<Resultaat 2470 van 3122

>

p1Mijn achtbare Heer
Hilaris Allaeys
105, in den Mechelsen weg,
Te
Leuven

p2
Achtbare en goede vriend,

't Is mij een groot genoegen meê te doen met u en met uwe vrienden, om ievers een dag- of weekblad in menschenvlaamsch[1] opgesteld te krijgen! Hierbij zit hetgene gij vraagt.[2] t Ware best op voorhand geheel 't blad op te maken en mij een kladde te zenden om na te zien. Wilt gij dat alzoo doen, 'k zal een hand bijsteken, en later nog, als 't nood doet.

Ben uw zeer toegenegen
Guido Gezelle

P.S. De weerstand tegen de Hollandsche schoolmeesterije begint algemeen te worden. Daar dient weinig getwistredend, nog min gezwetst en gekraaid en hooge ijdele woorden uitge...gaapt; neen, taai gezocht en gewrocht, dat is de boodschap, en die dat doet zal baas bedijgen van 't hinnekot.

p1

Dit is nieuws van Iper[3]

en ommelands

5 centimen 't blad (liever) 0 fr.05 't blad

Maandag 14sten in zaaimaand, 1800

31ste jaar, (liever) talmerk[4] 1600 (of t.1600) niet tk

te trekken te Iper bij, N.N. en bij 's lands

boodschapwezen,[5] tegen 3 fr. 's jaars

Nieuws van Iper verschijnt 's Vrijdags

en 's Zaterdags, tegen 3 fr. 's jaars,

3 fr. en den

vrachtloon, buiten Belgenland. Het blad en is maar

te trekken voor een

geheel jaar, en 't wordt op voorhand betaald.

Alles moet vrachtvrij ingezonden worden,

naar N.N. 36 in de Boter-

strate, te Iper. De Bekendmakingen[6]

betalen 0 fr.15 de reke; binnen 't blad,

0 fr.30; van 's Rechters wegen fr. 1,00;

overdruk, 5 fr.00 't honderd.

De Heeren van de Agence Havas, Brussel, 32 Magdalena

strate, en Parijs 8 Place de la Bourse,

ontvangen bekendmakingen voor Nieuws van Iper van

al die buiten Oost- en Westvlanderen

wonen.

Mots de la fin

Politiek overzicht

Kamer

Senaat

niet te vertalen

Overzicht, omschouw

Volksraad

Heerenraad

p2Mots de la fin!! Enz Kluchten enz. Hier en daar in te voegen, als bladvullinge en niets erboven zetten

Echt en recht, 't oud Volk indachtig;
Kinderlijk, niet kinderachtig;
Ipersch, Vlaamsch en, boven al,
God getrouwe ik wezen zal!

Noten

[1] Onder invloed van Hillaire Allaeys werd het Nieuwsblad van Yperen en van het Arrondissement aangepast naar ‘Dit is 't nieuwsblad van Yper en ommelands. De betreffende jaargang bleef jammer genoeg niet bewaard.
[2] Hilaire Allaeys had Guido Gezelle om een nieuwe hoofding en een kenspreuk gevraagd. Gezelle stuurde zijn ontwerp mee in bijlage.
[3] Bijlage bij de handgeschreven brief van Guido Gezelle aan Hilaire Allaeys van 19/11/1896. De locatie van de originele bijlage is volgens de publicatie het Letterenhuis: geschreven op de achterkant van twee drukproefpagina's van Vertijloosheid. Kortrijk: Jooris Beyaert, 1894 (AMVC nr.75.671); het stuk kon daar niet gelokaliseerd worden. De bijlage is enkel beschikbaar in gepubliceerde vorm: R.F. Lissen, Gezelle-briefwisseling 1: verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen. Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p. 73-75.
[4] Talmerk= purisme voor nummer.
[5] Purisme voor post.
[6] Advertenties.

Register

Correspondenten - personen

NaamAllaeys, Hilaire; Eecken, Herwin
Datums° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934
GeslachtMannelijk
Beroeptandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris
BioHilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamAllaeys, Hilaire; Eecken, Herwin
Datums° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934
GeslachtMannelijk
Beroeptandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris
BioHilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamAllaeys, Hilaire; Eecken, Herwin
Datums° Woesten, 05/07/1873 - ✝ Antwerpen, 16/10/1934
GeslachtMannelijk
Beroeptandarts; auteur; koster; onderwijzer; gemeentesecretaris
BioHilaire Allaeys was de zoon van Emile Charles Allaeys, koster, onderwijzer en gemeentesecretaris van Woesten, en Prudentia Hortentia Synaeve. Tijdens zijn middelbare studies in Poperinge en Moeskroen engageerde hij zich in studentenbladen en stichtte hij literaire en dialectverenigingen zoals 'Het Gilde der Jonge Keikoppen' en de 'Zantersgilde', die Vlaamse dialectwoorden verzamelden in het spoor van Guido Gezelles "Loquela". Als student geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven publiceerde hij in studenten- en streekbladen en was hij actief in 'Met Tijd en Vlijt'. Na zijn afstuderen in 1900 specialiseerde hij zich in Parijs tot tandheelkundige en verwierf internationale faam. In Antwerpen combineerde hij zijn praktijk met een sterke inzet voor de Vlaamse Beweging. Hij was medeoprichter van de 'Vlaamsche Zangersgilde' op. Hij organiseerde Vlaamse kunstactiviteiten in Frans-Vlaanderen. In 1925 organiseerde hij de Vlaggefeesten in Brugge en hij publiceerde onder meer "’t Onzent in ’t Westland" (1930), waarvoor hij de vijfjaarlijkse prijs van de West-Vlaamse letterkunde ontving. Hij stond in contact met Guido Gezelle en sympathiseerde met diverse Europese minderheidsbewegingen. Hij overleed te Antwerpen op 16 oktober 1934.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; studentenbeweging; zanter
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Naam - plaats

NaamBrussel
GemeenteBrussel
NaamIeper
GemeenteIeper
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamLeuven
GemeenteLeuven
NaamParijs

Titel - ander werk

TitelNieuwsblad van Yperen en van het Arrondissement. Vanaf 1897: Dit is ’t Nieuwsblad van Yper en Ommelands
Datum1872-1912
PlaatsIeper
UitgeverCallewaert-De Meulenaere

Titel19/11/1896, Kortrijk, Guido Gezelle aan [Hilaire Allaeys]
EditeurKoen Calis; Publicatie
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Publicatie, Gezelle Guido aan Allaeys Hilaire, Kortrijk (Kortrijk), 19/11/1896. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Allaeys, Hilaire]
Verzendingsdatum19/11/1896
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van publicatie; originele brief is aanwezig in het Letternhuis, Antwerpen (AMVC nr. G 3633/B inschrijvingsnummer: 13502/1 a-b); locatie originele bijlage: volgens publicatie: geschreven op de achterkant van twee drukproefpagina's van "Vertijloosheid". Kortrijk: Jooris Beyaert, 1894 (AMVC nr.75.671 en 75.670); het stuk kon in het Letterenhuis worden niet gelokaliseerd worden; de bijlage is enkel beschikbaar in gepubliceerde vorm.
Gepubliceerd inGezelle-briefwisseling 1 : verzameling archief en museum voor het Vlaamse cultuurleven Antwerpen / door R.F. Lissens. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1970, p.21-22; Bijlage: p. 73-75; brief in facsimile afgedrukt bij artikel van A. Denys in: Ons Volk Ontwaakt, p.791
Fysieke bijzonderheden
Drager bijlage: drukproef: 226 mm x 145 mm; omslag: 111 mm x 145 mm; vel: 208 mm x 130 mm
papiersoort: 1 zijde beschreven; notitie op zijde 4
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden briefomslag bewaard met adres en postzegel, afgestempeld
brief bevat bijlage: nieuwe kenspreuk en ontwerp van Gezelle voor nieuwe hoofding voor "Nieuwsblad van Yperen en van het Arrondissement"
Toevoegingen op zijde 4 onderaan: Vroeg avondt het: beneden (inkt [?], hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief12832, 17 (2)
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25319
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/8012b8cc39add4fcf05538b06f8002e2be948a39/manifest
Inhoud
Incipit't Is mij een groot genoegen meê te doen
Samenvatting Gezelle is bereid mee te werken aan een dag-of weekblad "in menschenvlaamsch" opgesteld en hij zendt zijn correspondent wat deze heeft gevraagd
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.