<Hit 1258 of 3122

>

p1+ Geloofd zij Jezus Christus
Weleerweerde Heer en Meester,

Ja wel, ik was heim toen ge mij verzocht hebt die t'huisen te bezorgen aan Mr Minnaert.[1] Ik heb geschreven naar de 7 vrienden onzer zaak die ik in Limburg beken, maar en heb van geen eenen ander antwoord gekregen als dees: “'t Spijt mij danig, maar ik zal der niet kunnen zijn”. Zij gaan bekans allegaar naar Luyk, op de geestelike afzondering, die pront[2] dien dag[3] valt.

Zelfs E. H. Polyd. Daniëls die zeker en heel geeren gekomen ware en kan 't niet doen voor de zelfte reden.

Ware de lijkdienst[4] wat vroeger, - eentige dagen maar! - gesteld, daar zouden ten minsten een man of twee, drij, van 't verre Limburg daar zijn: 't best en toe en mist niemand van ons allen.[5]p2Wat ons betreft, Koob, Rijkhart en mij, wij zouden met blijdschap komen al is ons verlof ook den tweeden Oct. uit, maar 1° wij zijn zoo schamele boden van Limburg voor zoo nen man wi E. De Bo Zaliger en 2° de reis kost te veel voor onze studentenbeurskens.[6] Wij kunnen ons trimestergeld goed genoeg opkrijgen met briefwisselingen en tijdschriften te betalen. Wat wij den dierbaren overledene kunnen geven zullen wij: onze gebeden voor zijne zielezaligheid en eene Misse op dien dag. Daar zal voor gezorgd worden.

Kunt gij den dag niet veranderen, mij dunkt dat hij slecht valt - zoo op 't einde van 't verlof - voor alle professors en studenten.

Wij hopen wel dat het verslag van die schoone vergadering zal gedrukt worden p3en dat wij er zoo toch ons nut zullen van halen.[7]

Met groote blijdschap 't goed nieuws van uwen geleerden en beminden Joh. Winkler vernomen. Wij zullen altijd blijven voort bidden, hoe langer hoe meer, voor hem, en 't zal wel moeten lukken![8]

Mijnh. Daniëls zegt dat hij maar twee bijdragen van hem ontvangen heeft, de leste[9] zal uitkomen in Sept.- en Oostm.[10] afl.[11] die gelijk zullen uitkome in 't korte en waar af gij de klad nu wel zult ontvangen hebben zeker?

Ik geloof dat uwen uitleg van koevermoedte[12] niet krek[13] is.

Koe = vache en zouen ze nooit zóó uitspreken in de Kempen, en bezonder te Weert niet.

‘ne koevereer zeggen ze te Peer voor nen huivereer

Kan h niet = k zijn, en zou koevermoedte niet kuiver-moedte zijn, = een genegenheid tot huiveren, een koureizigheid, zóó ze te Beeringen zeggen, en in verder uitgestrektep4beteekenis, een lastigheid, een gewendte van te protten en te zaniken, uit nen donkeren hoek van 't huis waar de koevereer gedoken zit? Wij zullen 't woord maar bewaren tot wij verder bescheid hebben.

Nu groet ik u eerbiedig en zeer dankbaar en genegen in Christo.

Ik zal toch eentige t'huisen opzende aan Mr Minnaerts; misschien is de eene of de andere nog over te halen, en ik zal ook nog eens aan Mr Daniëls vragen of hij niet kan uitstellen van naar Luyk te gaan tot nen anderen keer, en hem daarom uw kaarteke opschikken.

Uw dankbare en toegenegen
August Cuppens

Annotations

[1] Minnaert was medestichter en lid van de Tieltse afdeling van het Davidsfonds betrokken bij de organisatie van de Huldedag van L. L. De Bo op 30 september 1885. Gezelle had graag Limburgers op de huldeviering van De Bo gehad.
[2] Precies, stipt.
[3] 30 september 1885.
[4] De begrafenis van L.-L. De Bo vond plaats in Poperinge op 28 augustus 1885. Op 30 september 1885 organiseerde het Davidsfonds Tielt een Huldedag met rouwdienst en een tentoonstelling van De Bo’s waardevolle boeken en manuscripten. Bij die gelegenheid voerden onder anderen K. De Gheldere en G. Gezelle het woord. De studenten streden voor een verregaande toepassing van de wet op de vernederlandsing van het katholiek onderwijs (1883). Ze werden steeds kritischer tegenover het bisdom en het Davidsfonds. De spanning bereikte een hoogtepunt na de dood van Leonard De Bo in de late zomer van 1885. Enkele weken na de grootse Vlaamse studentenlanddag sprak Guido Gezelle erg tegen zijn zin op de grote huldeviering voor De Bo op 30 september te Tielt. Tijdens de viering, georganiseerd door het Davidsfonds, nam hij nadrukkelijk afstand van de studentenstrijd en noemde hen ruitebrekers.
[5] : dan zou niemand van ons allen iets missen.
[6] Cuppens zal toch aanwezig zijn op de huldeviering. Hij kan naar West-Vlaanderen reizen voor een tweedaags verblijf, dit omdat Gezelle zijn reiskosten betaalde en Cuppens in zijn huis liet logeren. Zie brief van A. Cuppens aan G. Gezelle van xx/10/1885.
[7] Gezelles redevoering en verslag van de huldedag verschenen in Rond den Heerd: Guido Gezelle, Kerkhofblommen, geplukt bij het graf van zaliger den zeer eerweerden Heer Pastor en Deken L.-L. De Bo. In: Rond den Heerd: 20 (4 October 1885) 45, p. 349-356, en het verslag van de dag: G. Gezelle, Hulde aan De Bo te Thielt, 30 september 1885. In: Rond den Heerd: 20 (4 October 1885) 45bisp. 357-364.

Met vermelding van de aanwezigheid van Cuppens op p. 360.

[8] Dit gaat over de mogelijke bekering van Johan Winkler tot het katholicisme.
[9] J. Winkler, De vadersnamen of patronymika in de maegschaps- of plaetsnamen. In: ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 7-8, p. 52-55.
[10] Oostmaand= oktober.
[11] Van ’t Daghet in den Oosten.
[12] ’t Daghet in den Oosten: 1 (1885) 9-10, p. 65: “Kuivermoete, de. Lastigheid, knorziekte, gewendte van te kijven en te knorren tegen alles en tegen alleman. Te Weert.

Kuiveren, kûveren, huiveren, (k = h) is kouelik zijn, fr. frissonner te zeggen.

Kuivermoete is dus de moete, de gewendte, de gesteltenis van te huiveren, en in nen verder uitgestrekten zin de gewendte van, naar huivereers wijze, uit nen donkeren hoek ieverands in 't huis, alles af te keuren en te beknorren.”

[13] Juist.

Register

Correspondents - persons

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameBeringen
SettlementBeringen

Name - person

NameCuppens, August
Dates° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
SexMannelijk
Occupationpriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862 als zoon van Maria Rosalia Bosmans en postbode Antoon Cuppens. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NameDaniëls, Polydoor; Broeder Elias
Dates° Diest, 20/12/1845 - ✝ Hoeilaart, 05/12/1944
SexMannelijk
Occupationpriester, leraar; huiskapelaan; archivaris
BioPolydoor Daniels werd op 20 december 1845 geboren te Diest. Hij volgde een priesteropleiding aan de seminaries van Sint-Truiden en Luik. Na zijn priesterwijding op 3 juni 1871 gaf hij les aan de colleges van Huy en Saint-Roch te Ferrières. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij in 1876 huiskapelaan bij baron de Villenfagne de Vogelsanck te Zolder. Die bood hem een stimulerende intellectuele omgeving. Daniëls legde zich toe op historisch en filologisch onderzoek. Samen met August Cuppens en Jacob Lenaerts stichtte hij het taal- en volkskundig tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" (1885) dat sterk onder invloed van Gezelle stond en de Limburgse studentenbeweging steunde. Zo kwam hij in contact met Gezelle die de eerste jaargangen nazag. Daniëls werkt mee aan de Woordentas en "Loquela". Hij was tevens medestichter van "Het Belfort", van "De Banier" en van het historische tijdschrift "L'Ancien Pays de Looz". Na de dood van baron de Villenfagne in 1904 werd hij benoemd tot bestuurder van de broeders van Liefde in Hasselt en tot rector van het Begijnhof. In 1909 werd hij archivaris en conservator van het Stedelijk Museum van de stad Hasselt. In 1939 ging hij met pensioen te Hoeilaart. Hij stierf er op 3 december 1944.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT)
Sources https://hasel.be/dani%C3%ABls-polydoor-1845-1944
NameDe Bo, Leonard Lodewijk; Leenaert
Dates° Beveren-Leie, 27/09/1826 - ✝ Poperinge, 25/08/1885
SexMannelijk
Occupationhulppriester; leraar; pastoor; deken; auteur; taalkundige; botanicus
BioLeonard Lodewijk De Bo werd geboren als enige zoon van Ludovicus De Bo, landbouwer, en Amelia Lemayeur. Na schitterende middelbare studies aan het College van Tielt begon hij in oktober 1846 zijn seminariestudies aan het grootseminarie te Brugge. Op 15 maart 1851 werd hij te Brugge tot priester gewijd. Van 11 april tot 1 oktober 1851 was hij coadjutor (hulppriester) in de parochie Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Ver-Assebroek. Op 1 oktober 1851 werd hij leraar in de poesis- en retoricaklassen van het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, een functie die hij 22 jaar lang zou uitoefenen, tot 9 juli 1873, toen hij werd aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Petrus en Sint-Paulus te Elverdinge (09/07/1873 – 27/09/1882). Nadien werd hij pastoor van de parochie Onze-Lieve-Vrouw te Ruiselede (27/09/1882 – 22/04/1884). Op 22 april 1884 werd hij, hoewel hij al ziek was, nog overgeplaatst naar de parochie Sint-Bertinus te Poperinge waar hij pastoor-deken was, een overplaatsing die hij niet echt zag zitten. Hij overleed overigens al het jaar nadien. Reeds als seminarist verzamelde De Bo de West-Vlaamse woordenschat. Zijn levenswerk, het West-Vlaamsch Idioticon, waarin meer dan 25.000 woorden en uitdrukkingen uit de West-Vlaamse taal verzameld en verklaard worden, verscheen van 1870 tot 1873, gevolgd door een tweede, bijgewerkte uitgave in 1890-1892. De Bo leerde Guido Gezelle in 1850 in het grootseminarie te Brugge kennen; zij werden goede vrienden en werkten hecht samen rond de studie van de West-Vlaamse taal. De Bo werkte actief mee aan o.a. Loquela en Rond den Heerd. Postuum verschenen nog Schatten uit de volkstaal (1887) en De Bo’s Kruidwoordenboek, het resultaat van zijn levenslange botanische activiteiten.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); medewerker Rond den Heerd; medewerker Loquela; gelegenheidsgedichten
SourcesB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NameLenaerts, Leonard Willem Jakob
Dates° Zonhoven, 30/04/1862 - ✝ Landen, 16/12/1913
SexMannelijk
Occupationdichter; priester; kapelaan; pastoor; legeraalmoezenier
BioJacob Lenaerts werd geboren te Zonhoven op 30 april 1862. Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was en hij werd opgevoed door zijn heeroom Willem Arnold Lenaerts, pastoor-deken van Vlijtingen. Hij volgde de humaniora in het seminarie van St.-Roche in de provincie Luik en studeerde daarna wijsbegeerte aan het kleinseminarie te St.-Truiden. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde'. In 1884 stichtte hij als seminarist, samen met August Cuppens en op impuls van Gezelle, "’t Daghet in den Oosten" (1885-1914), een taal- en volkskundig weekblad voor de provincie Limburg. In 1886 werd hij priester gewijd en aangesteld als kapelaan in Val-Saint-Lambert. Op 30 mei 1890 werd hij vervolgens aangesteld als hulpmoezenier van het legerkamp Beverlo. In 1898 werd hij pastoor in Bevingen-Halmaam (St.-Truiden). Van 1901 tot 1904 was hij pastoor te Membruggen en van 1904 tot 1913 pastoor-deken te Landen, waar hij overleed op 16 december 1913. Lenaerts schreef talrijke artikels over taal- en volkskunde, lokale geschiedenis en hagiografie. Zijn meest geslaagde publicatie is "De Verdwijning der Auwelen" (1890). Hij verwerkte hierin, onder invloed van Gezelle, oude sprookjes en sagen.
Links[odis], [dbnl]
Relation to GezelleLimburgsch Zantersgildeken; correspondent; studentenbeweging
Sources https://nevb.be/wiki/Lenaerts,_Jacob_(eigenlijk_Leonard_W.J.); https://schrijversgewijs.be/schrijvers/lenaerts-jacob/
NameMinnaert, Johannes-Désiré
Dates° Ursel, 10/03/1847 - ✝ Tielt, 25/04/1924
SexMannelijk
Occupationuitgever; hoofdredacteur
BioDésiré Minnaert was de uitgever en (vanaf 1867) hoofdredacteur van de "Gazette van Thielt" (1850-). Hij was medestichter en lid van de Tieltse afdeling van het Davidsfonds. In 1875 en 1878 was hij samen met K. Rogiers (Menen) vertegenwoordiger voor West-Vlaanderen in het centrale bestuur van het Davidsfonds. Hij was lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde.
Relation to Gezellelid van de Gilde van Sinte Luitgaarde; correspondent
SourcesR. Vanlandschoot, Het eerste lustrum van de Davidsfondsafdeling in de streek van Tielt 1875-1880, in. In: De Roede van Tielt, 6 (1975), p. 2-96
NameVan De Putte, Rykhart; Van De Putte, Richardus; Van De Putte, Rijkhaard, Van De Putte, Richard; Aerdryck (uit den Oosten)
Dates° As, 21/10/1861 - ✝ Sint-Truiden, 18/11/1932
SexMannelijk
Occupationpriester; pastoor
BioRykhart Van De Putte werd geboren te As op 21 oktober 1861 als oudste zoon van Désiré Van De Putte (°1831) en Maria Catharina Nys (1823-1894). Na de benoeming van zijn vader tot maréchal de logis (wachtmeester) te Ieper volgde Rykhart er zijn humaniorastudies aan het Sint‑Vincentiuscollege. In 1882-1883 studeerde hij filosofie aan het kleinseminarie te Roeselare. Hij begon zijn theologieopleiding in het grootseminarie van Brugge en zette vanaf de lente 1884 zijn studies verder aan het grootseminarie te Luik, waar hij lid werd van 'het Limburgsch Zantersgildeke'. In de zomervakantie van 1884 verbleef hij twee dagen bij Guido Gezelle te Kortrijk waarbij ze samen de regels van het op te richten tijdschrift "'t Daghet in den Oosten" bespraken. Van De Putte was dan ook actief betrokken bij de oprichting van dit studenblad en stond lange tijd in voor de praktische organisatie van het drukwerk en de inschrijvingenvan het blad. Na zijn priesterwijding in het bisdom Luik droeg Van de Putte op 21 december 1886 zijn eremis op te As. Op 3 juni 1887 werd hij benoemd tot onderpastoor van de Sint-Servaaskerk in Luik. Hij woont er in de Volièrestraat vlak bij de kerk. Later werd hij benoemd tot pastoor van de Sint-Jan-de-Doperkerk in Binderveld, een dorp in Noord-Haspengouw. Van De Putte overleed te Sint-Truiden op 18 november 1932.
Links[dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
SourcesE. Koninckx, De priesters van het bisdom Luik (1825-1967), Liège: E. Koninckx, 1974-1975, II, p. 320; Geneanet
NameWinkler, Johan (junior)
Dates° Haarlem, 06/10/1898 - ✝ Deventer, 27/09/1986
SexMannelijk
Occupationjournalist
ResidenceNederland
BioJohan Winkler (junior) werd geboren in Haarlem op 6 oktober 1898 als zoon van Andries Winkler en Alida van Blaaderen. Hij was de kleinzoon van Johan Winkler en huwde met Klara Hedwig Charlotte Richter en later, na echtscheiding, met de jeugdschrijfster Johanna Christina Vonk. Johan Winkler studeerde eerst theologie in Leiden en Amsterdam en later Germaanse Letteren in Amsterdam. Hij was ondertussen secretaris geworden van P.J. Troelstra (SDAP). Vanaf 1927 werd hij achtereenvolgens benoemd tot chef-redacteur van het Rotterdamse "Voorwaarts", en tot directeur van de "Arbeiderspers", "Vrij Nederland", "Het Parool" en de "Kluwerpers". Naast zijn journalistieke bedrijvigheid maakte hij ook vele vertalingen (vooral uit het Duits) van literaire (o.a. Rilke en Stefan Zweig), filosofische en historische werken.

Name - place

NameBeringen
SettlementBeringen
NamePeer
SettlementPeer
NameWeert

Name - institute

NameDavidsfonds Tielt
DescriptionHet Davidsfonds Tielt behoorde tot de tien eerste lokale afdelingen van de in 1875 gestichte culturele vereniging. Op 30 september 1885 richtten ze een herdenkingsplechtigheid in voor L.L. De Bo, waarop Gezelle een eerbetoon bracht aan De Bo en inging tegen de studenbeweging.
Dating29/03/1875-heden
Links[wikipedia]
NameGrootseminarie Luik
DescriptionHet Grootseminarie van Luik werd opgericht als priesteropleiding voor het bisdom Luik in 1592. Sinds 1804 is het gevestigd in de door de Franse Revolutie opgeheven St.-Norbertusabdij van Luik, samen met het Prins-Bisschoppelijk Paleis. Vanaf 1840, na het ontstaan van België, diende het voor de opleiding van priesterstudenten (filosofie en theologie) van de bisdommen Luik en Limburg, tot in 1967 het bisdom Hasselt werd opgericht. Op dit moment is het een onderdeel van het interdiocesaan seminarie Notre Dame te Namen.
Dating1592-heden

Name - event Guido Gezelle

EventRuitebrekersrede Tielt
Period30/09/1885
DescriptionGezelle houdt een rede te Tielt, bij de herdenking van L.L. De Bo, waarin hij zich scherp afzet tegen ‘tuimelperten' en 'verwaande ruitebrekerije van machtelooze kinders', meer bepaald de actie van de Vlaamse studenten te Leuven.

Title - other work

Titlet Daghet in den Oosten
AuthorCeysens, L..
Date1885-
PlaceHasselt
PublisherCeyssens

Titlexx/[09/1885], Beringen, August Cuppens aan [Guido Gezelle]
EditorMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2026
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingMiet Hubrechts; Universiteit Antwerpen, Cuppens August aan Gezelle Guido, Beringen (Beringen), xx/[09/1885]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
SenderCuppens, August
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sentxx/[09/1885]
Place SentBeringen (Beringen)
AnnotationJaartal, maand en gereconstrueerd op basis van de brieftekst: net voor de hulde van L. L. De Bo op 30/09/1885, brief is geschreven tijdens het groot verlof, Cuppens verblijft op zijn thuisadres te Beringen; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive7480
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13860
IIIF manifesthttps://go.wander.be/iiif/bibliotheek-brugge/f3e9a4c8c2fbd5df3962957c670323a5309f5d79/manifest
Content Description
IncipitJa wel, ik was heim toen ge mij
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.