<Hit 3121 of 3122

>

p1

+ Geloofd zij Jezus Christus

Zeer Eerweerde Heer en goede Meester,

Ik ben eens gaan uitzien, te Tongeren of er ieverants te vinden was voor uwen Heer broêder, wat gij met Arthur hebt doen vragen. Ja zeker, Mijnheer Carmans, kapelaan van Sint Jan ter steê van Sinte Luitgaarde,[1] schrijft mij “dat hij dien braven heer met ongeduld verwacht. Al wat maar van verre of van kortbij op Mijnheer Gezelle trekt is zoo welkom als broêr of zuster”. Uw Eerw. Heer broeder hoeft dus maar den weg te vragen naar Mijnheer kapelaan van Sint Jan zijn huis. Hij zal dáar t'eten en te drinken krijgen; maar hij zal gaan slapen bij Mijnheer den pastoor van Sint Jan. Hij zal te Tongeren nog een landsman vinden te weten Mijn Eerw Heer Hallewijck, eenen Bruggeling,[2] ook kapelaan bij Mr. Carmans. Zeg of schrijf dat dus aan uwen heer broeder, als 't u belieft. -

Den 19ste van dees maand[3] gaat Rijkaart vande Putte stemmen te Iper,[4] hij komt van bij U nog eens in en uit, waarschijnelijk den eersten numero brengen van “'t Daghet”.[5] Eerw. Heer Pol Daniëls p2een goede Heer die ook nog al genegen is voor de waarheid in zake van volkstaal, heeft ons blatteken geprezen en aanbevolen, hertelijk en ernstig genoeg, in den “Onafhankelijken” van Hasselt.[6] Hij geeft hem terzelfdertijd aan als meêhelper en gever van mededeelingen, ja, zet er zelfs eenigen die hij kent, zegt hij, toe aan, om ons ook te helpen. Wij zullen dien braven heer 'nen dankbare brief schrijven voor zijne vriendelijkheid en zijne beloofde hulp.

Ik was kreeg[7] hier, verleên Woênsdag acht dagen, of ik kreeg het al op mijn brood bij onzen Heer President . . . . voor 't Daghet. Ze waren dien goeden Heer al komen wijs maken - ik weet niet hoe 't mogelijk is - dat ik, onnoozel Cupken[8] t Daghet” had opgericht en schrijven gong! Dat ik nen “mauvais esprit” gong inbrengen in de gestichten van Limburg” etc. etc. Ik heb Mijnheer de President op een beleefde wijze gezeid dat zij hem leugens wijs gemaakt hadden, dat ik een der twintig helpers was van 't Daghet, dat wij gaar geenen “mauvais esprit” wouden inbrengen, maar wel er eenen uitdrijven als wij kosten. Toen heb ik hem eens voor goed p3gevraagd of hij er iets tegen had dat wij, mannen van 't gulleken, alle dagen drij vierdels (3/4 d'heure, (Moelingen) van onzen speeltijd aftrokken om ons Vlaamsch leeren te schrijven en te verdedigen. “Daar steek ik mij natuurlijk niet tusschen”, heeft hij gezeid, “gij kunt dien tijd verbruiken wie gij wilt, als gij uwe plichten maar goed doet.” En zoo kwam ik er toch weer zuiverder van af als ik gemeend had.

Gelukkig dat wij hier een Monseigneur Rutten hebben die niet en verdraagt dat zij ons tegenwerken in ons Vlaamschzijn, anders waren wij al lang in verwatenis[9] geslagen en moesten wij, in 't geheim aanboeren.[10] Maar Mgr Rutten staat voor ons en wij weten zoo goed dat wij bij hem bescherming krijgen en goedwillige aanmoediging.

't Ware toch voorzichtig, dunkt mij, noemdet gij nooit “'t Daghet” in uwe brieven. Want ze maken altijd van een muis 'ne olifant. Zegt dan bijv. 't Vonksken.

Nu groet ik u eerbiedig en genegen, met al mijne vrienden en gullebroêrs! Tot later, als 't God belieft!
Aug. Cuppens

Rijkaart kan maar niet uitgekald komen van zijne reis en van zijn gelukkig bij u zijn.[11]

Annotations

[1] De Sint-Janskerk in Tongeren werd vermoedelijk in de 12de eeuw gesticht. Na heropbouw in de 17de en 18de eeuw en een herbestemming tijdens de Franse Revolutie werd de kerk in 1836 opnieuw als parochiekerk gebruikt. Het huidige gebouw dateert uit 1888 en combineert classicistische, Maaslandse renaissance- en neoromaanse elementen. In het interieur bevindt zich onder meer een beeld van Sinte-Luitgarde. Tongeren was haar geboortestad.
[2] August Halewyck was van Gistel afkomstig, maar ontving zijn priesterwijding te Brugge.
[3] De formulering 'dees maand' i.p.v. 'dees week' wijst erop dat de brief in de week van 06-12/10/1884 werd geschreven zeker wanneer we dit samen leggen met de verwijzing naar artikel van 05/10/1884 van Polydoor Daniëls (zie verder in de brief) en naar de gemeenteraadsverkiezingen op zondag 19/10/1884.
[4] Het gaat over de gemeenteraadsverkiezingen van zondag 19 oktober 1884.
[5] Het eerste nummer van ’t Daghet in den Oosten verscheen pas op 1 februari 1885.
[6] Polydoor Daniëls, Kunst-en Letternieuws, ’t Daghet in den Oosten. In: De Onafhankelijke der provincie Limburg: (zondag 5 oktober 1884) 80, p. 3: ”(...) Nog meer: ik ga het bladje door meededeelingen ondersteunen; waarom zouden die en die (die ik ken) dat ook niet doen? N.B. Men schrijft in op het bureel van de ONAFHANKELIJKE.”
[7] Nauwelijks (bijw.).
[8] Bijnaam van August Cuppens.
[9] WNT 1500-heden:”Verwaten: Van de kerkgemeenschap of van kerkelijke, gewijde handelingen uitsluiten; in den kerkelijken ban doen, met den banvloek treffen.”
[10] Vechten.
[11] Rijkaart Van De Putte bezocht Gezelle op 11 en 12 september 1884 te Kortrijk.

Register

Correspondents - persons

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameLuik

Name - person

NameCarmans, Josephus
Dates° Lummen, 07/06/1858 - ✝ Hollogne-aux-Pierres, 29/09/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij op 30 mei 1884 benoemd tot kapelaan te Tongeren van de Sint-Jansparochie. In 1894 en 1895 was hij onderpastoor in Herk-de-Stad. In 1898 en 1899 vinden we hem in de Almanach Royal Officiel terug als pastoor-deken van de Sint-Pieterskerk in Boekhout (Limburg). Daarna was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913 in Hollogne-aux-Pierres.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameGezelle, Jozef Aloysius Hyacinthus; Seppen; Tjeppen
Dates° Brugge, 12/02/1840 - ✝ Stene, 18/06/1903
SexMannelijk
Occupationpriester; kloosterdirecteur; onderpastoor; pastoor
BioJozef, de jongste broer van Guido Gezelle, begon zijn humaniorastudies in het Sint-Lodewijkscollege in Brugge nadat hij daar ook in het schooljaar 1856-1857 het zesde leerjaar van de lagere afdeling had gevolgd. Gedurende de schooljaren 1857-1858 en 1858-1859 was hij er leerling van de zesde (= eerste middelbaar) en vijfde (= tweede middelbaar) latijnse. Met de aanvang van het schooljaar 1859-1860 komt Jozef Gezelle voor als student van de derde (= vierde middelbaar) latijnse aan het kleinseminarie van Roeselare. Bij de overgang van Brugge naar Roeselare zou hij de vierde latijnse overgeslagen hebben, waarschijnlijk omwille van zijn leeftijd. Hij was al negentien jaar toen hij de derde latijnse in Roeselare begon. Joze berichtte zijn broer Guido over de sterk verminderde kwaliteit van het onderwijs en het verval van het kleinseminarie. Hij moet rond Pasen 1861 het kleinseminarie verlaten hebben en naar Brugge teruggekeerd zijn. Op 10 mei 1861 arriveert hij in het Sint-Jozefscollege in Turnhout waar hij zijn poësis verder zet. Uit zijn brieven aan Guido blijkt dat hij zich moeilijk kan aanpassen en hij klaagt veel. Het schooljaar eindigt op 31 juli 1861. Met het schooljaar 1861-1862 volgde Jozef Gezelle de rethorica in het Sint-Jozefscollege in Turnhout. Daarna ging hij naar het Amerikaans College in Leuven in afwachting dat Guido voor hem in Engeland een seminarie zou vinden. Net als zijn broer wilde Jozef immers naar Engeland trekken om er het katholieke geloof te verkondigen. In 1863 reisden de broers tevergeefs naar Engeland om daar een geschikt seminarie te vinden. Op 4 oktober 1863 trad Jozef binnen in het Engels Seminarie te Brugge. Hij kreeg zijn tonsuur op 17 december 1864. Hij werd subdiaken op 8 december 1865 en diaken op 22 mei 1866. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd in het grootseminarie van Brugge door bisschop Faict. Hij verliet het Engels seminarie op 17 april 1867. Na een kort intermezzo als onderpastoor in Passendale werd hij in augustus 1867 directeur van Saint-George’s Retreat, een klooster en een instelling voor geesteszieken in Burgess Hill te Southwark. Faict riep hem echter eind december terug. Hij werd vervolgens onderpastoor in Lendelede (1868-1878), Klerken (1878-1887) en Zillebeke (1887-1898). Mede dankzij zijn broer kon hij ten slotte pastoor worden in Stene bij Oostende (hij werd er op 21 september 1898 benoemd), waar hij uiteindelijk overleed op 18 juni 1903.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellezanter (WDT); familie: broer van Guido Gezelle; correspondent
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III ; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p. 28; J. Geldof, Jozef Gezelle en Engeland. In: Biekorf: (1965), p. 416-418
NameLewylle, Arthur
Dates° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NameVan De Putte, Rykhart; Van De Putte, Richardus; Van De Putte, Rijkhaard, Van De Putte, Richard; Aerdryck (uit den Oosten)
Dates° As, 21/10/1861 - ✝ Sint-Truiden, 18/11/1932
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioRykhart Van De Putte werd geboren te As op 21 oktober 1861 als oudste zoon van Désiré Van De Putte (°1831) en Maria Catharina Nys (1823-1894). Na de benoeming van zijn vader tot maréchal de logis (wachtmeester) te Ieper volgde Rykhart er zijn humaniorastudies aan het Sint‑Vincentiuscollege. In 1882-1883 studeerde hij filosofie aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij begon zijn theologieopleiding in het grootseminarie van Brugge en zette vanaf de lente 1884 zijn studies verder aan het grootseminarie te Luik, waar hij lid werd van 'het Limburgsch Zantersgildeke'. In de zomervakantie van 1884 verbleef hij twee dagen bij Guido Gezelle te Kortrijk waarbij ze samen de regels van het op te richten tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" bespraken. Van De Putte was dan ook actief betrokken bij de oprichting van dit studenblad en stond lange tijd in voor de praktische organisatie van het drukwerk en de inschrijvingenvan het blad. Na zijn priesterwijding in het bisdom Luik droeg Van de Putte op 21 december 1886 zijn eremis op te As. Op 3 juni 1887 werd hij benoemd tot onderpastoor van de Sint-Servaaskerk in Luik. Hij woont er in de Volièrestraat vlak bij de kerk. Later werd hij benoemd tot pastoor van de Sint-Jan-de-Doperkerk in Binderveld, een dorp in Noord-Haspengouw. Van De Putte overleed te Sint-Truiden op 18 november 1932.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, II, p. 320; Geneanet
NameRutten, Martin Hubert
Dates° Geistingen, 17/12/1841 - ✝ Luik, 17/07/1927
SexMannelijk
Occupationpriester; directeur; vicaris-generaal; bisschop
BioMartinus Rutten, geboren als zoon van Jan Rutten, landbouwer, en Petronella Zegers, was een Belgische bisschop van het bisdom Luik van 1902 tot zijn overlijden op te Luik op 17/07/1927. Hij werd in 1867 te Luik tot priester gewijd. Van 1873 tot 1877 was Rutten directeur van het kleinseminarie van Saint-Roch, waar hij als flamingant een Vlaamsgezinde invloed uitoefende op vele leerlingen (o.a. August Cuppens), en in 1875 een Davidsfondsafdeling stichtte. Daarna werd hij vicaris-generaal te Luik (1879-1910). Tijdens de schoolstrijd (1879-1884) speelde hij een vooraanstaande rol in de verdediging van het katholieke onderwijs. Op 2 januari 1902 werd hij tot bisschop van Luik gewijd. Hij moedigde de kennis van het Nederlands bij scholieren en volwassen aan, en streefde naar vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen, zij het niet in het secundaire, dan toch in het hoger onderwijs. In 1894 steunde hij financieel de oprichting van het Brusselse dagblad Het Vlaamsche Volk. Na W.O. I onderschreef hij het minimumprogramma van Frans van Cauwelaert, ook al was hij niet met alle punten ervan akkoord, en verspreidde de eis tot uitvoering van koning Alberts beloften aan de Vlamingen. Met kardinaal Mercier stond hij, om politieke redenen, op gespannen voet. In 1920 werd hij nationaal erevoorzitter van het Davidsfonds en erevoorzitter van het eerste Katholiek Vlaamsch Congres. Rutten bleef wel trouw aan de Belgische eenheid en waarschuwde voor een toenemend anti-Belgisch radicalisme binnen de Vlaamse studentenbewegingen (1920-1925). Door zijn toedoen keerden de Limburgse studentenbewegingen zich af van het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS) en op 11/10/1925 ondertekende hij samen met de andere bisschoppen de veroordeling van het Vlaams-nationalisme.
Links[wikipedia]
NameLutgardis van Tongeren; Sint-Lutgart; Schutsvrouwe van Vlaanderen
Dates° Tongeren, 1182 - ✝ Aywières/Awirs, 16/06/1246
SexVrouwelijk
OccupationBenedictines; mystica; heilige
BioDe heilige Lutgardis, patroonheilige van vrouwen en blinden, werd in het jaar 1182 geboren in het Limburgse Tongeren. Op twaalfjarig leeftijd trad zij toe tot het benedictijnse Sint-Catharinaklooster te Sint-Truiden. Hoewel ze eerst weinig interesse toonde in het kloosterleven, legde ze zich hier sterk op toe nadat Christus aan haar verscheen tijdens een visioen. Op twintigjarige leeftijd deed ze dan ook haar officiële professie als benedictines. In 1206 zou ze vervolgens vertrekken naar de cisterciënzerinnenabdij van Awirs in Luik, waar ze tot haar overlijden op 16 juni 1246 zou verblijven. Haar latere verering als patrones van het Vlaamse volk en de Vlaamse beweging stamt uit haar verblijfsperiode te Luik, aangezien zij volgens haar biografie tot Maria gebeden zou hebben om een bestuursfunctie binnen de abdij te kunnen ontwijken, waarop de Heilige Maagd het haar onmogelijk maakte om het Frans te leren. Guido Gezelle zou haar na een voorstel van filoloog Jan Hendrik Bormans propageren als patroonheilige van de “dietsche taal en letterkunde”, en Gezelle’s leerling Adolf Duclos zou haar naam opnemen in die van zijn culturele gilde, de Sint-Lutgardisgilde.
Links[wikipedia]
Sources https://www.dbnl.org/tekst/_lit003199701_01/_lit003199701_01_0034.php
NameHalewyck, August François
Dates° Gistel, 29/06/1856 - ✝ Gistel, 29/11/1904
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; aalmoezenier; geestelijk directeur
BioAugust François Halewyck werd op 29 juli 1856 te Gistel geboren als zoon van landbouwer Carolus en Rosalia Vanroose. Op 19 mei 1883 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Enkele maanden later, op 4 oktober 1883, werd hij benoemd tot onderpastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Geboorte te Tongeren. Op 7 oktober 1895 volgde zijn aanstelling als aalmoezenier van het stedelijk ziekenhuis Hôpital de Bavière te Luik, en werd hij op 30 april 1902 benoemd tot geestelijk directeur van de Zusters van Liefde. August Halewyck overleed te Gistel op 29 november 1904. Halewyck was lid van het Limburgsch Zantersgildeke, dat in contact stond met Guido Gezelle en hem taalmateriaal leverde.
Links[odis]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeke
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik 1825-1967, Liège: E. Koninckx, 1974-1975, p. 142; bidprentje (https://www.delcampe.net/nl)
NameLe Roy, Louis
Dates° Bree, 05/02/1822 - ✝ Luik, 03/02/1909
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; president grootseminarie
BioLouis Le Roy werd geboren in Bree op 8 februari 1822. In 1867 werd hij tot priester gewijd. Hij behaalde doctoraten in de filosofie en de theologie en was van 1883 tot 1909 president van het grootseminarie van Luik. Le Roy steunde in Luik de christendemocratische beweging 'Union Démocratique Chrétienne (UDC)'. Die uitgesproken steun zou hem uiteindelijk de benoeming tot bisschop hebben gekost ten voordele van Martinus Rutten. Daarnaast toonde hij belangstelling voor de Belgische missie van de Sociëteit van Jezus in Kwango (Kongo) en voor de problematiek van de slavernij in Afrika. In 1899 moedigde hij, namens de bisschop, het engagement van de Limburgse studentenbond aan. Louis Leroy overleed te Luik op 3 februari 1909.
Sources https://rutten.org/literatuur/mathieu-rutten/bisschoprutten/;https://www.limmemoriam.be/zoeken.php?id=I62068;https://catalog.hathitrust.org/Record/008416752;http://www.odis.be/lnk/PB_6566
NameDemeersman, Emile
Dates° Landen, 30/03/1842 - ✝ Genk, 03/09/1922
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; deken; kanunnik-titularis; erekanunnik
BioEmile Demeersman werd geboren te Landen op 30 maart 1842. Hij werd op 5 augustus 1866 te Luik tot priester gewijd. Hij was achtereenvolgens onderpastoor te Borloo, Borgloon, Lanaken en Sint-Remaclus te Luik, vervolgens pastoor te Grand-Hallet en daarna pastoor van Sint-Jan te Tongeren. Van 1889 tot 1908 was hij pastoor-deken te Bilzen. In 1908 werd hij kanunnik-titularis van de kathedraal van Luik en in 1912 erekanunnik. Hij overleed te Genk op 3 september 1922.
Links[odis]
SourcesGeneanet

Name - place

NameBrugge
SettlementBrugge
NameHasselt
SettlementHasselt
NameIeper
SettlementIeper
NameMoelingen
SettlementVoeren
NameTongeren
SettlementTongeren

Name - institute

NameLimburgsch Zantersgildeken
DescriptionIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Dating1883-?
Links[wikipedia]
NameGrootseminarie Luik
DescriptionHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Dating1592-heden

Title - other work

Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens
TitleDe onafhankelijke van de provincie Limburg : nieuws- en aankondigingsblad : godsdienst, moedertaal, vaderland (periodical)
Date1850-1914
PlaceHasselt
PublisherP.F. Milis; H.J. Ceysens

Title[06/10/1884 t.p.q. - 12/10/1884 t.a.q.], Luik, August Cuppens aan [Guido Gezelle]
EditorMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Cuppens August aan Gezelle Guido, Luik, [06/10/1884 t.p.q. - 12/10/1884 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderCuppens, August
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent[06/10/1884 t.p.q. - 12/10/1884 t.a.q.]
Place SentLuik
AnnotationDatum gereconstrueerd op basis van de brieftekst: verwijzing naar artikel van 05/10/1884 ( Kunst-en Letternieuws. ’t Daghet in den Oosten / door Polydoor Daniëls. - In: De Onafhankelijke der provincie Limburg. - (zondag 5 oktober 1884) nr. 80, p. 3) en naar de gemeenteraadsverkiezingen 'dees maand' van Ieper op zondag 19/10/1884, de formulering 'dees maand' i.p.v. 'dees week' wijst erop dat de brief in de week van 06–12/10/1884 werd geschreven; adressaat en plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7470
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13831
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/4baf07653e88f9bad3a7d2556145944dd5063cff/manifest
Content Description
IncipitIk ben eens gaan uitzien in Tongeren of
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.