<Resultaat 213 van 3122

>

p1+

Eng. Semin. Brugge ’s zaterdag voor Heilige drievuldigheidszondag[1] 1862

Myn dierbare Vrienden[2]

Ik heb met aendoeninge vernomen ’t verlies dat gy lieden, de groote winste die uw kind komt te doen met het droeve, gevaerlyke, tydelyke, te verwisselen voor het “gene noch dief hem kan stelen, noch roest bederven, noch mot noch ongedierte beschadigen!”

Ik hope dat gy nu gevoelt het geluk dat eenen ouder toe komt, als hy mag peizen dat, door zyne vaderlyke of moederlyke zorge, de kinders die hem overschieten hem rykelyk schadeloos stellen voor degene die hy den Heere heeft overgelaten. Geerne zou ik nu by ulieden zyn maer, ik zegge u de p2waerheid: ik heb niet gekunnen en kan nog niet, ik hope dat Hendrik my, zynen meester, vervangen zal, t gene hem toch niet moeyelyk kan zyn ingezien de droevige omstandigheid.

Ik verhope dat gy alle in goede gezondheid blyft en zal morgen de H. Misse opofferen ter uwer intentie.

Groete ulieden in alle dienstwillige genegentheid

Guido Gezelle presbyter[3]

Noten

[1] Heilige Drievuldigheidszondag = 15 juni 1862.
[2] Gericht aan Joannes Antonius Guillielmus Van Doorne en Justine Van de Velde en familie van Hendrik Van Doorne.
[3] Vijf stippen verwijzend naar de stigmata van Christus.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan De Velde, Justine; Van Doorne (Mevrouw)
Datums° Evergem, 24/04/1810 - ✝ Poeke, 11/02/1871
GeslachtVrouwelijk
BioJustine Van De Velde was afkomstig van Evergem bij Gent. Als kinderloze weduwe huwde ze in 1844 weduwnaar Joannes Van Doorne, vader van Marie en de Gezelles leerling Hendrik Van Doorne. Zelf kreeg ze nog vier kinderen, drie zonen en een dochter. Ze was een zeer gelovige, toegewijde moeder voor al de kinderen. Via haar zoontjes Hendrik en Jozef, die interne leerlingen in het kleinseminarie van Roeselare waren, kwam ze persoonlijk met de jonge Guido Gezelle in contact. Gezelle vond haar zo’n uitzonderlijke moeder dat hij tijdens zijn Roeselaarse periode verschillende gedichten aan haar opdroeg. Hij bezocht ook verscheidene keren het gezin thuis in Poeke. Hij vond er, zoals hij het in 1858 in het gedicht 'Poucke' beschreef "traan en troost en vrede, ja, daar was ’t zelfs al!". Toen haar jongste kind Guustje in 1862 stierf, schreef Gezelle drie gedichtjes om haar te troosten. Via correspondentie bleef ze contact houden met Gezelle, maar de toon was niet meer zo vertrouwelijk als voorheen. Ze stierf thuis in Poeke op 11 februari 1871. Naar aanleiding van haar overlijden schreef Gezelle twee gedichten in 'Rond den Heerd' waarin hij nog eens zijn genegenheid voor haar uitdrukte.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
BronnenArnold Strobbe, Hendrik Van Doorne, een leven in en uit de schaduw van Gezelle. [Loppem]: Guido Gezellekring, 2017; https://www.landvannevele.com/upload/1/paginas/1976%20LvN%20jrg%207%20afl%203.pdf
NaamVan Doorne, Joannes Antonius Guillielmus; Van Doorne, Jean
Datums° Poeke, 02/03/1805 - ✝ Poeke, 22/04/1870
GeslachtMannelijk
Beroepnotaris; gemeentesecretaris; burgemeester
BioJoannes Van Doorne woonde in Poeke en was notaris van beroep. Van 1829 tot 1846 was hij burgemeester van het dorp. Hij huwde in 1838 met Augusta Van Eechaute (1814-1842) uit Deinze. Samen kregen ze drie kinderen: Jozef, Marie en Gezelles leerling en vriend Hendrik. In 1844 hertrouwde hij met Justine Van De Velde (1805-1870) uit Evergem. Met haar kreeg hij vier kinderen: Jozef, Augusta, Alfons en August. Joannes was in tegenstelling tot de plaatselijke kasteelheer vlaamsgezind. Op parochiaal vlak was hij zeer actief als initiatiefnemer van de bouw van een nieuwe parochiekerk. Als geëngageerde burger onderscheidde hij zich bij de armoedebestrijding tijdens de moeilijke jaren 1846-1850. Na 1846 werd hij tijdelijk gemeentesecretaris en tot aan zijn overlijden in 1870 maakte hij deel uit van de Poekse gemeenteraad.

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamVan De Velde, Justine; Van Doorne (Mevrouw)
Datums° Evergem, 24/04/1810 - ✝ Poeke, 11/02/1871
GeslachtVrouwelijk
BioJustine Van De Velde was afkomstig van Evergem bij Gent. Als kinderloze weduwe huwde ze in 1844 weduwnaar Joannes Van Doorne, vader van Marie en de Gezelles leerling Hendrik Van Doorne. Zelf kreeg ze nog vier kinderen, drie zonen en een dochter. Ze was een zeer gelovige, toegewijde moeder voor al de kinderen. Via haar zoontjes Hendrik en Jozef, die interne leerlingen in het kleinseminarie van Roeselare waren, kwam ze persoonlijk met de jonge Guido Gezelle in contact. Gezelle vond haar zo’n uitzonderlijke moeder dat hij tijdens zijn Roeselaarse periode verschillende gedichten aan haar opdroeg. Hij bezocht ook verscheidene keren het gezin thuis in Poeke. Hij vond er, zoals hij het in 1858 in het gedicht 'Poucke' beschreef "traan en troost en vrede, ja, daar was ’t zelfs al!". Toen haar jongste kind Guustje in 1862 stierf, schreef Gezelle drie gedichtjes om haar te troosten. Via correspondentie bleef ze contact houden met Gezelle, maar de toon was niet meer zo vertrouwelijk als voorheen. Ze stierf thuis in Poeke op 11 februari 1871. Naar aanleiding van haar overlijden schreef Gezelle twee gedichten in 'Rond den Heerd' waarin hij nog eens zijn genegenheid voor haar uitdrukte.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
BronnenArnold Strobbe, Hendrik Van Doorne, een leven in en uit de schaduw van Gezelle. [Loppem]: Guido Gezellekring, 2017; https://www.landvannevele.com/upload/1/paginas/1976%20LvN%20jrg%207%20afl%203.pdf
NaamVan Doorne, Joannes Antonius Guillielmus; Van Doorne, Jean
Datums° Poeke, 02/03/1805 - ✝ Poeke, 22/04/1870
GeslachtMannelijk
Beroepnotaris; gemeentesecretaris; burgemeester
BioJoannes Van Doorne woonde in Poeke en was notaris van beroep. Van 1829 tot 1846 was hij burgemeester van het dorp. Hij huwde in 1838 met Augusta Van Eechaute (1814-1842) uit Deinze. Samen kregen ze drie kinderen: Jozef, Marie en Gezelles leerling en vriend Hendrik. In 1844 hertrouwde hij met Justine Van De Velde (1805-1870) uit Evergem. Met haar kreeg hij vier kinderen: Jozef, Augusta, Alfons en August. Joannes was in tegenstelling tot de plaatselijke kasteelheer vlaamsgezind. Op parochiaal vlak was hij zeer actief als initiatiefnemer van de bouw van een nieuwe parochiekerk. Als geëngageerde burger onderscheidde hij zich bij de armoedebestrijding tijdens de moeilijke jaren 1846-1850. Na 1846 werd hij tijdelijk gemeentesecretaris en tot aan zijn overlijden in 1870 maakte hij deel uit van de Poekse gemeenteraad.

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVan De Velde, Justine; Van Doorne (Mevrouw)
Datums° Evergem, 24/04/1810 - ✝ Poeke, 11/02/1871
GeslachtVrouwelijk
BioJustine Van De Velde was afkomstig van Evergem bij Gent. Als kinderloze weduwe huwde ze in 1844 weduwnaar Joannes Van Doorne, vader van Marie en de Gezelles leerling Hendrik Van Doorne. Zelf kreeg ze nog vier kinderen, drie zonen en een dochter. Ze was een zeer gelovige, toegewijde moeder voor al de kinderen. Via haar zoontjes Hendrik en Jozef, die interne leerlingen in het kleinseminarie van Roeselare waren, kwam ze persoonlijk met de jonge Guido Gezelle in contact. Gezelle vond haar zo’n uitzonderlijke moeder dat hij tijdens zijn Roeselaarse periode verschillende gedichten aan haar opdroeg. Hij bezocht ook verscheidene keren het gezin thuis in Poeke. Hij vond er, zoals hij het in 1858 in het gedicht 'Poucke' beschreef "traan en troost en vrede, ja, daar was ’t zelfs al!". Toen haar jongste kind Guustje in 1862 stierf, schreef Gezelle drie gedichtjes om haar te troosten. Via correspondentie bleef ze contact houden met Gezelle, maar de toon was niet meer zo vertrouwelijk als voorheen. Ze stierf thuis in Poeke op 11 februari 1871. Naar aanleiding van haar overlijden schreef Gezelle twee gedichten in 'Rond den Heerd' waarin hij nog eens zijn genegenheid voor haar uitdrukte.
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
BronnenArnold Strobbe, Hendrik Van Doorne, een leven in en uit de schaduw van Gezelle. [Loppem]: Guido Gezellekring, 2017; https://www.landvannevele.com/upload/1/paginas/1976%20LvN%20jrg%207%20afl%203.pdf
NaamVan Doorne, Hendrik Karel Evarist; Poucke; H. Jansseune, H. Godschalck en H.K.E.v.D.v.P., Noordvane
Datums° Poeke, 16/04/1841 - ✝ Poeke, 14/09/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris; auteur
VerblijfplaatsEngeland
BioHendrik Van Doorne werd geboren te Poeke als tweede zoon van notaris J. Van Doorne en Augusta Rosalia Van Eeckhaute. Zijn moeder stierf in 1842 waarna zijn vader hertrouwde met Justine Vandevelde. Hendrik Van Doorne studeerde van 1854 tot 1860 aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij kennis maakte met Guido Gezelle. Hij was er lid van Gezelles 'Confraternity'. Gezelle ontfermde zich als surveillant over de dertienjarige die veel heimwee had naar huis en gaf hem de bijnaam 'Poekske', naar zijn thuisdorp. Gezelle had een goede relatie met Van Doornes familie, die hij verschillende keren thuis bezocht. Gezelle is nooit klasleraar geweest van Van Doorne, wel gaf hij hem les in Vlaams en Engels. Toch zijn bijzonder veel gedichten in verband te brengen met Van Doorne. De meeste werden door Van Doorne verzameld of zijn door Gezelle in zijn album geschreven. Slechts enkele daarvan zijn persoonlijk aan Van Doorne opgedragen, bijv. ‘k Hoore tuitend’ hoornen' (augustus 1860). Niet toevallig dateren die gedichten hoofdzakelijk uit de zomer van 1860. Toen Gezelle naar Brugge vertrok, volgde Van Doorne hem. In 1860 was hij leerling in het Sint Lodewijkscollege op het Sint Jansplein, vlakbij het Engels College, waar hij de retorica volgde. Op 7 oktober 1861 begon hij aan zijn opleiding aan het Engels Seminarie te Brugge. Tijdens zijn verblijf aan het seminarie, dat duurde tot 1865, kwam het in 1863 tot een breuk met Guido Gezelle, zijn leraar filosofie. De relatie tussen beiden herstelde zich echter later. Van Doorne ontving op 2 juli 1864 de lagere wijdingen. Vervolgens werd hij op 17 december 1864 tot onderdiaken gewijd en op 10 juni 1865 tot diaken. Op 24 augustus 1865 kreeg hij zijn priesterwijding in de kathedraal van Southwark in Melior Street door bisschop Thomas Grant en op 5 september 1865 deed hij in Poeke zijn eremis. In oktober 1865 startte hij zijn studies op eigen kosten aan het Collegio Pio te Rome. Hij maakte van daaruit verscheidene reizen naar Frankrijk en Zwitserland. Hij verbleef er tot de zomer van 1866. Bij zijn terugkeer uit Italië was hij ziek en verbleef hij met het oog op zijn genezing tijdens de zomermaanden thuis in Poeke. Daarna was hij ruim 30 jaar werkzaam in Engeland. Op 7 september 1866 werd hij als 'chaplain' aangesteld van Hastings House Orphanage, bij een kleine gemeenschap van Engelse kloosterzusters in Saint Leonards-on-Sea bij Southampton. Hij viel echter opnieuw ziek en keerde verscheidene keren voor maanden soms met herstelverlof naar Poeke terug. In de loop van 1867 werd hij benoemd in Southampton als kapelaan van St. Joseph's. Tijdens zijn verblijf daar verzamelde Van Doorne gegevens over de vroege geschiedenis van de missie en wijdde hij zich aan de studie van de geschiedenis van de stad. In november 1871 volgde een benoeming in Christ Church, ten westen van Lymington. Daar ontwikkelde hij een vriendschapsband met de adelijke familie Weld van Lymington and Lulworth. In mei 1873 werd hij directeur van het Heilig Hartklooster te Roehampton (Londen) en in juni 1874 werd hij onderpastoor te Camberwell (Surrey). Op 1 juni 1881 werd hij pastoor te Brixton. Daar stichtte hij een missie en bouwde hij grotendeels op eigen kosten de Corpus Christi-kerk. In februari 1901 nam hij ontslag en verbleef tot het einde van 1901 in Brixton. Hij bezocht er vaak zijn boezemvriend Joseph Weld. Begin 1902 verbleef hij in zijn ouderlijke huis te Poeke, waar hij op 13 september 1914 overleed. In Londen was Van Doorne vicevoorzitter van de 'Guild of St. Gregory and St. Luke', waarvan de leden onder anderen sir Stuart Knill, James Weale, J. F. Bentley en Edmund Bishop waren. Van Doorne had een zekere literaire aanleg en Gezelle zag in hem “een nieuwen schoonen dichter”. Hij publiceerde net als Gezelle politieke stukken in de krant "Reinaert de Vos" onder het pseudoniem 'Noordvane'. Hij hielp Hugo Verriest bij het voorbereiden van Gezelles "Gedichten, gezangen en gebeden" (1862) en werkte ook mee aan "Rond den Heerd" onder het pseudoniem H. Godschalck. Hij vond dit pseudoniem (betekenis: Gods dienaar) in een bijdrage van Gezelle voor de Dagwijzer van Rond den Heerd, jg 2 (19 januari 1867), p.57. Behalve zijn roman "Jan van Noorde of onderwerping en betrouwen" (1881) schreef hij ook een niet afgewerkt 'Gedenkboek met zijn herinneringen aan Gezelle te Roeselare'.
Relatie tot Gezellecorrespondent; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; gelegenheidsgedichten; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; medewerker Rond den Heerd
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; http://www.gezelle.be; Arnold Strobbe, Hendrik Van Doorne, een leven in en uit de schaduw van Gezelle. [Loppem]: Guido Gezellekring, 2017; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.58-59
NaamVan Doorne, Joannes Antonius Guillielmus; Van Doorne, Jean
Datums° Poeke, 02/03/1805 - ✝ Poeke, 22/04/1870
GeslachtMannelijk
Beroepnotaris; gemeentesecretaris; burgemeester
BioJoannes Van Doorne woonde in Poeke en was notaris van beroep. Van 1829 tot 1846 was hij burgemeester van het dorp. Hij huwde in 1838 met Augusta Van Eechaute (1814-1842) uit Deinze. Samen kregen ze drie kinderen: Jozef, Marie en Gezelles leerling en vriend Hendrik. In 1844 hertrouwde hij met Justine Van De Velde (1805-1870) uit Evergem. Met haar kreeg hij vier kinderen: Jozef, Augusta, Alfons en August. Joannes was in tegenstelling tot de plaatselijke kasteelheer vlaamsgezind. Op parochiaal vlak was hij zeer actief als initiatiefnemer van de bouw van een nieuwe parochiekerk. Als geëngageerde burger onderscheidde hij zich bij de armoedebestrijding tijdens de moeilijke jaren 1846-1850. Na 1846 werd hij tijdelijk gemeentesecretaris en tot aan zijn overlijden in 1870 maakte hij deel uit van de Poekse gemeenteraad.
NaamVan Doorne, August
Datums° Poeke, 09/03/1853 - ✝ Poeke, 14/06/1862
GeslachtMannelijk
BioAugust Van Doorne werd geboren op 9 maart 1853 in Poeke als zesde en jongste kind van notaris Jean Van Doorne en zijn tweede echtgenote Justine Van de Velde. Hij was de jongste stiefbroer van Hendrik Van Doorne. Via Hendrik raakte Guido Gezelle bevriend met de familie Van Doorne en werd hij een graag geziene gast in het gezin. Toen August op jonge leeftijd onverwacht overleed, kon Gezelle wegens persoonlijke verplichtingen niet aanwezig zijn op de begrafenis. Hij verontschuldigde zich in een brief aan de ouders en voegde het gedicht God gaf het ons toe, dat op het bidprentje werd afgedrukt en later als voorbeeld diende voor talrijke gedachtenisprentjes van jong overleden kinderen. Achteraf stuurde Gezelle nog drie gedichten naar moeder Justine persoonlijk om haar te troosten. August Van Doorne overleed op 14 juni 1862 in Poeke.
Relatie tot Gezellegelegenheidsgedicht
BronnenBidprentje in het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge (nr. 1756)

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamEngels Seminarie
BeschrijvingHet Engels Seminarie te Brugge werd opgericht door John Sutton in 1858 met de steun van de Engelse katholieke kerkleiding. Sutton was een tot het katholieke geloof bekeerde Engelse baron die in 1855 een groot fortuin geërfd had. Hiermee liet hij scholen en kerkelijke gebouwen herstellen of bouwen en richtte hij katholieke instellingen op. In het Engels Seminarie werden Engelse, Schotse en Vlaamse jongens opgeleid tot missionarissen voor Engeland. Ook Gezelles broer Jozef was er een tijdje ingeschreven als leerling. Het seminarie was gevestigd langs de Lange Rei in Brugge, schuin tegenover het grootseminarie en verhuisde later naar de Potterierei, nu het Sint-Leocollege . Op 26 augustus 1860 werd Gezelle er aangesteld als professor in de filosofie. Hij zou er vijf jaar blijven, vanaf februari 1861 als vice-rector. De benoeming was voor Gezelle een hoogtepunt in zijn professioneel en sociaal leven. Door zijn functie kwam hij nu in contact met prominente Engelse clerici als Wiseman en Faber.
Datering1859-1873
Links[odis]

Titel14/06/1862, Brugge, Guido Gezelle aan [Joannes Antonius Guillielmus Van Doorne, Justine Van de Velde en familie van Hendrik Van Doorne ]
EditeurArnold Strobbe
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenArnold Strobbe, Gezelle Guido aan Van Doorne Joannes Antonius Guillielmus en Van De Velde Justine, Brugge (Brugge), 14/06/1862. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
Ontvanger[Van Doorne, Joannes Antonius Guillielmus]
Ontvanger[Van De Velde, Justine]
Verzendingsdatum14/06/1862
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieBriefversie van datering: 's zaterdag voor H.[eilige] Drievuld. Z. [Drievuldigheidszondag] 1862 = 15/06/1862; zaterdag ervoor = 14/06/1862; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 214 mm x 133 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: Lacroix Frères
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan de familie Van Doorne; id. rechts: (15 Juni) 1862 (inkt, beide hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID GezellearchiefAanw. 410
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.26666
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/3259af70c859d677fbfb68f8a69d413313775fdf/manifest
Geschiedenis 27/02/2018, Teruggave familiebrieven UA (Antwerpen)
Inhoud
IncipitIk heb met aendoeninge vernomen
Samenvatting overlijden August Van Doorne (Gustje)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.