadem , lamani loulen si Rebbi.
14. Awal iour'al d ouksoum, izder' gar aner', nezera ah'- mad ines am wah'id em Baba, itcour tennâmat tidets.
Dat schijnt hoogst onleerbaar, nochtans:
s Taqebailit is de qabijlsche (tale). Zoo is tábranit de hebreeuwsche, taiounanit de ionische (grieksche), talatinit de latijnsche tale .
Akatcim, uitspr. akatsjiim is, s taqebailit, catéchisme, catéchîme, cat’chîm’.
Diousis is 't fr. diocèse.
Ledzèr (Eldzèr, Alger) is Algiers, oude uitspr. aldjiers.
Aktab, katab, in 't araabsch en 't joodsch, is boek.
Tibratin, enkelvoud tabrats, van (abrat, ebrit, eprit?) épitre , is epistels, epistola. De qabijlen en hebben geen p.
Endjilen, enkelv. endjil, is 't fr. év)angile. De qabijlen en hebben geen v.
Idomniken is (dies dominici) zondagen.
Tifestin is feest(dag)en.
Vers nº 1, 2, 6, 12, 13, Rebbi, (rabbi, rabi, rabbin), is meester (van) mij = God te zeggen, in 't hebreeuwsch.
No 7 Adamenen, 9 bounadem, 13 idammen is adam, menschen, bounadem (ben adam) kind (van) Adam, menschenkind.
Vrglk het joodsche Ben-jamin, kind van de rechtere hand, Ben-oni kind des verdriets, enz.
No 6 lah'ia is Jan, Johannes.
No 12 Ioumenen, van aman, amen, het is, of het zij zoo, ik houde 't voor vast, is crederent.
Nº 14 Baba (b = p) papa, is vader. Wah'id em Baba unigenitus a Patre , enz. p2
De qabijlen, ofte iqebailen, dat is de geslachten, volkstammen, tribus, te zeggen , zijn de africaansche Friezen: Noch de romeinen, noch de wandalen, noch de araben, noch de turken, noch de franschen en hebben ze kunnen heel ten onderen krijgen; ze houden hedendaags nog hunne tale, hunne zeden en hunne gebruiken, zoo nochtans dat hunner landsprake hier en daar een woord of tweedrie van de tale hunner vijanden is aangewaaid, b. v.: roomsch tifestin, araabsch aktab, fransch akatcim, enz. Hoe en zouden hun tale ook geen wandaalsche, dat is oud nederduitsche woorden, aangekleefd zijn gebleven, ingezien de wandalen 100 jaar lang in Africa met hun te doen hadden?[10]
Bij voorbeeld:
Hierboven, vers nº 1, 14, staat s taqebailit: Wawal, Awal[11]= het Woord. In ons oud nederduitsch vlaamsch is walen klappen te zeggen, wawelen vele klappen, tatewalen kliipklappen, wedu)wale (auriolus , compère Loriot) wede-= houtklapper, boschbabbelaar; wale een (onverstaanbare) klapper, z-wale-we, z- wale-me, het aardig vogelken, dat eene geheele reke klapt en dat doorgaans zijne redens eindigt met eenen waalschen «sakrdjiiiit!»
Verder vinde ik wadou[12] de wind, tabokalt b wâter een bokaal met (reuk)water, tafloukt[13] een schip, enz.
Zulk speur zou wel 't volgen weerd zijn en wordt onze vlaamsche Africavaarders aanbevolen.
De Iqebailen tellen onder de volkeren die bij de geleerden de Berbers heeten. Berber of barbar, hieten de Grieken al die geen grieksch, maar, bar bar, bra bra, eene hun onverstaanbare brabbeltale , brabbelden of brebbelden.
Zoo hieten onze voorzaten walen , al die, in hunne ooren, waalden of wawelden, en ze waalsche noten of waalnoten, in ' t engelsch walnuts (= vreemde noten) de akernoten, net zoo als men te Kortrijk de dadels, de daaien, dat is de oostersche palmvruchten, vrimde (= waalsche) pruimen heet.
Wat de tale van die africaansche Walen, van die Berbers of van die onverstaanbaar sprekende iqebailen aangaat, araabschen, latijnschen, franschen, wandaalschen en anderen bijwaai daargelaten, zoo zeggen de geleerden:
1º Dat ze hoegenaamd geen uitstand en heeft met de hebreeuwsche, phœnische, punische, syrische, araabsche, numidische, lybische, œthiopische of andere semitische talen. Gesenius , scripturœ linguaque Phæniciœ monumenta, p. 196, not. XX[14] ad fin.
2º Dat ze integendeel verassende blijken levert van verwantschap zoo met den algischen, dat is den wild-americaanschen taalboom van over zee, zoo met de iberische spraakreliquien, die bij de basken, in 't spaansche bergland, zijn bewaard gebleven. H. de Charencey, Etymologies basquaises, p.572-73. Le Museon, 1882, tome 1, n°4.[15]







