<Resultaat 165 van 3122

>

p1+
Lieve vriend

Lyk of ge ziet ik ben al te Kortryk en de reize van Brugge tot hier is gelukkiglyk gepasseerd. Ik ben uitnemende kontent van by u geweest te zyn maer gelyk het dikwyls gaet heb ik nu nog en 't wadde vergeten. Voor Paesschen heb ik tot Roesselare het nieuws ontvangen dat Mr Guido wederom een boekdeel met verzen ging uitgeven en ze vroegen van inschryvingen te verzamelen. Voor de vakanse heb ik er omtrent de vyftig vergaderd. Ik hadp2het gedacht van er uwen broeder van te spreken wat? hoe? opwelke manier? enz enz. menige andere vragen nog maer nu is het te late! Gy zoudt my plezier doen van ne keer aen Mr Guido te vragen wat daervan is en gelieft het nog te schryven indien ik nog nieuwe inschryvingen moete vergaren. Ware het anderzins schryft algelyk eenige reken dat en is zoo veel moeite niet. Tjeppen ik ben toch zoo bly van nog zoo wel te Brugge vermaekt te hebben; ik was al zoo wel aen Brugge gewend dat Kortryk my louter vreemde scheen als toen ik hier aenkwam. p3Sedert dat ik u verlaten hebbe en heb ik nievers geen byzonder nieuws vernomen. Opdat ik uwe antwoorde te zekerder zou ontvangen nog voor de vakanse zie hier het adres dat gy best zoudt gebruiken- Kortryk Mr Decock-Vandeginste langesteenstraet voor Jan Callewaert student Zoo Seppen dat het wel gaet, veel komplimenten en groetenissen aen uwe ouders,[1] broeders[2] en zusters[3] Zegt aen J. Vanbesien en G Ketele dat ik ze woensdag avond te Roesselaere zal afwachtern aen de statie oftewel in p4den Haeselt.[4]

In afwachting van nen brief op Dyssendag of Woensdag ben ik

Uw trouwe vriend
Jan Callewaert

De complimenten aen al de kenissen die ge tegenkomt.

Noten

[1] Pieter-Jan Gezelle en Monica De Vriese.
[2] Romaan Gezelle en Guido Gezelle.
[3] Louise Gezelle en Florence Gezelle.
[4] Den Haeselt is vandaag de dag een parochiaal centrum in Roeselare-Rumbeke.

Register

Correspondenten - personen

NaamCallewaert, Jan; Callewaert, Jean; Callewaert; Joannes Baptista
Datums° Zwevegem, 15/02/1841 - ✝ Zwevegem, 30/04/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioJan Callewaert werd geboren op 15 februari 1841 in Zwevegem, als zoon van Antonius Callewaert (1803–1882) en Amelia Decoene (1811–1881). Van 1857 tot 1861 was hij leerling aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij jaargenoot was van Gustave Saffenreuter. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Aan het kleinseminarie wilde hij mede door de invloed van Guido Gezelle missionarais worden in Engeland, maar dit werd door zijn ouders verboden. Hij studeerde dan maar verder tot priester. Zijn priesterwijding vond plaats te Brugge op 17 december 1864. Vervolgens was hij achtereenvolgens hulppriester in Westnieuwkerke en St. Pieters-op-de-Dijk, en onderpastoor in Zwevezele, Beveren en Hoogstade. Op 16 mei 1886 werd hij pastoor van het Sint-Amandsgesticht in Zwevegem. Jan Callewaert overleed op 30 april 1910 in zijn geboortedorp Zwevegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles confraternity. In: Gezelliana: 5 (1974) 1-2-3-4, p. 8
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus; Seppen; Tjeppen
Datums° Brugge, 12/02/1840 - ✝ Stene, 18/06/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kloosterdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioJozef, de jongste broer van Guido Gezelle, begon zijn humaniorastudies in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge nadat hij daar ook in het schooljaar 1856-1857 het zesde leerjaar van de lagere afdeling had gevolgd. Gedurende de schooljaren 1857-1858 en 1858-1859 was hij er leerling van de zesde (= eerste middelbaar) en vijfde (= tweede middelbaar) latijnse. Met de aanvang van het schooljaar 1859-1860 komt Jozef Gezelle voor als student van de derde (= vierde middelbaar) latijnse aan het kleinseminarie van Roeselare. Bij de overgang van Brugge naar Roeselare zou hij de vierde latijnse overgeslagen hebben, waarschijnlijk omwille van zijn leeftijd. Hij was al negentien jaar toen hij de derde latijnse in Roeselare begon. Joze berichtte zijn broer Guido over de sterk verminderde kwaliteit van het onderwijs en het verval van het kleinseminarie. Hij moet rond Pasen 1861 het kleinseminarie verlaten hebben en naar Brugge teruggekeerd zijn. Op 10 mei 1861 arriveert hij in het Sint-Jozefscollege in Turnhout waar hij zijn poësis verder zet. Uit zijn brieven aan Guido blijkt dat hij zich moeilijk kan aanpassen en hij klaagt veel. Het schooljaar eindigt op 31 juli 1861. Met het schooljaar 1861-1862 volgde Jozef Gezelle de rethorica in het Sint-Jozefscollege in Turnhout. Daarna ging hij naar het Amerikaans College in Leuven in afwachting dat Guido voor hem in Engeland een seminarie zou vinden. Net als zijn broer wilde Jozef immers naar Engeland trekken om er het katholieke geloof te verkondigen. In 1863 reisden de broers tevergeefs naar Engeland om daar een geschikt seminarie te vinden. Op 4 oktober 1863 trad Jozef binnen in het Engels Seminarie te Brugge. Hij kreeg zijn tonsuur op 17 december 1864. Hij werd subdiaken op 8 december 1865 en diaken op 22 mei 1866. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd in het grootseminarie van Brugge door bisschop Faict. Hij verliet het Engels seminarie op 17 april 1867. Na een kort intermezzo als onderpastoor in Passendale werd hij in augustus 1867 directeur van Saint-George’s Retreat, een klooster en een instelling voor geesteszieken in Burgess Hill te Southwark. Faict riep hem echter eind december terug. Hij werd vervolgens onderpastoor in Lendelede (1868-1878), Klerken (1878-1887) en Zillebeke (1887-1898). Mede dankzij zijn broer kon hij ten slotte pastoor worden in Stene bij Oostende (hij werd er op 21 september 1898 benoemd), waar hij uiteindelijk overleed op 18 juni 1903.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); familie: broer van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p. 28; J. Geldof, Jozef Gezelle en Engeland. In: Biekorf: (1965), p. 416-418

Briefschrijver

NaamCallewaert, Jan; Callewaert, Jean; Callewaert; Joannes Baptista
Datums° Zwevegem, 15/02/1841 - ✝ Zwevegem, 30/04/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioJan Callewaert werd geboren op 15 februari 1841 in Zwevegem, als zoon van Antonius Callewaert (1803–1882) en Amelia Decoene (1811–1881). Van 1857 tot 1861 was hij leerling aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij jaargenoot was van Gustave Saffenreuter. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Aan het kleinseminarie wilde hij mede door de invloed van Guido Gezelle missionarais worden in Engeland, maar dit werd door zijn ouders verboden. Hij studeerde dan maar verder tot priester. Zijn priesterwijding vond plaats te Brugge op 17 december 1864. Vervolgens was hij achtereenvolgens hulppriester in Westnieuwkerke en St. Pieters-op-de-Dijk, en onderpastoor in Zwevezele, Beveren en Hoogstade. Op 16 mei 1886 werd hij pastoor van het Sint-Amandsgesticht in Zwevegem. Jan Callewaert overleed op 30 april 1910 in zijn geboortedorp Zwevegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles confraternity. In: Gezelliana: 5 (1974) 1-2-3-4, p. 8

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus; Seppen; Tjeppen
Datums° Brugge, 12/02/1840 - ✝ Stene, 18/06/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kloosterdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioJozef, de jongste broer van Guido Gezelle, begon zijn humaniorastudies in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge nadat hij daar ook in het schooljaar 1856-1857 het zesde leerjaar van de lagere afdeling had gevolgd. Gedurende de schooljaren 1857-1858 en 1858-1859 was hij er leerling van de zesde (= eerste middelbaar) en vijfde (= tweede middelbaar) latijnse. Met de aanvang van het schooljaar 1859-1860 komt Jozef Gezelle voor als student van de derde (= vierde middelbaar) latijnse aan het kleinseminarie van Roeselare. Bij de overgang van Brugge naar Roeselare zou hij de vierde latijnse overgeslagen hebben, waarschijnlijk omwille van zijn leeftijd. Hij was al negentien jaar toen hij de derde latijnse in Roeselare begon. Joze berichtte zijn broer Guido over de sterk verminderde kwaliteit van het onderwijs en het verval van het kleinseminarie. Hij moet rond Pasen 1861 het kleinseminarie verlaten hebben en naar Brugge teruggekeerd zijn. Op 10 mei 1861 arriveert hij in het Sint-Jozefscollege in Turnhout waar hij zijn poësis verder zet. Uit zijn brieven aan Guido blijkt dat hij zich moeilijk kan aanpassen en hij klaagt veel. Het schooljaar eindigt op 31 juli 1861. Met het schooljaar 1861-1862 volgde Jozef Gezelle de rethorica in het Sint-Jozefscollege in Turnhout. Daarna ging hij naar het Amerikaans College in Leuven in afwachting dat Guido voor hem in Engeland een seminarie zou vinden. Net als zijn broer wilde Jozef immers naar Engeland trekken om er het katholieke geloof te verkondigen. In 1863 reisden de broers tevergeefs naar Engeland om daar een geschikt seminarie te vinden. Op 4 oktober 1863 trad Jozef binnen in het Engels Seminarie te Brugge. Hij kreeg zijn tonsuur op 17 december 1864. Hij werd subdiaken op 8 december 1865 en diaken op 22 mei 1866. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd in het grootseminarie van Brugge door bisschop Faict. Hij verliet het Engels seminarie op 17 april 1867. Na een kort intermezzo als onderpastoor in Passendale werd hij in augustus 1867 directeur van Saint-George’s Retreat, een klooster en een instelling voor geesteszieken in Burgess Hill te Southwark. Faict riep hem echter eind december terug. Hij werd vervolgens onderpastoor in Lendelede (1868-1878), Klerken (1878-1887) en Zillebeke (1887-1898). Mede dankzij zijn broer kon hij ten slotte pastoor worden in Stene bij Oostende (hij werd er op 21 september 1898 benoemd), waar hij uiteindelijk overleed op 18 juni 1903.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); familie: broer van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p. 28; J. Geldof, Jozef Gezelle en Engeland. In: Biekorf: (1965), p. 416-418

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamCallewaert, Jan; Callewaert, Jean; Callewaert; Joannes Baptista
Datums° Zwevegem, 15/02/1841 - ✝ Zwevegem, 30/04/1910
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor
BioJan Callewaert werd geboren op 15 februari 1841 in Zwevegem, als zoon van Antonius Callewaert (1803–1882) en Amelia Decoene (1811–1881). Van 1857 tot 1861 was hij leerling aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij jaargenoot was van Gustave Saffenreuter. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Aan het kleinseminarie wilde hij mede door de invloed van Guido Gezelle missionarais worden in Engeland, maar dit werd door zijn ouders verboden. Hij studeerde dan maar verder tot priester. Zijn priesterwijding vond plaats te Brugge op 17 december 1864. Vervolgens was hij achtereenvolgens hulppriester in Westnieuwkerke en St. Pieters-op-de-Dijk, en onderpastoor in Zwevezele, Beveren en Hoogstade. Op 16 mei 1886 werd hij pastoor van het Sint-Amandsgesticht in Zwevegem. Jan Callewaert overleed op 30 april 1910 in zijn geboortedorp Zwevegem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles confraternity. In: Gezelliana: 5 (1974) 1-2-3-4, p. 8
NaamDe Vriese, Monica
Datums° Wingene, 31/03/1804 - ✝ Heule, 30/04/1875
GeslachtVrouwelijk
BioGuido Gezelles moeder was een boerendochter, die opgroeide op een kleine boerderij, het 'Walleke' te Wingene. Via haar zus Clara, die als religieuze werkte in het Gentse Bijlokehospitaal, leerde Monica De Vriese Pieter-Jan Gezelle kennen, die er werkzaam was als tuinman. Ze trouwden op 2 juni 1829 en woonden in de Rolweg te Brugge. Als huwelijkscadeau kreeg ze zestien cent mee en de stam van een kriekenboom om er meubels uit te zagen. Guido Gezelle werd elf maanden na hun huwelijk geboren op 01/05/1830. Voor de bevalling had ze haar testament opgemaakt, dat zich nu nog in het Gezellearchief bevindt. Na Guido kregen Monica en Pieter-Jan nog zeven kinderen waarvan er slechts vier in leven bleven. Ze verhuisde in januari 1849 naar de overkant van de de Rolweg (nr. 43). In 1871 verhuisde ze samen met haar tachtigjarige, zieke man naar Heule en nam er haar intrek bij hun dochter Louise. Ze stierf er op 30 april 1875.
Relatie tot Gezellefamilie: moeder van Guido Gezelle
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Florence; Florentina Constantia; (E.Z.) Maria-Columba
Datums° Brugge, 29/09/1847 - ✝ Heule, 19/03/1917
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares
BioFlorence Gezelle, dochter van Pieter-Jan Gezelle, hovenier, en Monica Devriese, was de jongste zus van Guido Gezelle. Ze woonde bij haar broer in toen hij onderpastoor was van St.-Walburga te Brugge (1865-1872). In Brugge zette ze zich ook in voor de Noordpoolmissie als lid van het ‘Comité des Dames Zélatrices de l’oeuvre des Missions du Pôle Nord’. Door conflicten met Gezelles meid Stéphanie Hendryckx verliet ze zijn woning en ging ze voor haar ouders zorgen in Heule, die in april 1871 bij hun dochter Louise waren ingetrokken. Uit de correspondentie met haar broer Guido blijkt dat Florence in september 1871 ook in hotel Aux Armes de France te Kortrijk werkte. In 1872 ging ze voor korte tijd werken bij de familie Smith in Brugge. Op 15/10/1873 trad ze in het klooster van de Zusters van Liefde van Maria te Heule en werd er geprofest op 25/08/1875. Ze nam de naam aan van Zuster Colombe en gaf les in de kostschool voor meisjes te Heule. Ze vervulde ook taken in diverse bijhuizen van het hoofdklooster, zoals Kortrijk, Zarren, Klemskerke, Esen en Passendale. Later kwam ze weer naar Heule terug.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; zanter (WDT), correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamGezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus; Seppen; Tjeppen
Datums° Brugge, 12/02/1840 - ✝ Stene, 18/06/1903
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; kloosterdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioJozef, de jongste broer van Guido Gezelle, begon zijn humaniorastudies in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge nadat hij daar ook in het schooljaar 1856-1857 het zesde leerjaar van de lagere afdeling had gevolgd. Gedurende de schooljaren 1857-1858 en 1858-1859 was hij er leerling van de zesde (= eerste middelbaar) en vijfde (= tweede middelbaar) latijnse. Met de aanvang van het schooljaar 1859-1860 komt Jozef Gezelle voor als student van de derde (= vierde middelbaar) latijnse aan het kleinseminarie van Roeselare. Bij de overgang van Brugge naar Roeselare zou hij de vierde latijnse overgeslagen hebben, waarschijnlijk omwille van zijn leeftijd. Hij was al negentien jaar toen hij de derde latijnse in Roeselare begon. Joze berichtte zijn broer Guido over de sterk verminderde kwaliteit van het onderwijs en het verval van het kleinseminarie. Hij moet rond Pasen 1861 het kleinseminarie verlaten hebben en naar Brugge teruggekeerd zijn. Op 10 mei 1861 arriveert hij in het Sint-Jozefscollege in Turnhout waar hij zijn poësis verder zet. Uit zijn brieven aan Guido blijkt dat hij zich moeilijk kan aanpassen en hij klaagt veel. Het schooljaar eindigt op 31 juli 1861. Met het schooljaar 1861-1862 volgde Jozef Gezelle de rethorica in het Sint-Jozefscollege in Turnhout. Daarna ging hij naar het Amerikaans College in Leuven in afwachting dat Guido voor hem in Engeland een seminarie zou vinden. Net als zijn broer wilde Jozef immers naar Engeland trekken om er het katholieke geloof te verkondigen. In 1863 reisden de broers tevergeefs naar Engeland om daar een geschikt seminarie te vinden. Op 4 oktober 1863 trad Jozef binnen in het Engels Seminarie te Brugge. Hij kreeg zijn tonsuur op 17 december 1864. Hij werd subdiaken op 8 december 1865 en diaken op 22 mei 1866. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd in het grootseminarie van Brugge door bisschop Faict. Hij verliet het Engels seminarie op 17 april 1867. Na een kort intermezzo als onderpastoor in Passendale werd hij in augustus 1867 directeur van Saint-George’s Retreat, een klooster en een instelling voor geesteszieken in Burgess Hill te Southwark. Faict riep hem echter eind december terug. Hij werd vervolgens onderpastoor in Lendelede (1868-1878), Klerken (1878-1887) en Zillebeke (1887-1898). Mede dankzij zijn broer kon hij ten slotte pastoor worden in Stene bij Oostende (hij werd er op 21 september 1898 benoemd), waar hij uiteindelijk overleed op 18 juni 1903.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); familie: broer van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p. 28; J. Geldof, Jozef Gezelle en Engeland. In: Biekorf: (1965), p. 416-418
NaamGezelle, Louise; Maria Catharina Ludovica
Datums° Brugge, 22/01/1834 - ✝ Steenbrugge, 12/02/1909
GeslachtVrouwelijk
Beroeplesgeefster; naaister
VerblijfplaatsFrankrijk
BioMaria Catharina Ludovica Gislena Gezelle, de oudste zus van Guido Gezelle ging door het leven onder haar derde naam Louise. In 1857 wilde ze toetreden tot de Congregatie van de Zusters van de H. Vincentius a Paulo te Lendelede. In juli 1858 gaf ze les in Ingelmunster. In oktober 1858 keerde ze terug naar huis en ging later bij haar tantes in Heule wonen. Uiteindelijk vond ze werk als naaister in Menen en in Roubaix, waar ze de zeven jaar jongere Camille Lateur (1841-1897) leerde kennen. Op 5 juni 1865 trouwden ze, en in dezelfde maand van haar huwelijk, op 30 juni, werd een dochtertje geboren, Marie-Louise, dat in juli al overleed. Op 21 mei 1866 werd Marie-Elise (‘Liseke’), ook Amandine genoemd, geboren. Een zoontje, Georges Camille, overleed anderhalf jaar na de geboorte (05/01/1869-23/06/1870). Ze woonden in de Rue des Récollets, later in de Rue du Fort, en nadien ook even in Tourcoing. Maar met het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog (19 juli 1870) keerden ze in de winter van 1870-1871 terug naar België. Ze werden in Heule opgevangen in het gezin van Marie-Constance Gezelle, zus van Pier-Jan Gezelle en weduwe van Charles Dedeurwaerder, in de Krakeelhoek, volkse benaming voor de Peperstraat. In januari 1871 hadden ze al een nieuwe woonst aan de Leiaerde. Louise en Camille kregen nog drie kinderen waaronder Frank Lateur, die later als Stijn Streuvels een bekend auteur werd.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellefamilie: zus van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; http://www.gezelle.be; J. Roelstraete, De voorouders van Stijn Streuvels. Handzame: Familia et Patria, 1971, p.2
NaamGezelle, Pieter-Jan
Datums° Heule, 29/09/1791 - ✝ Heule, 27/05/1871
GeslachtMannelijk
Beroephovenier
BioDe vader van Guido Gezelle was afkomstig van Heule en werkte aanvankelijk als tuinman in het kleinseminarie te Roeselare. Na de sluiting ervan door het Nederlandse bewind was hij werkzaam in de Bijloke te Gent. Op zevenendertigjarige leeftijd ging hij wonen in de Rolweg te Brugge waar hij hovenier werd van de familie Th. Van de Walle-Van Zuylen. Op 2 juni 1829 trouwde hij met Monica De Vriese. Om bij te verdienen was hij ook tuinman in het Brugse grootseminarie van Brugge, had hij een eigen boomkwekerij en werd hij ook opzichter bij een bebossingexperiment langs de kust. Na de dood van Theodoor Van de Walle in 1848 stelde de barones een andere tuinman aan. Zo verhuisde Pieter-Jan op 24 januari 1849 naar de overkant van de Rolweg. In 1871 verbleef hij met zijn vrouw bij zijn dochter Louise in Heule waar hij in mei overleed
Relatie tot Gezellefamilie: vader van Guido Gezelle; correspondent
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; http://www.gezelle.be
NaamGezelle, Romaan
Datums° Brugge, 13/01/1832 - ✝ Brugge, 01/01/1899
GeslachtMannelijk
Beroepvuurwerkmaker
BioRomaan ging samen met zijn broer Guido naar het Duinencollege in Brugge. Toen Guido Gezelle in 1846 naar het kleinseminarie te Roeselare ging, bleef hij thuis om te helpen. In 1862 woonde hij in het Brugse Genthof en werd er 'vuurwerkaansteker' bij een afbraakbedrijf. Tijdens dit jaar raakte hij zwaar gewond bij slopingswerken aan de Brugse Katelijnepoort. Een van zijn benen dreigde geamputeerd te worden tijdens zijn verzorging in het St.-Janshospitaal. Romaan bleef kreupel, maar werd na zijn herstel vuurwerkmaker. Hij zette ook vogels en andere kleine dieren op. Op 4 mei 1865 trouwde hij met Philomena De Smet en verhuisde in augustus van dit jaar naar de Sint-Jorisstraat 34. Op 1 januari 1899 overleed Romaan. Guido Gezelle, die toen nog te Kortrijk verbleef, werd door zijn neef Caesar op de hoogte gebracht via een telegram met het bericht “vader overleden”. Nog op dezelfde dag schreef Gezelle voor zijn overleden broer een gelijknamig gedicht. Het Gezellearchief bewaart zowel het telegram als een gedrukte versie van het gedicht. Het overlijden van zijn broer betekende voor Gezelle een zware slag en zo dichtte hij nog 'Requiescat in pace!' en 'Uit de diepten'.
Relatie tot Gezellefamilie: broer van Guido Gezelle; correspondent; gelegenheidsgedicht
Bronnen http://www.gezelle.be
NaamVan Besien, Jan; Van Besien, Jean
Datums° Hoeke, 27/07/1847 - ✝ Brugge, 24/11/1920
GeslachtMannelijk
Beroeplandbouwer
BioJan Vanbesien werd geboren te Hoeke op 27 juli 1847. Hij was leerling van het zesde jaar aan het Kleinseminarie te Roeselare gedurende het schooljaar 1859-1860, waar Guido Gezelle toen les gaf. Hij huwde met Nathalie De Leyn, geboren te Hoeke. Jan Vanbesien overleed te Brugge op 24 november 1920.
Relatie tot Gezellekleinseminarie Roeselare
Bronnenbidprentje
NaamKetele, Gustave
Datums° Dudzele, 26/11/1843 - ✝ Dudzele, 11/10/1891
GeslachtMannelijk
Beroeparts; gemeenteraadslid
BioGustave Louis Ketele werd op 26 november 1843 te Dudzele geboren als zoon van Ludovicus Franciscus Ketele (1808-1849) en Isabella Francisca Van Iseghem (1810-1888). Hij werd voor het schooljaar 1858-1859 ingeschreven in de ‘classe préparatoire’ van de humaniora te Roeselare en werd later dokter in de medicijnen, chirurgie en bevallingen. In 1875 trouwde hij met Alice Hortense Louise Standaert (1854-1895), waarmee hij vier kinderen kreeg. Hij was ook gemeenteraadslid in Dudzele waar hij ook stierf op 11 oktober 1891.
Bronnen https://gw.geneanet.org/mstevens2?lang=nl&pz=marc+richard&nz=stevens&p=gustave+louis&n=ketele; J. de Mûelenare, Over Gezelles Confraternity. In: Gezelliana 5, 1974, p.91.
NaamDecock, Frederic
Datums° Anzegem, 03/06/1820 - ✝ Kortrijk, 19/11/1891
GeslachtMannelijk
BioFrederic Decock werd geboren te Anzegem op 3 juni 1820. Hij huwde te Kortrijk op 26 februari 1846 met Colette Vandeginste (Zwevegem, 15 februari 1826 - Kortrijk, tussen 23 en 26 mei 1888). Op dit adres liet Jan Callewaert zijn post toekomen toen hij student was. Frederic Decock overleed te Kortrijk op 19 november 1891.

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamRoeselare
GemeenteRoeselare

Naam - instituut/vereniging

Naamkleinseminarie Roeselare
BeschrijvingHet klein seminarie werd opgericht onder het Frans bewind en herstartte officieel in 1830 als bisschoppelijk college. In 1846 werden de Latijnse klassen aangevuld met een handelsafdeling Saint-Michel, waaraan ook een lagere basisschool verbonden was. Dit Sint-Michielsinstituut fungeerde als een voorbereiding op de humaniora. Het klein seminarie trok heel wat katholieke leerlingen uit Engeland en Ierland aan. In 1849 werd hiervoor een aparte Engelse afdeling opgericht. Vanaf hetzelfde jaar werd ook een filosofieafdeling ingericht als voorbereiding op de priesteropleiding. Gezelle volgde er secundair onderwijs van 1 oktober 1846 tot 19 augustus 1850. Vanaf 21 maart 1854 tot 21 augustus 1860 kwam hij er terug als leerkracht. Zijn eerste drie bundels waren nauw verbonden met deze periode. Ook nadien hield hij een intens contact met zijn oud-leerlingen.
Datering1830
Links[odis], [wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelGedichten, gezangen en gebeden. Een schetsboek voor Vlaemsche studenten.
Links[gezelle.be]

Titel21/04/1861, Kortrijk, Jan Callewaert aan [Jozef Aloysius Hyacinthus Gezelle doorgestuurd naar Guido Gezelle]
EditeurGuido Spyns
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenGuido Spyns, Callewaert Jan aan Gezelle Jozef Aloysius Hyacinthus en Gezelle Guido, Kortrijk (Kortrijk), 21/04/1861. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderCallewaert, Jan
Ontvanger[Gezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus]
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum21/04/1861
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 212 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden papiermerk: Bath
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan Jos. Gezelle (inkt, hand P.A.); idem rechtsboven bijgeschreven naast de aanspreking: (Seppen) // Gezelle // (potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4200
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.10514
IIIF-manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/ba2c0e19a37fde0d031c67cc60c08142c03691c2/manifest
Inhoud
IncipitLyk of ge ziet ik ben al te
Samenvatting o.m. over het verzamelen van inschrijvingen voor Guido Gezelles nieuwe dichtbundel
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.