Wij wenschen u altemaal uitderherte een zalig nieuwjaar; bloei van gezondheid en groeite in heiligheid! God geve dat wij 't nog dik mogen doen!-
Voor nieuwejaar krijgt gij dit paksken woorden en andere opgeraapte dingen t'huis: hope dat gij er meê gediend zijt. Daar zijnder nog een honderd van H. Gilissen bij. Hertelik dank voor de kostelike hulp en de wijs raadgevingen die gij ons gedurig schikt. Wij doen u waarlik te veel aan, beste meester, en wisten wij niet dat gij toch goedwillig ons geplaag en gevraag verdroegt, wij zouden dik beschaamd staan, van u zoo gedurig lastig te vallen.
Maar toe! ter liefde Gods en Zijner waarheid! blijf ons gesukkel ondersteunen en ons onbezonnenheid verduldig verdragen: wij meenen het toch goed en zijn er u zoo dankbaar voor!
Gij zult heel waarschijnelik ook een van deez' dagen ander kladprenten krijgen, wij hebben alles opgestuurd naar den drukker, wat gereed was.
Schrijft gij niets over darren[1] of zijt gij er nog meê bezig? Dat woordeken is zoodanig beklapt en beknibbeld en vies ontvangen geweest dat er in den eersten n° bekans moest van gesproken worden: 't is voor velen de reden geweest dat zij niet wouden inschrijven, voor anderen de reden dat zij ingeschreven hebben. Wat dunkt u? Zouden wij 't woordeken niet in de korenzang[2] zetten met wat breederen uitleg? - Van een uitgaaf[3] van Ste Luitgaarde en weten wij ongelukkiglik niets . Ik geloof niet dat het gedicht uitgegeven is geweest. Zou 't handschrift ervan ook niet naar Engeland gegaan zijn met de overschietende boeken van Ste Kerstine? om in nieuw papier verkeerd te worden? Dat is een droef historie geweest met die boeken van Bormans zaliger! p2Zij zijn verkocht geworden aan 4 centiemen den kilogr. aan een engelsch papierfabriek!
Wij zullen zoeken achter de Limburgsche Kronijk en den Woordenboek van Servilius. Maar of wij dezen woordenboek zullen vinden?
Nu gaan wij, Koob en ik, de werken van kan. Daris eens nalezen waar veel oud Limburgsch instaat en u al de merkweerdige woorden en wendingen eraf op papierlingen schrijven. Zouden wij niet?
Rijkaart maakt eenen lijst gereed van aanbevelingsweerdige Vlaamsche tijdschriften.[4] Loquela komt voorop, daarna Ons Oud Vlaemsch dat zeker langst Midden-Afrika aan 't omreizen is om hem ook aan de “Boeren”[5] bekend te maken.
Professor D. Claes en geeft zijnen boek[6] niet uit: hij kan er niet aan uit want hij heeft nog geen honderd inschrijvers!
Daar is nog maar één professor van 't Vlaamsch in heel ons bisdom die op “'t Daghet” ingeschreven heeft en 't is nog een van ons gildeken.
Wij hebben nu al redelik ver over de 200, en 't komt maar toe bij; 't zou mij niet verwonderen, begosten wij met 300 inschrijvers. De drukker heeft mij gezeid dat hij zeer tevreden was met ons “'t Daghet” omdat hij nu wat meer zou bekend geraken. Hij doet het alleen voor de eer, zegt hij, en des en zal hij niets sparen om 't blätteken bezonder goed te verzorgen. De zetter is mij al een vinnig mensch en hij heeft er trek in: “'t zal allemaal eerste klas zijn” heeft hij gezeid “Druk en papier”. Een leus en hebben wij nog niet: weet gij zoo niets?[7]
Van herte bedankt voor uwen wonderschoonen “Gulden Woensdag”[8] Ik had de kladprent al eens nagezien maar kost er maar niet uit wat het eigentlik was. Och! hoe schoon! hoe eenvoudig! en wat een prachtige taal! Kost er zoo iets nog eens in de kerk gespeeld worden! 't Ware wat anders als al die zotte missen met trompetten en trombalen[9] en allerhande groot wereldsch geschal van menschen die voor geld de lieden komen verstorenp3in hun gebed!
Dat blijspel moet omtrent klinken, dunkt mij, in 't passieevangelie dat hier in de goe week gezongen wordt. Is 't muziek ook in den trant van den Kerkzang gemaakt? 'k ga er eens om schrijven naar Beyaart.
Koob zit in de nesten met zijn Limburgsch volk[10] hij kan maar niet te wete komen waar 't Limburgsch taalgebied juist moet bepaald worden.
Hij is van zin 't een of 't ander Limburgsch volksdichteken in de drij gouspraken te zetten om het verschil beter doen uit te komen.
Ik ben van zin (als 't u bevalt) onder de hoofding Nullius et Ommium,[11] te beginnen met wat Limburgsche raadsels te berde te brengen om de lezers aan te zetten om ook raadsels binnen te sturen.
P.S. Hier ligt ook een brok van 't Roelandslied in 't Limburgsch(?),[12] uitgegeven van Bormans en gevonden van Prof. Daris. Ook van spreken[13] in Boek- en Boekstafwezen?[14]







