<Hit 1126 of 3122

>

p1 + Geloofd zij Jezus Christus
Weleerweerde Heer en geliefde Meester,

Wij wenschen u altemaal uitderherte een zalig nieuwjaar; bloei van gezondheid en groeite in heiligheid! God geve dat wij 't nog dik mogen doen!-

Voor nieuwejaar krijgt gij dit paksken woorden en andere opgeraapte dingen t'huis: hope dat gij er meê gediend zijt. Daar zijnder nog een honderd van H. Gilissen bij. Hertelik dank voor de kostelike hulp en de wijs raadgevingen die gij ons gedurig schikt. Wij doen u waarlik te veel aan, beste meester, en wisten wij niet dat gij toch goedwillig ons geplaag en gevraag verdroegt, wij zouden dik beschaamd staan, van u zoo gedurig lastig te vallen.

Maar toe! ter liefde Gods en Zijner waarheid! blijf ons gesukkel ondersteunen en ons onbezonnenheid verduldig verdragen: wij meenen het toch goed en zijn er u zoo dankbaar voor!

Gij zult heel waarschijnelik ook een van deez' dagen ander kladprenten krijgen, wij hebben alles opgestuurd naar den drukker, wat gereed was.

Schrijft gij niets over darren[1] of zijt gij er nog meê bezig? Dat woordeken is zoodanig beklapt en beknibbeld en vies ontvangen geweest dat er in den eersten n° bekans moest van gesproken worden: 't is voor velen de reden geweest dat zij niet wouden inschrijven, voor anderen de reden dat zij ingeschreven hebben. Wat dunkt u? Zouden wij 't woordeken niet in de korenzang[2] zetten met wat breederen uitleg? - Van een uitgaaf[3] van Ste Luitgaarde en weten wij ongelukkiglik niets . Ik geloof niet dat het gedicht uitgegeven is geweest. Zou 't handschrift ervan ook niet naar Engeland gegaan zijn met de overschietende boeken van Ste Kerstine? om in nieuw papier verkeerd te worden? Dat is een droef historie geweest met die boeken van Bormans zaliger! p2Zij zijn verkocht geworden aan 4 centiemen den kilogr. aan een engelsch papierfabriek!

Wij zullen zoeken achter de Limburgsche Kronijk en den Woordenboek van Servilius. Maar of wij dezen woordenboek zullen vinden?

Nu gaan wij, Koob en ik, de werken van kan. Daris eens nalezen waar veel oud Limburgsch instaat en u al de merkweerdige woorden en wendingen eraf op papierlingen schrijven. Zouden wij niet?

Rijkaart maakt eenen lijst gereed van aanbevelingsweerdige Vlaamsche tijdschriften.[4] Loquela komt voorop, daarna Ons Oud Vlaemsch dat zeker langst Midden-Afrika aan 't omreizen is om hem ook aan de “Boeren”[5] bekend te maken.

Professor D. Claes en geeft zijnen boek[6] niet uit: hij kan er niet aan uit want hij heeft nog geen honderd inschrijvers!

Daar is nog maar één professor van 't Vlaamsch in heel ons bisdom die op “'t Daghet” ingeschreven heeft en 't is nog een van ons gildeken.

Wij hebben nu al redelik ver over de 200, en 't komt maar toe bij; 't zou mij niet verwonderen, begosten wij met 300 inschrijvers. De drukker heeft mij gezeid dat hij zeer tevreden was met ons “'t Daghet” omdat hij nu wat meer zou bekend geraken. Hij doet het alleen voor de eer, zegt hij, en des en zal hij niets sparen om 't blätteken bezonder goed te verzorgen. De zetter is mij al een vinnig mensch en hij heeft er trek in: “'t zal allemaal eerste klas zijn” heeft hij gezeid “Druk en papier”. Een leus en hebben wij nog niet: weet gij zoo niets?[7]

Van herte bedankt voor uwen wonderschoonen “Gulden Woensdag”[8] Ik had de kladprent al eens nagezien maar kost er maar niet uit wat het eigentlik was. Och! hoe schoon! hoe eenvoudig! en wat een prachtige taal! Kost er zoo iets nog eens in de kerk gespeeld worden! 't Ware wat anders als al die zotte missen met trompetten en trombalen[9] en allerhande groot wereldsch geschal van menschen die voor geld de lieden komen verstorenp3in hun gebed!

Dat blijspel moet omtrent klinken, dunkt mij, in 't passieevangelie dat hier in de goe week gezongen wordt. Is 't muziek ook in den trant van den Kerkzang gemaakt? 'k ga er eens om schrijven naar Beyaart.

Koob zit in de nesten met zijn Limburgsch volk[10] hij kan maar niet te wete komen waar 't Limburgsch taalgebied juist moet bepaald worden.

Hij is van zin 't een of 't ander Limburgsch volksdichteken in de drij gouspraken te zetten om het verschil beter doen uit te komen.

Ik ben van zin (als 't u bevalt) onder de hoofding Nullius et Ommium,[11] te beginnen met wat Limburgsche raadsels te berde te brengen om de lezers aan te zetten om ook raadsels binnen te sturen.

Wees nu van herte gegroet van ons allen en Godebevolen!
Uw eerbiedig en genegen en dankbaar
Gildeken

P.S. Hier ligt ook een brok van 't Roelandslied in 't Limburgsch(?),[12] uitgegeven van Bormans en gevonden van Prof. Daris. Ook van spreken[13] in Boek- en Boekstafwezen?[14]

Annotations

[1] Het woord ‘darren’ werd opgenomen in de omzendbrief waarmee inschrijvers voor ’t Daghet in den Oosten werden aangetrokken. De term riep echter controverse op. Gezelle wijdde uiteindelijk een artikel aan de kwestie in ’t Daghet in den Oosten: I (1885) 2, p. 13-14: G. Gezelle, Darren. Daarin verdedigde hij het woord als volgt “Ons limburgsch en (vroeger of nu nog algemeen) nederlandsch woordeken darren (=durven) (…) heeft veel geleden onder de onkundige hanteering van de spraakkunst- en woordenboekfabricanten. (…) De limburgsche, de veurnambachtsche, de fransche dietschers, God weet, al de nederlandsch-kallenden bekans, uitgenomen die de boekentaal, de alleen zaligmakende, eerbiedig nawawelen, zijn aan 't oud en echt derren, darren, durren, in hun gesproken taal ten minsten, getrouw gebleven.”
[2] WNT 1500-heden: “Korenzang of korenzante: een handvol gelezen en samengebonden korenaren”. Het woord verwijst naar ‘Vindekoorn’, een rubriek in het blad De Student waarin ingezonden gewestwoorden opgelijst en verklaard werden, en ’Zantekoorn’, een soortgelijke rubriek in Guido Gezelles taalkundige tijdschrift Loquela.
[3] J.H. Bormans, Het Leven van Sinte Lutgardis, een Dietsch gedicht, ten laetste van de tweede helft der XIVe Eeuw, naar het oorspronklijk handschrift van Broeder Geraert. In: Dietsche Warande: 3 (1875), p. 37-67.
[4] ’t Daghet in den Oosten: II (1887) 24 publiceert op de laatste bladzijde een lijst met aanbevelingswaardige tijdschriften: Loquela, Ons Oud Vlaamsch, Rond den Heerd, De Vlaamsche Vlagge, Onze Vlaamsche Wekker, De Student.
[5] De term ‘Boeren’ verwijst naar de Nederlandstalige kolonisten uit de 17de eeuw in zuidelijk Afrika.
[6] In een vroegere brief schreef A. Cuppens aan G. Gezelle: “Hij heeft bij Jan Bols Mijnheer prof. Claes van Namen gezien, die eenen boek gedichten gaat uitgeven ‘In mijne ballingschap verzameld’.”

Desiré Spillebeeck, Kroniek 1884. In: Vlaamse School, Tijdschrift voor kunsten, letteren, wetenschappen, oudheidkunde en kunstnijverheid: 1884, p. 123: “Van den dichter D. Claes (...) is het prospectus verschenen van een nieuw werk, aangekondigd om, bij genoegzame inschrijving, in 250 blz. te worden uitgegeven onder den titel: In mijne ballingschap verzameld, gedichten door D. Claes. Inschrijvingen worden aangenomen bij N. Theelen-Michiels, Maastrichterstraat, te Tongeren, M. Ceysens, Demerstraat, te Hasselt, J. Boucherij, Hopland 30, te Antwerpen.” Het werk verscheen uiteindelijk onder de titel Gedichten.

[7] In een eerdere brief vroeg Gezelle aan Cuppens: “Wat gaat gij zetten voor leuze of kenspreuke z. Loquela tua manifestum te facit.” R. Van De Putte verzocht G. Gezelle in zijn brief van xx/12/1884: “Gelief zelve de leuze te zoeken of te maken”. Uiteindelijk staat bovenaan elk nummer van ’t Daghet in den Oosten: ‘Sinte Luutgaarde van Tongeren!’.
[8] De Gulden woensdag of het goddelijk blijspel. Gezelle publiceerde dit dichtwerk als bijvoegsel bij Loquela: 4 (kerstmaand 1884) 8, en volgens Rafaël De Bo, zette de dichter er zelf muziek onder. Dit religieus toneelstuk handelt over de annunciatie. Op gulden woensdag voor kerstmis, werd tot in de 18de eeuw in de Sint-Jacobskerk te Brugge tijdens de mis dit paraliturgisch spel opgevoerd. Gezelle had dit toneeltje reeds toegelicht in Rond den Heerd: 2 (15 december 1866) 3, p. 19-21.
[9] WNT 1500-heden: “De grote trom of Turkse trom is een grote, hoge trom, die aan beide zijden geslagen word. In Vlaams-België spreekt men dialectisch van dikke trommel en ook van trombal of trombaal.”
[10] J. Lenaerts, Over 't Limburgsch. Aanwezig in het Guido Gezellearchief, Openbare bibliotheek Brugge, nr. Aanw. 533 map 14, 17.

Cuppens schreeft in zijn brief van 25?/12/1884 aan Gezelle: “Koob gaat zijn werk hermaken bijzonder dat al te zwak taalkundig deel.” Gezelle had de studie opgestuurd naar Johan Winkler voor advies. In zijn brief van 24/11/1884 stuurde Winkler het artikel terug naar Gezelle met volgende kritiek: “Het geschiedkundig gedeelte overtreft in weerde verre weg het taalkundige deel. (…) Het taalkundig gedeelte is zeer zwak, eigenlik te zwak.”

[11] Vertaling (Latijn): van niemand en van iedereen. Iets is gemeenschappelijk goed, zoals de lucht of het water. Er verscheen geen dergelijke rubriek in ’t Daghet in den Oosten, al werden er nu en dan wel raadsels gepubliceerd.
[12] In 1860 ontdekte J. Daris in het archief van de Sint-Odulfuskerk te Loon een register waarvan de ‘kartonnen’ omslag uit een meerdere op elkaar geplakte blaadjes bestond. Tien pagina’s hiervan met in totaal 565 verzen, identificeerde professor Bormans als fragmenten van het Roelantslied. Deze Nederlandse bewerking van het Chanson de Roland bevat slechts fragmenten uit het eerste deel: het verraad van Ganelon en de ondergang van de achterhoede van het leger van Karel de Grote onder leiding van Roelant te Roncevaux (Pyreneeën), in een heldhaftig gevecht tegen de overmacht van Saracenen. Het handschrift bevindt zich nu in de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (Hs. I A 24, onder de letter l).
[13] Deze vondst werd niet besproken in deze rubriek van ’t Daghet in den Oosten.
[14] ’t Daghet in den Oosten: I (1885) 3, p. 17: “Wat ik van zin ben te doen, is onder bovenstaande hoofding of hoofdaangaaf, te handelen over 't Limburgsch of 't Luikerdietsch dat , geboekt of geboekstaafd, tot ons gekomen is. Iets boeken, dat is iets te boek zetten, schrijvender- of printenderwijze; iets boekstaven, dat is, bij middel van boekstafteekens,’t zij met de pen,’t zij met den beitel,’t zij met den borstel,'t zij anderszins, iets leesbaar en verstaanbaar maken. Al ’t geen in Limburgsche of Luikerdietsche taal, geboekt en geboekstaafd, bestaat, tezamen gedacht, dat heet ik een wezen, en nader bepaald is dat wezen ons Boek- en Boekstafwezen.”

Register

Correspondents - persons

NameBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Dates° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
SexMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl.I, p. 30
NameBroers, Balthasar; Broers, Balthazar; B.B.
Dates° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
ResidenceNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 38; Geneanet
NameCarmans, Josephus
Dates° Lummen, 07/06/1858 - ✝ Hollogne-aux-Pierres, 29/09/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij op 30 mei 1884 benoemd tot kapelaan te Tongeren van de Sint-Jansparochie. In 1894 en 1895 was hij onderpastoor in Herk-de-Stad. In 1898 en 1899 vinden we hem in de Almanach Royal Officiel terug als pastoor-deken van de Sint-Pieterskerk in Boekhout (Limburg). Daarna was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913 in Hollogne-aux-Pierres.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Dates° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor
ResidenceNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Dates° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
ResidenceNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Sources https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 159
NameLahaye, Renerus
Dates° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NameLewylle, Arthur
Dates° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NameMoons, Ludovicus; Moens, Ludovicus
Dates° Eksel, 30/03/1857 - ✝ Hasselt, 06/10/1932
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioLudovicus Moons werd geboren in Eksel op 30 maart 1857. Mogelijk volgde hij zijn priesteropleiding aan het grootseminarie van Luik en was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 mei 1884 werd hij in Luik tot priester gewijd. In de loop van zijn kerkelijke loopbaan was hij werkzaam als pastoor te Leut. Ludovicus Moons overleed in Hasselt op 6 oktober 1932.
Links[odis]
NamePorta, Franciscus Josephus Cornelus
Dates° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor
ResidencePorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 258 ; Geneanet
NameRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NameTheunissen, Henricus
Dates° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 29 mei 1885 werd hij in Luik tot priester gewijd. Datzelfde jaar werd hij leraar en onderpastoor in Peer. Hij gaf er in het Sint-Lambertuscollege Vlaamse les aan de jongens met bijzondere aandacht voor de poëzie van Guido Gezelle. Hij steunde de oprichting van de eerste gilde van de Boerenbond, die op 1 augustus 1890 in Peer tot stand kwam. Met artikels in het Limburgs weekblad "De Kempen" droeg hij bij aan de verspreiding van de ideeën van de organisatie. In 1895 nam Theunissen als directeur de leiding op zich van het Sint-Lambertuscollege. Hij verliet het onderwijs in 1899 en kreeg een aanstelling tot pastoor van de Sint-Martinusparochie in Genk, waar hij tot 1905 werkzaam bleef. In 1905 werd hij pastoor-deken te Tongeren, verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouw-Geboorteparochie. In die periode engageerde hij zich als medeorganisator en geestelijk begeleider voor de Belgische Lourdesbedevaarten. Voor zijn langdurige inzet voor de boerenstand en het culturele leven in de regio ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Kroonorde. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 305; Bidprentje
NameCoenegracht, Theophile Marie; Coenegrachts, Theophile Marie
Dates° Oostham, 29/04/1854 - ✝ Rekem, 27/02/1918
SexMannelijk
Occupationpriester; aalmoezenier; kapelaan; pastoor
BioTheophilus Coenegracht werd geboren in Oostham op 29 april 1854. Hij was de broer van Felix Coenegracht. Hij werd op 15 juni 1878 priester gewijd voor het bisdom Luik. Hij begon zijn geestelijke loopbaan als kapelaan in de Sint-Bartholomeusparochie in Luik, en werd nadien pastoor van de Sint-Remigiusparochie in Grâce-Berleur. In 1892 volgde zijn benoeming tot aalmoezenier in het Bedelaarsgesticht te Rekem, waar hij bleef tot aan zijn overlijden op 27 februari 1918. Coenegracht was een gepassioneerd verzamelaar van prehistorische, Keltische, Germaanse en Romeinse oudheden, met een opmerkelijke collectie tot gevolg. Hij publiceerde onder meer een lezing over prehistorische vondsten in de "Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg" (1912).
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent

Sender

NameBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus; Borgerhoff, Pieter Jan Hubert; Borgerhoff, Joannes
Dates° Dilsen, 31/12/1861 - ✝ Seraing-le-Château, 27/12/1936
SexMannelijk
BioPetrus Joannes Hubertus Borgerhoff werd geboren in Dilsen op 31 december 1861, als zoon van Joannes Mathijs Hubertus Borgerhoff en Maria Catharina Jacobs. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Hij diende als pastoor van Stockay. Petrus Joannes Hubertus Borgerhoff overleed in Seraing-le-Château op 27 december 1936.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl.I, p. 30
NameBroers, Balthasar; Broers, Balthazar; B.B.
Dates° Moelingen, 06/01/1861 - ✝ Eijsden, 24/10/1918
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
ResidenceNederland
BioBalthasar Broers werd geboren in Moelingen (Voeren) op 6 januari 1861, als zoon van Balthasar Broers en Maria Catharina Janssen. Tijdens zijn studies aan het groot Seminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Hij werd priester gewijd op 19 juni 1886 in Luik. Op 17 oktober 1895 werd hij benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Jan Baptist in Herstappe, een functie die hij waarnam tot 1904. Balthasar Broers overleed in Eijsden (Nederland) op 24 oktober 1918.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 38; Geneanet
NameCarmans, Josephus
Dates° Lummen, 07/06/1858 - ✝ Hollogne-aux-Pierres, 29/09/1913
SexMannelijk
Occupationpriester; aalmoezenier
BioJosephus Carmans werd geboren op 7 juni 1858 in Lummen, als zoon van Bernardus Athanasius (°1823) en Anna Maria Josepha Quintens (°1828). Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Hij werd op 22 mei 1884 in Luik tot priester gewijd. Na zijn priesterwijding werd hij op 30 mei 1884 benoemd tot kapelaan te Tongeren van de Sint-Jansparochie. In 1894 en 1895 was hij onderpastoor in Herk-de-Stad. In 1898 en 1899 vinden we hem in de Almanach Royal Officiel terug als pastoor-deken van de Sint-Pieterskerk in Boekhout (Limburg). Daarna was Carmans werkzaam als aalmoezenier in Hollogne-aux-Pierres. Fort Hollogne, waaraan hij verbonden was, maakte deel uit van de fortengordel rond Luik. Josephus Carmans overleed op 29 september 1913 in Hollogne-aux-Pierres.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 42; geneanet
NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameErkens, Gulielmus Josephus; Erkens, Guillaume
Dates° Geleen, 04/07/1857 - ✝ Geleen, 12/04/1938
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor
ResidenceNederland
BioGulielmus Josephus Erkens werd geboren op 4 juli 1857 in Geleen (Nederland) als zoon van Pieter Jozef Erkens (1824-1894) en Maria Joanna Göbbels (1820-1872). Hij volgde de opleiding wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Sint-Truiden, waar hij in de academiejaren 1881-1882 lid was van het letterkundig genootschap 'Utile Dulci'. In 1883 ontving hij van het Davidsfonds een eervolle vermelding voor zijn blijspel met zang in één bedrijf, "Baas Lens of Waar er velen dorschen moet men maai slaan". Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Erkens lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 februari 1886 werd hij te Houthalen tot priester gewijd. Van 1886 tot 1890 doceerde hij Nederlands aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. In deze periode was hij ipso facto voorzitter van 'Utile Dulci'. In 1888 verzorgde hij een heruitgave van J. van den Vondels "Altaargeheimenissen" ten behoeve van studenten. Later werd Erkens aangesteld als pastoor van de Sint-Trudoparochie in Opitter. Hij overleed op 12 april 1938 in Geleen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken: studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 38
NameHover, Franciscus; Hover, Johan Frans
Dates° Posterholt, 25/02/1861 - ✝ 09/04/1923
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
ResidenceNederland
BioFranciscus Hover werd geboren in Posterholt, Nederland op 25 februari 1861. Tijdens zijn studies aan het Groot Seminarie van Luik was hij lid van het ‘Limburgsch Zanterkesgildeke’. Hij werd op 19 december 1885 in Luik tot priester gewijd. Later was hij pastoor van Cras-Avernas. Franciscus Hover overleed op 9 april 1923 in Cras-Avernas, Luik. Hij werd daar ook begraven.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
Sources https://www.geni.com/people/Johan-Frans-Hover/6000000023418564924; E. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 159
NameLahaye, Renerus
Dates° Reppel, 31/03/1862 - ✝ Tongeren, 22/04/1941
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioRenerus Lahaye werd geboren op 31 maart 1862 te Reppel. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. Op 18 december 1886 werd hij te Luik tot priester gewijd. Nadien was hij werkzaam als pastoor op de parochie Jean-Baptist te Tongeren. Hij stierf er op 22 april 1941.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 185
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NameLewylle, Arthur
Dates° Vlamertinge, 15/01/1860 - ✝ Ukkel, 31/12/1914
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
BioArthur Lewylle was de zoon van Julia Bulteel en marktkramer Petrus Lewylle. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en had er de priesters Edmond Houtave als principaal en Frans Boudeweel als titularis in de twee laatste jaren. Hugo Verriest verving Houtave tijdens de retorica van Arthur Lewylle. Voor de prijsuitreiking schakelde Verriest de enscenering in van Albrecht Rodenbach voor een Nederlandstalige opvoering, half augustus 1879. Door de gunstige Vlaamsgezindheid in het college was Arthur Lewylle een geëngageerde filosofiestudent aan het kleinseminarie van Roeselare. Dat kwam hem duur te staan, hij werd weggestuurd door superior Delbar, en meteen kon hij zijn priesterstudies niet verderzetten. Verriest zorgde ervoor dat dit wél kon, in Sint-Truiden voor dat ene jaar filosofie en de resterende jaren theologie in Luik. Ondertussen overleed Rodenbach en Lewylle wou hem herdenken in Sint-Truiden. Dit verbaasde zijn Limburgse medeseminaristen. Hij leerde hen niet alleen Rodenbach en de Blauwvoeterij, maar ook en vooral Gezelle kennen. Correspondentie volgde, de Limburgsch Zantersgildeken kwam er en zelfs het tijdschrift ’"t Daghet in den Oosten" (1885-1914). Voor zijn priesterwijding te Luik op 20 december 1884 kreeg hij een gedicht van Gezelle toegestuurd: 'Het teeken des vreden'. Ook voor zijn eerste mis te Vlamertinge op 23 december 1884 schreef Gezelle een gedicht: "Het land van uw’ geboorte ‘t is". Daarna begon een carrière voor Arthur Lewylle van onderpastoor tot pastoor binnen het bisdom Luik. Begin 1885 werd hij onderpastoor in Verviers, een functie die hij uitoefende tot juli 1888. Dan werd hij onderpastoor van Saint-Gilles in Luik. Later was hij werkzaam in Laar in Vlaams-Brabant en in Halen in Limburg. In augustus 1897 werd hij benoemd tot pastoor in As in Limburg.
Links[odis]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; 't Daghet in den Oosten; gelegenheidsgedichten
NameMoons, Ludovicus; Moens, Ludovicus
Dates° Eksel, 30/03/1857 - ✝ Hasselt, 06/10/1932
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioLudovicus Moons werd geboren in Eksel op 30 maart 1857. Mogelijk volgde hij zijn priesteropleiding aan het grootseminarie van Luik en was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 22 mei 1884 werd hij in Luik tot priester gewijd. In de loop van zijn kerkelijke loopbaan was hij werkzaam als pastoor te Leut. Ludovicus Moons overleed in Hasselt op 6 oktober 1932.
Links[odis]
NamePorta, Franciscus Josephus Cornelus
Dates° Heers, 24/04/1863 - ✝ Heers, 23/10/1940
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor
ResidencePorta, Franz
BioFranciscus Josephus Cornelius Porta werd geboren in Heers op 24 april 1863, als zoon van François Joseph Xavier Porta en Marie Catharina Wijnands. Van 1883 tot 1884 was hij lid van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak', een afdeling van het taalminnend genootschap 'Utile Dulci'. Deze vereniging werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Ze had tot doel het Nederlands correct en vlot te leren spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was Porta lid van het' Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 2 april 1886 werd hij in Luik tot priester gewijd. Nog datzelfde jaar begon hij zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij Griekse, Latijnse en Franse grammatica doceerde. Op 29 januari 1901 werd hij benoemd tot pastoor van Veulen. In zijn parochie richtte hij nieuwe religieuze verenigingen op, waaronder in 1901 de Derde Orde en de Congregatie van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen, en in 1902 de Sint-Antoniusvereniging. Hij speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van een zusterschool vanaf 1913. Namens de parochie sloot hij een overeenkomst met het gemeentebestuur voor de subsidiëring van deze school. Aanvankelijk gaf hij er zelf les, maar vanaf 1916 werd hij op zijn eigen verzoek vervangen door zusters van het Instituut van het Heilig Hart en de Onbevlekte Ontvangenis te Heverlee. Franciscus Porta overleed in Veulen op 23 oktober 1940.
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 258 ; Geneanet
NameRaedschelders, Emiel; Raedschelders, Aemilius
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor
BioEmiel Raedschelders werd geboren in Maaseik op 24 november 1859. Vanaf 1883 was hij werkend lid en voorzitter van het 'Genootschap van Vlaamsche Snelspraak'. Deze afdeling van het taalminnend genootschap Utile Dulci werd in 1883 opgericht aan het kleinseminarie van Sint-Truiden en was verplicht voor de studenten wijsbegeerte. Het genootschap had tot doel de leden te leren Nederlands spreken in het openbaar. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde hij Limburgse woorden voor Guido Gezelle. Hij werd op 18 december 1886 in Luik tot priester gewijd en begon zijn loopbaan als onderpastoor in Luik, Saint-Gilles (1886-1888), vervolgens Sainte-Walburge (1888-1893), Sint-Martinus, Sint-Martens-Voeren (1893-1895), Rutten (1895-1897) en Sint-Dionysius, Opoeteren (1897-1899). In 1899 werd hij pastoor van Sint-Hubertus, Neerglabbeek, een functie die hij uitoefende tot zijn emeritaat in 1910. Hij overleed in Maaseik op 27 februari 1945.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, I, p. 262
NameTheunissen, Henricus
Dates° Bree, 23/12/1859 - ✝ Bree, 19/11/1929
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor; deken
BioHenricus Theunissen werd geboren in Bree op 23 december 1859. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het Limburgsch Zanterkesgildeke. Op 29 mei 1885 werd hij in Luik tot priester gewijd. Datzelfde jaar werd hij leraar en onderpastoor in Peer. Hij gaf er in het Sint-Lambertuscollege Vlaamse les aan de jongens met bijzondere aandacht voor de poëzie van Guido Gezelle. Hij steunde de oprichting van de eerste gilde van de Boerenbond, die op 1 augustus 1890 in Peer tot stand kwam. Met artikels in het Limburgs weekblad "De Kempen" droeg hij bij aan de verspreiding van de ideeën van de organisatie. In 1895 nam Theunissen als directeur de leiding op zich van het Sint-Lambertuscollege. Hij verliet het onderwijs in 1899 en kreeg een aanstelling tot pastoor van de Sint-Martinusparochie in Genk, waar hij tot 1905 werkzaam bleef. In 1905 werd hij pastoor-deken te Tongeren, verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouw-Geboorteparochie. In die periode engageerde hij zich als medeorganisator en geestelijk begeleider voor de Belgische Lourdesbedevaarten. Voor zijn langdurige inzet voor de boerenstand en het culturele leven in de regio ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Kroonorde. Henricus Theunissen overleed in Bree op 19 november 1929.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 305; Bidprentje
NameCoenegracht, Theophile Marie; Coenegrachts, Theophile Marie
Dates° Oostham, 29/04/1854 - ✝ Rekem, 27/02/1918
SexMannelijk
Occupationpriester; aalmoezenier; kapelaan; pastoor
BioTheophilus Coenegracht werd geboren in Oostham op 29 april 1854. Hij was de broer van Felix Coenegracht. Hij werd op 15 juni 1878 priester gewijd voor het bisdom Luik. Hij begon zijn geestelijke loopbaan als kapelaan in de Sint-Bartholomeusparochie in Luik, en werd nadien pastoor van de Sint-Remigiusparochie in Grâce-Berleur. In 1892 volgde zijn benoeming tot aalmoezenier in het Bedelaarsgesticht te Rekem, waar hij bleef tot aan zijn overlijden op 27 februari 1918. Coenegracht was een gepassioneerd verzamelaar van prehistorische, Keltische, Germaanse en Romeinse oudheden, met een opmerkelijke collectie tot gevolg. Hij publiceerde onder meer een lezing over prehistorische vondsten in de "Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg" (1912).
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Name - person

NameBeyaert, Georges (Joris) Vincent Eugène Louis; Joris
Dates° Kortrijk, 21/05/1856 - ✝ Kortrijk, 14/12/1904
SexMannelijk
Occupationdrukker; uitgever; bibliothecaris
BioGeorges Vincent Eugène Louis Beyaert was de enige zoon van Eugène Beyaert en Hortense Deljoutte. Bij het overlijden van zijn vader in 1879 nam de 23-jarige Georges de goed draaiende drukkerij en boekhandel in het centrum van Kortrijk over. Hij drukte meestal onder de oorspronkelijke firmanaam. Hij was vooral bekend als drukker-uitgever van katholieke kranten en bladen zoals de Courrier de Courtrai et de l’Arrondissement (1876-1882), de Gazette van Kortrijk (1876-1914) en het Gildeblad der Ambachten, Neringen en Nijverheden van Kortrijk (1891-1907). Hij drukte ook verschillende werken en gedichten van Guido Gezelle en Pieter Theodoor Stevens, die trouwens beiden talrijke artikels leverden voor de Gazette van Kortrijk. Zo was hij verantwoordelijk voor de uitgave van Gezelles tijdschrift Loquela, de Davidsfondsuitgaven van Hiawatha (1886) en Gezelles vertaling van de Goddelijke Beschouwingen (1897) van bisschop Waffelaert. Ook de tweede uitgave van De Bo’s Westvlaamsch Idioticon kwam bij hem van de pers. Naast zijn drukke beroepsbezigheden was Georges Beyaert in 1878 ook nog stadsbibliothecaris van Kortrijk geworden en in 1881 boekbewaarder van de plaatselijke Davidsfondsafdeling. In 1888 trad hij in het huwelijk met Marie Vanlerberghe en hij kreeg met haar zeven kinderen. Rond de eeuwwisseling maakte hij deel uit van een commissie die ijverde voor de oprichting van een gedenkteken voor Guido Gezelle te Kortrijk. Hij overleed na een kortstondige ziekte op 48-jarige leeftijd. Zijn weduwe zette de onderneming voort.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; drukker van Gezelles werk
Sources https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=beya001
NameBormans, Jan Hendrik; Broeder Geraert
Dates° Sint-Truiden, 17/11/1801 - ✝ Luik, 04/06/1878
SexMannelijk
Occupationhoogleraar; filoloog
BioJan-Hendrik Bormans studeerde klassieke talen aan de Universiteit van Luik en begon zijn loopbaan als docent poësis en retorica aan het Seminarie van Luik (1818-1820). Daarna was hij studiemeester aan het koninklijk college in Luik (1820-1825), docent en rector in Sint-Truiden (1825-1834) en rector in Hasselt (1834-1835). Van 1835 tot 1837 doceerde hij Nederlandse en Griekse letteren aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij via Jan Frans Willems en andere flaminganten interesse kreeg in de Middelnederlandse literatuur. In 1837 keerde hij terug naar de Universiteit van Luik, waar hij klassieke talen en vanaf 1851 ook Nederlands doceerde. Hij ging in 1865 met emeritaat. Als pionier in de studie van de Middelnederlandse literatuur gaf Bormans werken uit zoals Leven van Sinte Christina, Der Naturen Bloeme van Jacob van Maerlant en de Brabantse Yeesten. Hij was lid van de Leidse Maatschappij van Nederlandse Letterkunde en speelde een belangrijke rol als lid en rapporteur van de eerste Spellingscommissie. In 1857 publiceerde hij in "Dietsche Warande" een Middelnederlandse vertaling van het Leven van Sint-Lutgart en stelde voor haar uit te roepen tot patroonheilige van de Nederlandse taal- en letterkunde, een idee dat bij Guido Gezelle bijval vond. Vanaf 1858 correspondeerde Guido Gezelle met Bormans over een handschrift van Jan Praet, dat Gezelle via Kanunnik Van Verdeghem van de Brugse zwartzusters in bruikleen had gekregen. Bormans werkte jarenlang aan de editie van dit handschrift en publiceerde het in 1872. Hij droeg ook bij aan Gezelles taalstudie. Zijn waardering voor het werk van Gezelle was een argument in de polemiek rond het taalparticularisme.
Links[wikipedia]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
SourcesHessmann, Pierre. De briefwisseling Bormans-Gezelle. In: Gezelliana: 1 (1970) 1-2, 28-48; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/bormans-jan-hendrik
NameCeyssens, Michiel
Dates° Beringen, 29/01/1833 - ✝ Hasselt, 11/01/1927
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; boekdrukker
BioMichiel Ceyssens was Hij werd geboren op 29 januari 1833 te Beringen als zoon van Jean Arnold, notaris en burgemeester (Eksel 1788 – Beringen 1846), en Carolina Bellefroid (Genk, 1794 – Hasselt 1866). Hij werd boekhandelaar en drukker en zette de drukkerszaak van zijn in 1866 overleden broer Henri Joseph verder samen met zijn jongere broer Pierre Alphonse. In 1866 en 1867 kocht hij twee Hasseltse drukkerijen, ‘Den Gulden Kelck’ in de Nieuwstraat en ‘Den Yseren Kerf’ in de Demerstraat, op om de bladen “Le Constitutionnel du Limbourg Belge” en “De Onafhankelyke der Provincie Limburg” uit te geven. Tevens drukte en publiceerde hij het taal- en volkskundige magazine “’t Daghet in den Oosten”, waarmee Guido Gezelle nauw verbonden was, van 1885 tot 1910, waarna hij het beheer van zowel zijn populaire boekenwinkel op de Grote Markt als de drukkerij in de handen zijn zoon Jules Ceyssens legde. 17 jaar later, in 1927, stierf Michiel Ceyssens in Hasselt.
Relation to Gezelleadressenlijst Cordelia Van De Wiele; drukker van 't Daghet in den Oosten
Sources https://www.hasel.be/ceysens-michiel-1833-1927; Ward Segers, Letteren & Woord: Een onderzoek naar het literair erfgoed van Hasselt. S.l.: s.n., 2013; Anny Corens, 't Daghet in den Oosten Limburgs tijdschrift uit de 19e eeuw - taalkunde, folklore, letterkunde. Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, Antwerpen, 1971
NameClaes, Désiré; Desideer, Diederik; Jan Klaes; E. Caerdistels
Dates° Neerlinter, 26/12/1836 - ✝ Namur, 07/03/1910
SexMannelijk
Occupationleraar; taalkundige; schrijver
BioDésiré Claes was de jongste zoon in het landbouwersgezin van Joannes Claes en Anne Marie Vanderlinden. Na zijn opleiding aan de Lagere Normaalschool in Lier werkte hij als leraar Nederlands in het Stadscollege van Tienen (1869) en in het Koninklijk Atheneum in Hasselt (1870-1880). In 1864 huwde hij Anna Brouwers uit Stokkem. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren. Claes publiceerde geregeld handleidingen en schoolboeken om de taalzuiverheid bij zijn leerlingen te promoten en bereidde zijn leerlingen voor om deel te nemen aan taalcompetities. Daarnaast was hij actief in het verenigingsleven. Zo ondernam hij initiatieven ten voordele van de bekroonde toneelgroepen De Ware Vrienden en de Koninklijke Maatschappij Sint-Cecilia, en richtte hij in 1875 de plaatselijke Davidsfondsafdeling op. Toen de liberalen in 1880 terug in de regering kwamen, werd hij omwille van zijn Vlaamsgezindheid overgeplaatst naar het Koninklijk Atheneum van Namen, waar hij zich bleef inzetten om zijn Waalse studenten de Vlaamse taal bij te brengen. Mede door de steun van Guido Gezelle werd Claes toegelaten tot de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, in 1888 als lid en vanaf 1895 als werkend lid. Binnen dit gezelschap publiceerde hij tal van bijdragen en trad hij op als lid van verschillende commissies. Daarnaast schreef hij gedichten, toneelwerken, vertalingen en verslagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
Sources https://www.hasel.be/claes-d%C3%A9sir%C3%A9-1836-1910
NameCoenegracht, Felix; Coenegrachts, Felix
Dates° Oostham, 07/09/1862 - ✝ Oostham, 20/03/1946
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioFelix Coenegracht werd geboren op 7 september 1862 Oostham als zoon van Deodatus (1825-1907), onderwijzer te Oostham en Theresia Lambertina Caels (1823-1897). Het gezin telde drie zonen die tot priester werden gewijd, en één zoon die intrad bij de jezuïeten. Net als zijn broer Theofiel Coenegracht correspondeerde hij met Guido Gezelle. Tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Luik was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgildeke'. Op 30 mei 1885 werd hij priester gewijd te Luik. Zijn loopbaan begon in 1884 als leraar aan het Sint-Jozefscollege in Beringen. Vanaf 1889 was hij onderpastoor aan de Sint-Quintinuskerk in Hasselt. In 1897 werd hij benoemd tot pastoor te Zonhoven, een functie die hij vervulde tot zijn emeritaat in 1928. Ter gelegenheid van deze benoeming werd hij door 'Het Leesgezelschap Hasselt' gehuldigd voor zijn rol als stichter en oud-voorzitter (1896). Hij overleed op 20 maart 1946 te Oostham.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, dl. I, p. 54; Geneanet; Anny Van der Meulen-Corens, ‘De Geschiedenis van “'t Daghet” in het Kader van de Limburgse Volkskunde’, in ’t Daghet in den oosten (1885-1914). Antwerpen: Centrum voor Studie en Documentatie, 1971, XXXVII-XXXIX
NameDe Bo, Raphaël
Dates° Kortrijk, 07/04/1859 - ✝ Kortrijk, 28/03/1934
SexMannelijk
Occupationmuziekleraar; organist; pianist
BioRafaël De Bo werd op 7 april 1859 te Kortrijk geboren als zoon van deurwaarder Jan De Bo en Julienne Vande Wiele. Julienne was een zus van Cordelia Vande Wiele, had een winkel in de Begijnhofstraat 15, en gaf pianolessen. Ook Rafaël was geboren met muzikaal talent en was pianovirtuoos. In 1875, het jaar dat hij de handelsklassen beëindigde, werd hij organist van de O.-L.-Vrouwekerk van Kortrijk. Tien jaar nadien werd hij er benoemd tot kapelmeester, een functie die hij 57 jaar lang uitoefende. In 1897 schreef Guido Gezelle een lofdicht voor de gevierde kapelmeester. Daarnaast was Rafaël ook organist in de St.-Michielskerk, lid van de Bond van ’t Heilig Hart en van diverse parochiale genootschappen. Hij werd vereerd met de titel van Ridder in de Leopoldsorde, en kreeg ook het kruis Pro Ecclesia et Pontifice. Hij bleef als vrijgezel in zijn ouderlijke woning wonen totdat hij op 28 maart 1934 overleed.
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://www.delcampe.net/; J. de Mûelenaere, Bij een portrettekening van Cordelia Vande Wiele. In: De Leiegouw 14 (1972) 3, p. 325-354; A. Peel, Kortrijk...70 haar terug. Kortrijk: Groeninghe, p. 76-78
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NameVan De Putte, Rykhart; Van De Putte, Richardus; Van De Putte, Rijkhaard, Van De Putte, Richard; Aerdryck (uit den Oosten)
Dates° As, 21/10/1861 - ✝ Sint-Truiden, 18/11/1932
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioRykhart Van De Putte werd geboren te As op 21 oktober 1861 als oudste zoon van Désiré Van De Putte (°1831) en Maria Catharina Nys (1823-1894). Na de benoeming van zijn vader tot maréchal de logis (wachtmeester) te Ieper volgde Rykhart er zijn humaniorastudies aan het Sint‑Vincentiuscollege. In 1882-1883 studeerde hij filosofie aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij begon zijn theologieopleiding in het grootseminarie van Brugge en zette vanaf de lente 1884 zijn studies verder aan het grootseminarie te Luik, waar hij lid werd van 'het Limburgsch Zantersgildeke'. In de zomervakantie van 1884 verbleef hij twee dagen bij Guido Gezelle te Kortrijk waarbij ze samen de regels van het op te richten tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" bespraken. Van De Putte was dan ook actief betrokken bij de oprichting van dit studenblad en stond lange tijd in voor de praktische organisatie van het drukwerk en de inschrijvingenvan het blad. Na zijn priesterwijding in het bisdom Luik droeg Van de Putte op 21 december 1886 zijn eremis op te As. Op 3 juni 1887 werd hij benoemd tot onderpastoor van de Sint-Servaaskerk in Luik. Hij woont er in de Volièrestraat vlak bij de kerk. Later werd hij benoemd tot pastoor van de Sint-Jan-de-Doperkerk in Binderveld, een dorp in Noord-Haspengouw. Van De Putte overleed te Sint-Truiden op 18 november 1932.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, II, p. 320; Geneanet
NameGilissen, Franciscus
Dates° Maaseik, 10/09/1841 - ✝ Spa, 09/03/1915
SexMannelijk
Occupationpriester; aalmoezenier
BioFranciscus Gilissen werd geboren in Maaseik op 10 september 1841 en werd op 15 juni 1867 tot priester gewijd in het bisdom Luik. Hij was onder meer actief als aalmoezenier in de gevangenis van Luik. Hij bleef als priester verbonden aan het bisdom tot aan zijn overlijden op 9 maart 1915 in Spa.
Links[odis]
NameDaris, Arnold Josephus Matheus; Daris, Joseph
Dates° Borgloon, 18/09/1821 - ✝ Borgloon, 11/09/1905
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; professor; bibliothecaris; archivaris; historicus; auteur
BioArnold Josephus Matheus Daris werd op 18 september 1821 geboren te Borgloon, als zoon van Martin Daris (1777-1835), gemeentesecretaris en vrederechter, en Maria Christina Kalcker (1785-1849). Jozef volgde klassieke humaniora in Tongeren en Rolduc, en studeerde filosofie en theologie aan het Grootseminarie van Luik. Daris werd er op 21 december 1844 tot priester gewijd. Hij doceerde van 1851-1854 Grieks en apologetiek aan het pas opgerichte Kleinseminarie te Sint-Truiden, en van 1854 tot 1897 canoniek recht en kerkgeschiedenis aan het Grootseminarie te Luik. Daarna bleef hij er als bibliothecaris en archivaris wonen. Als studax en autodidact bekwaamde hij zich in de historiografie en bronnenstudie. Zij grote passie vertaalde zich in ontelbare historische werken over zijn geboortestad Borgloon, het prinsbisdom Luik, en de kerken van het diocees. Daarnaast zagen de “Praelectiones canonicae quas in seminario leodiensi habuit Josephus Daris” het licht in Luik tussen 1861 en 1865. Dat zijn drie gepubliceerde delen van colleges over canoniek recht. Daris werd titulair kanunnik in 1880. Op 83-jarige leeftijd nam Josephus Daris zijn intrek bij zijn nicht in Borgloon en overleed er kort nadien op 11 september 1905.
Links[odis]
Sources https://gw.geneanet.org; https://www.daris.be/daris.htm
NameLutgardis van Tongeren; Sint-Lutgart; Schutsvrouwe van Vlaanderen
Dates° Tongeren, 1182 - ✝ Aywières/Awirs, 16/06/1246
SexVrouwelijk
OccupationBenedictines; mystica; heilige
BioDe heilige Lutgardis, patroonheilige van vrouwen en blinden, werd in het jaar 1182 geboren in het Limburgse Tongeren. Op twaalfjarig leeftijd trad zij toe tot het benedictijnse Sint-Catharinaklooster te Sint-Truiden. Hoewel ze eerst weinig interesse toonde in het kloosterleven, legde ze zich hier sterk op toe nadat Christus aan haar verscheen tijdens een visioen. Op twintigjarige leeftijd deed ze dan ook haar officiële professie als benedictines. In 1206 zou ze vervolgens vertrekken naar de cisterciënzerinnenabdij van Awirs in Luik, waar ze tot haar overlijden op 16 juni 1246 zou verblijven. Haar latere verering als patrones van het Vlaamse volk en de Vlaamse beweging stamt uit haar verblijfsperiode te Luik, aangezien zij volgens haar biografie tot Maria gebeden zou hebben om een bestuursfunctie binnen de abdij te kunnen ontwijken, waarop de Heilige Maagd het haar onmogelijk maakte om het Frans te leren. Guido Gezelle zou haar na een voorstel van filoloog Jan Hendrik Bormans propageren als patroonheilige van de “dietsche taal en letterkunde”, en Gezelle’s leerling Adolf Duclos zou haar naam opnemen in die van zijn culturele gilde, de Sint-Lutgardisgilde.
Links[wikipedia]
Sources https://www.dbnl.org/tekst/_lit003199701_01/_lit003199701_01_0034.php

Name - institute

NameLimburgsch Zantersgildeken
DescriptionIn 1883 ontstond het Limburgsch Zantersgildeken aan het Grootseminarie van Luik. Andere benamingen voor de groep zijn Gilleke of Gildeken. Gezelle zelf sprak hen aan als ‘Mijne brave Heeren van het Gulleken, guldeken, gildeken’. Zelf noemden zij zich daarna 'Gullebroêrs'. Via de West-Vlaamse seminarist A. Lewylle leerden A. Cuppens en J. Lenaerts reeds aan het kleinseminarie van Sint-Truiden het dichtwerk van Guido Gezelle en diens tijdschrift "Loquela" kennen. In diezelfde periode publiceerde Mgr. Rutten, kanunnik van de kathedraal van Luik (1880–1885) en later bisschop, geschriften over de herwaardering van de Vlaamse taal, vanuit een sociaal-katholieke bewogenheid. Die liefde voor de eigen volkstaal vond weerklank bij een tiental jonge bevriende seminaristen, die door A. Cuppens en J. Lenaerts, en op hun vraag, ook door Gezelle op sleeptouw werden genomen. Deze groep Limburgse Gezellianen wilden de Nederlandse taalschat verrijken met uitgelezen woorden en gezegden uit de Limburgse volksmond. Zij plaatsten persoonlijk hun namen onder een nieuwjaarsbrief van 1 januari 1884 aan Gezelle. Hij bezocht hen in Luik in de zomer van datzelfde jaar. Op 1 februari 1885 verscheen het eerste nummer van hun tijdschrift, "’t Daghet in den Oosten: : Limburgsch tijdschrift voor alle liefhebbers van taal- en andere wetensweerdigheden", onder redactie en deskundige leiding van Guido Gezelle. Aanvankelijk bleven deze seminaristen min of meer onder de radar, wegens de kritische houding van hun oversten, maar vanaf 1886 werden zij een officiële Limburgse gouwgilde.
Dating1883-?
Links[wikipedia]

Title - poem by Guido Gezelle

TitleDe gulden woensdag of het godlijk blijspel
PublicationTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 530

Title - work by Guido Gezelle

TitleLoquela
Links[gezelle.be]
TitleOns Oud Vlaemsch

Title - other work

TitleLa chanson de Roncevaux, fragments d'anciennes rédactions thioises, avec une introduction et des remarques
AuthorBormans, Jan Hendrik
Date1864
PlaceBruxelles
PublisherHayez
Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens
TitleGedichten
AuthorClaes, Désiré
Date1885
PlaceTongeren
PublisherTheelen-Michiels
TitleDictionarium Triglotton, Hoc Est Tribus Linguis, Latina, Graeca, Et Ea Qua Tota Haec Inferior Germania Utitur, Constans, ...
AuthorServillius, Johannes (Knaap, Jan)
Date1546
PlaceAntverpiae
PublisherMichaelem Hillenium
TitleChronijk der landen van overmaas en aangrensende gewesten
AuthorTreckpoel, Petrus (aut); Habets, Joannes Josephus (ed)
Date1870
PlaceRoermond
PublisherJ.J. Romen
TitleLeven van Sente Kristina (Sinte-Christina) [handschrift]
AuthorBroeder Gheraert
Date14e-15e eeuw
TitleLeven van Sinte Lutgart. [handschrift]
AuthorBroeder Gheraert
Date14e eeuw

Index terms

Correspondents - persons

Borgerhoff, Petrus Joannes Hubertus
Broers, Balthasar
Carmans, Josephus
Cuppens, August
Erkens, Gulielmus Josephus
Gezelle, Guido
Hover, Franciscus
Lahaye, Renerus
Lenaerts, Leonard Willem Jakob
Lewylle, Arthur
Moons, Ludovicus
Porta, Franciscus Josephus Cornelus
Raedschelders, Emiel
Theunissen, Henricus
Coenegracht, Theophile Marie

Name - institute

Limburgsch Zantersgildeken

Name - person

Beyaert, Georges (Joris) Vincent Eugène Louis
Bormans, Jan Hendrik
Ceyssens, Michiel
Claes, Désiré
Coenegracht, Felix
De Bo, Raphaël
Lenaerts, Leonard Willem Jakob
Van De Putte, Rykhart
Gilissen, Franciscus
Daris, Arnold Josephus Matheus
Lutgardis van Tongeren

Recipient

Gezelle, Guido

Sender

Borgerhoff, Petrus Joannes Hubertus
Broers, Balthasar
Carmans, Josephus
Cuppens, August
Erkens, Gulielmus Josephus
Hover, Franciscus
Lahaye, Renerus
Lenaerts, Leonard Willem Jakob
Lewylle, Arthur
Moons, Ludovicus
Porta, Franciscus Josephus Cornelus
Raedschelders, Emiel
Theunissen, Henricus
Coenegracht, Theophile Marie

Title - other work

La chanson de Roncevaux, fragments d'anciennes rédactions thioises, avec une introduction et des remarques
t Daghet in den Oosten
Gedichten
Dictionarium Triglotton, Hoc Est Tribus Linguis, Latina, Graeca, Et Ea Qua Tota Haec Inferior Germania Utitur, Constans, ...
Chronijk der landen van overmaas en aangrensende gewesten
Leven van Sente Kristina (Sinte-Christina) [handschrift]
Leven van Sinte Lutgart. [handschrift]

Title - poem by Guido Gezelle

De gulden woensdag of het godlijk blijspel

Title - work by Guido Gezelle

Loquela
Ons Oud Vlaemsch

Title[31/12/1884?], s.l., [August Cuppens] en de gildebroêrs van het Limburgsch Zantersgildeken aan [Guido Gezelle]
EditorMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Cuppens August, Lenaerts Leonard Willem Jakob, Lewylle Arthur, Coenegracht Theophile Marie, Carmans Josephus, Erkens Gulielmus Josephus, Lahaye Renerus, Theunissen Henricus, Broers Balthasar, Porta Franciscus Josephus Cornelus, Raedschelders Emiel?, Hover Franciscus, Borgerhoff Petrus Joannes Hubertus en Moons Ludovicus aan Gezelle Guido, s.l., [31/12/1884?]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
Sender[Cuppens, August]
SenderLenaerts, Leonard Willem Jakob
SenderLewylle, Arthur
SenderCoenegracht, Theophile Marie
SenderCarmans, Josephus
SenderErkens, Gulielmus Josephus
SenderLahaye, Renerus
SenderTheunissen, Henricus
SenderBroers, Balthasar
SenderPorta, Franciscus Josephus Cornelus
Sender[Raedschelders, Emiel??]?
SenderHover, Franciscus
SenderBorgerhoff, Petrus Joannes Hubertus
SenderMoons, Ludovicus
SenderLimburgsch Zantersgildeken
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent[31/12/1884?]
Place Sents.l.
AnnotationDatum en adressaat gereconstrueerd op basis van de brieftekst: de brief is geschreven net voor nieuwjaar 1885 + de brief volgt op brief nr.7467; adressant gereconstrueerd op basis van het handschrift.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Lay-out brief in handschrift van August Cuppens
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7468
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13836
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/fa96757bca5f51fe36befb7af13fb276be5aa638/manifest
Content Description
IncipitWij wenschen u altemaal uitderherte een zalig
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.